Tag: etnolecten

Hij mag ook geen döner, dan lijkt hij teveel op een Turk

Door Marc van Oostendorp

Wat doe je als je in Venlo woont, je doet vmbo-basis en ze je een kut-Marokkaan noemen? Dan neem je dat label en je speelt ermee.

In een nieuw artikel in het Journal of Sociolinguistics legt de Maastrichtse onderzoeker Pomme van de Weerd uit hoe dat gaat. Honderden uren heeft ze op die vmbo in Venlo doorgebracht en ze voerde vele gesprekken met leerlingen van het basistrack (dat als het ‘laagste’ wordt beschouwd, :”Vergeet niet wij zijn basis!” roepen de leerlingen soms als ze vinden dat een docent te veel van ze vraagt.)

Lees verder >>

‘Straatpraat’: jammerrrr

Door Marc van Oostendorp

Zouden er wetenschappers zijn die niet af en toe het verzoek krijgen om scholieren te helpen met hun profielwerkstuk? Ik probeer altijd aan dat soort verzoeken te voldoen, althans als de leerlingen in kwestie het me niet al te lastig maken om ze te bereiken.

In mijn geval gaan de meeste verzoeken vermoedelijk over straattaal en ik vermoed daarom dat dit al jarenlang hét taalkundig onderwerp is voor profielwerkstukken over taal. Ik weet bijvoorbeeld helemaal niet veel over het onderwerp, mijn grootste claim to fame op dit gebied is eigenlijk dat ik 20 jaar geleden op één kamer zat met René Appel toen hij het fenomeen min of meer ontdekte als onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. Dus als een scholier bij mij terecht komt om er meer over te weten, moeten ze wel heel wanhopig zijn.

Er is nu een nieuw boekje over straattaal, Straatpraat, van de psychologe Jiska Duurkoop. Ik heb daarover goed nieuws en slecht nieuws.  Lees verder >>

Zwart-wit? Oftewel: onderwijzen door te polariseren?

Door Frans Hinskens

Zoals de meesten die wel eens iets publiceren vind ik het leuk wanneer mijn werk door collega’s aangehaald wordt; het is niet onopgemerkt gebleven. Als er kritische noten gekraakt worden denk ik soms: ik had het misschien helderder moeten opschrijven. Of: kennelijk had ik ergens overheen gekeken. Bij onterechte kritiek denk ik meestal: hij of zij heeft het niet goed gelezen – maar daar heb ik mezelf vast ook wel eens aan bezondigd. En dan ga ik maar weer over tot de orde van de dag.

Als je werk onjuist wordt voorgesteld in een leerboek wordt het een andere zaak. De meeste studenten zullen niet de tijd kunnen nemen om een studie die bekritiseerd wordt op te sporen om na te gaan of de kritiek terecht was. Voor zover de bekritiseerde studie in het geheugen opgeslagen wordt, gebeurt dat in het vakje ‘zo hoort het niet’.

In de vorig najaar verschenen, onvolprezen bundel De vele gezichten van het Nederlands van Vlaanderen, geredigeerd door Gert de Sutter (Leuven/Den Haag: Acco), staan uitstekend gedocumenteerde en toegankelijke overzichten van een scala aan aspecten van de complexe Vlaamse taalsituatie, geschreven door maar liefst 17 experts. Lees verder >>

‘Ik zit bhel shi zombi achter de laptop’

Door Marc van Oostendorp

Dat Marokkaanse jongeren in Nederland graag hun taal kruiden met woorden uit het Berber en het Arabisch, dat weet vermoedelijk iedereen. Maar waarom doen ze dat eigenlijk?

De reden is aantoonbaar niet dat ze niet beter weten. Wanneer een Marokkaanse jongere een officiële brief moet schrijven, komt hij heus niet ineens met wollah aanzetten. Maar waarom doen ze het dan wel? In het meeste onderzoek tot nu toe wordt ervan uitgegaan dat de jongeren het doen om hun identiteit uit te drukken of vorm te geven: door dat soort woorden te gebruiken laat je zien wie je bent, wie je wilt zijn, tot welke groep je hoort. Je creëert een onderlinge band door te laten merken dat je Marokkaanse woorden kent.

Maar in een interessant nieuw artikel in Nederlandse Taalkunde laat de hoogleraar Berber-talen Maarten Kossmann zien dat ook nog een andere factor een rol kan spelen: Marokkaanse jongeren gebruiken dat soort woorden ook om een wat lichtere toets aan te slaan – om te laten merken dat ze wat ze zeggen licht ironisch is. Lees verder >>

De subtiliteiten van het zwarte Engels

Door Marc van Oostendorp

Het Nederlands dat in Nederlands Indië werd gesproken was geen verzameling taalfouten.  Men gebruikte weliswaar constructies en woorden die hier in Europa ongebruikelijk waren en zijn, en had een andere uitspraak van het Nederlands, maar fout was dat niet.

Jullie willen mij nu misschien best geloven, maar dat gold waarschijnlijk niet voor de meeste van jullie opa’s en oma’s. Toen die taal nog echt gesproken werd, werd erop neergekeken en werd erom gelachen. Hoe had je daar indertijd als taalkundige tegenin moeten gaan?

Zo’n variëteit van het Nederlands bestaat nu geloof ik niet meer. De zogenoemde straattaal is (nog) niet echt een coherente taalvorm, en bestaat vooral uit een verzameling woorden die bovendien de hele tijd van samenstelling verandert. Er ontstaat blijkens allerlei onderzoek wel een zogeheten etnisch Nederlands, maar dat verkeert nog in een vroege fase. Ik heb de indruk dat veel mensen het Surinaams Nederlands wel accepteren als een eigen vorm, naast het Belgisch en het Nederlands Nederlands, en niet als een soort kromtaal, hoewel ik niet uitsluit dat dit komt doordat ik als witman eenvoudigweg nooit met discriminatie van het Surinaams Nederlands wordt geconfronteerd. Lees verder >>

APT: een ‘grap’ of taalkundig interessant?

Door Kristel Doreleijers,
student Neerlandistiek aan de Universiteit Utrecht

in samenwerking met Roos Hamelink en Noortje Smits

badmeesterIedere zomer vertrekt een groep van ongeveer 24 jongens van het Utrechtsch Studenten Corps voor negen weken naar Texel om daar als badmeester te werken. Rode zwembroeken, spijkerblouses (die NIET gewassen mogen worden) en veel bier zijn de ingrediënten voor hun periode op het eiland als ‘bademeisters’. Maar hun uiterlijk en studentikoze gedrag is niet het enige wat de jongensgroep zo’n opvallende verschijning maakt. De bademeisters spreken immers ook een eigen taal: Algemeen Puur (of Plat) Texels (APT).

Op 19 april 2015 wordt op NPO 3 de teledocumentaire Bademeisters uitgezonden. De documentaire is een observatie van de jongens: ‘de Texelse boys’. Wat doen zij tijdens hun opleiding en hun werk als badmeesters? Filmregiseusse Judith van Leeuwen wilde de bademeisters vastleggen zonder een expliciet oordeel te geven. ‘Ze spelen een spel, het is een initiatieritueel waarbij de vraag is hoe zij zich eigenlijk tot de badgasten verhouden: zijn zij er voor de badgasten of zijn de badgasten eigenlijk pionnen in hun spel?’ Lees verder >>

Vacature Postdoc Taalpolitiek in meertalige scholen, ULB Brussel.

The Langues et Discours research centre of the Université Libre de Bruxelles (ULB) is looking for a postdoctoral researcher to work on “Between the devil and the deep blue sea. Implementing language policy in urban heteroglossic schools”, a new project funded by the Belgian Fund for Scientific Research (FNRS).
Project description: The project sets out to investigate how teachers implement monolingual policies in distinctly heteroglossic urban schools. Its goals are to investigate how teachers articulate a monolingual policy, to what extent and in what way teachers are responsive to linguistic diversity, and which conditions facilitate either of these realisations. These questions will be explored in four Belgian secondary schools. Data have already been collected for two of these schools by the project promotor. These data will be revisited and compared with new data to be collected by the postdoctoral researcher through ethnographic fieldwork in one or two secondary schools in Brussels (French- and Dutch-medium), depending on the applicant’s command of Dutch and/or French.

De Turks-Marokkaanse z

Door Marc van Oostendorp



Dankzij het werk van Linda van Meel, die op 15 maart in Nijmegen promoveert, weten we nu alweer wat meer over de Marokkaanse z. Bijvoorbeeld dat hij net zo goed door Turken wordt gebruikt.

Van Meel was promovenda in een groter project over het ontstaan van zogenoemde etnolecten – variëteiten van een taal die gebruikt worden door moedertaalsprekers die een bepaalde etnische achtergrond hebben en deze achtergrond ook in hun taalgebruik tot uiting laten komen, zoals dialecten variëteiten zijn van mensen uit een bepaald geografisch gebied en sociolecten variëteiten van mensen uit een bepaalde sociale groep (de middenklasse; de vrouwen; de hoogopgeleiden).

In het project werden Turkse, Marokkaanse én ‘witte’ jongeren opgenomen die met elkaar spraken in verschillende samenstelling. Van Meel richtte haar onderzoek vooral op enkele klanken zoals de tweeklank ei en de klinkers aa en ah. En dus die z.

Ik denk dat de meeste Nederlanders en Vlamingen zich wel iets kunnen voorstellen bij de Marokkaanse z.
Lees verder >>