Tag: evolutie

Strottenhoofd en menselijke taal

Door Marc van Oostendorp

Toen ik student was – ja, ook ik ben ook student geweest, vraag me niet waarom –, leerde je over de evolutie van taal precies één ding: dat een Parijse vereniging van taalkundigen in de negentiende eeuw had verboden om over dat onderwerp te praten. Kennelijk gold dat verbod toen nog steeds.

Sinds die tijd heeft iemand besloten dat het onderwerp nu wel mag, en de laatste jaren verschijnt de ene na de andere publicatie. Was de mens de eerste? Hadden we eerst woorden of eerst syntaxis? Gebruikten we taal om te denken of meteen om mee te praten? Tal zijn de vragen die worden opgeworpen.

Het probleem daarbij blijft wel: maar weinig vragen worden opgelost, eenvoudigweg omdat de relevante gegevens ontbreken. Taal vervluchtigt zodra ze is uitgesproken, dus van tienduizenden jaren geleden hebben we zeker niets over. Dus je kunt wel proberen te reconstrueren hoe de zinsbouw was van onze voorouders, maar je hebt uiteindelijk weinig om al je hypotheses aan te toetsen. (Die lui in Parijs waren niet helemaal gek.)  Lees verder >>

Taal als evolutonaire bijvangst voor leren

Door Lucas Seuren

Taal heeft een bijzondere plek in het dierenrijk. Als we een naïeve blik werpen op de wereld om ons heen, dan trekken we direct de conclusie dat taal uniek menselijk is; geen enkele andere diersoort heeft het. En de vraag—of vragen—is dan natuurlijk: Hoe is taal ontstaan en waarom is dat bij geen enkele andere diersoort gebeurd? Een ad-hoc verklaring is dat er bepaalde cumulatieve, biologische vereisten zijn die zo zeldzaam zijn dat ze alleen bij mensen voorkomen. En hoewel dat ongetwijfeld klopt, geeft het geen antwoord op de vraag, want je wilt dan natuurlijk weten wat zijn die vereisten en waarom hebben andere diersoorten die niet of niet volledig?

Het antwoord moeten we ongetwijfeld voorlopig nog schuldig blijven, maar een recent artikel van Michael Muthukrishna en collega’s biedt mogelijk wat perspectief. Hoewel ze zich volstrekt niet bezighouden met taal of taalevolutie, geeft hun hypothese over wat ze een Cultural Brain noemen wel een mogelijke verklaring: we hebben taal omdat het sociaal leren vergemakkelijkt, wat voor een soort die vertrouwt op sociaal leren—leren van elkaar—een enorm evolutionair voordeel biedt. De mutaties die ervoor zorgen dat we zijn gaan communiceren, eerst zonder en later met taal, hadden daarmee een grotere kans om doorgegeven te worden naar nieuwe generaties. Lees verder >>

Lichaamstaal als primitieve taal

Door Marc van Oostendorp

De compositionaliteit van een gebaar. Illustratie uit het besproken artikel.

Wat is de relatie tussen taal en lichaamstaal? Het is het soort vragen waarover niet-taalkundigen avonden lang kunnen bomen, terwijl de meeste taalkundigen zich er verre van houden. De overeenkomst lijkt niet meer dan beeldspraak: ja, je kunt sommige boodschappen op beide manieren overdragen, maar daar houdt de vergelijking wel zo’n beetje op.

In een interessant nieuw artikel laat de Israëlische taalkundige Wendy Sandler zien dat er toch meer over te zeggen is. Dat lichaamstaal bepaalde kenmerken heeft die taalwetenschappers beschouwen als karakteristiek voor taal. Dat de manier waarop mensen hun lichaam gebruiken laat zien hoe eigen taal is aan de mens. Lees verder >>

Hoe meer sprekers des te gemakkelijker de taal?

Door Marc van Oostendorp

Hoeveelheid door een groep botjes gedeelde ‘conventies’, afgezet tegen de grootte van de groep botjes. Blauw zijn ‘gemakkelijke’ conventies, rood ‘moeilijke’. De grafiek komt uit het geciteerde artikel.

Een interessante en nog niet helemaal correlatie in de taalwetenschap: hoe meer sprekers een taal heeft, hoe eenvoudiger de grammatica. Veel talen die door kleine groepjes indianen worden gesproken hebben een heel ingewikkelde zinsbouw; het Engels en het Chinees steken daar enigszins bleek bij af. Aan de andere kant hebben talen als het Engels veel meer woorden dan kleinere talen, en zijn in die zin dus eenvoudiger.

In een nieuw artikel in Proceedings of the Royal Society B schrijven drie psychologen dat ze mogelijk een oplossing hebben gevonden voor het raadsel: grammatica is moeilijk te leren en woorden zijn gemakkelijk te leren. Om te laten zien wat voor effect dat heeft, bouwden ze een computermodel dat bestond uit een verzameling botjes. Die konden nieuwe ‘taalconstructies’ bedenken of deze van andere botjes leren.  Sommige constructies waren gemakkelijk – de botjes hadden ze geleerd zodra ze ze hoorden – en andere waren moeilijk – ze hadden twee keer horen nodig. Lees verder >>

Telwoorden zijn vreemd

Door Marc van Oostendorp

Leeftijd waarop een woord wordt geleerd (in jaar), afgezet tegen de frequentie waarmee het woord voorkomt. Bron: Philosophical Transactions of the Royal Society B.

De namen van getallen zijn opvallend traag. Dat is de conclusie van een nieuw onderzoek dat verscheen in Philosophical Transactions of the Royal Society B (Biology)De auteurs, beide evolutiebioloog, laten zien dat telwoorden (een, twee, drie, vier, enz.) minder snel veranderen dan andere woorden. In verwante talen lijken ze, gemiddeld genomen, meer op elkaar dan andere woorden: un, deux, trois, quattre, enz. staan dichter bij hun equivalenten in het Nederlands, dan laten we zeggen homme, main, arbre, dormir, ook al zijn die woorden ook al heel oud, en verwijzen ze sinds onheuglijke tijden naar alledaagse begrippen uit het leven van alle mensen.

Het geldt, blijkens het onderzoek, ook niet alleen voor Europese talen: ook in Bantoe-talen (zuidelijk Afrika) en Pama-Nyungan (Australië) bleken (rang)telwoorden (3,5 tot 20 keer) trager te veranderen dan andere woorden.

De auteurs bespreken ook drie mogelijke verklaringen voor dit verschil. Lees verder >>

Sneeuw en ijs: snijs

Door Marc van Oostendorp

Het artikel stamt al uit 2016, maar op Facebook hadden we er onlangs ineens een discussie over: een studie naar woorden voor sneeuw en ijs in allerlei talen. Sommige talen, zoals het Nederlands, hebben daar twee verschillende woorden, voor, maar andere hebben er maar één, laten we zeggen snijs, voor alle bevroren water dat uit de hemel komt. Het artikel laat nu zien dat talen in warmere gebieden op de wereld – niet in de allerwarmste, waar het nooit koud is, want daar hebben ze vaak helemaal geen woorden voor sneeuw of ijs, maar in gebieden waar er af en toe iets uit de hemel komt vallen dat het benoemen waard is – vaker het woord snijs hebben.

Nou ja, zou je kunnen zeggen. Het zou raarder zijn als het andersom was. Maar de vraag is hoe we die intuïtie preciezer kunnen maken, wetenschappelijker. Wat verklaart zo’n effect precies? Volgens de auteurs is dat het feit dat er in taal altijd gestreefd wordt naar ‘efficiënte communicatie’. Lees verder >>

De evolutie van grammatica uit het zicht

Door Marc van Oostendorp

Weinig dingen zijn zo leuk als speculeren over de oorsprong van menselijke taal. Het is zo’n ingewikkeld systeem, waar komt dat allemaal vandaan, hoe is het ontstaan, hoe heeft het zich ontwikkeld? Omdat taal zo belangrijk is voor ons menszijn, lijkt het een vreselijk belangrijke vraag. Omdat er van zinnen al een fractie van een seconde nadat je ze hebt uitgesproken niets meer over is, is het vreselijk moeilijk te onderzoeken.

In een nieuw artikel in een bundel over ‘de erfenis van Darwin’ buigt de eminente Amerikaanse taalkundige Joe Emonds zich ondanks dit alles over dit onderwerp. Of er ook maar iets klopt van zijn gedachte valt volgens mij niet te onderzoeken. Maar hij komt met een vernuftig verhaal en interessante observaties.

Le en la

Een daarvan gaat over het verschijnsel dat alleen sommige elementen van betekenis een rol spelen in de grammatica. In het Nederlands en een heleboel andere talen maak je bijvoorbeeld verschil tussen enkelvoud en meervoud. Het werkwoord past zich bijvoorbeeld in dit opzicht aan het zelfstandig naamwoord aan: je zegt ‘de man loopt’ maar ‘de mannen lopen’. In het Frans speelt bijvoorbeeld het verschil tussen mannen en vrouwen ook zo’n rol in de grammatica: er is een verschil tussen ‘mon père est gentil‘ en ma mère est gentille‘.  Lees verder >>

Taalcanon lanceert tweede animatiefilmpje: Hoe sprak de oermens?

Vandaag lanceert het taalcanonteam een animatiefilmpje over de taal van de oermens. Het is het tweede filmpje in een reeks, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. De filmpjes geven een korte introductie op een onderwerp uit de taalcanon, en kunnen gebruikt worden als opstapje voor een les over taal in de klas.

Grumpf. Grunt. Burp. Zo praten oermensen in strips en tekenfilms. Dat lijken eerder geluiden van een aap dan van een mens. Maar klopt dat met de werkelijkheid? Hoe klonk de oermens eigenlijk? Deze vraag staat centraal in het tweede filmpje dat de taalcanon lanceert in een reeks filmpjes voor het onderwijs. Tekenaar en animator Frank Landsbergen maakte de filmpjes in opdracht van de taalcanon.

De filmpjes geven een korte introductie (van 3 tot 5 minuten) op een onderwerp uit de taalcanon, zoals kindertaal, de taal van de oermens of het ontstaan van het Nederlands. Deze filmpjes kunnen docenten in de klas laten zien, of als huiswerk meegeven alvorens een onderwerp klassikaal te bespreken. Vervolgens lezen leerlingen de bijbehorende artikelen op de website of gaan docenten aan de slag met een van de lesbrieven op de site. Lees verder >>

Mensen zijn communicatiedieren

Door Marc van Oostendorp

De mens zou geen mens zijn geworden zonder woorden. Zouden we ons ooit over de hele wereld hebben verspreid als we elkaar niet telkens nieuwe woorden hadden geleerd? Zouden we die wereld nu niet bijna kunnen vernietigen? Zouden we wel bewustzijn hebben gehad, en zorgen om de vernietiging van de aarde, zonder woorden?

De Amerikaanse filosoof Daniel Dennett denkt van niet, zo zet hij uiteen in zijn nieuwe, dikke boek From bacteria to Bach and back. Dennett is altijd heel ambitieus geweest, maar je krijgt de indruk dat hij hier een zeer groot deel van zijn werk opnieuw heeft willen samenvatten, in een grote gooi naar zijn eigenlijke doel: begrijpen hoe de menselijke geest – het bewustzijn, de vrije wil – hebben kunnen ontstaan in een wereld die wordt geregeerd door natuurlijke selectie.

Dennett heeft indrukwekkend veel gelezen en hij weet indrukwekkend goed uit te leggen wat de laatste stand van zaken is in allerlei takken van de wetenschap voor hij een interessante, om niet te zeggen: indrukwekkende, gooi doet naar een overkoepelende visie, een bewijs dat het ik, dat lichtje in je hoofd dat besloten heeft nu even naar Neerlandistiek te surfen en dit stukje te lezen, dat dit ik een illusie is dat een heel ingewikkeld biologisch organisme zichzelf voorspiegelt. Lees verder >>

Is taal bedoeld als geheimtaal?

Door Marc van Oostendorp

brushstroke-2Een van de fundamentele puzzels van de taalwetenschap is: waarom zijn er zoveel verschillende talen? Waarom spreken we niet allemaal hetzelfde, en tellen we nu zo’n zevenduizend verschillende talen, nog even afgezien van de eindeloze lappendeken van dialecten die er over de wereld ligt?

Die vraag wordt des te dringender als je aanneemt dat alle talen uiteindelijk gebaseerd moeten zijn op een en dezelfde blauwdruk, bijvoorbeeld omdat onze hersenen gespecialiseerd zijn in taal. De Amerikaanse taalkundige Mark Baker is een van de prominente vertegenwoordigers van deze stroming. En in een recent artikel stelt hij inderdaad deze vraag.

Eerst legt hij het model van taal uit waarin hij gelooft. Lees verder >>

Waarom zijn wij de enigen met taal?

Door Marc van Oostendorp

Taal heeft de mens veel gebracht: de naakte, zwakke aap die niet noemenswaardig kan rennen of verscheuren vinden we in grote – sommige zouden zeggen: veel te grote – aantallen over de gehele wereld, en er komen er nog steeds bij.  En dat komt waarschijnlijk voor een groot deel door de vele voordelen die de taal biedt.

Wanneer taal zo belangrijk is voor de evolutie van de menselijke soort, waarom zijn wij dan de enigen die taal hebben? Dat is de vraag die de taalkundigen Bob Berwick en Noam Chomsky stellen in hun onlangs verschenen boek Why only us?

Eén mogelijk antwoord is: wij zijn niet de enigen. Andere diersoorten – apen, dolfijnen, zangvogels – hebben op zijn minst een rudimentaire vorm van taal.
Lees verder >>

Zijn alle talen terug te leiden op één oertaal?

Onverwachte taalvragen uit de wetenschapsagenda (16)

Door Marc van Oostendorp

Eva
Illustratie: M. van Oostendorp

Als je iets leert bij het doornemen van de wetenschapsagenda, is het hoe weinig we weten. Heel veel vragen zijn de weerslag van oprechte nieuwsgierigheid – de nieuwsgierigheid die ook voor de onderzoeker misschien ooit de reden was om een vak te kiezen. Maar het antwoord op die vragen weet hij ook na lange studie niet.

Neem de volgende vraag. Hij is volkomen redelijk, en fascinerend. Ja! Hoe zit dat eigenlijk?

  • Zijn alle talen terug te leiden op één oertaal? Hoe kan het dat er zoveel verschillende talen bestaan, terwijl we wel denken dat alle mensen uiteindelijk afstammen van één oermens. Stammen al die verschillende talen dan ook af van één oertaal?
Het antwoord op deze vraag is niet alleen op dit moment niet duidelijk, het ziet ernaar uit dat we misschien nooit een antwoord zullen vinden.

De prijs die wij mensen voor taal betaald hebben: een slechter geheugen

Taal en getal (3)

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: M. van Oostendorp

De vraag in hoeverre mensapen taal hebben, of kunnen leren, of in ieder geval rudimenten hebben van menselijke taal heeft de mensheid lang gefascineerd, en terecht. Het is evolutionair gezien heel wonderlijk dat wij zoiets zo ingewikkelds bezitten – daar moeten onze naaste verwanten toch op zijn minst al enkele sporen van laten zien?

Op het symposium over taal en getal waar ik nu ben is ook een van de grootste deskundigen op dit gebied aanwezig, de Japanse primatoloog Tetsuro Matsusawa. Hij gaf een fascinerende presentatie over decennia onderzoek naar de cognitieve vaardigheden van mensapen, die hij zowel in hun natuurlijke habitat overal ter wereld als in fraai geconstrueerde, de natuurlijke situatie zoveel mogelijk benaderende, omstandigheden heeft bestudeerd.
Zo kan hij nu laten zien dat chimpanzees kleurennamen kunnen leren. Of in ieder geval dat ze een spelletje kunnen spelen waarbij ze eerst een kleur te zien krijgen en daarna een rijtje Japanse karakters die kleurennamen weergeven, en dan feilloos het juiste karakter eruit kunnen kiezen; of omgekeerd: ze krijgen dan een karakter te zien en wijzen de juiste kleur aan. Zoals ze ook een spelletje kunnen spelen waarbij ze een aantal balletjes op het scherm zien en daarna het juiste getal kunnen aanwijzen.

Lees verder >>

Lachen is de norm

Door Lucas Seuren

Enkele weken terug kondigde Tempo Team aan dat uit eigen onderzoek was gebleken dat ongeveer een derde van de werknemers lacht om grappen van de baas, ook wanneer die baas niet grappig is. Nou is die bevinding op zichzelf niet heel interessant wat mij betreft, maar wat er onder het oppervlak speelt wel. De mensen die Tempo Team had ondervraagd, waren zich dus bewust (of misschien was het onbewust) van twee cruciale redenen om te lachen: (1) we lachen als we iets grappig vinden en (2) lachen is een sociaal smeermiddel. Beide zijn natuurlijk niet bepaald nieuwe bevindingen, maar zeker de tweede is vanuit interactioneel perspectief erg interessant. Want mijn formulering impliceert dat lachen iets vrijblijvends is, maar zoals de respondenten van Tempo Team zich mogelijk ook realiseerden, is lachen alles behalve dat.
Lees verder >>

Circusaap kan mensentaal imiteren

Door Marc van Oostendorp


Ik geloof dat het onderzoek naar een circusaap dat biologen van de Universiteit van Amsterdam vorige week presenteerden < artikel | persbericht> heel belangrijk is. Het laat zien dat apen wel kunnen praten  als ze maar willen. En het roept dus maar weer eens de dringende vraag op waarom ze dat niet doen.

De aap, een orang-oetan met de naam Tilda, blijkt klinkers en medeklinkers te kunnen maken. Dat is op zich nog niet zo bijzonder, vooral omdat de ‘medeklinkers’ een soort smakgeluiden zijn en de ‘klinkers’ wat gebrom. Van belang is vooral de snelheid waarmee Tilda die klanken op elkaar kan laten volgen:


(Nog een filmpje na de breek)
Lees verder >>

Hoe we klanken leren

Door Marc van Oostendorp

Waarom zijn er geen talen waarin drie keer hoesten ‘boterham’ betekent en een keer in je handen klappen ‘eten’? Omdat de woorden van alle (gesproken) talen zijn opgebouwd uit een betrekkelijk kleine verzameling klinkers en medeklinkers. Het aantal varieert van ongeveer 13 in het Hawaiiaans tot ongeveer 130 in sommige talen in zuidelijk Afrika. Het Nederlands zit er zo’n beetje tussen in, met tussen de 40 en 50 klanken, afhankelijk van hoe je telt.

Maar waarom is dat dan eigenlijk zo? Wat maakt zo’n systeem van klinkers en medeklinkers zo aantrekkelijk? Daarover ging een lezing die Bridget Samuels gisteren hield op het congres dat ik dezer dagen bijwoon.

Zo’n klanksysteem is een legodoos. We kunnen in het Nederlands met onze 40 medeklinkers eindeloos nieuwe woordjes bouwen: hoziedipdok, kroekeu, peroestuga. Dat is natuurlijk ook nodig, want we kennen tienduizenden woorden. Om die allemaal te kunnen onthouden is het handiger om ze allemaal met min of meer dezelfde verzameling mondbewegingen te maken die toch nog uit mekaar te houden zijn.

Lees verder >>

Mensen zijn apen en vogels in één

Door Marc van Oostendorp


Gibbonnetje

Nu berichten verschillende websites over alwéér een nieuwe evolutionaire verklaring voor het ontstaan van taal.

Het valt niet meer bij te houden hoeveel boeken en artikelen er verschijnen over de evolutie van taal. Het lijdt geen twijfel dat het vermogen om te spreken en te luisteren en in taal te denken de menselijke soort een unieke niche heeft gegeven in het dierenrijk; maar waar komt dat vermogen vandaan?

Het probleem is: we zullen het antwoord op die vraag misschien nooit weten, eenvoudigweg omdat het te lang geleden is, en er niets is overgebleven van de tijd dat het gebeurd is. Bovendien is er nu eenmaal maar één diersoort die taal heeft – de homo sapiens. Tegelijkertijd is er tussen groepen (‘rassen’) van mensen geen significant verschil in taalvermogen: iedere gezonde baby kan iedere menselijke taal leren wanneer ze in de juiste omgeving opgroeit. Omdat evolutiebiologie eigenlijk alleen goed kan worden uitgevoerd door middel van vergelijking, is ook die methode niet beschikbaar.
Lees verder >>

Is wijzen de oertaal?

Een nieuwe theorie over de oorsprong van taal
 

Door Marc van Oostendorp

Hoe is de menselijke taal ontstaan? Dat ingewikkelde, subtiele, rijke systeem van communiceren, dat op het eerste gezicht geen duidelijke parallel heeft in het dierenrijk – hoe heeft dat ooit kunnen evolueren?

Er zijn allerlei theorieën over, maar volgens de Amerikaanse psycholoog Michael Tomasello is het begonnen met wijzen. Zijn onlangs verschenen boek A Natural History of Thinking gaat, zoals de titel al zegt, vooral over een andere fascinerende vraag: hoe is het menselijk denken ontstaan? Maar die vraag kun je natuurlijk niet beantwoorden door op zijn minst iets te zeggen over taal.

De unieke menselijke vorm van denken is volgens Tomasello voortgekomen uit samenwerking. Geen andere primatensoort kent de coöperatievorm van de mens: we doen iets samen, waarbij ieder een eigen rol heeft. Wanneer jij dat damhert nu opjaagt, wacht ik hem aan de andere kant van het bosje op. Samen verdelen we daarna de buit. Kleine kinderen kennen dat principe al, laat Tomasello zien, maar mensapen niet. Wanneer chimpanzees samen op jacht gaan, jagen ze in zekere zin ieder voor zich, maar parallel. Eén chimpanzee vangt de buit; als die te groot is, gooit hij stukken toe naar de anderen, maar eerlijk gedeeld wordt er niet.

Lees verder >>

Praten met je hond

Door Marc van Oostendorp

“Leg nu onmiddellijk de Telegraaf neer!” Wie weleens boos iets heeft geroepen tegen zijn hond, weet dat Fikkie op dat moment ineenkrimpt. Hoe kan dat? Kunnen honden menselijke taal verstaan? Nieuw onderzoek van de vorig jaar in Nijmegen gepromoveerde Hongaar Attila Andics laat zien dat er in zijn brein iets gebeurt dat lijkt op hoe de menselijke hersenen op gemopper reageren.

De onderzoekers legden honden én mensen onder de scanner en lieten ze naar opnamen luisteren van honden en mensen in verschillende omstandigheden. Sommige van de resultaten zijn niet zo verrassend: honden herkenden bijvoorbeeld hondenemoties dan mensenemoties en bij mensen was het omgekeerd.

De kern van de bevinding is wel nieuw: het is, mutatis mutandis, hetzelfde hersengebiedje dat oplicht bij Fikkie als bij jou en mij. (Ik ga er nu even voor het gemak vanuit dat honden Neder-L niet lezen.)
Lees verder >>

‘Hok’ en ‘krak’ in apentaal

Door Marc van Oostendorp

Wat bedoelen apen in Sierra Leone en Ivoorkust als ze krak roepen, of hok-oe? Daarover gaat een fascinerend artikel van de semanticus Philippe Schlenker en anderen dat deze week verscheen op de taalkundige downloadsite Lingbuzz en daar meteen een van de populairste artikelen weet.

Ja, het is Pinksteren, dus vandaag schrijf ik niet over het Nederlands. Die Afrikaanse aapjes bedoelen met hok en krak iets heel anders dan u en ik.
Lees verder >>

Een neanderthaler als dichter

Door Marc van Oostendorp 

Als ik mensen hoor die zich zorgen maken over de staat van de poëzie, denk ik: het is maar goed dat de homo sapiens de neanderthaler heeft uitgeroeid, want anders was de ellende helemaal niet te overzien geweest.

Uit recent onderzoek komt naar voren dat de neanderthal minder sociaal was dan de moderne mens, althans dat de neanderthalhersens minder op een sociaal leven waren ingericht. In plaats daarvan hadden ze grotere ogen, en ook een groter stuk van hun hersenen die het visuele signaal kon verwerken. (Enkele populair-wetenschpelijke publicaties staan hier en hier; het oorspronkelijke artikel staat hier.)

Lees verder >>