Tag: etymologie

Uitgeluld in onze kuttaal

Nederlands doceren in Jeruzalem, dat is ook niet makkelijk. Mieke Daniëls-Waterman schrijft erover in een stukje op de website van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek.

Wat is het probleem? Daniëls wordt af en toe ‘beschroomd’ van het taalgebruik van Nederlandse auteurs. Die gebruiken namelijk zinnen als “Pas toen de tong was uitgeluld en als een slap blaadje spinazie in zijn mond lag, sprak zijn zoon de eerste woorden.” Dat is natuurlijk ook een lelijke zin, maar het gaat Daniëls daarbij eigenlijk alleen maar om één woord: uitgeluld. Hoe moet ze dat uitleggen? “Een regelrechte vertaling geven of een omslachtige omschrijving en er een biologieles van maken?”

Ze drukt zich wat omzichtig uit, maar Daniëls lijkt te denken dat ze om uitgeluld uit te leggen, eerst moet uitleggen wat een lul is. Maar er is geen enkele reden om dat te doen.

Lees verder >>

Taal als kleurplaat

Dat onze taal een mengeling is van woorden uit alle tijden, dat kun je laten zien met kleuren. Neem bijvoorbeeld de eerste zin uit de Max Havelaar:

Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelyks te lezen, omdat ik een man van zaken ben.

Ik heb hier de leenwoorden uit het Frans lichtoranje gemaakt, die uit het Latijn donkeroranje en die (dat) uit het Turks groen. Dat het Nederlands veel minder woorden geleend heeft dan het Engels blijkt dan in één oogopslag uit de vergelijking met de eerste zin Tom Sawyer (gekopieerd van deze pagina, waaraan ik ook het idee om leenwoorden te kleuren ontleend heb):
Lees verder >>

Ga toch fietsen

Door Jan Stroop

Of het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde een “peer-reviewed journal” is, weet ik niet. Er wordt in elk geval wel beoordeeld. Ik doe daar zelf namelijk ook af en toe aan mee. Maar soms lijken de beoordelaars van het TNTL de deskundigheid te missen om het tijdschrift voor uitglijders te behoeden. Die gedachte kwam bij me op toen ik in ’t laatste nummer ’t artikel Fiets ‘ersatzpaard’ las. Daarin presenteren Gunnar de Boel en Luc de Grauwe (voortaan B en G) een etymologie die op geen enkele manier aannemelijk gemaakt wordt. Hun conclusie is dat het Nederlandse woord fiets een Duits leenwoord is, dat teruggaat op het Latijnse leenwoord vice in de betekenis ‘plaatsvervanger’.

Dat zit zo.
Lees verder >>