Tag: filologie

De durf van het grote gebaar

Door Marc van Oostendorp

Eind vorig jaar werd Rens Bod volkomen terecht door de Universiteit van Amsterdam uitgeroepen door UvA’er van het jaar. Hij is een academicus die zijn verantwoordelijkheid als intellectueel neemt. Hij is enorm breed belezen, heeft twee jaar geleden een zware administratieve taak op zich genomen, is een van de belangrijkste drijvende krachten achter WO in actie, en ontpopte zich de laatste jaren behalve als informaticus en taalkundige ook nog eens als historicus van de wetenschappen.

Enkele jaren geleden verscheen van hem De vergeten wetenschappen, waarin hij liet zien hoe belangrijk geesteswetenschappen waren geweest in de ontwikkeling van ‘de’ wetenschap. In een nieuw boek, Een wereld vol patronen, zet hij die lijn door – nu nóg grootser opgezet: dit boek gaat, aan de hand van 10 casuswetenschappen, waaronder wiskunde, sterrenkunde, taalkunde, geschiedswetenschap en rechtswetenschap over de ontwikkeling van álle wetenschap, over de hele wereld en sinds we iets weten over de cognitie van homo sapiens.

Lees verder >>

Wederwaardigheden bij het editeren: een griezelige urban legend

Door Viorica Van der Roest

Het is alweer een tijdje geleden dat er een aflevering in deze serie is verschenen, maar ter geruststelling, voor degenen die op de hoogte zijn van de duistere urban legend over de Parthonopeus: geen zorgen, ik verkeer nog in goede gezondheid. Voor alle andere lezers zal ik uitleggen wat die urban legend inhoudt: Parthonopeus-editeurs vinden vaak nogal wat obstakels op hun pad, waardoor hun editie er uiteindelijk meestal niet komt. Zeer regelmatig gaat het zelfs om het ultieme obstakel: de dood (denk er zelf even de aanzwellende griezelmuziek bij). Dat geldt voor de Oudfranse Partonopeus de Blois én de Middelnederlandse Parthonopeus van Bloys. Nu klinkt het nogal ongeloofwaardig als ik het zo zeg, maar ik zal de feiten eens opsommen.

Net als de meeste teksten uit de Middeleeuwen was de Oudfranse Partonopeus de Blois aan het begin van de negentiende eeuw weggezakt in vergetelheid. Maar toen ontstond er onder geleerden een ernorme belangstelling voor middeleeuwse teksten; ze werden opgediept, opgepoetst en in ere hersteld. Het meest succesvol gebeurde dat in Frankrijk natuurlijk met de romans van Chrétien de Troyes. Voor de Partonopeus de Blois begon het ook veelbelovend: al in 1834 verscheen er een volledige editie van één handschrift van de roman. Maar toen!  Lees verder >>

Taalkunde als sleutel tot vroege middeleeuwen in nieuwe KANTL-publicatie

Taalkunde is een van de meest veronachtzaamde hulpwetenschappen voor de studie van de vroegste middeleeuwen. Een nieuwe publicatie van de KANTL brengt daar verandering in.

In Lo, Donk, Horst houdt Academielid Jozef van Loon een pleidooi voor de herwaardering van de filologische taalkunde, maar ook voor een vernieuwde studie van de rijke hagiografische literatuur van de middeleeuwen.

In het eerste deel bepaalt Van Loon de precieze betekenis van drie welbekende grondwoorden (lo, donk en horst) in de Nederlandse toponymie. Door die inzichten komen sommige teksten die tot nu historisch weinig geloofwaardig werden geacht, in een onverwacht nieuw licht te staan.

Van Loon dringt vervolgens door tot de geschiedenis van de Frankische en Merovingische periode, en gaat daarbij in het bijzonder in op de oudste geschiedenis van Oudenburg, Gent, St.-Ghislain en Lier.

Meer informatie over het boek en de auteur vind je hier.
Het boek bestellen kan bij Leuven University Press.

 

Wederwaardigheden bij het editeren: al lang geleden verbrand

                                                                                                              door Viorica Van der Roest

Vorige keer in deze serie vertelde ik over het fragment dat van Bonn Bad Godesberg naar Berlijn verhuisde. Daar, in Berlijn, heb ik het inmiddels ook gezien. Met het andere fragment dat kwijt was, is het helaas minder goed afgelopen. Het gaat om twee bladen uit het handschrift waar ook fragmenten van bewaard worden in Groningen en in Jena (H83D bij Kienhorst). In 1922 gaf Karl Menne dit fragment uit nadat hij het in de bibliotheek van het Priesterseminarie in Keulen (tegenwoordig Erzbisschöfliche Diözesan- und Dombibliothek) bestudeerd had. Alle onderzoekers die er de afgelopen decennia naar informeerden, kregen te horen dat een dergelijk fragment niet bekend was in de EDDB.

Dat was natuurlijk al geen goed teken. In een poging tot academische ontkenning stelde ik het lang uit om naar het fragment te vragen, maar uiteindelijk stuurde ik toch maar een mail. Lees verder >>

Wederwaardigheden bij het editeren: vertrokken zonder verhuisbericht

                                                                                                            door Viorica Van der Roest

Wanneer je een editie gaat maken van een fragmentarisch overgeleverde roman, wil je liever niet horen dat er fragmenten kwijt zijn. En als je het dan hoort, dan hoop je natuurlijk dat ze teruggevonden kunnen worden. Toen ik in kaart ging brengen waar de fragmenten van de Parthonopeus van Bloys allemaal bewaard werden, bleken de meeste gelukkig nog te liggen op de plaats waar je dat mocht verwachten. Maar twee waren er hartstikke kwijt.

Het eerste: drie stroken die in de jaren tachtig in privébezit waren in Bonn Bad Godesberg (H86B bij Kienhorst). De bibliothecaris Franz Buchholz had ze tijdens zijn werk in een bibliotheek in Keulen gevonden en, zo ging dat vroeger nog, mee naar huis genomen. Rond 1985 kreeg de filoloog Helmut Tervooren bericht van de weduwe van Buchholz: ze had wat Middelnederlandse fragmenten in huis, en vroeg zich af of hij daar eens naar wilde kijken. Tervooren toog naar Bonn Bad Godesberg, beschreef de fragmenten nauwkeurig en maakte er een editie van, die in de Rheinische Viertelsjahrsblätter 49 (p. 92-116) verscheen. Het waren drie stroken van een 15e-eeuws Ripuarisch handschrift met de Parthonopeus waarvan al één ander fragment bekend was, in het Historisch Archief te Keulen.  Lees verder >>

Wederwaardigheden bij het editeren – inleiding

door Viorica Van der Roest

Wat kan er zo interessant zijn, vraagt u zich misschien af, dat iemand drie jaar geen tijd heeft om stukjes te schrijven voor Neerlandistiek.nl? Zulke dingen zijn natuurlijk uitermate zeldzaam, maar ik had een goed excuus: mijn proefschrift over de Middelnederlandse roman Parthonopeus van Bloys. Soms moet je je even, als het ware, begraven in de periode die je bestudeert. Ik was zo geïntegreerd geraakt in mijn nieuwe leefomgeving, de 13e eeuw, dat het bloggen me volledig vreemd werd. Het proefschrift is nog niet af, maar mijn ontdekkingen tijdens het onderzoek zijn soms echt te leuk om niet alvast te delen met mijn mede-21e-eeuwers. Dus de komende tijd kunt u hier mijn reisverslagen vanuit de Middeleeuwen lezen, vooral met betrekking tot de belangrijkste en grootste klus waar ik mee bezig ben: het editeren van alle fragmenten die er van de Parthonopeus zijn overgeleverd, uit maar liefst zes verschillende handschriften.

Eerst maar even een kleine inleiding, voor degenen die bij de woorden ‘Parthonopeus’ en ‘Bloys’ niet meteen beeld hebben – de meeste mensen dus (meen ik in ieder geval af te lezen aan de wazige blikken die ik ontmoet als ik mensen vertel waarover mijn onderzoek gaat). Een 13e- of 14e-eeuwer zou het wel meteen geweten hebben. Lees verder >>

De neerlandistiek: een echt vak

Door Marc van Oostendorp


De neerlandistiek, dát is pas een vakgebied! Dat is de strekking van een lekker dwars artikel van Gert-Jan Johannes in het nieuwe boek The Practice of Philology in the Nineteenth Century Netherlands. Johannes neemt er het ontstaan van de neerlandistiek voor zijn rekening, en komt tot een opvallende conclusie: we mogen dan tegenwoordig wel denken dat de betavakken pas echte vakken zijn, met hun eigen methodologie en nauw omlijnde vakgebied, maar eigenlijk zijn dat maar de knotwilgen onder de disciplines. Juist de historisch gegroeide kronkeligheid en veelvormigheid en voortdurende wendbaarheid maakt van geesteswetenschappen zoals de neerlandistiek pas een echt vak.

Johannes laat zien dat die veelvormigheid er vanaf het begin bewust is ingebracht. De eerste officiële hoogleraar Nederlands, Matthijs Siegenbeek (1774-1854) had formeel alleen de Nederlandse welsprekendheid tot leeropdracht, maar hij was vastbesloten het daar niet bij te laten en nam allerlei taal- en letterkundige onderwerpen ter hand.

Pas in de loop van de negentiende eeuw werden er pogingen gedaan om het vak ‘wetenschappelijker’ te maken.
Lees verder >>

10-12 december 2014: 20ste Frysk Filologekongres 2014

Woansdei 10, tongersdei 11 en freed 12 desimber 2014

Klik hjir foar de Frysk/Ingelske folder (yn pdf)
De Fryske Akademy organisearret dit jier foar de tweintichste kear it Frysk Filologekongres, yn Ljouwert op woansdei 10, tongersdei 11 en freed 12 desimber. It kongres wol in poadium wêze foar it wittenskiplik debat oangeande de frisistyk yn ‘e breedste sin. De fiertalen binne: Frysk, Nederlânsk, Ingelsk en Dútsk.

Programma en gearfettingen
De opset fan it kongres is dat der elke dei út ein set wurdt mei in plenêre lêzing. Dêrnei binne der parallelsesjes. Op ‘e tongersdei is der in jûnssesje oer Underwiis. It kongres is rjochte op ‘e neifolgjende ûndersyksmêden: Aldfrysk, Taalkunde, Letterkunde, Leksikografy, Taalsosjology, Skiednis fan Fryslân/Kultuerstúdzje. It ûndersyksfjild is it Frysk, mei ynbegryp fan de dialekten dy’t yn Fryslân foarkomme, yn al syn fazen en it Frysk yn Dútslân (Noard- en East-Fryslân).

Klik hjir foar it programma fan it kongres (Frysk/Ingelsk). De gearfettingen fan de lêzings fine jo hjir.

Lokaasje
It kongres wurdt holden yn Grand-Café Restaurant De Koperen Tuin,  Prinsentuin 1, yn Ljouwert.

Kosten
De kongreskosten binne ? 100,- foar it hiele kongres of ? 40,- foar ien kongresdei (ynkl. kongresdokumintaasje, kofje/tee en lunch). Lêzinghâlders binne frij fan kongreskosten foar de dei dat se har lêzing hâlde. Studinten ha fergees tagong ta it kongres. Op woansdei 10 desimber is der in kongresdiner; de kosten dêrfan binne ? 30,-.

Oanmelde
Jo kinne jo hjir oanmelde.

Ynljochtings
Foar ynljochtings kinne jo terjochte by Janneke Spoelstra, e-mail: jspoelstra@fryske-akademy.nl, tel. (058) 233 69 15 of Eric Hoekstra, e-mail: ehoekstra@fryske-akademy.nl, tel. (058) 234 30 38.

De kongreskommisje:
dr. Hanno Brand (foarsitter),
dr. Eric Hoekstra,
drs. Cor van der Meer en
Janneke Spoelstra MA (skriuwer).

De wereld zou nog best wat filologie kunnen gebruiken

Door Marc van Oostendorp

 

De Westerse geesteswetenschappen begonnen allemaal met verbazing over hoe verschillend de mensen zijn. De Grieken hadden twee boeken die ze enorm bewonderden en dagelijks lazen, de Ilias en de Odyssee. Die waren echter in een wonderlijke mengeling van Griekse dialecten geschreven – een mengeling die, net als de inhoud van de boeken, bovendien in de loop der eeuwen natuurlijk steeds ouderwetser werd. De Romeinen werden machtig in het rijk waarin minstens één andere taal en cultuur een belangrijke rol speelde: de Griekse, en ze moesten dus een manier vinden om met al die verschillende soorten Grieks die je alleen al in Homeros vond om te gaan, én een manier om de verschillen tussen het Latijn en het Grieks te begrijpen.

In zijn boek Philology. The forgotten origins of the humanities laat de Amerikaanse historicus James Turner zien hoe de filologie ontstond uit verbazing over die variatie, en pogingen om dat andere begrijpelijk maken, en hoe de traditionele geesteswetenschappen – taalkunde, letterkunde, geschiedenis – uit die filologie ontstonden.

De verandering van filologie van één taal naar filologie van meer talen werd in de Renaissance nog eens overgedaan.
Lees verder >>