Tag: Engels

Is hoger onderwijs in het Engels ‘goed’?

Door Sue Goossens

Onlangs had ik het met een paar collega-onderzoekers uit Nederland over de rechtzaak waarbij Universiteit Maastricht en Universiteit Twente betrokken waren, meer bepaald over de vraag of het goed was om bepaalde opleidingen in het Engels aan te bieden.

Dat is dus geen simpele vraag, vooral in vergelijking met de vraag of beide universiteiten daarmee in strijd zijn met de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (de WHW). Dat kan een rechter gewoon beslissen, zo bleek gisteren althans. Beide instellingen zijn dus niet in strijd met de wet en de rechter was het bovendien met hen eens dat een Engelstalige opleiding psychologie de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt en gunstig is voor de internationalisering. Is dat eigenlijk wel ‘goed’?

Lees verder >>

Is de taalwetenschap beïnvloed door het Engels?

Door Marc van Oostendorp

Het is een intrigerende kwestie, die de Deense taalkundige Carsten Levisen aansnijdt in een recent artikel <€> in het tijdschrift Language Sciences; in hoeverre is de taalwetenschap beïnvloed door het feit dat de meeste wetenschappelijke literatuur in het Engels is gesteld? Is het mogelijk dat we de werkelijkheid alleen maar op een bepaalde manier bestuderen doordat we nu eenmaal Engelse termen gebruiken?

Levisen bekijkt drie termen: mind, happiness en community. De eerste en de laatste worden inderdaad veel gebruikt in de taalwetenschap en aanverwante disciplines: taal is iets dat zich bevindt in de mind van de spreker, of dat een eigenschap uitmaakt van een community. Wat happiness in dit lijstje doet, is minder duidelijk en legt Levisen ook niet echt uit. Er bestaat weliswaar al een paar decennia psychologisch, sociologisch en economisch onderzoek naar happiness (wat is het, hoe kunnen individuen en staten inzetten op meer ervan), maar ik heb er letterlijk nog nooit van gehoord dat dit soort onderzoek zich ook uitstrekt tot de taalwetenschap.  Lees verder >>

Ook als neerlandicus ben ik dol op internationalisering

Door Lotte Jensen

Als neerlandicus ben ik dol op internationalisering. Over twee weken mag ik bijvoorbeeld spreken op een congres in Sheffield waar het 70-jarige bestaan van Dutch Studies wordt gevierd. Uitnodigingen om gastcolleges te geven in Keulen, Zürich en Boedapest neem ik eveneens gretig aan. Enthousiaste, leergierige studenten willen daar alles weten over de Nederlandse cultuur en geschiedenis. De voertaal is het Nederlands, de taal waarin zij zich specialiseren. Zij doen dat trouwens niet alleen vanwege culturele redenen, maar ook uit economische motieven: Nederland is een belangrijke handelspartner voor de landen waar zij vandaan komen.

Dat geldt in het bijzonder voor Polen, waar de neerlandistiek gouden tijden beleeft. De studentenaantallen rijzen daar de pan uit. Op acht universiteiten kun je daar vakken Nederlands volgen, op drie universiteiten is het een aparte studierichting (ter vergelijking: in Nederland kun je een voltijdse studie Nederlands aan vijf universiteiten volgen). Onlangs werd in Wroclaw een week lang de vierhonderdste sterfdag van Bredero met tal van activiteiten gevierd. De Poolse adaptatie van De Klucht van de molenaer (1613) ging toen in première. Lees verder >>

Vroege tweetaligheid Friezen geen voordeel bij leren Engels

(Persbericht Fryske Akademy)

Vroege tweetaligheid in Fries-Nederlands is geen garantie voor succesvolle ontwikkeling van Engels als derde taal. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Mirjam Günther-Van der Meij. Dat is opvallend, omdat meestal een voordeel van tweetaligheid op derdetaalverwerving gevonden wordt. In de Friese context is dat dus niet het geval. Andere factoren zoals taalachtergrond, motivatie om talen te leren en taalblootstelling spelen een belangrijkere rol.

Drietalige taalontwikkeling verschilt van tweetalige taalontwikkeling omdat tweetaligen meer ervaren taalleerders zijn (omdat ze al twee talen beheersen) en toegang hebben tot twee linguïstische systemen. Wat uit het onderzoek van Günther-Van der Meij echter duidelijk wordt, is dat vroege tweetaligheid in de Friese context geen voordeel biedt, maar ook geen obstakel vormt voor Engelse taalontwikkeling als derde taal (T3). De Friese situatie is uniek om verschillende redenen, waaronder de nauwe verwantschap tussen Fries en Engels. Maar die blijkt verrassenderwijs eerder een nadeel dan een voordeel. Een andere opvallende deelconclusie: ‘latere tweetaligen’ zijn zelfverzekerder over hun Engelse taalvaardigheid dan ‘vroege tweetaligen’. Günther-Van der Meij noemt de eerste groep betere Engelse taalleerders, maar de tweede groep bestaat uit snellere Engelse taalleerders. Lees verder >>

19 april 2018, Nijmegen: Lezing door prof. Wannie Carstens: Why don’t we just all speak English?

Prof. Wannie Carstens (Noordwes-Universiteit, Potchefstroom, Zuid-Afrika) geeft op 19 april een lezing aan de Radboud Universiteit Nijmegen:

“Why don’t we just all speak English?” (Waarom praat ons almal nie maar net Engels nie?)

Suid-Afrika is sedert 1994 in ʼn tyd van oorgang – op verskeie vlakke. Enige persoon wat die nuus oor gebeure in SA volg, sal hiervan bewus wees. Dit raak egter ook taal, en nie net politiek en sosio-ekonomiese aangeleenthede nie. Lees verder >>

Is het Nederlands de eigen taal van alle Nederlanders?

Door Marc van Oostendorp

Deze tekening heeft niet zoveel met het onderwerp te maken, sorry.

“De eigen taal is bij uitstek het instrument voor het denken”. Wie zoiets schrijft in een pleidooi tegen het Engels in het hoger onderwijs – de classicus Anton van Hooff deed het deze week in Trouw – kan in bepaalde kringen kennelijk op bijval rekenen. Terwijl het een ui is van dubieuze aannamen.

De eerste rok: dat taal uberhaupt een ‘instrument’ is voor het denken. Het is een zeventiende eeuws idee: je leert een taal heel grondig, en dan kun je vervolgens heel scherp denken. Soms wordt dat ook gebruikt als argument voor de standaardtaal: iemand die zegt “ik ben groter als jij” is een slordige denker, want die ziet de verhoudingen niet scherp.

Ik heb nog nooit bewijs voor die stelling gezien. Er is natuurlijk een correlatie tussen het niveau van iemands opleiding en diens beheersing van de standaardtaal, en een correlatie tussen opleiding en het vermogen om analytisch na te denken, maar dat betekent nog niet dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen standaardtaal en denken, laat staan een causale relatie. Wel is er mogelijk een verband tussen het feit dat de mens taal heeft en dat de mens allerlei vrij ingewikkelde gedachten kan hebben die apen niet hebben – maar dat lijkt dan te gaan over taal in het algemeen, niet over specifieke standaardtalen. En vrijwel iedere mens heeft wel een taal. Lees verder >>

Nieuw Landelijk Platform gaat zich hard maken voor het talenonderwijs

(Persbericht Radboud Universiteit)

Is verengelsing van het hoger onderwijs nu wel of geen goede zaak? Welke economische voordelen loopt Nederland mis doordat we steeds slechter Duits en Frans spreken? Hoe lossen we het tekort aan docenten Nederlands en Duits in het voortgezet onderwijs op? Met dit soort vraagstukken gaat een nieuw Landelijk Platform voor de Talen zich bezighouden. Het platform is een samenwerking tussen zeven academische instellingen. Met de aanstelling per 1 april van emeritus hoogleraar Mike Hannay als voorzitter kan het samenwerkingsverband van start.

De zes betrokken universiteiten committeren zich met het platform aan een landelijke samenwerking van de talenopleidingen in Nederland. Het platform moet de belangen behartigen van talenstudies, samenwerking initiëren en vernieuwing stimuleren. Verkend wordt hoe de banden tussen de universiteiten onderling en met het voortgezet onderwijs en hoger onderwijs versterkt kunnen worden. Lees verder >>

Reynaert the Fox and the trouble of learning Dutch

Reactie naar aanleiding van de uitzending van Nieuwsuur over verengelsing aan Nederlandse universiteiten.

Door Mark Visscher

In Nieuwsuur van afgelopen zaterdag werd ik kort geïnterviewd over mijn college waarin ik en andere studenten Van den vos Reynaerde lazen in een Engelse vertaling. Naar aanleiding van dit item is er – voornamelijk binnen de Universiteit Utrecht – enige commotie ontstaan over hoe de universiteit wordt neergezet en over de vraag in hoeverre dit een terecht voorbeeld is van doorgeschoten verengelsing. Ik denk dat het erg nuttig is om de feiten op een rij te zetten om de discussie in de juiste context te voeren.

Lees verder >>

Het Engels trekt aan ons allemaal

Door Marc van Oostendorp

Het was fijn dat Bas Heijne zaterdag in de NRC pleitte voor een zakelijk debat over het hoger onderwijs. Helaas zag hij, net als veel andere deelnemers aan de discussie, daarbij één ding over het hoofd: dat de hang naar het Engels niet slechts een rare modegril is van ijdele bestuurders, of een teken dat de universiteit met de rug naar de samenleving staat. Het is minstens evenzeer een teken hoe de universiteit gevoelig is voor dezelfde zaken als wij allemaal.

Het Engels heeft op vrijwel alle Nederlanders een bijna onweerstaanbare aantrekkingskracht – dat geldt trouwens voor vrijwel iedereen in de westerse wereld. Het is zeker niet alleen een taal voor de elite. Er is bijvoorbeeld geen politicus die zo vaak in het Engels twittert als Geert Wilders (PVV), terwijl die zich er juist op laat voorstaan op te komen voor ‘het volk’. Geboren Nederlanders met een Engelse voornaam als Kevin of Ashley hebben bovengemiddeld vaak ouders met een lagere opleiding. Populaire tv-series hebben vaak Engelse namen, ook als ze bijvoorbeeld uit Scandinavië komen. Populaire thrillers en andere boeken zijn bovengemiddeld vaak vertaald uit het Engels: zelfs wie die taal niet vlot leest, wil kennelijk wel het liefst boeken lezen die erin geschreven zijn.  Zelfs het feit dat zowel Groot-Brittanië als de Verenigde Staten zich politiek recentelijk isoleren, lijkt geen verandering te brengen in die fascinatie. Lees verder >>

Wetenschappelijke argumenten voor bezorgdheid over verengelsing aan de universiteit

Door Freek Van de Velde

In Nederland woedt dezer dagen een debat over verengelsing aan de universiteit. Hoe breed dat debat gevoerd wordt, en of naast een handvol journalisten, politici, en natuurlijk de werknemers aan de universiteiten zelf nog andere mensen onrustig slapen door de tsunami van het Engels, is moeilijk in te schatten. Je zou denken dat ook taalkundigen zich niet onbetuigd laten in die hetze – noblesse oblige – maar dat valt een beetje tegen. Ze roepen minder hard dan de politici. Dat is eigenlijk niet zo vreemd. Het komt wel vaker voor dat wetenschappelijke specialisten juist terughoudend zijn om opinies te ventileren over onderwerpen in hun eigen domein. Ik denk dat dat komt omdat heel wat specialisten het niveau van de discussie meestal te laag vinden, denken dat leken toch geen zin hebben in genuanceerde visies, en de specialisten zelf geen zin hebben om allerlei halve waarheden te ontkrachten. Dat is inderdaad ook erg vermoeiend. Maar er zijn nog twee andere redenen waarom taalkundigen, en dan vooral neerlandici, die zich toch bedreigd zouden kunnen voelen, minder verontwaardigd staan te roepen dan je misschien zou denken. Ten eerste denken neerlandici: het loopt vast niet zo’n vaart. Het Nederlands is niet ten onder gegaan aan het Latijn, het Frans en het Duits toen dat de toonaangevende cultuurtalen waren, dus met het Engels zal het ook wel meevallen. Ten tweede willen taalkundigen, die zich in meerderheid in het linkse progressieve kamp bevinden, niet graag geassocieerd worden met wat ze beschouwen als akelige nationalistische types, die Nederland, en het Nederlands, graag vrijhouden van vreemde smetten. Dat verengelsing van het academisch onderwijs mensen uit lagere sociaaleconomische milieus benadeelt, houdt die progressieve taalkundigen verrassenderwijs wat minder bezig. Lees verder >>

Taal in het hoger onderwijs. Ministers Van Engelshoven en Slob: grijp uw kans!

Door Marc van Oostendorp

Ik word soms een beetje mismoedig van de discussie over het Engels in het hoger onderwijs. Er wordt nu al een tijdje redelijk intensief gedebatteerd en erg snel vooruit komen we niet. Toch gloorde er bij mij ineens een sprankje hoop toen ik deze week een bericht las over een ophanden zijnde ‘visiebrief’ van minister Van Engelshoven over dit onderwerp.

En dat was niet omdat Van Engelshoven zo’n fijne naam is om te hebben in deze discussie.

Lees verder >>

Let’s talk about Nederlands

Door Marc van Oostendorp 

Goed zo! riepen allerlei eerzame en geleerde lieden toen de Groningse dichter Jan Pieter Rawie meldde dat hij zich niet zou laten ‘dwingen’ om een lezing over zijn werk te geven in het Engels. In deze video probeer ik uit te leggen waarom een dergelijke houding volgens mij uiteindelijk schadelijk is voor het Nederlands.

(Deze video bekijken op YouTube.)

Het Engels is geen lingua nullius

Door Marc van Oostendorp

Het onderzoeksgebied van de Britse taalkundige Robert Philipson is de rol van het Engels in de internationale wereld, en hij steekt daarbij zijn mening niet onder stoelen of banken. Hij is ertegen dat het Engels die rol vervult. Zware woorden schuwt hij daarbij niet; zo gebruikt hij regelmatig de term linguicism, die hij dan gelijk stelt aan racism, sexism en classism: de discriminatie van mensen vanwege hun moedertaal.

Ook in zijn nieuwste artikel, Myths and realities of ‘global’ English (€; gratis manuscript hier), neemt hij geen blad voor de mond. Hij zet de zaken op scherp en dat maakt zijn betoog interessant. Volgens Philipson is het niet alleen een ‘mythe’ dat het Engels een neutrale taal voor internationaal gebruik zou zijn, maar is die mythe het product van decennia, zo niet eeuwen van doelbewust beleid van de Britse en Amerikaanse overheden. Hij haalt bijvoorbeeld Churchill aan, die in 1946 in Amerika zei: Lees verder >>

Idiomatelijk Nederlands spreken

Door Marc van Oostendorp

Ik denk dat bijna iedere Nederlander af en toe inmiddels wel iets zegt dat Engels is – al is het maar shit. Het zou een interessant onderzoekje waard zijn: zouden er mensen zijn wiens Nederlands op geen enkele manier door het Engels is beïnvloed?

Het probleem is dan natuurlijk: waar leg je de grens? Ik had onlangs een e-maildiscussie met een collega, waarbij ik op zeker moment kritiek had op zijn commentaar. Ik schreef:

 Wat je schrijft is niet erg behulpzaam.

Dat zinnetje voelde niet helemaal lekker, maar ik wist niet meteen waarom dat eigenlijk zo was. Lees verder >>

Waarom ik mijn proefschrift in het Engels schrijf

Door Marten van der Meulen

Afgelopen woensdag was ik precies een jaar bezig met mijn promotieonderzoek. Min of meer bij toeval besloot ik om die dag ook eens een stukje te gaan schrijven aan een hoofdstuk dat in mijn uiteindelijke proefschrift zal verschijnen. Ik heb al een tijd allerlei aantekeningen liggen over de afbakening van het taaladvies dat ik bestudeer (ik schreef er al eerder over), maar nu wilde ik hier toch een wat formelere versie van maken. Opgetogen toog ik dus aan het werk, en al snel stonden er flink wat woorden op papier. De taal van die woorden? Het Engels.

Waarom schrijf ik in hemelsnaam mijn proefschrift in het Engels? Ik promoveer in Nederland, aan de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur. De voertaal aan de universiteit waar ik promoveer is voor het grootste deel echt nog steeds Nederlands. Mijn begeleiders zijn Nederlands. Alle primaire bronnen die ik bestudeer zijn in het Nederlands gesteld. Belangrijkst van alles: de taal waar ik over schrijf is het Nederlands. En toch heb ik geen moment getwijfeld over de beslissing om in het Engels te schrijven. Lees verder >>

Gezocht: ‘Engelse’ voorzetsels in het Nederlands

Door Heleen Kleiboer

Laatst las ik een artikel met de titel Kan ik dierlijke eiwitten ook vervangen met plantaardige?. Na even googelen vond ik ook een ouder artikel met dezelfde voorzetselcombinatie in de titel, die luidde Deze app vervangt dagdagelijkse woorden in je sms’en met geleerde termen. Volgens Van Dale en de Taalunie is vervangen met echter niet de juiste combinatie van werkwoord en voorzetsel: het zou vervangen door moeten zijn. Waarschijnlijk is het gebruik van het voorzetsel met hier een letterlijke vertaling van het Engelse to replace with.

Ik vind deze ‘Engelse voorzetsels’ in het Nederlands een heel interessant fenomeen, onder andere omdat vaak gezegd wordt dat grammaticale woorden zoals voorzetsels niet snel ontleend worden uit een andere taal. Hier volgt nog een aantal andere voorbeelden waar het Engels mogelijk invloed heeft uitgeoefend op het voorzetselgebruik: Lees verder >>

Yes! in het Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Nederlanders zeggen graag ja. Niet alleen om iets te bevestigen (”Heb jij dat gedaan?’ ‘Ja’) of te aanvaarden (‘Je bent een idioot’, ‘Ja’), maar ook om het gesprek eindeloos op gang te houden. Een paar jaar geleden tekende ik voor Onze Taal een gesprek op uit het programma Boer zoekt vrouw, waarin drie mensen bijna alleen maar ja zeggen tegen elkaar en daarbij een panorama aan emoties.

In dat gesprek worden allerlei emoties onder woorden gebracht. En toch, is het woord ja alleen ons kennelijk niet genoeg. Gelukkig hebben we ook nog Yes!

Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als Amerikaan

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (24)

Door Marc van Oostendorp

Ilja Leonard Pfeijffer is heel duidelijk een continentaal Europese schrijver. Hij toont weliswaar af en toe belangstelling voor Japanse filosofie: hij heeft de verdedigingskunst aikido beoefend, waarover hij ook een dichtbundel schreef, Doka. In zijn toneelstuk Malpensa is sprake van het boek voor samoerai Hagakure, en doorheen zijn hele werk zijn verwijzingen naar het boeddhisme te vinden. Maar het werk speelt zich onveranderlijk af in Europa, en ik kan me eigenlijk nauwelijks een roman van Pfeijffer voorstellen die zich in Japan zou afspelen.

De Engelstalige wereld is nog opvallender afwezig. Een deel van het oeuvre is enerzijds geschreven in het Engels: het wetenschappelijke werk, zoals zijn proefschrift Three Aeginetan Odes of Pindar en de korte monografie First Person Futures of Pindar. In Brieven uit Genua schept Pfeijffer op dat hij als hij had geweld vermoedelijk wel een academische betrekking in Engeland, in Londen, had kunnen krijgen; maar hij zegt dat hem dat niet aantrok, dat hij niet in Londen zou willen wonen. In La Superba is er een belangrijke rol weggelegd voor een zeer sympathieke Engelsman – Don –, maar die woont al decennia niet meer in zijn geboorteland, maar in Genua. Voor de Engelstalige ex pat-gemeenschap in Genua heeft de verteller dan weer bijzonder weinig sympathie: Lees verder >>

Alleen Engels is niet internationaal

Door Marc van Oostendorp

Het nieuwe KNAW-rapport Nederlands en/of Engels. Taalkeuze met beleid in het Nederlands hoger onderwijs doet precies wat een rapport van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen moet doen: het pleit voor redelijkheid in een verhit debat. Redelijkheid is in dit geval: niet een van de twee mogelijkheden in het keuzeblokje en/of door te strepen, maar ze allebei te laten staan. Het is Nederlands en Engels en Nederlands of Engels. We moeten goed bekijken wat ieder vakgebied nodig heeft, en we moeten ervoor zorgen dat instellingen hun eigen keuze maken – zolang dit maar een beredeneerde keuze is.

Het rapport is een van de weinige op dit gebied die gebaseerd zijn op onderzoek. Zo wijst de commissie erop dat je niet moet denken dat je ineens internationaal bent geworden omdat je een zootje Britse en Chinese studenten binnen de muren hebt gehaald en de taal van je cursussen hebt aangepast. Wie college in het Engels wil geven, moet ook zorgen dat zijn studieprogramma op andere manieren internationaliseert: dat de studenten met hun verschillende culturele achtergronden zich allemaal voldoende thuis voelen in de collegezaal. Studenten moeten worden aangemoedigd en geholpen om te integreren, en docenten moeten zich bewust zijn van de specifieke complicaties die zich voordoen bij het leren in internationale omgevingen.

Minstens even belangrijk als een taalbeleid (‘iedere docent bij ons moet op niveau C2 in het Engels kunnen communiceren’) is een goed internationaliseringsbeleid. Lees verder >>

Voer de verengelsing nog maar wat verder

Door Marc van Oostendorp

De titel van de onlangs verschenen petitie ‘voor taalrijk hoger onderwijs, tegen taalverschraling door verengelsing’ klinkt goed: wie is er niet voor rijkdom en tegen verschraling? Hij gaat uit van een club met de sympathieke naam Beter Onderwijs Nederland (BON), en een bestuurslid, Felix Huygen, schreef in de Volkskrant ook nog een welsprekend essay ons allen te waarschuwen voor de ‘vernieling’ van ons universitair onderwijs die dreigt doordat we met ons allen steeds meer de taal van Shakespeare hanteren.

Toch zal ik die petitie niet tekenen. Het officiële doel ervan is te onduidelijk, het niet-officiële te bedenkelijk.

Het officiële eerst: BON wil de regering houden aan artikel 7.2 van de wet op het hoger onderwijs, waarin staat dat het onderwijs aan hogescholen en universiteiten in beginsel in het Nederlands moet worden gehouden, tenzij er speciale omstandigheden zijn. Mij lijkt dat wetsartikel zo vaag dat je je altijd wel kunt beroepen op ‘speciale omstandigheden’. Er is dan ook niemand tegen dat artikel 7.2. Waarom zou je een petitie opzetten voor een al bestaande wet die niemand wil afschaffen? Hoe zou de rechter kunnen gaan bepalen of voor individuele opleidingen die speciale omstandigheden opgaan? Lees verder >>