Tag: etymologie

Dubben

Bij het doorzoeken van de Statenbijbel naar het gebruik van als en/of dan kwam ik opeens deze zin tegen:

 “Als radeloose, die met gedurich dencken, ende dubben, den tijt vast slijten, ende niet sekers besluyten, nochte tot de sake en doen (Statenbijbel, Genesis XLII 1637).
Een mooie vondst want dit citaat ontbreekt in het Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT).
Maar ik was vooral verbaasd. Dat gebruik van dubben leek wel een omgekeerd anachronisme. Voor mijn gevoel was dubben namelijk een modern woord dat je al helemaal niet in die statige Statenbijbel zou verwachten. Dat gevoel bleken nog een paar mensen te hebben, reden om eens na te gaan waar dat gevoel vandaan komt of op berust. 

Nicoline van der Sijs hoogleraar Historische taalkunde van het Nederlands in de digitale wereld aan de Radboud Universiteit Nijmegen

Prof. dr. Nicoline van der Sijs (1955) is met ingang van 1 januari 2013 benoemd tot hoogleraar Historische taalkunde van het Nederlands in de digitale wereld aan de Radboud Universiteit Nijmegen. De leerstoel past in het onderzoeksprofiel van de Faculteit der Letteren op het gebied van e-humanities: onderzoek, ontwikkeling en gebruik van digitale technieken in de geesteswetenschappen.
Lees verder >>

Verwantschapstermen in het Huizer dialect

door Viorica Van der Roest

Vorige week vertelde ik over dieren- en plantennamen in het Huizer dialect. Een andere interessante categorie woorden uit dit dialect wordt gevormd door de verwantschapstermen en de woorden voor man en vrouw. Een getrouwde man is in Huizen een ‘taatje’, en een getrouwde vrouw een ‘nenne’. Een tante is een ‘meutjen’ (maar een oom gewoon ‘oom’), een oudtante een ‘peutjen’, en grootvader en grootmoeder worden ‘ôta’ en ‘ôëtjen’ genoemd. Op het eerste gezicht een verzameling vreemde woorden, maar de meeste blijken wijdverbreid in Holland en zelfs (ver) daaromheen, zij het soms in een iets andere betekenis.

Om te beginnen ‘taatje’. Het WNT noemt ‘taat’, maar dan in de betekenis van grootvader. In een bijzonder boekje dat integraal herdrukt werd in TNTL 57 (in een artikel van G. Kloeke), staat een lange lijst met woorden uit het Haagse dialect van rond 1730. Hier betekende ‘taat’ blijkbaar vader. In TNTL 48 wordt, in een artikel van J.W. Muller, melding gemaakt van ‘teuta’ in de betekenis van vader. Ook al zo vroeg opgetekend, namelijk in het begin van de 17e eeuw, door de humanist Aernout van Buchel. Het woord heeft dus vooral vader betekend, maar heeft in Huizen blijkbaar gaandeweg de betekenis gekregen van getrouwde man . En het woord voor vader is in het Huizer dialect gewoon ‘vader’. Lees verder >>

Dieren- en plantennamen in het Huizer dialect

Door Viorica Van der Roest

Huizen zoe as ’t nooit meer wurdt. Deze melancholieke titel van een boekje uit 1981 over het Noordhollandse Huizen geeft aardig weer hoe veel oudere Huizers zich tegenwoordig over hun dorp voelen. Huizen had altijd een geïsoleerde positie in het Gooi, maar sinds halverwege de twintigste eeuw is het dorp volgestroomd met ‘buitenlui’ en is de Huizer cultuur iets geworden dat beschermd moet worden om te kunnen blijven bestaan. Een belangrijk onderdeel van die cultuur is het Huizer dialect, dat in een aantal opzichten afwijkt van de andere dialecten in het Gooi, en meer verwant is met bijvoorbeeld het Urks of het Westfries. De Huizer Historische Kring en toneelvereniging Ontwaakt doen erg hun best om het dialect levend te houden, tegen de stroom in. Maar of het gaat lukken? Gelukkig heeft het Meertens Instituut een aantal mooie opnamen gemaakt. Op de website van de Historische Kring Huizen is één van deze opnamen te beluisteren.

Intussen is er nog wel heel veel interessants te ontdekken over het Huizer dialect. Lees verder >>

Lik op stuk


“Net als voorgaande jaren zal er ook tijdens de komende jaarwisseling hard worden opgetreden tegen veroorzakers van ongeregeldheden. Zoveel mogelijk wordt lik-op-stuk-beleid toegepast.” Aldus een persbericht van het Openbaar Ministerie van 21 december. De personen die ’t betreft weten natuurlijk dondersgoed wat dat lik-op-stuk-beleid inhoudt:  (super)snelrechtzittingen en  meteen uitzitten van opgelegde gevangenisstraffen, maar waar de uitdrukking vandaan komt en wat ie oorspronkelijk betekende, daarover zullen zich wel nooit ’t hoofd gebroken hebben, vermoed ik. Dat heb ik wel gedaan.

Lees verder >>

Uitgeluld in onze kuttaal

Nederlands doceren in Jeruzalem, dat is ook niet makkelijk. Mieke Daniëls-Waterman schrijft erover in een stukje op de website van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek.

Wat is het probleem? Daniëls wordt af en toe ‘beschroomd’ van het taalgebruik van Nederlandse auteurs. Die gebruiken namelijk zinnen als “Pas toen de tong was uitgeluld en als een slap blaadje spinazie in zijn mond lag, sprak zijn zoon de eerste woorden.” Dat is natuurlijk ook een lelijke zin, maar het gaat Daniëls daarbij eigenlijk alleen maar om één woord: uitgeluld. Hoe moet ze dat uitleggen? “Een regelrechte vertaling geven of een omslachtige omschrijving en er een biologieles van maken?”

Ze drukt zich wat omzichtig uit, maar Daniëls lijkt te denken dat ze om uitgeluld uit te leggen, eerst moet uitleggen wat een lul is. Maar er is geen enkele reden om dat te doen.

Lees verder >>

Taal als kleurplaat

Dat onze taal een mengeling is van woorden uit alle tijden, dat kun je laten zien met kleuren. Neem bijvoorbeeld de eerste zin uit de Max Havelaar:

Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelyks te lezen, omdat ik een man van zaken ben.

Ik heb hier de leenwoorden uit het Frans lichtoranje gemaakt, die uit het Latijn donkeroranje en die (dat) uit het Turks groen. Dat het Nederlands veel minder woorden geleend heeft dan het Engels blijkt dan in één oogopslag uit de vergelijking met de eerste zin Tom Sawyer (gekopieerd van deze pagina, waaraan ik ook het idee om leenwoorden te kleuren ontleend heb):
Lees verder >>

Ga toch fietsen

Door Jan Stroop

Of het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde een “peer-reviewed journal” is, weet ik niet. Er wordt in elk geval wel beoordeeld. Ik doe daar zelf namelijk ook af en toe aan mee. Maar soms lijken de beoordelaars van het TNTL de deskundigheid te missen om het tijdschrift voor uitglijders te behoeden. Die gedachte kwam bij me op toen ik in ’t laatste nummer ’t artikel Fiets ‘ersatzpaard’ las. Daarin presenteren Gunnar de Boel en Luc de Grauwe (voortaan B en G) een etymologie die op geen enkele manier aannemelijk gemaakt wordt. Hun conclusie is dat het Nederlandse woord fiets een Duits leenwoord is, dat teruggaat op het Latijnse leenwoord vice in de betekenis ‘plaatsvervanger’.

Dat zit zo.
Lees verder >>