Tag: essays

Een geruststellende groet van gene zijde

Door Marc van Oostendorp

‘Soms begint iemand hardop tegen iemand te praten.’ Zo begint het eerste van de twintig stukken in de nieuwe essaybundel van Guus Middag, De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig. Het is een opening die Middags werkwijze kenmerkt: ineens bevindt de schrijver zich ergens, in een nieuwe onbekende wereld.

De eerste zinnen van heel veel stukken gaan over zo’n confrontatie, die meestal als plotseling wordt beschreven. ‘Het is nacht en het is stil in het grote donkere bos. Er is alleen een eekhoorn.’ ‘Ik hoorde op de radio een live-optreden van Katinka Polderman (1981).’ ‘Hoe komen wij elkaar tegen in de liefde?’ Eén keer benoemt de essayist zijn favoriete opening zelfs als die van een toevallige ontmoeting in de eerste zin van een stuk: ‘Dit is een goede zin om een verhaal mee te beginnen: “Vannacht kwam ik mijn ouders tegen.”‘

Lees verder >>

Ruimte in het hoofd

Door Marc Kregting

Toen onlangs het literaire tijdschrift G. een nummer plande over Patricia de Martelaere die tien jaar geleden overleed, bleek van deze begenadigde en bewierookte essayiste-romanschrijfster, wier oeuvre decennia omspant, geen enkel boek voorradig. Jongere auteurs waren geïnteresseerd om aan het nummer mee te doen, en moesten zich behelpen met fotokopieën en niet-afgeschreven bibliotheekexemplaren. Prachtig dus dat Nina Polak en Joost de Vries eind 2018 met de bloemlezing De wereld in jezelf. De Nederlandse en Vlaamse literatuur van de 21e eeuw in 60 essays materiaal hebben verzameld dat, hoe recent ook, amper beschikbaar blijkt. Bovendien heeft deze gebonden editie een leeslint, hintend dat het genre trage consumptie eist – die de voorbarige datering in de ondertitel kan verklaren.

De twee samenstellers nemen in hun voorwoord uitdagend afstand van het essay als beschouwende tekst (hun cursivering), die een afstandelijk betoog zou afsteken. Polak en De Vries hebben voorkeur voor onderzoek dat meandert en een persoonlijke toets toelaat. Meteen is dan de vraag of het een het ander uitsluit. Hoe zouden ze bijvoorbeeld Montaigne percipiëren, verklaard grondlegger van het essay? De samenstellers omzeilen die kwestie pragmatisch, doordat de eisen van de tijd volgens hen zijn veranderd. Voor hen is het tekenend dat er recent een heruitgave verscheen van Marja Pruis’ De Nijhoffs en ik. Dit debuut was in 1999 ‘ongenadig hard afgefakkeld’ omdat de auteur zich voor haar onderwerp drong. Nu wordt zo’n prominent ik, constateren Polak en De Vries, ‘unaniem geprezen’. Lees verder >>

Waarom Rudy Kousbroek zoveel vragen stelde

Door Marc van Oostendorp

Foto: Roland Gerrits/ Anefo. (Bron: Wikimedia)

Dat je van schrijvers kunt leren, daar hoor je niet zo vaak over. Toch is dat onmiskenbaar soms een reden om te lezen: dat een schrijver dingen zegt die je bewondert en waar je je ideeën en misschien je leven aan aanpast. Maar zeker in wetenschappelijk werk kom je niet vaak iemand tegen die toe zal geven dat hij iets van een schrijver geleerd heeft.

Wat dat betreft eindigt het proefschrift Rudy Kousbroek in de essayistisch-humanistische traditie dat de neerlandicus Rudy Schreijnders onlangs aan de Universiteit voor Humanistiek verdedigde op een verrassende manier, namelijk met een lijstje dingen die je van Kousbroek kunt leren. Het betreft dan lessen als “Denk zelf na, wees eerlijk, prik mythes door, ook als je daarbij tegen de stroom van de heersende moraal of publieke opinie in moet roeien.”

Hier is een bewonderaar aan het woord. Lees verder >>

Pas verschenen: De ware marsrichting

(Ingezonden mededeling)

Nu alle literatuurredacties hun bureau hebben opgeruimd en de kerstinkopen zijn gedaan, komt Marc Kregting met zijn veertiende titel De ware marsrichting.

Kregting breekt zich het hoofd over de opinie-industrie, van krant tot sociaal medium. Literaire auteurs laten zich daarin kritisch over de actualiteit uit. Aan de hand van acht cases weegt hij de mogelijkheden en beperkingen van het maatschappelijk debat.

Onderweg roert Kregting kwesties aan als:

  • Mag een burgerrecensent op bol.com romanpersonages terechtwijzen?
  • Hoe kon Hugo Claus na zijn dood worden vergeleken met een varken?
  • Is de censuur van een ex-katholiek anders dan die van een moslimpamflettist?
  • Dient Karel van het Reve nog altijd als een placebo-God?
  • Is De leeuw van Vlaanderen geschreven in de meest superdiverse wijk van Antwerpen?
  • Was Arjen Lubach schrijver toen hij Zwarte Piet ‘most offensive and racist’ noemde?
  • Hoe ironisch zag Mulisch de ironie van zijn voorkeur voor Geert Wilders?
  • Betreurt Leon de Winter zijn brochure Handleiding ter bestrijding van extreem rechts?

Lees verder >>

20 februari: Avond van het Essay

Waar: Perdu, Amsterdam
Wanneer: 20 februari
Aanvang: 20.00, zaal open 19.30
Reserveren via Perdu.nl
Auteurs Christophe van Gerrewey, Thijs Lijster, Nina Polak en Daniël Rovers vertellen op deze avond over hun favoriete essay. Waarom is het gekozen werk een voortreffelijk voorbeeld van het genre? Welk invloed heeft het essay op hun eigen werk gehad? En wat zijn nu juist die specifiek essayistische kenmerken die het werk zo goed maken? Vijf totaal verschillende maar gelauwerde auteurs en werken komen aan bod: ‘Het essay als vorm’ van Theodor W. Adorno in combinatie met Walter Benjamins ‘Over enkele motieven in Baudelaire’, Roland Barthes over Proust, ‘On Self-Respect’ van Joan Didion en Willem Jan Ottens ‘De zoon als vader van de vader.’
Vervolgens gaan de sprekers met elkaar in discussie over de relevantie en impact van deze vorm nu. Waar kan een schrijver nog echt lange beschouwende stukken publiceren? Hoe verhoudt het essay zich tot de longread? Wat is het belang van dit genre voor het publieke debat?

Niet de as bewaren, maar het vuur doorgeven

Over Wat er op het spel staat van Cyrille Offermans

Door Marc van Oostendorp

De laatste schrijver aan wie Cyrille Offermans een essay wijdt in zijn nieuwe boek Wat er op het spel staat is Joke van Leeuwen, een schrijfster die zowel voor kinderen als voor volwassenen geschreven heeft. Dat een ernstig literatuurbeschouwer als Offermans, deskundige op het gebied van algemeen als moeilijk bekend staande experimentele schrijvers als Gerrit Kouwenaar, Jacq. Vogelaar en Ivo Michiels, waardering zou hebben voor kinderboeken, verwacht je op het eerste gezicht niet. 
Maar na lezing van deze nieuwe persoonlijke literatuurgeschiedenis, zie je dat Van Leeuwen voor hem zo’n beetje de ideale schrijver moet vertegenwoordigen. “De kinderlijke spontaniteit”, schrijft hij, “is opgelost in precieze en vormgeving, in een geraffineerde verstrengeling van verhalen, talloze impliciete verwijzingen en onuitgesproken betekenissen. Daarmee cultiveert ze een vorm van feestelijkheid die maatschappelijk op zijn retour is. Veel tijdgenoten, niet eens alleen jongeren, zien een feest als een orgie van ongeremdheid, liefst collectief te ondergaan in een staat van verdoving die eindigt in een kater van doffe, hulpeloze sprakeloosheid.”
Van Leeuwen lijkt daarmee een paradox op te lossen die in zijn lezersleven gaandeweg voor Offermans is ontstaan.

Lees verder >>