Tagarchief: etymologie

Nogmaals blinn auga: nieuwe inzichten van negentig jaar geleden

De afgelopen periode is er op Neerlandistiek een discussie gevoerd over de mogelijke herkomst van de Germaanse term blinn auga in een middeleeuwse Ierse woordenlijst. De drie belangrijkste discussianten geven vandaag ieder een slotwoord. Tot er nieuwe gegevens opduiken beschouwen we de discussie hiermee … Lees verder

Geplaatst in column, taalkunde | Getagged , | Één reactie

Tijdverlies

Door Michiel de Vaan tijdverlies zn. ‘tijdverspilling, tijdverlies’ Samenstelling van tijd en verlies. Vroegmiddelnederlands titverlis betekent vooral ‘tijdverspilling, het verdoen van tijd’. Oudste attestatie in Dijn wise wort si sonder fel ende sonder tijtverlies dijn spel (van Maerlant, Spiegel Historiael, … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Één reactie

Flamenco, flamingo’s en Vlaanderen

Door Viorica Van der Roest Een raadsel: wat is het verband tussen Andalusische muziek, Vlaanderen en knalroze vogels? Al sinds ik jaren geleden begon met het volgen van flamencodanslessen heb ik me dat afgevraagd. De mysterieuze link tussen de Andalusische … Lees verder

Geplaatst in column, taalkunde | Getagged | 5 Reacties

Mooi Nederlands (6): woord

Door Marc van Oostendorp Medewerkers van de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit kiezen deze week – de week tussen de oraties van Marc van Oostendorp en van Lotte Jensen, twee nieuwe Nijmeegse hoogleraren – mooie brokken … Lees verder

Geplaatst in video | Getagged | Een reactie plaatsen

Fiets–vitis–vicis. Wellicht stamt fiets af van Latijn vitis, niet vicis

Door Gerard Kempen In zijn onlangs verschenen De taal van de fiets vat Wim Daniëls in tien bladzijden de diverse theorieën samen over de herkomst van het woord fiets. Aan het eind van zijn overzicht concludeert hij dat niemand weet … Lees verder

Geplaatst in artikel | Getagged , | 36 Reacties

zoeven

Door Michiel de Vaan zoeven ww. ‘suizen, snorren’ Mogelijk in oorsprong een klanknabootsende vorm *sūf of *sōf, vgl. ook suizen uit klanknabootsend *sūs. De overlevering laat een opvallende verdeling zien: het woord komt eenmaal voor in het Middelnederlands, als gesoef … Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , | Één reactie

Zieltogen

Door Michiel de Vaan zieltogen ww. ‘op sterven liggen’ Middelnederlands sieltōghen ‘de laatste adem uitblazen, in doodsstrijd liggen’ (1455–1465, in Devote oefeninge van Brugman: Ooc sach se hem bleeck werden ende sieltoghen, ende in dat leste saghen se hem … … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Reacties staat uit voor Zieltogen

wurgen

Door Michiel de Vaan wurgen ww. ‘de keel dichtknijpen’ Vroegmiddelnl. verworgen ‘wurgen’ (1240), worgen ‘bij de keel grijpen’ (1291–1300), ghewurghet ‘gewurgd’; Middelnl. worgen, verworgen ook onovergankelijk ‘stikken, smoren’, (1479). Nieuwnl. worgen (1510), gewercht (1573), wurgen (1617). Nog rond 1900 geldt … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | 3 Reacties

wuft

Door Michiel de Vaan wuft bn. ‘frivool’ Mnl. wijft ‘beweeglijk’ (1475–1495), Nnl. wift ‘beweeglijk, onbezonnen, lichtzinnig’ (1562), bw. wifjes ‘op levendige wijze’ (1659); met -u- Nnl. wuft ‘beweeglijk; dwalend, zwervend; lichtzinnig, onbestendig’ (1602), zelden wuf (1624). De u-vormen lijken vooral … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | 2 Reacties

Wichelen

Door Michiel de Vaan wichelen ww. ‘voorspellingen doen uit tekens’ Middelnederlands vyghlen (1414), wijchelen ‘waarzeggen, voorspellen’ (1437). Nieuwnl. wijchelen ‘voorspellen’ (1528), wichelen (1588). Afleidingen onder andere Mnl. en Nnl. wichelare, wijchelaer, wijgheler ‘waarzegger’ en wichelije ‘waarzeggerij’. Zie voor de samenstelling … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Reacties staat uit voor Wichelen