Tag: Engels

Is er juridisch iets te doen tegen het taalbeleid van de Universiteit Twente?

Door Henk Wolf

Tot nu toe was het protest tegen de verengelsing van Nederlandse universiteiten vooral gericht tegen het gebruik van het Engels als voertaal in het onderwijs. De organisatie Beter Onderwijs Nederland heeft geprobeerd daar via de rechter een einde aan te maken. Dat deed ze met de aanklacht dat Engels als voertaal bij de studie pyschologie aan de universiteiten van Twente en Maastricht een overtreding zou zijn van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Die wet schrijft het Nederlands als onderwijstaal voor, maar laat ruimte voor uitzonderingen. De rechter vond dat BON niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat de betreffende studies geen uitzondering konden zijn.

Lees verder >>

To plough and cow stable: het Nederlands als etnische taal

Door Henk Wolf

‘Naar ploeg en koestal vluchtte uw taal’, schrijft Piet Paaltjens in zijn gedicht De Friesche poëet. De taal waar hij het over heeft, is het Fries. Oebele Vries heeft de zin gebruikt als titel van een boek, met als ondertitel ‘De verdringing van het Fries als schrijftaal door het Nederlands (tot 1580)’. Die titel zegt bijna alles: in de tijd van een mensenleven, grofweg tussen 1500 en 1580 maakte het Fries als algemene schriftelijke omgangstaal plaats voor het Hollands (en later het Standaardnederlands). Dat begon op kleine schaal in de ambtenarij. Stap voor stap werd het Fries vervolgens uit het schriftelijke domein weggedrukt.

Lees verder >>

Wie pleit er voor exclusief Engelstalig hoger onderwijs in Nederland?

Door Carel Jansen

“Dit boek is geboren uit verzet”, aldus de eerste zin van de inleiding van de vorige week verschenen bundel Against English. Behalve de inleiding bevat het boek 26 sterk uiteenlopende, deels al eerder verschenen bijdragen van auteurs als Özcan Akyol, Ad Verbrugge, Annette de Groot en van drie van de samenstellers, Lotte Jensen, Niek Pas en Daniël Rovers. Lichtvoetige teksten van bijvoorbeeld Japke-D. Bouma en De speld worden afgewisseld met serieuzer bedoelde essays en artikelen van wetenschappers die zich uitspreken over het gebruik van het Engels in Nederland, en dan vooral in het hoger onderwijs. Anders dan de titel suggereert, blijkt in de tweede zin van de inleiding dat het verzet waarover ook op de achterflap over wordt gesproken niet gericht is tegen het gebruik van het Engels op zichzelf, maar tegen het overmatige gebruik van die taal. “Het doel van dit boek is een discussie op gang te brengen”, zo schrijven de inleiders iets verderop, en ze willen ook laten zien welke “reële gevaren er kleven aan onze massale toevlucht tot het Engels”. Gelet op de vele geluiden in de media – onder meer afkomstig van de samenstellers zelf – over het toegenomen gebruik van het Engels als onderwijstaal in Nederlandse universitaire en hbo-opleidingen, is de aanname dat er over dit onderwerp nog een discussie op gang zou moeten komen, nogal bijzonder. Ook bij minister Van Engelshoven zijn de signalen op dit punt intussen immers duidelijk aangekomen.

Lees verder >>

Wie echt voor meertaligheid is, sluit geen talen uit

Door Joris Oddens

Gisteren was de presentatie van Against English, een pleidooi tegen de dominantie van het Engels in Nederland. De samenstellers van deze bundel keren zich tegen ten minste drie verschillende vormen van verengelsing: het oprukken van het Engels in het publieke domein, de verdringing van het Nederlands als onderwijstaal en de druk om in de wetenschap alleen nog in het Engels te publiceren.

Lees verder >>

Against meningen over het English

Door Marten van der Meulen

Veel mensen maken zich druk over verengelsing van de Nederlandse taal en samenleving. Er is nauwelijks een zelfrespecterend taaladviesboek of het bevat geen stukje over te mijden anglicismen. Ook in kranten en andere media staan met enige regelmaat opinieartikelen, waarbij de focus vaak ligt op het hoger onderwijs. Dat domein is ook het primaire doelwit van het nieuwe boek Against English. Pleidooi voor het Nederlands (samenstelling Lotte Jensen, Niek Pas, Daniël Rovers, Koen van Gulik). Deze bundel bevat bijdragen van een aantal auteurs met verschillende achtergronden, die allemaal vanuit eigen perspectief proberen lezers te overtuigen van het kwaad dat Engels heet. Slaagt het boek in deze missie? Het lijkt me sterk. Jammer genoeg bevat het weinig nieuwe inzichten, staat bol van het alarmisme en ontbeert vooral vrijwel iedere taalkundige onderbouwing.

Lees verder >>

Hoe de fuk

Door Ton van der Wouden

Waarschuwing: wie niet gediend is van schuttingtaal, moet nu ophouden met lezen.

Onlangs ving ik een flard van een gesprek op tussen twee Leidse studentes – ik neem aan dat de AVG toelaat dat ik hierover rapporteer. Wat mij met name opviel was de volgende uiting (mijn spelling, en de leestekens heb ik er vanzelfsprekend bij verzonnen, mensen spreken die zelden uit):

  • En dan denk ik van: “hoe de fuk ga je dat doen”?
Lees verder >>

Boekpresentatie Against English. Pleidooi voor het Nederlands

Op dinsdag 26 november wordt de bundel Against English. Pleidooi voor het Nederlands ( red.Lotte Jensen, Niek Pas, Daniël Rovers en Koen Gulik) gepresenteerd. Dit boek is geboren uit verzet. Verzet tegen de verengelsing van taal en maatschappij. De auteurs willen laten zien welke reële gevaren er kleven aan onze massale toevlucht tot het Engels. Met de dominantie van de taal komt namelijk ook de dominantie van het denken. Het Anglo-Amerikaanse wereldbeeld bepaalt de kijk op economie, politiek en overheid. De overheid dient zich terug te trekken en zo veel mogelijk over te laten aan het individu. En de samenleving? Die wordt onderworpen aan het principe van de markt. Alwaar men het liefst in Engels jargon spreekt. Aan de hand van korte lezingen door auteurs van Against English leren we over de portee van het boek.

Een eerste exemplaar wordt aangeboden aan Frits Spits, pleitbezorger van de Nederlandse taal, het Nederlandse lied en presentator van het radioprogramma De Taalstaat.

Lees verder >>

Op (het) Parliament Square

Door Henk Wolf

  • […] op het moment dat uit de speakers op Parliament Square de aantallen klinken – 329 voor, 300 tegen – klapt ze halfslachtig met een slap handje.

De zin hierboven stond afgelopen donderdag in een voorpagina-artikel van de Trouw. Met die zin is iets aan de hand: er staat geen lidwoord voor de naam van het plein Parliament Square. Dat is geen foutje: het lidwoord blijft heel vaak weg bij Engelstalige namen van straten, pleinen en parken. Nog een paar voorbeelden van internet:

Lees verder >>

Jouw iedere beweging

Door Kristel Doreleijers

Op 8 mei 2019 kwam de nieuwe Nederlandstalige single Hoe Het Danst van Marco Borsato, Armin van Buuren en Davina Michelle uit. Borsato omschrijft het nummer op zijn website als ‘een liefdeslied waarin het verhaal wordt verteld van twee mensen die niet goed weten hoe ze met elkaar verder moeten’. De single is de eerste in een nieuwe reeks samenwerkingen tussen Borsato en andere artiesten, een idee van songwriter en producent John Ewbank. Die laatste naam zal menig taalkundige en (met name) taalpurist zeker nog in het geheugen gegrift staan, denkend aan het Koningslied en de veelbesproken regel “de dag die je wist dat zou komen”. En laat in de nieuwe single nu precies weer zo’n (op)merk(ens)waardige zinsconstructie ten gehore worden gebracht! In Hoe Het Danst begint Borsato als volgt:  

Sleutels vast de deurknop heb ik in mijn hand 
Maar ik twijfel of ik nog wel echt naar binnen kan
Jouw iedere beweging lijkt bij mij vandaan
Ik heb je hart zo lang niet open meer zien staan 

Nu gaat het natuurlijk om de woordgroep “jouw iedere beweging” in de derde regel.

Lees verder >>

Iedere universiteit moet haar taalbeleid op orde hebben

Door Lotte Jensen

Onlangs uitte Harald Merckelbach, hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit Maastricht, in een column in NRC Handelsblad stevige kritiek op de brandbrief die een groep hoogleraren en prominenten naar de Tweede Kamer stuurden. Zij uitten daarin hun zorgen over het oprukkende Engels aan universiteiten en de op handen zijnde wetswijziging. Volgens het wetsvoorstel mogen universiteiten voortaan onderwijs in een andere taal aanbieden, mits de meerwaarde daarvan kan worden aangetoond. De groep ondertekenaars vreest voor een verdere ondermijning van de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs, met alle kwalijke gevolgen van dien. 

Lees verder >>

‘The TH will surely trouble you’

Een gedicht op rijm als cursus Engelse uitspraak voor Nederlandse docenten die college geven in het Engels

Door Nico Keuning

Charivarius

Wetenschappelijk onderzoek van cognitiewetenschapper Johanna de Vos aan de Radboud Universiteit Nijmegen heeft uitgewezen dat studenten die college krijgen in het Engels op het examen lager scoren dan studenten die het college in het Nederlands hebben gevolgd. Een van de mogelijke oorzaken is dat studenten in het Engels de lesstof ‘minder goed begrijpen’. Dit laatste lijkt mij zeer aannemelijk. Nog los van de woordenschat is voor een goede verstaanbaarheid en begrijpelijkheid de uitspraak, the pronunciation, van de docent van eminent belang. Een verkeerde uitspraak leidt tot onverstaanbaarheid, verwarring, misverstanden. Wie in Londen de weg vraagt naar Islington met de uitspraak als in island, wordt niet begrepen. Het is, op z’n Nederlands, Is-lington.

Niemand die dat beter weet dan Gerard Nolst Trenité (1870-1946), Nederlands letterkundige en anglist, die onder het pseudoniem Charivarius, tal van taalkwesties in proza en gedichten aan de orde heeft gesteld die nog steeds actueel zijn. Hij is vooral bekend door zijn boek Is dat goed Nederlands?, Ruize rijmen en Klusjes en kliekjes. Maar hij zette ook De geschiedenis des vaderlands, in twee delen, op rijm: ‘O jeugd van Nederland! Door burgerzin gedreven, / Heb ik dit heldendicht om uwentwil geschreven,’. Lees verder >>

Het hoger onderwijs mag niet in zijn eentje verengelsen

Door Marc van Oostendorp

Door gunstige persoonlijke omstandigheden volg ik dezer dagen het taalnieuws iets minder intensief, en daardoor hoorde ik pas in de laatste aflevering van De Taalstaat dat er gelukkig ook nog mensen zijn die proberen een genuanceerde visie op de ‘verengelsing’ te formuleren.

René Cuperus bijvoorbeeld, een cultuurhistoricus die vorige week in de Volkskrant (of all places) opmerkte dat het natuurlijk ook heel goed is als jonge mensen behalve goed Nederlands ook goed Engels leren: Lees verder >>

Engels? Doe eens opletten!

Door Marc van Oostendorp

Als iemand zegt ‘dit of dat komt uit het Engels’, komt dit of dat meestal niet uit het Engels. Zaterdag was het weer raak: De Taalstaat besteedde aandacht aan de campagne #doeslief waarmee Sire mensen oproept om lief te doen. Aan het woord kwam een van de reclamemakers die verantwoordelijk is voor die slogan:

Ik denk dat dat vanuit het Engels komt. Je hoort de laatste tijd wel vaker ook ‘Doe eens dat pakken’, ‘Doe eens opletten’. Dus wij dachten ‘Doe eens lief’. Dus mijn maatje Antoine en ik zaten dus te denken van hoe kun je dat het beste opschrijven (…)
(De Taalstaat, 9 maart 2019, ongeveer vanaf 15:30)

Het laat allemaal zien hoe weinig zelfs taalprofessionals eigenlijk nadenken over het belangrijkste instrument dat ze hebben. Deze man zegt echt zo maar wat. Let wel, het is hier dus de auteur van de slogan zélf die denkt een Engelse constructie te pakken te hebben. Wat die constructie dan precies is, zegt hij niet. Doe eens lief lijkt mij in ieder geval niet woord voor woord in het Engels te vertalen (‘Do once sweet’), en om er idiomatisch Engels van te maken moet je ongeveer alles veranderen (ik als anglofonieleek zou zeggen: ‘be good’). Lees verder >>

Articuleren en de voordelen van meertaligheid: Mark Rutte in de Tweede Kamer

Door Siemon Reker

Het was een thuiswedstrijd voor de minister-president, dat debat over de Staat van de Europese Unie van donderdag 7 februari 2019. Hoorbaar tijdens het begin van zijn beantwoording tegen de bode zeggen dat hij graag een cappuccinootje had gehad –ja, heerlijk– en even later met een knipoog de rol van de VVD-leider spelen door hier nog even te herhalen wat hij maandagavond al in eigen kring had rechtgezet over zijn optreden bij Buitenhof. Nee, de premier vindt de verkiezingen voor Europa wel degelijk belangrijk.

Voor de verandering had de PM veel van de onderwerpen aan de minister van Buitenlandse Zaken overgedragen: “De gedachte is dat ik een paar dingen zeg over de strategische agenda en de Europese Monetaire Unie, en dat de heer Blok vervolgens de vragen zal beantwoorden op het terrein van de institutionalia, brexit, MFK, het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid, het interne en externe veiligheidsbeleid, de rule of law, de coalitievorming en een rubriek varia. Dat betekent dat het leeuwendeel van de workload vanmiddag ligt bij de minister van Buitenlandse Zaken.” Dat is de door de premier eerder genoemde “heer Blok”. Lees verder >>

Is de verengelsing van de Amsterdamse winkels een gevaar voor het Nederlands?

Door Marten van der Meulen

Al langere tijd rommelt het in de Amsterdamse binnenstad. Of moet ik zeggen dat het is rumbling. Er wordt in de hoofdstedelijke winkels namelijk (te) veel Engels gebruikt. Metro en de Telegraaf schreven er in november 2017 bijvoorbeeld over. Vorige week besteedde AT5 er ook aandacht aan. Wat blijkt: er zijn best wat winkels waar je geen Nederlands kunt spreken. Nu denk ik dat er best wat mensen zullen denken: ‘zie je wel, het Nederlands verdwijnt’. Wees gerust: dat is nog maar de vraag. Laten we vooral proberen te begrijpen waarom dit gebeurt.

Tellen

Eerst even over het artikel in AT5. Het mag gezegd: de journalisten van AT5 hebben hun huiswerk gedaan. Men “heeft in ieder stadsdeel de grootste winkelstraten bezocht>”, wat neerkwam op 1462 winkels in 14 straten. Omdat Amsterdam zeven stadsdelen heeft ga ik uit van twee winkelstraten per stadsdeel. Daar hoef je niet lullig over te doen: dat is gewoon een mooie steekproef. Uit dit onderzoek blijkt dat vooral in de Kalverstraat en Kinkerstraat in veel winkels Engels werd gesproken. Daarbuiten was Engels in veel stadsdelen grotendeels of volledig afwezig. Lees verder >>

De vertaling in Trouw van de Brexit-rede van David Lammy

Door Henk Wolf

Redacteurs van Nederlandse kranten vertalen voortdurend en vertalen is moeilijk. Heel verwonderlijk is het dan ook niet dat persberichten en citaten geregeld worden omgezet naar een wat houterig Nederlands. Zolang de inhoud daarbij correct wordt weergegeven, is dat geen ramp. Wordt de inhoud geweld aangedaan, dan kan dat wel ernstig zijn.

Zaterdag verscheen er op de website van Trouw een vertaling van een toespraak die het Britse Lagerhuislid David Lammy begin januari heeft gehouden. In z’n toespraak trekt Lammy van leer tegen de Brexit, die hij ‘A trick. A swindle. A fraud’ noemt.

Lammy is een goede spreker en hij heeft z’n rede in de vorm van een analogie gegoten. Zijn boodschap is dat de Brexit slecht is voor Groot-Brittannië en dat politici dat hardop moeten zeggen, ook al wil het grote publiek het niet horen. Dat maakt hij aannemelijk door te vertellen hoe hijzelf in 2011 tegen de wil van z’n buurtgenoten in de Londense wijk Tottenham de waarheid sprak over de rellen daar.

Lammy in het Nederlands

Volgens Trouw zei Lammy het volgende: Lees verder >>

Van taalvitter naar taalfitter

Door Jan Renkema

Vijf jaar lang verzamelde het Instituut voor de Nederlandse Taal taalirritaties in verkiezingen onder de titel Weg met dat woord! In dit boekje worden de inzendingen besproken en gaan de auteurs dieper in op die ergernissen. Ik kreeg het boekje en ik irriteerde mij zó dat ik het heb weggeven aan een man die mij tijdens het baantjes trekken steeds probeerde naar de kant te socializen (‘druk hè, u was er vorige week niet hè’). Hij zag het zwembad als een watersociëteit en bestond het zelfs om mij, met toch al enig emeritaat achter de rug, aan te spreken met ‘Dag jongeman’. Ik haat dat!

Irritatie over taal? Tot mijn ergernis had het maandblad Onze Taal jarenlang een rubriek Taalergernissen. Nooit zal ik het artikeltje vergeten van Caroline Hoonhout uit Arnhem (2009:71) onder de titel ‘Grootste ergernis’: “Ik heb vele ergernissen. (volgen acht voorbeelden) Maar de grootste ergernis ben ikzelf, omdat ik het mezelf zo moeilijk maak. Waarom ergeren deze dingen mij toch, terwijl de meeste mensen zulke fouten niet eens opmerken en daar ook helemaal niet mee zitten.” Volgens mij moet deze Caroline Hoonhout erelid worden van het Genootschap Onze Taal. Lees verder >>

Nullehakkebaitseboksebaitseboksenullehakke! The creation of a language

Door Marc van Oostendorp

Whould there have been anything like Frisian without its literary authors? Would the language be taught in Frisian schools today? Would there be tv shows in Frisian? Would it be possible to use the language in court?

It probably is overly romantic to relate the fate of a language to the existence of a literary tradition. Isn’t speaking a language always more important than writing it? Isn’t a base of ordinary speakers worth more than a handful of poets? There might still be speakers if Frisian had never been written; there are a few hundred thousand of them now, mostly living in the province of Fryslân of the Netherlands.

Yet one can doubt that anybody would have felt the urgency to fight for the rights of this language if it would not have had the prestige that, arguably, initially came from the written tradition. Genetically, Frisian is said to be the Germanic language closest to English, but in the course of many centuries of intensive language contact, it has grown close enough to Dutch that a speaker of the latter language can follow Frisian with some effort. Still, it is probably very difficult to find any Dutch person who would deny that Frisian is a separate language. And the fight for its rights were definitely always stimulated by the existence of a literary tradition.

Swallows and Floating Horses is a sparkling and inspiring anthology of this tradition for an English-speaking audience. Lees verder >>

Negation in Norwich Dutch

Door Christopher Joby

St. Peter Mancroft, Norwich, which houses a wonderful Easter tapestry by Flemish weavers

Last month, I wrote a post about forms of address in Norwich Dutch (Norwichs Nederlands or Norwichs Vlaams). There I concluded we could tentatively talk of a Tu/Vos distinction in early modern Norwichs Nederlands. The dominant subject form of address in the letters written from Norwich to friends and family in Ieper in West Flanders (the Norwich Ieper corpus) was ghij. In this post, I return to those letters and discuss another linguistic feature that occurs quite frequently, namely negation in finite verb phrases.

In Old Dutch there was typically single negation, with the particles ne or en. This form of negation continued to be used in Middle Dutch in certain situations. However, by then negation was typically expressed by what some scholars refer to as ‘bipartite negation’, i.e., a two-part construction consisting of the negative particle ne or en before the finite verb and the negative adverb niet, e.g., ik en zie niet (‘I do not see’). In this construction niet is sometimes replaced by other words connoting the negative such as nooit (‘never’) and the article geen (‘not’/‘no’). Lees verder >>

Aankondiging en uitnodiging: A Germanic Sandwich 2019

Op 23 en 24 mei 2019 organiseren het Meertens Instituut en de Universiteit van Amsterdam de volgende aflevering van A Germanic Sandwich, een (ongeveer) tweejaarlijkse conferentie waarop, in de onderzoekslijn ingezet door van Haeringens Nederlands tussen Duits en Engels (1956), het Nederlands beschouwd wordt in contrast met de buurtalen Duits en Engels. Eerdere afleveringen werden gehouden in Berlijn, Sheffield, Oldenburg, Leuven, Nottingham en Münster, voertalen zijn Nederlands, Duits en Engels, de officiële call for papers staat hier onder, meer informatie is te vinden op de website. Lees verder >>

Verengelsing is eerder instrument voor onderwijstoerisme dan voor cultuuruitwisseling

Door Henk Wolf

In de studiegidsen en later in de online-onderwijscatalogus van de instelling waar ik werk, staat zolang ik me kan herinneren bij elke cursus in welke taal of talen die wordt aangeboden. Nou heb ik me daar nooit veel van aangetrokken. Tenzij de vaardigheid in een specifieke taal de kern van de cursus vormt, pas ik de taal eigenlijk altijd bij de groep aan. Zo heb ik de afgelopen jaren in vijf talen onderwijs gegeven, soms met verschillende talen binnen één college. Ik heb studenten daarbij altijd aangemoedigd om zoveel mogelijk hun eigen taal te gebruiken, als ze zich daarbij prettiger voelden. En als iemand die taal niet verstond, dan vatte ik het gezegde even samen.

Uitwisseling als doel

Natuurlijk had dat wel grenzen. Ik heb een paar studenten gehad met Lingala of Arabisch als eerste taal. Die talen beheers ik niet, dus die studenten moesten bij het beantwoorden van hun tentamenvragen en bij het stellen van vragen tijdens het college uitwijken naar een andere taal. Dat vind ik jammer, maar ik heb wel geprobeerd om bij cursussen taalwetenschap steeds voorbeelden uit die talen als illustratie te gebruiken.

Voor mij is dat hoe internationalisering eruit zou moeten zien: zoveel mogelijk van de rijkdom aan culturen en talen tot gelding laten komen. Als internationalisering ergens toe moet leiden, dan is dat volgens mij dat mensen in contact komen met cultuurelementen die ze anders niet zouden tegenkomen, om ervan te leren. En taal is waarschijnlijk een van de opvallendste elementen van iemands cultuur – en een van de leerbaarste. Internationalisering waarbij de taal van het gastland geen voornaam en vanzelfsprekend deel van de leerwinst vormt, is zoiets als een met veel tamtam aangekondigde wijnproeverij in de Dordogne, waar alleen één aangelengde niet-Franse wijn wordt geschonken. Als een masterclass van Wibi Soerjadi en Jaap van Zweden, die daarbij alleen maar op de kazoo mogen spelen. Als een Venetië dat voor het gemak van haastige toeristen een aantal kanalen dempt. Dat kun je volgens mij beter laten. Lees verder >>

Change Your Mind

Door Marc van Oostendorp

Deze zomer was er een vreemd programma te zien bij de publieke omroep. Er werden Nederlandse jongeren (‘millennials’) in aan het woord gelaten over ‘morele dilemma’s’. De titel van het programma: Change Your Mind.

Ja, dat is Engels, maar dat was niet het vreemde. Er zijn zoveel Nederlandse programma’s met een Engelse naam, want dat is nu eenmaal modern. Het vreemde was dat alle deelnemers er Engels in spraken.

Je kunt het programma zien als een demonstratie van hoe welbespraakt moderne Nederlanders kunnen zijn in die taal. Vrijwel iedereen komt makkelijk uit zijn woorden en blijkt in staat genuanceerde gedachten te uiten in deze vreemde taal.

Maar het programma heeft ook iets ongemakkelijks.

Lees verder >>

Internationalisering? Betaal mee!

Door Marc van Oostendorp

De internationalisering van de universiteit is een luxe. Met al die studenten uit Spaanse dorpjes, Duitse steden en Indische metropolen is het alleen maar gezelliger geworden op de campus. Wie zou dat ontkennen? Het is fijn dat er mensen rondlopen die de wereld op een andere manier bezien, het is leerzaam dat je in de collegezaal ook een heel andere mening kunt horen, en de kwaliteit van de koffie is er ook alleen maar op vooruitgegaan. Nijmegen wordt zowaar een wereldstad.

De vraag is alleen: wie betaalt die luxe? Wie zorgt ervoor dat al die mensen onderdakdak vinden? En een cortado? Wie draait er op voor hun docenten en hun pleziertjes?

Dat zijn de buitenlandse studenten zelf niet. Of nauwelijks: de collegegelden zijn in Nederland heel erg laag, en dat is, met het grote aanbod van Engelstalige programma’s, een belangrijke reden waarom mensen naar Nederland komen om te studeren. Lees verder >>

Studeren aan ‘Dinges Instelling’

Door Henk Wolf

Tien jaar geleden stond aan de Rengerslaan in Leeuwarden nog de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, afgekort: NHL. In 2009 werd de naam gewijzigd in NHL Hogeschool. Dat is in veel opzichten een raadselachtige naam. Het opvallendste raadsel is natuurlijk waarom het woord Hogeschool nog eens gebruikt wordt als dat ook al in de afkorting zit. Raadselachtig is ook de aanwijzing van de pr-afdeling om vóór ‘NHL Hogeschool’ geen lidwoord te zetten. Studenten volgden in de folders college aan NHL Hogeschool, niet aan ‘de’ NHL Hogeschool.

Een nog groter raadsel vind ik dat ik niet weet hoe ik NHL Hogeschool moet uitspreken. Immers, waar ligt in die vreemde naam de klemtoon? In een gewone samenstelling (met lidwoord, zonder spatie) als ‘de Beatrixschool’ of ‘het ANWB-lid’ ligt de klemtoon op het eerste lid van die samenstelling, dus op ‘Beatrix’ of ‘ANWB’. In een lidwoordloze naam zoals ‘PTT Post’ en ‘Unicef Nederland’ (met spatie) krijgt juist het laatste stukje de klemtoon, alleen lijkt dat laatste stukje daar steeds de naam van een afdeling binnen het eerste stukje te zijn. Dat is bij NHL Hogeschool natuurlijk niet zo. Lees verder >>