Tag: Engels

Is de verengelsing van de Amsterdamse winkels een gevaar voor het Nederlands?

Door Marten van der Meulen

Al langere tijd rommelt het in de Amsterdamse binnenstad. Of moet ik zeggen dat het is rumbling. Er wordt in de hoofdstedelijke winkels namelijk (te) veel Engels gebruikt. Metro en de Telegraaf schreven er in november 2017 bijvoorbeeld over. Vorige week besteedde AT5 er ook aandacht aan. Wat blijkt: er zijn best wat winkels waar je geen Nederlands kunt spreken. Nu denk ik dat er best wat mensen zullen denken: ‘zie je wel, het Nederlands verdwijnt’. Wees gerust: dat is nog maar de vraag. Laten we vooral proberen te begrijpen waarom dit gebeurt.

Tellen

Eerst even over het artikel in AT5. Het mag gezegd: de journalisten van AT5 hebben hun huiswerk gedaan. Men “heeft in ieder stadsdeel de grootste winkelstraten bezocht>”, wat neerkwam op 1462 winkels in 14 straten. Omdat Amsterdam zeven stadsdelen heeft ga ik uit van twee winkelstraten per stadsdeel. Daar hoef je niet lullig over te doen: dat is gewoon een mooie steekproef. Uit dit onderzoek blijkt dat vooral in de Kalverstraat en Kinkerstraat in veel winkels Engels werd gesproken. Daarbuiten was Engels in veel stadsdelen grotendeels of volledig afwezig. Lees verder >>

De vertaling in Trouw van de Brexit-rede van David Lammy

Door Henk Wolf

Redacteurs van Nederlandse kranten vertalen voortdurend en vertalen is moeilijk. Heel verwonderlijk is het dan ook niet dat persberichten en citaten geregeld worden omgezet naar een wat houterig Nederlands. Zolang de inhoud daarbij correct wordt weergegeven, is dat geen ramp. Wordt de inhoud geweld aangedaan, dan kan dat wel ernstig zijn.

Zaterdag verscheen er op de website van Trouw een vertaling van een toespraak die het Britse Lagerhuislid David Lammy begin januari heeft gehouden. In z’n toespraak trekt Lammy van leer tegen de Brexit, die hij ‘A trick. A swindle. A fraud’ noemt.

Lammy is een goede spreker en hij heeft z’n rede in de vorm van een analogie gegoten. Zijn boodschap is dat de Brexit slecht is voor Groot-Brittannië en dat politici dat hardop moeten zeggen, ook al wil het grote publiek het niet horen. Dat maakt hij aannemelijk door te vertellen hoe hijzelf in 2011 tegen de wil van z’n buurtgenoten in de Londense wijk Tottenham de waarheid sprak over de rellen daar.

Lammy in het Nederlands

Volgens Trouw zei Lammy het volgende: Lees verder >>

Van taalvitter naar taalfitter

Door Jan Renkema

Vijf jaar lang verzamelde het Instituut voor de Nederlandse Taal taalirritaties in verkiezingen onder de titel Weg met dat woord! In dit boekje worden de inzendingen besproken en gaan de auteurs dieper in op die ergernissen. Ik kreeg het boekje en ik irriteerde mij zó dat ik het heb weggeven aan een man die mij tijdens het baantjes trekken steeds probeerde naar de kant te socializen (‘druk hè, u was er vorige week niet hè’). Hij zag het zwembad als een watersociëteit en bestond het zelfs om mij, met toch al enig emeritaat achter de rug, aan te spreken met ‘Dag jongeman’. Ik haat dat!

Irritatie over taal? Tot mijn ergernis had het maandblad Onze Taal jarenlang een rubriek Taalergernissen. Nooit zal ik het artikeltje vergeten van Caroline Hoonhout uit Arnhem (2009:71) onder de titel ‘Grootste ergernis’: “Ik heb vele ergernissen. (volgen acht voorbeelden) Maar de grootste ergernis ben ikzelf, omdat ik het mezelf zo moeilijk maak. Waarom ergeren deze dingen mij toch, terwijl de meeste mensen zulke fouten niet eens opmerken en daar ook helemaal niet mee zitten.” Volgens mij moet deze Caroline Hoonhout erelid worden van het Genootschap Onze Taal. Lees verder >>

Nullehakkebaitseboksebaitseboksenullehakke! The creation of a language

Door Marc van Oostendorp

Whould there have been anything like Frisian without its literary authors? Would the language be taught in Frisian schools today? Would there be tv shows in Frisian? Would it be possible to use the language in court?

It probably is overly romantic to relate the fate of a language to the existence of a literary tradition. Isn’t speaking a language always more important than writing it? Isn’t a base of ordinary speakers worth more than a handful of poets? There might still be speakers if Frisian had never been written; there are a few hundred thousand of them now, mostly living in the province of Fryslân of the Netherlands.

Yet one can doubt that anybody would have felt the urgency to fight for the rights of this language if it would not have had the prestige that, arguably, initially came from the written tradition. Genetically, Frisian is said to be the Germanic language closest to English, but in the course of many centuries of intensive language contact, it has grown close enough to Dutch that a speaker of the latter language can follow Frisian with some effort. Still, it is probably very difficult to find any Dutch person who would deny that Frisian is a separate language. And the fight for its rights were definitely always stimulated by the existence of a literary tradition.

Swallows and Floating Horses is a sparkling and inspiring anthology of this tradition for an English-speaking audience. Lees verder >>

Negation in Norwich Dutch

Door Christopher Joby

St. Peter Mancroft, Norwich, which houses a wonderful Easter tapestry by Flemish weavers

Last month, I wrote a post about forms of address in Norwich Dutch (Norwichs Nederlands or Norwichs Vlaams). There I concluded we could tentatively talk of a Tu/Vos distinction in early modern Norwichs Nederlands. The dominant subject form of address in the letters written from Norwich to friends and family in Ieper in West Flanders (the Norwich Ieper corpus) was ghij. In this post, I return to those letters and discuss another linguistic feature that occurs quite frequently, namely negation in finite verb phrases.

In Old Dutch there was typically single negation, with the particles ne or en. This form of negation continued to be used in Middle Dutch in certain situations. However, by then negation was typically expressed by what some scholars refer to as ‘bipartite negation’, i.e., a two-part construction consisting of the negative particle ne or en before the finite verb and the negative adverb niet, e.g., ik en zie niet (‘I do not see’). In this construction niet is sometimes replaced by other words connoting the negative such as nooit (‘never’) and the article geen (‘not’/‘no’). Lees verder >>

Aankondiging en uitnodiging: A Germanic Sandwich 2019

Op 23 en 24 mei 2019 organiseren het Meertens Instituut en de Universiteit van Amsterdam de volgende aflevering van A Germanic Sandwich, een (ongeveer) tweejaarlijkse conferentie waarop, in de onderzoekslijn ingezet door van Haeringens Nederlands tussen Duits en Engels (1956), het Nederlands beschouwd wordt in contrast met de buurtalen Duits en Engels. Eerdere afleveringen werden gehouden in Berlijn, Sheffield, Oldenburg, Leuven, Nottingham en Münster, voertalen zijn Nederlands, Duits en Engels, de officiële call for papers staat hier onder, meer informatie is te vinden op de website. Lees verder >>

Verengelsing is eerder instrument voor onderwijstoerisme dan voor cultuuruitwisseling

Door Henk Wolf

In de studiegidsen en later in de online-onderwijscatalogus van de instelling waar ik werk, staat zolang ik me kan herinneren bij elke cursus in welke taal of talen die wordt aangeboden. Nou heb ik me daar nooit veel van aangetrokken. Tenzij de vaardigheid in een specifieke taal de kern van de cursus vormt, pas ik de taal eigenlijk altijd bij de groep aan. Zo heb ik de afgelopen jaren in vijf talen onderwijs gegeven, soms met verschillende talen binnen één college. Ik heb studenten daarbij altijd aangemoedigd om zoveel mogelijk hun eigen taal te gebruiken, als ze zich daarbij prettiger voelden. En als iemand die taal niet verstond, dan vatte ik het gezegde even samen.

Uitwisseling als doel

Natuurlijk had dat wel grenzen. Ik heb een paar studenten gehad met Lingala of Arabisch als eerste taal. Die talen beheers ik niet, dus die studenten moesten bij het beantwoorden van hun tentamenvragen en bij het stellen van vragen tijdens het college uitwijken naar een andere taal. Dat vind ik jammer, maar ik heb wel geprobeerd om bij cursussen taalwetenschap steeds voorbeelden uit die talen als illustratie te gebruiken.

Voor mij is dat hoe internationalisering eruit zou moeten zien: zoveel mogelijk van de rijkdom aan culturen en talen tot gelding laten komen. Als internationalisering ergens toe moet leiden, dan is dat volgens mij dat mensen in contact komen met cultuurelementen die ze anders niet zouden tegenkomen, om ervan te leren. En taal is waarschijnlijk een van de opvallendste elementen van iemands cultuur – en een van de leerbaarste. Internationalisering waarbij de taal van het gastland geen voornaam en vanzelfsprekend deel van de leerwinst vormt, is zoiets als een met veel tamtam aangekondigde wijnproeverij in de Dordogne, waar alleen één aangelengde niet-Franse wijn wordt geschonken. Als een masterclass van Wibi Soerjadi en Jaap van Zweden, die daarbij alleen maar op de kazoo mogen spelen. Als een Venetië dat voor het gemak van haastige toeristen een aantal kanalen dempt. Dat kun je volgens mij beter laten. Lees verder >>

Change Your Mind

Door Marc van Oostendorp

Deze zomer was er een vreemd programma te zien bij de publieke omroep. Er werden Nederlandse jongeren (‘millennials’) in aan het woord gelaten over ‘morele dilemma’s’. De titel van het programma: Change Your Mind.

Ja, dat is Engels, maar dat was niet het vreemde. Er zijn zoveel Nederlandse programma’s met een Engelse naam, want dat is nu eenmaal modern. Het vreemde was dat alle deelnemers er Engels in spraken.

Je kunt het programma zien als een demonstratie van hoe welbespraakt moderne Nederlanders kunnen zijn in die taal. Vrijwel iedereen komt makkelijk uit zijn woorden en blijkt in staat genuanceerde gedachten te uiten in deze vreemde taal.

Maar het programma heeft ook iets ongemakkelijks.

Lees verder >>

Internationalisering? Betaal mee!

Door Marc van Oostendorp

De internationalisering van de universiteit is een luxe. Met al die studenten uit Spaanse dorpjes, Duitse steden en Indische metropolen is het alleen maar gezelliger geworden op de campus. Wie zou dat ontkennen? Het is fijn dat er mensen rondlopen die de wereld op een andere manier bezien, het is leerzaam dat je in de collegezaal ook een heel andere mening kunt horen, en de kwaliteit van de koffie is er ook alleen maar op vooruitgegaan. Nijmegen wordt zowaar een wereldstad.

De vraag is alleen: wie betaalt die luxe? Wie zorgt ervoor dat al die mensen onderdakdak vinden? En een cortado? Wie draait er op voor hun docenten en hun pleziertjes?

Dat zijn de buitenlandse studenten zelf niet. Of nauwelijks: de collegegelden zijn in Nederland heel erg laag, en dat is, met het grote aanbod van Engelstalige programma’s, een belangrijke reden waarom mensen naar Nederland komen om te studeren. Lees verder >>

Studeren aan ‘Dinges Instelling’

Door Henk Wolf

Tien jaar geleden stond aan de Rengerslaan in Leeuwarden nog de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, afgekort: NHL. In 2009 werd de naam gewijzigd in NHL Hogeschool. Dat is in veel opzichten een raadselachtige naam. Het opvallendste raadsel is natuurlijk waarom het woord Hogeschool nog eens gebruikt wordt als dat ook al in de afkorting zit. Raadselachtig is ook de aanwijzing van de pr-afdeling om vóór ‘NHL Hogeschool’ geen lidwoord te zetten. Studenten volgden in de folders college aan NHL Hogeschool, niet aan ‘de’ NHL Hogeschool.

Een nog groter raadsel vind ik dat ik niet weet hoe ik NHL Hogeschool moet uitspreken. Immers, waar ligt in die vreemde naam de klemtoon? In een gewone samenstelling (met lidwoord, zonder spatie) als ‘de Beatrixschool’ of ‘het ANWB-lid’ ligt de klemtoon op het eerste lid van die samenstelling, dus op ‘Beatrix’ of ‘ANWB’. In een lidwoordloze naam zoals ‘PTT Post’ en ‘Unicef Nederland’ (met spatie) krijgt juist het laatste stukje de klemtoon, alleen lijkt dat laatste stukje daar steeds de naam van een afdeling binnen het eerste stukje te zijn. Dat is bij NHL Hogeschool natuurlijk niet zo. Lees verder >>

Morgen een week zijn je schoenen klaar

Door Henk Wolf

In het Nederlands kun je zeggen dat er ‘over een week’ iets staat te gebeuren. In het Fries kan dat net zo goed: ‘Oer in wike is it klear’. Je kunt ook het woord vandaag of hjoed toevoegen om aan te geven dat die week begint op de dag dat je de zin uitspreekt. Je krijgt dan zinnen zoals de volgende:

Vandaag over een week zijn je schoenen klaar.
Hjoed oer in wike binne dyn skuon klear.

Je kunt de week ook op een ander tijdstip laten beginnen. Als je morgen of moarn toevoegt, dan vindt je gebeurtenis acht dagen na het uitspreken plaats: Lees verder >>

Totally ready

Taal lijkt een gepasseerd station in de sinistere strijd van Vlaams-nationalisten

Door Marc van Oostendorp

In Vlaanderen gaat het publieke debat al een paar dagen om een smoezelig clubje Gentse studenten dat zich Schild en Vrienden noemt en onder leiding staat van een zekere Dries Van Langenhove. Die Van Langenhove heeft het vorig jaar geschopt tot het universiteitsbestuur, maar is vorige week de toegang tot de universiteit ontzegd nadat het onderzoeksprogramma Pano onthulde dat Van Langenhove en de zijnen achter de schermen seksistische, antisemitische en racistische memes uitwisselden en zich ook overigens leken voor te bereiden op een fascistische strijd. Inmiddels heeft ook de politie een inval gedaan bij Van Langenhove thuis.

Er valt vast van alles te zeggen over Schild en Vrienden, en wie de Vlaamse media de afgelopen dagen volgde, heeft ook inderdaad het een en ander gehoord: de Leuvense rector opperde dat Van Langenhove misschien naar zijn stad kon komen omdat iemand altijd recht houdt op onderwijs (en mij lijkt dat iemand die zich met zulke ontstellend domme dingen inlaat ook inderdaad aantoont dat hij wel wat scholing kan gebruiken).

In dat tumult viel toch ook de taalkundige een ding op: hoe gretig deze jonge Vlaams-nationalisten Engels gebruiken. Lees verder >>

De gemiste kansen van “Beter Onderwijs Nederland”

Door Marc van Oostendorp

Wie zou er niet voor beter onderwijs zijn? Ik vermoed dat er weinig mensen zijn die dik tevreden zijn met de status quo en nog minder die vinden dat het wel wat een tandje minder kan allemaal, in het Nederlandse onderwijs.

In dat opzicht is Beter Onderwijs Nederland (BON) goed gekozen, als naam voor de vereniging waarvan de wijsgeer Ad Verbrugge het boegbeeld is. Een club mensen die zeggen dat het nu wel allemaal genoeg is geweest met alle onzin en dat iedereen die van goede wil is, zich eens moet verenigen om een einde te maken aan het gepruts! Laten we desnoods zelf scholen inrichten, en hogescholen! Universiteiten! Laten zien hoe het allemaal beter kan!

Een van hun slogans is trouwens ‘Leve het gezond verstand!’ Wie wil dat niet? Lees verder >>

Is hoger onderwijs in het Engels ‘goed’?

Door Sue Goossens

Onlangs had ik het met een paar collega-onderzoekers uit Nederland over de rechtzaak waarbij Universiteit Maastricht en Universiteit Twente betrokken waren, meer bepaald over de vraag of het goed was om bepaalde opleidingen in het Engels aan te bieden.

Dat is dus geen simpele vraag, vooral in vergelijking met de vraag of beide universiteiten daarmee in strijd zijn met de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (de WHW). Dat kan een rechter gewoon beslissen, zo bleek gisteren althans. Beide instellingen zijn dus niet in strijd met de wet en de rechter was het bovendien met hen eens dat een Engelstalige opleiding psychologie de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt en gunstig is voor de internationalisering. Is dat eigenlijk wel ‘goed’?

Lees verder >>

Is de taalwetenschap beïnvloed door het Engels?

Door Marc van Oostendorp

Het is een intrigerende kwestie, die de Deense taalkundige Carsten Levisen aansnijdt in een recent artikel <€> in het tijdschrift Language Sciences; in hoeverre is de taalwetenschap beïnvloed door het feit dat de meeste wetenschappelijke literatuur in het Engels is gesteld? Is het mogelijk dat we de werkelijkheid alleen maar op een bepaalde manier bestuderen doordat we nu eenmaal Engelse termen gebruiken?

Levisen bekijkt drie termen: mind, happiness en community. De eerste en de laatste worden inderdaad veel gebruikt in de taalwetenschap en aanverwante disciplines: taal is iets dat zich bevindt in de mind van de spreker, of dat een eigenschap uitmaakt van een community. Wat happiness in dit lijstje doet, is minder duidelijk en legt Levisen ook niet echt uit. Er bestaat weliswaar al een paar decennia psychologisch, sociologisch en economisch onderzoek naar happiness (wat is het, hoe kunnen individuen en staten inzetten op meer ervan), maar ik heb er letterlijk nog nooit van gehoord dat dit soort onderzoek zich ook uitstrekt tot de taalwetenschap.  Lees verder >>

Ook als neerlandicus ben ik dol op internationalisering

Door Lotte Jensen

Als neerlandicus ben ik dol op internationalisering. Over twee weken mag ik bijvoorbeeld spreken op een congres in Sheffield waar het 70-jarige bestaan van Dutch Studies wordt gevierd. Uitnodigingen om gastcolleges te geven in Keulen, Zürich en Boedapest neem ik eveneens gretig aan. Enthousiaste, leergierige studenten willen daar alles weten over de Nederlandse cultuur en geschiedenis. De voertaal is het Nederlands, de taal waarin zij zich specialiseren. Zij doen dat trouwens niet alleen vanwege culturele redenen, maar ook uit economische motieven: Nederland is een belangrijke handelspartner voor de landen waar zij vandaan komen.

Dat geldt in het bijzonder voor Polen, waar de neerlandistiek gouden tijden beleeft. De studentenaantallen rijzen daar de pan uit. Op acht universiteiten kun je daar vakken Nederlands volgen, op drie universiteiten is het een aparte studierichting (ter vergelijking: in Nederland kun je een voltijdse studie Nederlands aan vijf universiteiten volgen). Onlangs werd in Wroclaw een week lang de vierhonderdste sterfdag van Bredero met tal van activiteiten gevierd. De Poolse adaptatie van De Klucht van de molenaer (1613) ging toen in première. Lees verder >>

Vroege tweetaligheid Friezen geen voordeel bij leren Engels

(Persbericht Fryske Akademy)

Vroege tweetaligheid in Fries-Nederlands is geen garantie voor succesvolle ontwikkeling van Engels als derde taal. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Mirjam Günther-Van der Meij. Dat is opvallend, omdat meestal een voordeel van tweetaligheid op derdetaalverwerving gevonden wordt. In de Friese context is dat dus niet het geval. Andere factoren zoals taalachtergrond, motivatie om talen te leren en taalblootstelling spelen een belangrijkere rol.

Drietalige taalontwikkeling verschilt van tweetalige taalontwikkeling omdat tweetaligen meer ervaren taalleerders zijn (omdat ze al twee talen beheersen) en toegang hebben tot twee linguïstische systemen. Wat uit het onderzoek van Günther-Van der Meij echter duidelijk wordt, is dat vroege tweetaligheid in de Friese context geen voordeel biedt, maar ook geen obstakel vormt voor Engelse taalontwikkeling als derde taal (T3). De Friese situatie is uniek om verschillende redenen, waaronder de nauwe verwantschap tussen Fries en Engels. Maar die blijkt verrassenderwijs eerder een nadeel dan een voordeel. Een andere opvallende deelconclusie: ‘latere tweetaligen’ zijn zelfverzekerder over hun Engelse taalvaardigheid dan ‘vroege tweetaligen’. Günther-Van der Meij noemt de eerste groep betere Engelse taalleerders, maar de tweede groep bestaat uit snellere Engelse taalleerders. Lees verder >>

19 april 2018, Nijmegen: Lezing door prof. Wannie Carstens: Why don’t we just all speak English?

Prof. Wannie Carstens (Noordwes-Universiteit, Potchefstroom, Zuid-Afrika) geeft op 19 april een lezing aan de Radboud Universiteit Nijmegen:

“Why don’t we just all speak English?” (Waarom praat ons almal nie maar net Engels nie?)

Suid-Afrika is sedert 1994 in ʼn tyd van oorgang – op verskeie vlakke. Enige persoon wat die nuus oor gebeure in SA volg, sal hiervan bewus wees. Dit raak egter ook taal, en nie net politiek en sosio-ekonomiese aangeleenthede nie. Lees verder >>

Is het Nederlands de eigen taal van alle Nederlanders?

Door Marc van Oostendorp

Deze tekening heeft niet zoveel met het onderwerp te maken, sorry.

“De eigen taal is bij uitstek het instrument voor het denken”. Wie zoiets schrijft in een pleidooi tegen het Engels in het hoger onderwijs – de classicus Anton van Hooff deed het deze week in Trouw – kan in bepaalde kringen kennelijk op bijval rekenen. Terwijl het een ui is van dubieuze aannamen.

De eerste rok: dat taal uberhaupt een ‘instrument’ is voor het denken. Het is een zeventiende eeuws idee: je leert een taal heel grondig, en dan kun je vervolgens heel scherp denken. Soms wordt dat ook gebruikt als argument voor de standaardtaal: iemand die zegt “ik ben groter als jij” is een slordige denker, want die ziet de verhoudingen niet scherp.

Ik heb nog nooit bewijs voor die stelling gezien. Er is natuurlijk een correlatie tussen het niveau van iemands opleiding en diens beheersing van de standaardtaal, en een correlatie tussen opleiding en het vermogen om analytisch na te denken, maar dat betekent nog niet dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen standaardtaal en denken, laat staan een causale relatie. Wel is er mogelijk een verband tussen het feit dat de mens taal heeft en dat de mens allerlei vrij ingewikkelde gedachten kan hebben die apen niet hebben – maar dat lijkt dan te gaan over taal in het algemeen, niet over specifieke standaardtalen. En vrijwel iedere mens heeft wel een taal. Lees verder >>

Nieuw Landelijk Platform gaat zich hard maken voor het talenonderwijs

(Persbericht Radboud Universiteit)

Is verengelsing van het hoger onderwijs nu wel of geen goede zaak? Welke economische voordelen loopt Nederland mis doordat we steeds slechter Duits en Frans spreken? Hoe lossen we het tekort aan docenten Nederlands en Duits in het voortgezet onderwijs op? Met dit soort vraagstukken gaat een nieuw Landelijk Platform voor de Talen zich bezighouden. Het platform is een samenwerking tussen zeven academische instellingen. Met de aanstelling per 1 april van emeritus hoogleraar Mike Hannay als voorzitter kan het samenwerkingsverband van start.

De zes betrokken universiteiten committeren zich met het platform aan een landelijke samenwerking van de talenopleidingen in Nederland. Het platform moet de belangen behartigen van talenstudies, samenwerking initiëren en vernieuwing stimuleren. Verkend wordt hoe de banden tussen de universiteiten onderling en met het voortgezet onderwijs en hoger onderwijs versterkt kunnen worden. Lees verder >>

Reynaert the Fox and the trouble of learning Dutch

Reactie naar aanleiding van de uitzending van Nieuwsuur over verengelsing aan Nederlandse universiteiten.

Door Mark Visscher

In Nieuwsuur van afgelopen zaterdag werd ik kort geïnterviewd over mijn college waarin ik en andere studenten Van den vos Reynaerde lazen in een Engelse vertaling. Naar aanleiding van dit item is er – voornamelijk binnen de Universiteit Utrecht – enige commotie ontstaan over hoe de universiteit wordt neergezet en over de vraag in hoeverre dit een terecht voorbeeld is van doorgeschoten verengelsing. Ik denk dat het erg nuttig is om de feiten op een rij te zetten om de discussie in de juiste context te voeren.

Lees verder >>

Het Engels trekt aan ons allemaal

Door Marc van Oostendorp

Het was fijn dat Bas Heijne zaterdag in de NRC pleitte voor een zakelijk debat over het hoger onderwijs. Helaas zag hij, net als veel andere deelnemers aan de discussie, daarbij één ding over het hoofd: dat de hang naar het Engels niet slechts een rare modegril is van ijdele bestuurders, of een teken dat de universiteit met de rug naar de samenleving staat. Het is minstens evenzeer een teken hoe de universiteit gevoelig is voor dezelfde zaken als wij allemaal.

Het Engels heeft op vrijwel alle Nederlanders een bijna onweerstaanbare aantrekkingskracht – dat geldt trouwens voor vrijwel iedereen in de westerse wereld. Het is zeker niet alleen een taal voor de elite. Er is bijvoorbeeld geen politicus die zo vaak in het Engels twittert als Geert Wilders (PVV), terwijl die zich er juist op laat voorstaan op te komen voor ‘het volk’. Geboren Nederlanders met een Engelse voornaam als Kevin of Ashley hebben bovengemiddeld vaak ouders met een lagere opleiding. Populaire tv-series hebben vaak Engelse namen, ook als ze bijvoorbeeld uit Scandinavië komen. Populaire thrillers en andere boeken zijn bovengemiddeld vaak vertaald uit het Engels: zelfs wie die taal niet vlot leest, wil kennelijk wel het liefst boeken lezen die erin geschreven zijn.  Zelfs het feit dat zowel Groot-Brittanië als de Verenigde Staten zich politiek recentelijk isoleren, lijkt geen verandering te brengen in die fascinatie. Lees verder >>