Tag: fictie

De meesterlijke ironie van Harry Mulisch

Door Marc van Oostendorp

In de novelle Het beeld en de klok van Harry Mulisch vindt een personage dat ‘de meester’ wordt genoemd en in wie de lezer vrij gemakkelijk de contouren van de schrijver kan onderscheiden een ironieteken uit:

Dat nieuwe leesteken had hij ingevoerd omdat hij voortdurend verkeerd werd begrepen. Omdat het uitroepteken gezien kon worden als het cijfer één met een punt eronder, ! en het vraagteken als het cijfer twee met een punt eronder, ?, was het ironieteken [een drie met een punt eronder]. Bij de aanvaarding van zijn orde in het koninklijk paleis had hij uiteengezet, dat dus nog een oneindig aantal leestekens mogelijk was, – met als culminatie: [∞ met een punt eronder].

De liefhebber van Mulisch vindt dit, als ik op mijn eigen oordeel mag afgaan, briljant. Het is ook Mulisch ten voeten uit: niet te bescheiden om de wereld niet te voorzien van een oneindig aantal leestekens, als dat ervoor kan zorgen dat de schrijver beter begrepen wordt. Lees verder >>

Kindermisbruik binnenskamers

Door Marc van Oostendorp

Een te weinig beoefende vorm van literatuuronderzoek is volgens mij: de literatuur gebruiken als een thermometer van de obsessies van een tijd. Waarover schrijven de schrijvers nu? En wat zegt dat over de tijd waarin ze leven? Waarom verschijnen er in Frankrijk zoveel boeken over mensen die volkomen vereenzamen én doordraaien in hun appartementje in Parijs? Waarom verliezen zoveel personages in Britse boeken alles wat ze hebben opgebouwd? Waarom gaan Duitse boeken vaak over migratie?

Tegen de schenen is een verzameling artikelen over recente Nederlandse boeken (tien romans en een verhalenbundel) die besproken zijn in de serie lezingen die mijn Nijmeegse collega Jos Muijres ieder jaar over die boeken organiseert. Zoals het boek zegt, gaat het meestal over boeken die op de een of andere manier een taboe willen doorbreken. Lees verder >>

Een dood kind verzin je niet

Door Marc van Oostendorp

‘Het dode kind in de literatuur’ – op  het eerste gezicht is het misschien niet het aantrekkelijkste onderwerp, maar wie Van Constantijtje tot Tonio leest, het boek dat Rick Honings, Olga van Marion en Tim Vergeer over het thema samenstelden, kan alleen maar vaststellen: dit is een gouden greep geweest.

Er blijken namelijk maar weinig onderwerpen te zijn waardoor je zo scherp over de grenzen van de literatuur kunt nadenken als dit.

 

In zijn verhelderende afsluitende essay wijst de Rotterdamse hoogleraar Frans-Willem Korsten erop dat in alle besproken werken – aan de orde zijn dan onder andere de schrijvers Bilderdijk, Tollens, Van Eeden, Büch, Jansma en Enquist geweest – vooral poëtisch zijn, ook al zijn het verhalen. Ze maken, zegt Korsten, bijvoorbeeld allemaal heel sterk gebruik van herhalingen (‘stotteren’) en andere vormverschijnselen en ze gebruiken allemaal een vorm van aanspreken of oproepen van de overledene, de zogeheten ‘apostrofe’ die we ook meer met poëzie dan met proza associëren. Lees verder >>

Charlotte Mutsaers: ‘Ik ben een verteller, die mode dat alles waar moet zijn, daar heb ik niets mee.’

Over fictie, ironie en de mediastrategie van Charlotte Mutsaers

Door Sander Bax

Een nieuwe roman van Charlotte Mutsaers is altijd goed nieuws. Bovendien werd de lancering van de (goed ontvangen) roman Harnas van Hansaplast gekoppeld aan een groots feest ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de P.C.Hooftprijs-winnares. Wat een goed door uitgeverij Das Mag geënsceneerd succesverhaal had moeten worden, verzandde echter in een akelige controverse over Charlotte Mutsaers’ vermeende handel in kinderporno. Het was een controverse die opnieuw duidelijk maakt hoe veel moeite we in onze mediacultuur hebben gekregen met (literaire) fictie. Lees verder >>

Wat als Gregor Samsa niet in een kever was veranderd, maar in een paard?

Door Marc van Oostendorp

Wanneer ik jullie ontroerende anekdotes vertel over mijn dochtertje, Cinzia, en wat voor grappige dingen ze gisteren allemaal zei, dan hangen jullie natuurlijk aan mijn lippen. Maar als ik daarna vertel dat Cinzia helemaal niet bestaat, worden jullie waarschijnlijk kwaad. Dat Cinzia zulke grappige dingen heeft verteld en dat ze niet bestaat, dat kan namelijk niet allebei waar zijn. Tegelijkertijd heeft geen enkele lezer van In de ban van de ring problemen met de gelijktijdige waarheid van de volgende twee zinnen:

  1. Frodo Balings is een hobbit die geboren is in de Shire.
  2. Frodo Balings is verzonnen door J.R.R. Tolkien.

Hoe zit dat? Waarnaar verwijst de eigennaam Frodo Balings in deze zinnen? Aan deze kwestie is een nieuw, speciaal nummer van het tijdschrift Theoretical Linguistics gewijd (€). De vraag is hoe de twee zinnen allebei waar kunnen zijn.

Het nummer wordt geopend door een artikel van de Groningse onderzoeker Emar Maier, die probeert een heel precieze, wiskundige theorie van ons begrip van eigennamen op te zetten – een theorie die je zou kunnen implementeren zodat een computer ook chocola kon maken van fictie. De overige artikelen zijn commentaar op Maier door andere geleerden, en een afsluitend woord van Maier zelf. Lees verder >>

’n Vunzig verhaal

Door Marc van Oostendorp

Deze week onthulde de schrijfster Stella Bergsma dat een lerares Nederlands een verhaal van haar weigerde te laten lezen aan leerlingen omdat het ‘niet kies’ en ‘vunzig’ was. Dat was nog tot daaraan toe, maar diezelfde lerares bleek het werk van Jan Cremer wél kies te vinden, en niet vunzig. Wat?

Ilja Leonard Pfeijffer als lekker wijf

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (5)

Door Marc van Oostendorp

Het tweede leven dat de dichter Ilja Leonard Pfeijffer ooit leidde, bestaat nog steeds. In 2007 begaf hij zich enkele maanden op Second Life, een website waar de internetgebruiker zich een andere identiteit kan aanmeten – een poppetje dat je kleren kon aandoen en een naam kon geven en waarmee je dan een wereld in kon trekken met andere poppetjes met andere namen en andere kleren.

Het was een hype, in 2007. Bedrijven richtten er kantoren in: hier zouden de klanten te vinden zijn. Universiteiten gingen college geven op Second Life. ‘First Life’-gemeenten openden er hun loket. De toekomst was een poppetje met een zelfverzonnen naam en een zelfinelkaargepixeld jurkje.

Ilja Leonard Pfeijffer was Lilith Lunardi. Lees verder >>