Tag: er

D’r zij licht

Door Henk Wolf

Er zijn veel Nederlandstaligen die het woordje dat we als er schrijven net zo uitspreken als het woordje d’r, dus met een [d] aan het begin, dan eventueel een sterk gereduceerde klinker (de sjwa) en daarna een [r]. Die begin-[d] is historisch, want in veel contexten is er ontstaan uit daar.

Ook de uitspraak waarbij er rijmt op ver (zonder [d], maar met een duidelijke klinker) komt voor. Ik let er weleens op en mijn heel voorzichtige indruk is dat het vooral jonge vrouwen zijn die die uitspraakvariant gebruiken.

Ongetwijfeld wisselen veel Nederlandstaligen tussen beide uitspraakvarianten, maar dat kan niet in alle contexten. Zo merk ik dat ik in ‘er komt een man bij de dokter’ alleen de d’r-uitspraak kan gebruiken, terwijl ik in ‘er was eens een meisje dat Roodkapje heette’ die d’r-uitspraak kan gebruiken, maar er ook op ver kan laten rijmen.

Lees verder >>

Ik zei er van Jaap

Door Henk Wolf

Over het woordje er is heel veel te zeggen en dat is dan ook gedaan. Het heeft een boel functies en het is nog niet zo makkelijk om die allemaal te onderscheiden. Een paar veelvoorkomende gebruikswijzen zijn:

als eerste woord van de zin, bij een onbepaald onderwerp:
Er staat een taart in de vensterbank.

als vervanger van woorden die bij een los telwoord horen:
Jij hebt vier rode appels en ik heb er drie.

als bepaling van plaats:
Kom je ook naar het station? Ik ben er al.

als vervanger van andere woorden die je na een voorzetsel verwacht:
Daar staat mijn chocomel. Het kleutertje kijkt er verlekkerd naar.

Een gebruikswijze die stilletjes uit het Nederlands lijkt te verdwijnen, vinden we in een bekend kinderliedje: Lees verder >>