Tag: Engels

Wetenschappelijke argumenten voor bezorgdheid over verengelsing aan de universiteit

Door Freek Van de Velde

In Nederland woedt dezer dagen een debat over verengelsing aan de universiteit. Hoe breed dat debat gevoerd wordt, en of naast een handvol journalisten, politici, en natuurlijk de werknemers aan de universiteiten zelf nog andere mensen onrustig slapen door de tsunami van het Engels, is moeilijk in te schatten. Je zou denken dat ook taalkundigen zich niet onbetuigd laten in die hetze – noblesse oblige – maar dat valt een beetje tegen. Ze roepen minder hard dan de politici. Dat is eigenlijk niet zo vreemd. Het komt wel vaker voor dat wetenschappelijke specialisten juist terughoudend zijn om opinies te ventileren over onderwerpen in hun eigen domein. Ik denk dat dat komt omdat heel wat specialisten het niveau van de discussie meestal te laag vinden, denken dat leken toch geen zin hebben in genuanceerde visies, en de specialisten zelf geen zin hebben om allerlei halve waarheden te ontkrachten. Dat is inderdaad ook erg vermoeiend. Maar er zijn nog twee andere redenen waarom taalkundigen, en dan vooral neerlandici, die zich toch bedreigd zouden kunnen voelen, minder verontwaardigd staan te roepen dan je misschien zou denken. Ten eerste denken neerlandici: het loopt vast niet zo’n vaart. Het Nederlands is niet ten onder gegaan aan het Latijn, het Frans en het Duits toen dat de toonaangevende cultuurtalen waren, dus met het Engels zal het ook wel meevallen. Ten tweede willen taalkundigen, die zich in meerderheid in het linkse progressieve kamp bevinden, niet graag geassocieerd worden met wat ze beschouwen als akelige nationalistische types, die Nederland, en het Nederlands, graag vrijhouden van vreemde smetten. Dat verengelsing van het academisch onderwijs mensen uit lagere sociaaleconomische milieus benadeelt, houdt die progressieve taalkundigen verrassenderwijs wat minder bezig. Lees verder >>

Taal in het hoger onderwijs. Ministers Van Engelshoven en Slob: grijp uw kans!

Door Marc van Oostendorp

Ik word soms een beetje mismoedig van de discussie over het Engels in het hoger onderwijs. Er wordt nu al een tijdje redelijk intensief gedebatteerd en erg snel vooruit komen we niet. Toch gloorde er bij mij ineens een sprankje hoop toen ik deze week een bericht las over een ophanden zijnde ‘visiebrief’ van minister Van Engelshoven over dit onderwerp.

En dat was niet omdat Van Engelshoven zo’n fijne naam is om te hebben in deze discussie.

Lees verder >>

Let’s talk about Nederlands

Door Marc van Oostendorp 

Goed zo! riepen allerlei eerzame en geleerde lieden toen de Groningse dichter Jan Pieter Rawie meldde dat hij zich niet zou laten ‘dwingen’ om een lezing over zijn werk te geven in het Engels. In deze video probeer ik uit te leggen waarom een dergelijke houding volgens mij uiteindelijk schadelijk is voor het Nederlands.

(Deze video bekijken op YouTube.)

Het Engels is geen lingua nullius

Door Marc van Oostendorp

Het onderzoeksgebied van de Britse taalkundige Robert Philipson is de rol van het Engels in de internationale wereld, en hij steekt daarbij zijn mening niet onder stoelen of banken. Hij is ertegen dat het Engels die rol vervult. Zware woorden schuwt hij daarbij niet; zo gebruikt hij regelmatig de term linguicism, die hij dan gelijk stelt aan racism, sexism en classism: de discriminatie van mensen vanwege hun moedertaal.

Ook in zijn nieuwste artikel, Myths and realities of ‘global’ English (€; gratis manuscript hier), neemt hij geen blad voor de mond. Hij zet de zaken op scherp en dat maakt zijn betoog interessant. Volgens Philipson is het niet alleen een ‘mythe’ dat het Engels een neutrale taal voor internationaal gebruik zou zijn, maar is die mythe het product van decennia, zo niet eeuwen van doelbewust beleid van de Britse en Amerikaanse overheden. Hij haalt bijvoorbeeld Churchill aan, die in 1946 in Amerika zei: Lees verder >>

Idiomatelijk Nederlands spreken

Door Marc van Oostendorp

Ik denk dat bijna iedere Nederlander af en toe inmiddels wel iets zegt dat Engels is – al is het maar shit. Het zou een interessant onderzoekje waard zijn: zouden er mensen zijn wiens Nederlands op geen enkele manier door het Engels is beïnvloed?

Het probleem is dan natuurlijk: waar leg je de grens? Ik had onlangs een e-maildiscussie met een collega, waarbij ik op zeker moment kritiek had op zijn commentaar. Ik schreef:

 Wat je schrijft is niet erg behulpzaam.

Dat zinnetje voelde niet helemaal lekker, maar ik wist niet meteen waarom dat eigenlijk zo was. Lees verder >>

Waarom ik mijn proefschrift in het Engels schrijf

Door Marten van der Meulen

Afgelopen woensdag was ik precies een jaar bezig met mijn promotieonderzoek. Min of meer bij toeval besloot ik om die dag ook eens een stukje te gaan schrijven aan een hoofdstuk dat in mijn uiteindelijke proefschrift zal verschijnen. Ik heb al een tijd allerlei aantekeningen liggen over de afbakening van het taaladvies dat ik bestudeer (ik schreef er al eerder over), maar nu wilde ik hier toch een wat formelere versie van maken. Opgetogen toog ik dus aan het werk, en al snel stonden er flink wat woorden op papier. De taal van die woorden? Het Engels.

Waarom schrijf ik in hemelsnaam mijn proefschrift in het Engels? Ik promoveer in Nederland, aan de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur. De voertaal aan de universiteit waar ik promoveer is voor het grootste deel echt nog steeds Nederlands. Mijn begeleiders zijn Nederlands. Alle primaire bronnen die ik bestudeer zijn in het Nederlands gesteld. Belangrijkst van alles: de taal waar ik over schrijf is het Nederlands. En toch heb ik geen moment getwijfeld over de beslissing om in het Engels te schrijven. Lees verder >>

Gezocht: ‘Engelse’ voorzetsels in het Nederlands

Door Heleen Kleiboer

Laatst las ik een artikel met de titel Kan ik dierlijke eiwitten ook vervangen met plantaardige?. Na even googelen vond ik ook een ouder artikel met dezelfde voorzetselcombinatie in de titel, die luidde Deze app vervangt dagdagelijkse woorden in je sms’en met geleerde termen. Volgens Van Dale en de Taalunie is vervangen met echter niet de juiste combinatie van werkwoord en voorzetsel: het zou vervangen door moeten zijn. Waarschijnlijk is het gebruik van het voorzetsel met hier een letterlijke vertaling van het Engelse to replace with.

Ik vind deze ‘Engelse voorzetsels’ in het Nederlands een heel interessant fenomeen, onder andere omdat vaak gezegd wordt dat grammaticale woorden zoals voorzetsels niet snel ontleend worden uit een andere taal. Hier volgt nog een aantal andere voorbeelden waar het Engels mogelijk invloed heeft uitgeoefend op het voorzetselgebruik: Lees verder >>

Yes! in het Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Nederlanders zeggen graag ja. Niet alleen om iets te bevestigen (”Heb jij dat gedaan?’ ‘Ja’) of te aanvaarden (‘Je bent een idioot’, ‘Ja’), maar ook om het gesprek eindeloos op gang te houden. Een paar jaar geleden tekende ik voor Onze Taal een gesprek op uit het programma Boer zoekt vrouw, waarin drie mensen bijna alleen maar ja zeggen tegen elkaar en daarbij een panorama aan emoties.

In dat gesprek worden allerlei emoties onder woorden gebracht. En toch, is het woord ja alleen ons kennelijk niet genoeg. Gelukkig hebben we ook nog Yes!

Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als Amerikaan

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (24)

Door Marc van Oostendorp

Ilja Leonard Pfeijffer is heel duidelijk een continentaal Europese schrijver. Hij toont weliswaar af en toe belangstelling voor Japanse filosofie: hij heeft de verdedigingskunst aikido beoefend, waarover hij ook een dichtbundel schreef, Doka. In zijn toneelstuk Malpensa is sprake van het boek voor samoerai Hagakure, en doorheen zijn hele werk zijn verwijzingen naar het boeddhisme te vinden. Maar het werk speelt zich onveranderlijk af in Europa, en ik kan me eigenlijk nauwelijks een roman van Pfeijffer voorstellen die zich in Japan zou afspelen.

De Engelstalige wereld is nog opvallender afwezig. Een deel van het oeuvre is enerzijds geschreven in het Engels: het wetenschappelijke werk, zoals zijn proefschrift Three Aeginetan Odes of Pindar en de korte monografie First Person Futures of Pindar. In Brieven uit Genua schept Pfeijffer op dat hij als hij had geweld vermoedelijk wel een academische betrekking in Engeland, in Londen, had kunnen krijgen; maar hij zegt dat hem dat niet aantrok, dat hij niet in Londen zou willen wonen. In La Superba is er een belangrijke rol weggelegd voor een zeer sympathieke Engelsman – Don –, maar die woont al decennia niet meer in zijn geboorteland, maar in Genua. Voor de Engelstalige ex pat-gemeenschap in Genua heeft de verteller dan weer bijzonder weinig sympathie: Lees verder >>

Alleen Engels is niet internationaal

Door Marc van Oostendorp

Het nieuwe KNAW-rapport Nederlands en/of Engels. Taalkeuze met beleid in het Nederlands hoger onderwijs doet precies wat een rapport van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen moet doen: het pleit voor redelijkheid in een verhit debat. Redelijkheid is in dit geval: niet een van de twee mogelijkheden in het keuzeblokje en/of door te strepen, maar ze allebei te laten staan. Het is Nederlands en Engels en Nederlands of Engels. We moeten goed bekijken wat ieder vakgebied nodig heeft, en we moeten ervoor zorgen dat instellingen hun eigen keuze maken – zolang dit maar een beredeneerde keuze is.

Het rapport is een van de weinige op dit gebied die gebaseerd zijn op onderzoek. Zo wijst de commissie erop dat je niet moet denken dat je ineens internationaal bent geworden omdat je een zootje Britse en Chinese studenten binnen de muren hebt gehaald en de taal van je cursussen hebt aangepast. Wie college in het Engels wil geven, moet ook zorgen dat zijn studieprogramma op andere manieren internationaliseert: dat de studenten met hun verschillende culturele achtergronden zich allemaal voldoende thuis voelen in de collegezaal. Studenten moeten worden aangemoedigd en geholpen om te integreren, en docenten moeten zich bewust zijn van de specifieke complicaties die zich voordoen bij het leren in internationale omgevingen.

Minstens even belangrijk als een taalbeleid (‘iedere docent bij ons moet op niveau C2 in het Engels kunnen communiceren’) is een goed internationaliseringsbeleid. Lees verder >>

Voer de verengelsing nog maar wat verder

Door Marc van Oostendorp

De titel van de onlangs verschenen petitie ‘voor taalrijk hoger onderwijs, tegen taalverschraling door verengelsing’ klinkt goed: wie is er niet voor rijkdom en tegen verschraling? Hij gaat uit van een club met de sympathieke naam Beter Onderwijs Nederland (BON), en een bestuurslid, Felix Huygen, schreef in de Volkskrant ook nog een welsprekend essay ons allen te waarschuwen voor de ‘vernieling’ van ons universitair onderwijs die dreigt doordat we met ons allen steeds meer de taal van Shakespeare hanteren.

Toch zal ik die petitie niet tekenen. Het officiële doel ervan is te onduidelijk, het niet-officiële te bedenkelijk.

Het officiële eerst: BON wil de regering houden aan artikel 7.2 van de wet op het hoger onderwijs, waarin staat dat het onderwijs aan hogescholen en universiteiten in beginsel in het Nederlands moet worden gehouden, tenzij er speciale omstandigheden zijn. Mij lijkt dat wetsartikel zo vaag dat je je altijd wel kunt beroepen op ‘speciale omstandigheden’. Er is dan ook niemand tegen dat artikel 7.2. Waarom zou je een petitie opzetten voor een al bestaande wet die niemand wil afschaffen? Hoe zou de rechter kunnen gaan bepalen of voor individuele opleidingen die speciale omstandigheden opgaan? Lees verder >>

Beginnen Nederlanders het Engels beu te worden?

Door Alison Edwards

Overal in Nederland zie en hoor je Engels. Maar beginnen mensen dit soms beu te worden?

Schaatsen, oranje schmink normaal maken, lang en gelukkig zijn. Nederlanders zijn in heel veel dingen goed – zo ook in de Engelse taal. Zo’n 90% van de Nederlanders vindt dat ze een gesprek kunnen voeren in het Engels, en Nederland staat bovenaan de English Proficiency Index, een ranglijst van 72 landen waar Engels niet de eerste taal is.

Nederlanders zijn niet alleen goed in Engels; ze lijken er ook echt van te houden. Met een bijna ongekend enthousiasme zijn ze de afgelopen decennia begonnen hun eigen taal in te wisselen voor het Engels. Van traminformatie en belastingaangiftes tot Schiphol, waar het Nederlands ogenschijnlijk is afgeschaft, lijkt iedereen in de ban geraakt te zijn van het Engels. Eén op de vier vwo-scholen is nu tweetalig en, als we de paniekberichten moeten geloven, is ook op universiteiten bijna geen Nederlands meer te bekennen.

Nu lijkt er echter enige spijt te ontstaan. Nieuw onderzoek suggereert dat veel mensen vinden dat de ‘verengelsing’ van Nederland te ver is gegaan. Lees verder >>

Universiteit voert debat over onderwijstaal

Door Yves T’Sjoen

Vorige week maakte De Standaard in de bijdrage ‘N-VA tegen meer Engelstalige opleidingen’ bekend dat de “Universiteit Gent [af wil] van de strikte regeltjes die Engelstalige opleidingen belemmeren” (2 maart). Naar verluidt wil het bestuur “meer autonomie” inzake taalbeleid en kunnen de taalnormen voor hoger onderwijs worden versoepeld. Aanleiding voor het persbericht is een advies van de VLOR, de Vlaamse Onderwijsraad, waarin “de afschaffing van die quota” wordt bepleit. De VLOR, waarin ook de hogere onderwijsinstellingen vertegenwoordigd zijn, toont zich met het advies weinig bewust van het verleden en houdt geen rekening met de taalcompetenties van het overgrote deel van het studentenpubliek aan Vlaamse universiteiten.

Taalquota

De quota bepalen dat 35% van de masteropleidingen en 6% van de bacheloropleidingen in een andere taal dan het Nederlands mogen worden aangeboden. Indien een Engelstalige opleiding bestaat, moet die strikt genomen minstens aan een andere universiteit ook in het Nederlands worden voorzien. Aan deze taalregeling wordt nu getornd. In tegenstelling tot de uitspraken van N-VA over de kwestie, zo meldt De Standaard, stelt het kabinet van Hilde Crevits, minister van onderwijs, dat het advies van de VLOR (nog) niet ter sprake kwam in de regering. Lees verder >>

De enig mogelijke taalconstellatie in Europa

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-41Je hoort van allerlei klachten over de politiek van Europa, maar over het taalbeleid gaan die klachten meestal niet. Er wordt een bepaalde politiek gevolgd – de officiële talen van alle Europese landen mogen bijvoorbeeld in het Europees parlement gebruikt worden en zo nodig moet in tolken worden voorzien – waarover je best zou kunnen discussiëren omdat er in ieder geval in theorie ook alternatieven zijn. We doen alles in het Engels want dat kost minder geld; of ook de minderheidstalen moeten juist meetellen, want dat is eerlijker.

Misschien is het omdat niemand echt in die alternatieven gelooft, en misschien is de huidige oplossing inderdaad de ideale. En misschien interesseert het in wezen eigenlijk niemand echt genoeg.

Lees verder >>

Engelstalig onderwijs verandert je fouten in het Frans

Door Marc van Oostendorp

Dat er op steeds meer middelbare, en zelfs basisscholen tweetalig onderwijs wordt gegeven – heel veel hoor je er niet over. En áls er al eens bezwaar wordt gemaakt, gaat het meestal om de invloed die zulk onderwijs heeft op het Nederlands. Kunnen zulke kinderen zich nog wel goed in onze taal uitdrukken? En willen ze dat nog wel?

Het onderzoek naar dat onderwerp laat over het algemeen zien dat zulke effecten er nauwelijks zijn: leerlingen van tweetalige scholen worden niet echt slechter in het Nederlands – zoals ze, zeker op termijn, ook nauwelijks beter worden in het Engels.

Maar hoe is de invloed eigenlijk op de kennis van weer andere talen, zoals Frans en Duits? Lees verder >>

De verkiezingsprogramma’s over taal: ChristenUnie

Door Marc van Oostendorp

ChristenUnieD66 heeft in zijn verkiezingsprogramma, zo schreef ik vorige keer in deze reeks, alleen aandacht voor taal als instrument, en ziet Nederland daarbij als een tweetalig land met Nederlands en Engels. De ChristenUnie heeft een geheel andere visie. Ik wil niet zeggen dat hij diametraal tegenovergesteld is – de partijen zouden kunnen samenwerken en allebei hun idealen verwezenlijken –, maar het beeld van taal dat opdoemt uit dit programma is echt anders.

Het gaat het ChristenUnie niet zozeer om taal als instrument, maar vooral als teken van identiteit. Er worden dan ook veel meer talen genoemd: Papiaments, gebarentaal en Fries, allemaal talen die volgens de partij bescherming behoeven. Het Engels wordt anderzijds, maar een keer genoemd, en dan niet als taal waar vwo’ers natuurkunde in kunnen leren, maar als de taal die op de bovenwindse eilanden wordt gesproken. De ChristenUnie is voor zover ik kan zien de enige die zo precies probeert te benoemen welke talen er allemaal een min of meer officiële status moeten spelen: Lees verder >>

Geert Wilders en het Engels

Door Marc van Oostendorp

foto_wilders_shoot1De klacht van Johan Oosterman over het Engels in de Nijmeegse universiteitsbibliotheek, gisteren op Neerlandistiek, deed me aan Geert Wilders denken.

Als je een marsmannetje was en je kwam de politieke situatie in Nederland eens peilen  – hoe wanhopig kun je zijn als marsmannetje –, zou je verwachten dat het Engels inmiddels een punt zou zijn van heftige tweetstorms, grote media-aandacht, duidelijke meningen van alle politieke partijen en grote grimmigheid.

De heftigheid van het huidige politieke klimaat wordt wel geweten aan een kennelijk plotseling gevoelde kloof tussen hoger- en lageropgeleiden. Lees verder >>

Engels in de ivoren toren

Door Johan Oosterman

Ieder nieuw systeem kent aanloopproblemen. Laat ik dus niet te veel mopperen over het nieuwe uitleensysteem van de universiteitsbibliotheek van de Radboud Universiteit. Ze moeten een kans hebben zich te bewijzen. Toch wil ik één aspect wel alvast stevig ter discussie stellen: de keuze om het Engels tot voertaal van het systeem te maken. Als ik boeken zoek, als ik bericht krijg over mijn uitleningen, gebeurt dat sinds de invoering van het nieuwe systeem in het Engels. Volgens een vriendelijke baliemedewerker is dat een bewuste keuze geweest van het management van de UB en het projectteam. Wat een slechte keuze! Waarom benader je 95% van je gebruikers niet in hun moedertaal, niet in de taal die de officiële taal van de Universiteit is, van het onderwijs in Nederland? Lees verder >>

Is Nederland een kolonie van de Engelstalige wereld?

Door Marc van Oostendorp

three-concentric-circles-of-english_21-1Wie zich live een belangrijke taalgebeurtenis wil zien ontwikkelen, moet op de voet volgen wat er met het Engels in de Lage Landen gebeurt. Merkwaardig genoeg gebeurt dat alleen nauwelijks, in ieder geval niet wetenschappelijk. Hoe staat het er precies voor met ons Engels? Daarover bestaan vooral slagen in de lucht.

In een nieuw artikel in het tijdschrift World Englishes probeert een groep Nijmeegse onderzoekers daar wat verandering in aan te brengen. Gebruik makend van allerlei gegevens toetst het team de Nederlandse situatie aan een bekend internationaal model en komt tot de conclusie: zo sterk opgerukt als sommigen beweren is het Engels bij ons nog niet.

Het model is dat van de ‘drie kringen van Engels’ van de onlangs overleden Indiase taalkundige Braj Kachru. Lees verder >>

Mary of Nemmegen. The ca.1518 Translation and the Middle Dutch Analogue, Mariken van Nieumeghen

MaryOfNemmegen_500Mary of Nemmegen is an important and neglected text, significant from a number of different perspectives: Dutch-English literary relations; the use of woodcuts for illustrating texts; the history of the book, especially for its role in the development of the taste for prose narrative; the parallel with Everyman, which also has its source in a Dutch play; the relationship of the tale with lives of the saints; and, most importantly, the fact that it is an analogue of the Faustus story and hence draws on the same traditions of the occult and forbidden contact with demonic powers”.

Mary of Nemmegen. The ca.1518 Translation and the Middle Dutch Analogue, Mariken van Nieumeghen. Edited and translated by Clifford Davidson, Ton Broos and Martin Walsh. Medieval Institute Publications, Western Michigan University, Kalamazoo, 2016. Early Drama, Art, and Music Monograph Series XXXI.

Meer (bestel)informatie

 

Colloquium: Nederlands in de wereld: zinnige culturele diplomatie? (10/11 in Brussel)

In 2017 bestaat het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Ons Erfdeel zestig jaar.

De redactie wil, samen met het Vlaams-Nederland huis deBuren, in het najaar van 2016 en in de loop van 2017 vier colloquia organiseren om de “Staat van de Unie” op te maken op belangrijke gebieden van de Vlaams-Nederlandse samenwerking.

Dit is het eerste:

Nederlands in de wereld: zinnige culturele diplomatie?

deBuren, Leopoldstraat 6, 1000 Brussel
10 november om 19.30 u.
Toegang gratis
Aanmelden via: onserfdeel@onserfdeel.be

Lees verder >>

“Sterke positie Nederlands in wetenschap en hoger onderwijs belangrijk”. Oh ja, joh?

Door Marc van Oostendorp

27f5b2e7-6b2b-4cf7-8d8b-ac439e6b57a2Wie had gehoopt dat de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren met zijn nieuwste notitie de discussie over het Engels in de collegezalen naar een hoger niveau zou tillen, komt helaas bedrogen uit. De Raad, die de Nederlandse en Vlaamse ministers officieel adviseert en waarin allerlei knappe bollen zitten, zou met deze notitie de discussie van een wetenschappelijke achtergrond kunnen voorzien en vervolgens tot een helder standpunt kunnen komen.

Maar niets van dat alles.

Er wordt nauwelijks verwezen naar wetenschappelijk onderzoek in deze notitie, en des te meer naar opiniestukken uit de kranten, zoals er ook nauwelijks externe deskundigen zijn geraadpleegd. Hoe weten we wat belangrijk is voor een taal? Hoe weten we wanneer een taal kan overleven? Daarover worden wel een aantal dingen beweerd in dit rapport, maar ze worden niet met cijfers of argumenten onderbouwd, en ze geven ook geen verrassende nieuwe kijk op de zaak.

De uiteindelijke stellingname is bovendien nietszeggend: “sterke positie Nederlands in wetenschap en hoger onderwijs belangrijk” twitterde de Taalunie gisteren. Dat was een adequate samenvatting en daarmee was ook eigenlijk alles wel gezegd. Ooit gedacht dat iemand zoiets zou zeggen? Lees verder >>

Mission accomplished (of: hoe een spatie een vreemde taal binnenlaat)?

Door Marc Kregting

Sinds mijn verhuizing naar België snap ik beter dat taal identiteiten kan maken en breken. Die werkelijkheid strekt verder dan periodiek gebakkelei over Nederlands versus Frans, of over Standaardnederlands versus Verkavelingsvlaams. Misschien word ik uitsluitend omgeven door prinsessen-op-de-erwt, maar ik heb bedaarde mensen geëmotioneerd zien raken over één luttel woordje, binnen hechte families ontvlamden ruzies wanneer zich tussen aperitief en voorgerecht naar aanleiding van een anekdote een taaldetail aandiende.

In mijn geboorteland Nederland heerst ter zake een pragmatische instelling, dacht ik altijd. Bijvoorbeeld voor het Frans volstonden wat handgebaren en koppige herhaling, en wist voor de finetuning Gruppo Sportivo in de jaren zeventig al raad: ‘I’ll buy a dictionary / and look up what you said to me’. Maar inmiddels is een woord als finetuning niet onomstreden tegenover ‘fijnregeling’ en begint het, alsof Engels de enige invloed is, onderhevig te raken aan sociale verschillen en modes.

Of die twisten Hoekse en Kabeljauwse waarden zullen bereiken is me onduidelijk, maar ik beschouw het als een begin van rechtvaardigheid dat ook in Nederland de gemoederen hoog oplopen over taal. Moet Engels al aangeleerd worden op de lagere school? Is Cambridge-Engels echt nodig op de middelbare school? Dienen universiteiten het algemeen belang wanneer zelfs bij Nederlandse letterkunde teksten in de huidige lingua franca omgezet worden?

Ik zwijg nog over stemmen die opgaan om, decennia na de even schrijnende als gestage ineenstorting van het Esperanto, het Engels als voertaal in de hele wereld aan te nemen. Wel vraag ik me af wat laaglandse kinderen ervan weten, voor mijn part geïnternaliseerd hebben, nadat ze de banken van de kleuterschool hebben verlaten ten gunste van het echte stampwerk.

Lees verder >>