Tag: Engels

De Amerikaanse cultuur is de beste van 2013

Door Marc van Oostendorp


Het blijft een opmerkelijk fenomeen, dat wat mij betreft af en toe gedocumenteerd moet worden, al is het maar om vast te leggen wat er gebeurt: hoe onze cultuur volkomen geobsedeerd is door de Amerikaanse. Hoe die fascinatie maar niet kleiner wordt, niet door het veeltalige internet, niet door de afnemende economische kracht van Amerika.

Neem nu NRC Handelsblad. Deze krant is dezer dagen op zijn website bezig met een reeks ‘het beste van het web’ (pardon, de het beste van het web’-awards).

Maandag hadden ze de reeks met ‘de beste longreads‘: langere artikelen van meer dan vierduizend woorden. Die komen allemaal uit Amerikaanse kranten en tijdschriften, behalve dat helemaal aan het eind nog even snel twee longreads ‘van eigen bodem’ komen, een uit Vrij Nederland en een uit De Correspondent. Uit andere taalgebieden wordt er kennelijk nooit iets geschreven dat volgens de NRC de moeite waard is, en zelfs in het Verenigd Koninkrijk gebeurt dit niet.

Lees verder >>

Anglicisme van het jaar

De tijd van de verkiezingen van ‘X-van-het-jaar’ is alweer aangebroken. Aan die lijst kan nu een verkiezing Anglicisme van het Jaar worden toegevoegd. Zo’n verkiezing was er nog niet. Dat is niet zo gek: er wordt vaak heel negatief gedaan over Engelse leenwoorden. Ze worden weggezet als indringers, als nare woorden die eerlijke, calvinistische, hardwerkende Nederlandse woorden verdringen. Onzin, vindt internetfenomeen Milfje Meulskens:  “Veel anglicismen zijn buitengewoon nuttige toevoegingen aan onze geweldige Nederlandse taal. Bovendien verdringen ze het Nederlands niet, maar worden de woorden juist aangepast aan de Nederlandse uitspraak, grammatica en uiteindelijk vaak ook spelling.”

Om de anglicismen te eren organiseert Milfje dit jaar voor de eerste keer deze roemruchte verkiezing. Ze doet dit geïnspireerd door onze de Duitse website Anglizismus des Jahres, die al vier jaar met groot succes een dergelijke verkiezing houdt.

Meer informatie vindt u op anglicisme.nl, waar u tot 28 november a.s. ook uw nominaties kunt plaatsen.

Global language of neerlandistiek

Door Marc van Oostendorp

Als ik het goed zie, dringt het Engels de laatste jaren steeds meer door in de neerlandistiek. Ik wees er onlangs al op dat er inmiddels al beschrijvingen zijn van alle aspecten van de grammatica en van de geschiedenis van onze taal in het Engels. Bij een bijeenkomst van redacties van wetenschappelijke tijdschriften over neerlandistiek vorige week in Amsterdam bleek dat alle redacties inmiddels artikelen in het Engels aannemen, en sommigen menen dat ze over een paar jaar helemaal in het Engels zullen zijn.

Natuurlijk, er wordt al jarenlang in het Engels gepubliceerd. Maar dit is toch weer een enkel stapje. Zo maakte ik enkele weken geleden ook naar mijn herinnering voor het eerst mee dat een jonge onderzoeker voor een groep collega’s die allemaal Nederlands kenden toch liever in het Engels sprak omdat hij zijn presentatie in die taal had voorbereid.

Moeten we ons zorgen maken?
Lees verder >>

Een taal die nooit geboren is en nooit sterft

Engelstalige ‘biografie’ van het Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Weinig talen zijn beter in het Engels beschreven dan het Nederlands. Je kunt enorm veel gedetailleerd te weten komen over onze taal, zonder haar ooit te leren. Er verschenen de afgelopen vijftien jaar boeken over de klankleer, de vormleer en de zinsbouw, en online wordt gewerkt aan een grootschalig taalportaal waarin al die onderwerpen nog veel uitvoeriger aan de orde komen.
Nu is er ook een boek over de (externe) taalgeschiedenis van het Nederlands: Dutch. Biography of a language, geschreven door de vooraanstaande Vlaamse sociolinguïst Roland Willemyns.
Het woord biografie suggereert een geboorte en een dood. 

Lees verder >>

De geschiedenis van het woord ‘tapen’

Door Marc van Oostendorp

Na afloop van de vergadering gisteren kwam er een vrouw naar me toe. “Mijn zoon zegt tapen,” zei ze. Als mensen mij zien, beginnen ze ineens over taal te praten.

Zeggen we niet allemaal weleens tapen? Dat werkwoord dat we uit het Engels lenen heeft inmiddels zelfs meerdere betekenissen. Iedere generatie heeft zijn nieuwe vorm van tapen.

Voor veertigers betekent het in de eerste plaats: iets op een cassettebandje zetten. “Wat? Heb jij die nieuwe plaat van The Cure nog niet? Wacht ik zal hem even voor je tapen!” Het feit dat de jeugd van tegenwoordig dat prachtig-mooie Nederlandse woord niet meer kent, is zeker een teken dat de westelijke beschaving op het punt staat ineen te storten.
Lees verder >>

I always get my sin in Main Street

Door Marc van Oostendorp

Het einde van de Nederlandse taal is weer eens nabij. Het werd vrijdag aangekondigd op de website van HP De Tijd. Er groeit “dus een generatie op met in ieder geval een gebrekkige beheersing van het Nederlands”, beweerde daar de doemdenker van dienst. “Verre zij het van mij om hier de onheilsprofeet uit te hangen, maar zien wij hier niet de eerste tekenen van het verdwijnen van de Nederlandse taal?”

Wat is er aan de hand? De laatste paar weken is er een nieuwe Nederlandse jongensband opgedoken, Main Street, een groepje van vier veertienjarige jongens, die is samengesteld zoals dat met dat soort groepjes gaat: vier zorgvuldig bij elkaar gezochte leuke jongens, voor ieder dertienjarig meisje wat wils.

De tekst van de eerste geprojecteerde hit (My mind is blown) van Main Street is inderdaad opvallend:
Lees verder >>

De Volkskrant lacht een minister uit en alle Limburgers

De Volkskrant, die krant die denkt dat taal een onderwerp is waarover je niets hoeft te weten maar waarover je wel eindeloos kunt smalen, had gisteren weer een nieuwtje:

Minister Lilianne Ploumen zei dinsdag op gewichtige toon tegen een gezelschap van ondernemers in Congo: ‘There is no such thing as a Dutch product in terms of quality!’ Oftewel: ‘Nederland heeft geen kwaliteitsproducten’, aldus de minister voor Buitenlandse Handel. Ze bedoelde natuurlijk het tegenovergestelde: ‘There is nothing like a Dutch product.’

Vervolgens komt de verslaggever van dienst met een heel verzameling bekende broodje-aapverhalen over het Engels van Nederlandse politici: Joop den Uyl die zou hebben gezegd dat we ‘a country of undertakers’ zijn, Luns die zou hebben verklaard ‘I fok horses’.

Lees verder >>

Brood en spelen in taal

Door Suzanne Aalberse
Als u dit stukje leest, kunt u waarschijnlijk Nederlands. Dat is economisch best handig. Redelijk veel mensen verstaan Nederlands, je kunt daarom in de taal handel drijven, veel verschillende sociale contacten mee aanknopen, onderwijs volgen en nog veel meer. Met Nederlands kun je misschien niet zoveel als met Engels, maar weer meer dan met het Tukkers. In zijn boek words of the world uit 2001 beschrijft Abram de Swaan de talen als een planetenstelsel. Supercentrale talen als het Engels verbinden heel veel sprekers. Om die grote planeten heen zweven wat kleinere planeten, de centrale talen zoals het Nederlands en weer daaromheen zweven de meer perifere talen als het tukkers. De voorspeling van de socioloog de Swaan is dat de grote planeten steeds belangrijker worden, omdat ze hun sprekers het meeste opleveren. Taal als brood zou je kunnen zeggen.

Lees verder >>

I’m a social-democrat

Het wonderlijkste taalverschijnsel van onze tijd is hoe groot en machtig het Engels wordt, en hoe weinig daarover gediscussieerd wordt.

Nog nooit in de wereldgeschiedenis heeft enige taal zo’n sterke positie gehad – je hoort er eigenlijk nooit iemand over, het wordt gezien als een natuurverschijnsel. Maar het gebeurt.

De nieuwe voorzitter van de Eurogroep, Jeroen Dijsselbloem, sprak gisteren de zuid-Europese landen toe, en deed dat volgens het verslag in de Volkskrant in het Engels (‘I’m a social-democrat’), terwijl er slechts één euroland is waarin het Engels de officiële taal is, Ierland, en dat ligt niet in het zuiden.

Lees verder >>

Germaanse broodjes uit Leuven

Prima broodjes hebben ze in Leuven. Stokbrood brie, hazelnoot en abrikoos, as we speak – sorry voor de kruimels tussen de regels. Maar dit stuk gaat niet over broodjes, het gaat over “The Germanic Sandwich” en dat is een congres. De sandwich, dat zijn drie talen: Engels, Nederlands en Duits; Nederlands is de kaas in het midden. De naam “Germanic sandwich” werd in 2009 bedacht door Roel Vismans, neerlandicus uit Sheffield, maar het onderzoek naar de drie talen begint al in 1956. Toen schreef Coenraad van Haeringen het boekje “Nederlands tussen Duits en Engels“, waarin hij zijn moedertaal vergeleek met de buren links en de buren rechts. Van Haeringen maakte school: 50 jaar later kwam een groep taalkundigen in Berlijn bij elkaar om te kijken wat er heden ten dage over het onderwerp te zeggen valt. Genoeg, zo blijkt, want op de eerste “Germanic Sandwich” volgde een tweede in Sheffield (GB), een derde in Oldenburg (D) en een vierde, afgelopen weekend in Leuven (B).

Wat is er nou zo bijzonder aan deze talensandwich?
Lees verder >>

Engels lezen in vertaling

In het oktobernummer van Onze Taal staat een artikel van Bertold van Maris over een van de opmerkelijkste taalverschijnselen van de afgelopen decennia: dat Nederlanders steeds meer Engelstalige boeken lezen, ook in vertaling.

Vooral dat laatste is heel opmerkelijk; de Top-10-lijsten van best verkochte boeken bestaan al lange tijd hoofdzakelijk uit Engelstalige werken in Nederlandse vertaling. Hoe komt dat? De door Van Maris geraadpleegde experts komen niet ver met hun verklaring.

Lees verder >>

Ander woord voor luistertaal

De website Taalschrift pakt deze maand uit met een goed idee voor internationale communicatie: luistertaal. Waarom zouden tijdens een gesprek alle deelnemers dezelfde taal moeten spreken? Waarom zou je er niet naar streven om mensen hun eigen taal te laten spreken, of een taal die ze beter ligt – ook als die ander die taal niet spreekt maar wel kan verstaan? En waarom zouden we dan in plaats van een paar talen helemaal te leren niet wat meer talen op die passieve manier kunnen leren?

Ik heb overigens in 2008 in Trouw ook al eens voor dit model gepleit, samen met mijn collega Gertjan Postma. De Italiaanse intellectueel Umberto Eco pleit al veel langer voor het model (eigenlijk in het Italiaans, maar ik geef hier als dienstverlening maar een vertaling van dit citaat uit 1993):
Lees verder >>

Medici en moedertaal

Als het Nederlands terrein verliest aan het Engels, dan gebeurt dat, behalve in het internationale bedrijfsleven, waarschijnlijk vooral in de wetenschap. Hoe staat het er bijvoorbeeld voor in de medicijnen. Daarover maakte Martin Kabos, een redacteur van een medisch-wetenschappelijke publicaties onlangs een intrigerende opmerking in een reactie bij een bericht op Neder-L. We vroegen hem om meer informatie en hij schreef het onderstaande artikel.

(door Martin Kabos)

Veel medisch-wetenschappelijke artikelen worden in het Nederlands geschreven. Het gaat om algemeen medische tijdschriften, maar ook om specifieke: bijna in alle specialismen zijn nog Nederlandstalige publicaties mogelijk. De Nederlandstalige medisch-wetenschappelijke tijdschriften worden volgens een recent artikel in Medisch Contact goed gelezen:

‘Bijna driekwart van de artsen zegt de wetenschappelijke ontwikkelingen ‘goed’ bij te houden, ruim een kwart zegt dat niet te doen. Geïnteresseerde artsen lezen vrijwel allemaal (99%) artikelen en berichten over wetenschap in Medisch Contact; 77% doet dat zelfs wekelijks. Ook volgen zij Nederlandstalige medisch-wetenschappelijke tijdschriften als het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) of Huisarts en Wetenschap. (…) Het percentage artsen dat Engelstalige bladen zoals The Lancet, BMJ, JAMA of NEJM leest, is aanzienlijk lager: 31% doet dat wekelijks, 21% zelfs nooit.’


Lees verder >>

Verdwijnend Engels: Plenty

Is het Engelse leenwoord op zijn retour? Sommige woorden bevinden zich inmiddels al zo lang in het Nederlands dat ze langzamerhand misschien uit de gratie raken. Ik denk dat plenty daar een voorbeeld van is, al kan ik het moeilijk bewijzen. ‘Ik heb plenty redenen om dat te doen’ – dat hoor ik mijn vader (een moderne 70er) nog wel zeggen – maar zeggen jongeren het ook nog? Wordt het tijd voor een Vereniging ter Bescherming van het Verdwijnende Engelse Leenwoord? (Er zijn er meer die verdwijnen: horrie op bijvoorbeeld, of tipsy.)

Lees verder >>

Alleen een snop zegt ‘pass’

“Waarom hebben al die voetballologen het toch altijd over een ‘paas’?” vroeg @kromtaal op Twitter. “Zeg nou gewoon pass als je dat bedoelt.”
Die vraag lijkt makkelijk te beantwoorden: in de Britse uitspraak bevat dit woord nu eenmaal een klank die het Nederlands mist, en dus spreken we hem bij voorkeur anders uit. Ons woord pas heeft zo’n beetje de juiste ah-klank, maar een te korte duur, terwijl de aa van het woord paas(vuur) wel zowat de juiste duur heeft, maar niet de goede klank. Een keuze tussen drie kwaden: twee mogelijke uitspraken die een Brit vreemd zou vinden, en een Britse, met een langgerekte ah, die juist niet bij het Nederlands past. De keuze is gevallen op ‘paas’. Blijft de vraag: waarom juist daarop?

Lees verder >>

Europa met alleen Engels

Verschillende media brachten de afgelopen dagen verslag uit van het nieuwe Eurobarometer-onderzoek naar de beheersing van en belangstelling voor vreemde talen in Europa. (Dat rapport bestaat in het Duits, Engels en Frans.)

De meeste bevindingen in het rapport zijn weinig opmerkelijk, zeker voor wie de eerdere editie uit 2005 kende, en al helemaal voor iemand die vooral geïnteresseerd in de Nederlandse gegevens. Het Engels is voor de meeste Europeanen de belangrijkste vreemde taal, 94% van de Nederlanders beweert dat hij in staat is om een conversatie in minstens één vreemde taal te houden en 37% beweert dat hij dat ‘minstens in drie vreemde talen’ kan.

Het opmerkelijkste feit kreeg voor zover ik dat kan zien tot nu toe geen aandacht:

 Nederland is het enige land waar het percentage respondenten vóór gelijke berechtiging van alle talen die in de Europese Unie gesproken worden aanzienlijk onder het Europese gemiddelde ligt, aangezien 56% het ermee eens is, en 39% niet. 
Lees verder >>

Ukelele

Heeft iemand zich al eens verdiept in de geschiedenis van het woord ukelele? Waarom schrijven wij dat woord in het Nederlands bijvoorbeeld met drie e‘s, terwijl men het overal elders als ukulele schrijft, met twee u’s en twee e’s (in het Hawaiaans betekent uku ‘vlo’ en lele ‘springend’)? En waarom wij het uitspreken op zijn quasi-Engels, namelijk als [juːkəlɪli] in plaats van als [juːkəleiliː] zoals in het Engels, of [ʔukulɛlɛ] zoals in het Hawaiaans?

Het woord moet ergens in de vroege jaren twintig van de twintigste eeuw, of zelfs nog iets eerder, naar Nederland gekomen zijn. Lees verder >>

Ouderwets en suf

Jongeren vinden het Nederlands ‘ouderwets’ en ‘suf’. Dat blijkt uit het gisteren gepresenteerde rapport Jongeren, de Nederlandse taal & participatie in opdracht van de Nederlandse Taalunie, waarin de resultaten staan van gesprekken met honderd jongeren uit Nederland, België, Suriname en Aruba in de afgelopen drie maanden. Hoe nuttig vinden zij het Nederlands? Hoe moeilijk? Houden ze van lezen? Of van woordgrapjes? Hoeveel waarde hechten zij aan correctheid?

Uit het rapport komt een interessant beeld naar voren. Lees verder >>

Onterecht Engels


De Nederlandse taal is hot, in de politiek. Gisteren was bijvoorbeeld her en der te lezen dat Halbe Zijlstra voortaan tegen onnodig Engels is op de universiteiten (terwijl hij zelf zijn hand niet omdraait voor een toespraak in het Engels).

Als de accreditatiecommissie, die iedere opleiding bezoekt om de kwaliteit te toetsen, vindt dat het niet nodig is om een bepaalde master in het Engels te geven, dan moet die opleiding voortaan maar niet meer in het Engels. Lees verder >>

Topsectoren

Wordt het Nederlands bedreigd door het Engels? Er zijn weinig tekenen die er concreet op wijzen, maar tegelijkertijd wordt de kwestie ook niet onderzocht. We maken onmiskenbaar een interessante tijd mee, met een internationale taal die langzaam maar zeker een steeds steviger positie inneemt in sommige deelgebieden van het leven. Dat gebeurt nagenoeg onopgemerkt, in ieder geval door de wetenschap. Je zou misschien denken dat zo’n interessante en ingrijpende gebeurtenis heel precies in kaart wordt gebracht, maar dat is in het geheel niet het geval.
Lees verder >>

EYE: ’n doorn in ‘t OOG

Woensdag 4 april vond in Amsterdam de opening plaats van ‘t nieuwe filminstituut, door de koningin nog wel. Dat instituut heet EYE. Ik dacht eerst dat dat was omdat ’t gelegen is aan ’t Amsterdamse IJ; u kent toch de hedendaagse uitspraak van die ij, maar nee het is ’t Engelse woord voor OOG.

Het zal wel geen toeval zijn dat die opening gepland is in de week voor Pasen. Dat is immers de beste tijd om ons vertrouwd te maken met de juiste uitspraak van dat EYE:

Lees verder >>

Even wat quote’jes over het Engels

De tv was nog niet langs geweest en ze wisten al wat ik ze ging vertellen. “Mensen willen met die Engelstalige functies zich beter voordoen dan dat ze zijn. Vooral die ontzettend vage functies zijn zo belachelijk. Je hebt geen flauw idee wat het inhoudt. Ik ben tegen.”

Dat stond in ieder geval in het persbericht van het tv-programma Editie-NL dat vrijdag op internet verscheen, een paar uur voordat de cameraploeg langskwam.

Lees verder >>

Col: Engels spreken is niet zo aangewezen

Guy Verhofstadt, een oud-premier van België, wilde deze week een daad stellen en sprak Nederlands in het Europees Parlement; een video van het begin van zijn optreden staat hier.
Het is om een groot aantal redenen een opmerkelijk gebaar dat veel laat zien over hoe taal feitelijk functioneert in Europa. In de eerste plaats omdat Verhofstadt het zo nadrukkelijk als een gebaar presenteert: “Meneer, de voorzitter, ik ga vandaag in mijn moedertaal spreken, omdat ik denk dat het Engels niet zo aangewezen is.”
Formeel heeft iedere Nederlandstalige europarlementariër het recht om op ieder moment in het Nederlands het woord te voeren; argumenten hoeven daar niet voor gegeven te worden. Officieel is iedere taal immers gelijkwaardig in het Europees Parlement.
Door er aan het begin van zijn toespraak zo expliciet op te wijzen dat hij een keuze maakt, laat Verhofstadt zien dat het met die gelijkwaardigheid net iets anders ligt: kennelijk moet er een bijzondere reden zijn om geen Engels te gebruiken.
Ook de reden die hij noemt is bijzonder: het Engels is niet zo aangewezen. Je ziet het aanwezige publiek, waaronder de Nederlandstalige president van Europa Van Rompuy lachen, want men begrijpt waarom het niet zo ‘aangewezen’ is om Engels te spreken: omdat de Britse premier Cameron zojuist een accoord heeft geblokkeerd waar alle andere Europese landen voor waren.
Hoe nu? Spreken we soms Engels omdat dit de taal is van het Verenigd Koninkrijk? Dat is formeel gezien helemaal niet het geval: zelfs als Cameron zou besluiten om de Europese instituties helemaal te verlaten, zou het Engels een officiëlte taal blijven, al is het maar omdat die dan nog steeds in twee landen gesproken wordt: Ierland en Malta.
Toch voelt het kennelijk wel een beetje zo; anders zou het ‘grapje’ dat Verhofstadt maakt door geen Engels meer te willen spreken niet begrepen zijn. Op zijn minst een heel klein beetje moet het toch voelen alsof men telkens een beetje buigt voor de Engelsen. En als de Engelsen dan dwars gaan liggen, buigen we even niet meer.
Maar er is ook een andere dimensie. Verhofstadt hield zijn opstandige gedrag niet de hele toespraak vol. Na een paar zinnen schakelde hij toch terug naar het Engels: dat was makkelijker, want zo was hij het toch gewend. Want ondanks de officiëe lezing dat alle talen gelijkwaardig zijn, en ondanks het kennelijk op de achtergrond levende sentiment dat we door Engels te spreken aardig zijn voor de Engelsen, is het Engels inmiddels de feitelijke vergadertaal.