Tag: eindexamen

Sisyphus wil taalkunde op school

Door Marc van Oostendorp

Wat is het moderne leven toch een eindeloos gezwoeg, met allerlei mensen die maar dag in dag uit achter lange tafels zitten te vergaderen, en die zich dan aan elkaar gaan ergeren, zodat ze als ze elkaar niet zien venijnige stukjes over elkaar schrijven; waarna er uit al die vergaderingen uiteindelijk iets komt waar niemand écht gelukkig mee is.

Je weet het natuurlijk allemaal wel, maar dan schrik je nog als je het allemaal bij elkaar ziet staan. Het proefschrift dan Maria van der Aalsvoort op 14 december a.s. in Nijmegen verdedigt is er een voorbeeld van. Van der Aalsvoort beschrijft in detail de discussies die er tussen 1988 en 2008 zijn gevoerd over de mogelijke invoering van een vak taalkunde in het eindexamen Nederlands voor havo en vwo.

Terugkoppelen

Verreweg de meeste aandacht besteedt Van der Aalsvoort daarbij aan de eerste tien jaar van die periode – de tijd dat de discussie gevoerd werd. Vooral onder universitaire neerlandici was het idee ontstaan dat het nuttig zou kunnen zijn om iets aan taalkunde te doen (of taalbeschouwing, zoals sommigen het noemden, alleen al over die kwestie kun je natuurlijk eindeloos vergaderen). Niet iedereen was het daar mee eens. Sommigen vonden dat de leraar al overbelast was en anderen meenden bijvoorbeeld dat de nadruk bij Nederlands vooral moest liggen bij vaardigheden: kunnen spreken, lezen, luisteren en spreken. Uiteindelijk kwam men desalniettemin na lang wikken en wegen, door Van der Aalsvoort met eindeloos geduld gedocumenteerd, tot een advies om het in ieder geval eens te proberen, met een beetje taalkunde. Lees verder >>

Hoe verder met het eindexamen Nederlands?

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-23Het is goed dat de Tweede Kamer de discussie over het eindexamen Nederlands nu eens in november heeft geagendeerd in plaats van altijd maar in mei als bijna alle betrokkenen te druk zijn met corrigeren, leren, of zich opwinden over veronderstelde fouten in het laatste examen. Vanmiddag komen in het parlement een aantal betrokken organisaties en individuen vertellen over wat de problemen zijn, en hoe het volgens hen verder moet.

Het is een nogal divers gezelschap en het is niet altijd duidelijk waarom sommigen wel en anderen niet zijn uitgenodigd – waar zijn bijvoorbeeld de opstellers van het Manifest Nederlands op school? – maar het kan alles bij elkaar toch wel een interessante discussie worden.

Uit de bij de agenda gevoegde position papers blijkt dat eigenlijk iedereen het er wel over eens is dat er iets moet veranderen, met name in de theoretischer schoolvormen en dan helemaal vooral in het havo en het vwo. (Alleen het Cito heeft weinig position in de position paper en somt vooral op wat er wel of niet mogelijk zou zijn.) (Ik heb het vanaf nu vooral over de havo/vwo-examens omdat ik te weinig verstand heb van het vmbo.) Lees verder >>

Pilot schrijfvaardigheid centraal examen Nederlands vmbo

Door Kirsten van Ingen en Hans Goosen

In de examenjaren 2013 tot en met 2015 vond een pilot plaats waarin onderzocht is welke plaats schrijfvaardigheid in het centraal examen Nederlands vmbo zou kunnen innemen. Aan de pilot namen zo’n 40 scholen deel. Deze scholen hebben verschillende schrijfvaardigheidsopdrachten, die wellicht deel uit zouden kunnen maken van toekomstige centrale examens, beproefd in hun eigen schoolexamen. Dit artikel rapporteert over de bevindingen uit de pilot. 

Lees het hele artikel

Kirsten van Ingen werkt als toetsdeskundige bij Cito. Zij was vanuit Cito projectleider van de pilot.
Hans Goosen was bij de pilot betrokken als voorzitter van de vaststellingscommissie Nederlands vmbo van het CvTE.

Kritische punten bij het vwo-examen Nederlands 2016

Door Christine Brackmann

Het opstellen van een goed examen is een razend moeilijke klus. Dit jaar stuitte met name het vwo-examen op veel bezwaren. Maar liefst 98 procent van de examinatoren vond het examen te lang. Gemiddeld waardeerden de docenten het vwo-examen slechts met een  4,9. Een examen dat zoveel kritiek oproept, zou aanknopingspunten moeten bieden voor verbeteringen.

Onderstaande analyse snijdt enkele punten uit het vwo-examen aan en koppelt deze aan discussievragen over het examen leesvaardigheid. Aan de orde komen: de problematiek van meerpuntsvragen geïllustreerd aan de hand van vraag 20, de lengte van het examen en de gemiste vragen.

<Vanwege de uitvoerigheid van de analyse staat deze in een apart pdf-document>

Het ideale examen?

Door Arnoud Kuijpers

Afgelopen jaar kende het examen Nederlands een dieptepunt als het gaat om alle kritiek die er zowel voor- als achteraf werd verkondigd. Er bestaat al langer onvrede over het examen, maar met alleen klagen verander je uiteindelijk niks. Aan de hand van twee socratische gesprekken van ongeveer een uur, hebben meer dan zestig docenten zich afgelopen zaterdag tijdens de conferentie Nederlands Nu gebogen over de vraag hoe een ideaal examen Nederlands eruit zou zien. Een lastige en complexe vraag, maar de deelnemers wisten er wel raad mee. Er werd in mijn ogen constructief nagedacht over hoe we het huidige examen zouden kunnen verbeteren. Wat er precies is besproken kun je hier lezen. Uiteindelijk resulteerden de gesprekken in een paar aanbevelingen. 

Goed zoals het is

De eerste aanbeveling is wellicht opvallend, maar volgens de docenten zou er op de korte termijn niet zo veel hoeven te veranderen. Lees verder >>

De geringe betrouwbaarheid van de eindexamens Nederlands

Door Michel Couzijn

Eerlijk is eerlijk, de manier waarop in onze CITO-examens Franse taalvaardigheid of wiskundig vernuft wordt geëxamineerd, kent ook vreemde beperkingen en is evenmin een voorbeeld van de manier waarop leerlingen buiten school hun Franse of wiskundige bekwaamheden moeten aanwenden.

Toch hoor je daar nooit zoveel geklaag over als over het examen Nederlands. Noch onder leraren, noch bij het grote publiek. Hoe kan dat? Het kan verband houden met een opvallend kwaliteitsgebrek bij de examens Nederlands: de lage betrouwbaarheid.

‘Betrouwbaarheid’ is een toetstechnische kwaliteit die o.a. aangeeft hoeveel staat je kunt maken op een individuele uitslag. Had de ‘6’ niet ook een ‘5’ of een ‘7’ kunnen wezen, een dag eerder of later, of met een nét iets andere vraagformulering, of met de teksten in een andere volgorde? Ook wispelturigheid van & onderlinge verschillen tussen beoordelaars spelen mee. Lees verder >>

Wat is een hele of volledige correcte (Nederlandse) zin volgens examenblad.nl?

Door Ben Salemans

In het af en toe raadselachtige document Veelgestelde vragen vakspecifieke correctieregels CE Nederlands havo en vwo 2016. Versie 1, 22 april 2016 lezen we het volgende:

”Hoe moet correct taalgebruik worden beoordeeld bij antwoorden die beginnen met ‘dat’ of een variant daarvan (bijzin), terwijl om hele zinnen is gevraagd? Voor antwoorden die alleen uit een bijzin bestaan terwijl er gevraagd wordt om volledige zinnen te gebruiken, moet één fout worden gerekend vanwege deze onvolledigheid. Verder is het natuurlijk zo dat ook volledige zinnen kunnen beginnen met een bijzin (“Dat het koud weer is, weten we wel”). Daar is niets mis mee.”

De publicatiedatum van het genoemde raadselachtige document van examenblad.nl is hoogst eigenaardig: 22 april 2016. Dan zit het schooljaar voor de meeste eindexamenkandidaten er zowat op! Hoe moeten/moesten docenten Nederlands al deze vaak rare beoordelingsrichtlijnen nog aan hun eindexamenleerlingen mededelen? Het opvallende document van examenblad.nl had toch wel minstens een maandje eerder bekend mogen worden gemaakt, lijkt me.

Lees verder >>

Eindexamen vwo 2016: de enig juiste interpretatie van ironie

Door Marc van Oostendorp

Het is ze weer gelukt: vanmiddag werd het centraal eindexamen Nederlands bij vwo-scholieren afgenomen en ik ben weer uit mijn humeur. Wat is dat toch een afschuwelijke wereld, die je binnentreedt als je het examenblad openslaat. Wat ben ik toch blij dat je die wereld buiten het eindexamen nooit tegenkomt; en wat betreur ik die arme meisjes en jongens die hun entree tot het volwassen bestaan moeten maken door zich te conformeren aan een manier van lezen die ik verwerp.

Het is een wereld waarin je ondubbelzinnig kunt aanwijzen wat de ‘belangrijkste gedachte’ van een tekst is, benevens de ‘voornaamste argumentatie’ die er wordt gebruikt – allebei de kwesties worden herhaaldelijk aangesneden. Een wereld waarin zelfs de ironie objectief vaststelbaar is, en een wereld waarin het je de kop kost als je een uitwerking een precisering noemt, of andersom. Het is een wereld waarin je kortom leest op een manier die niet alleen alle vreugde uit het lezen slaat, maar die ook volkomen onzinnig is.

Dit is het vierde eindexamen vwo op rij dat ik maakte en het bezwaar is en blijft hetzelfde: Lees verder >>

Een nieuw examen Nederlands

Door Bas Jongenelen
Het schoolvak Nederlands staat de afgelopen tijd nogal in de belangstelling. Sommigen willen de canon eruit, anderen willen hem er absoluut in houden, weer anderen pleiten voor Nederlands als keuzevak en weer sommigen zien Nederlands als pure ondersteuning voor overige vakken. Heel erg concreet wordt het echter nergens, vandaar dat ik hier en nu (en op persoonlijke titel) een opzet geef voor de invulling van het VWO-examen Nederlands.

Het huidige VWO-examen gaat over leesvaardigheid: de leerlingen moeten een tekst samenvatten, vragen over alineaverbanden beantwoorden en argumentatie benoemen. Ik vind dit zeer nuttige vaardigheden die op het VWO (Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs) thuishoren, maar ik vind ze niet genoeg voor het Centraal Examen (CE). Het VWO is de hoogste vorm van het voortgezet onderwijs (VO), het CE dient dus het hoogste te toetsen. De hoogste vorm van een taal is de literatuur en binnen de literatuur is poëzie de hoogste vorm van literair taalgebruik. Vandaar dat ik vind dat het CE van de hoogste vorm van het VO de hoogste vorm van taal moet toetsen: poëzie.

Manifest Nederlands op school
: Meer inhoud, meer plezier, beter resultaat

Dit manifest is opgesteld namens de twee meesterschapsteams Nederlands (letterkunde en taalkunde/taalbeheersing) die zijn ingesteld door acht Nederlandse universitaire faculteiten Letteren en Geesteswetenschappen.

Het schoolvak Nederlands is een belangrijk vak, dat gericht is op de ontwikkeling van taalvaardigheid en geletterdheid. Veel docenten Nederlands geven heel inspirerend en bevlogen les, maar toch is niemand echt helemaal tevreden over het vak. Veel leerlingen vinden Nederlands saai en docenten lijden vaak onder zware werkdruk. Meer algemeen is de kritiek: het programma heeft te weinig inhoud, is niet uitdagend genoeg, en het sluit onvoldoende aan bij de maatschappelijke eisen voor taalvaardigheid en geletterdheid. Dat moet en kan beter.

In 2015 heeft diverse malen intensief overleg plaatsgehad tussen docenten, wetenschappers, didactici, onderwijsonderzoekers en allerlei bij het schoolvak Nederlands betrokken instanties. Uit de discussies bleek een grote eenstemmigheid over de richting waarin het vak verder ontwikkeld en verrijkt dient te worden: het moet meer gaan om bewuste taalvaardigheid en bewuste literaire competentie, kortom bewuste geletterdheid.

Het doel van bewuste geletterdheid is vertaald in een aantal stellingen, die onder docenten op een breed draagvlak lijken te mogen rekenen. In november 2015 schaarde 75% van de neerlandici zich erachter bij een peiling op de conferentie Het Schoolvak Nederlands.

Dit vraagt om een fundamentele herziening van het curriculum Nederlands, een herziening die docenten ondersteunt in hun streven naar betere resultaten en aantrekkelijk en betekenisvol taal- en literatuuronderwijs. 

Het eindexamen spellen

Door Marc van Oostendorp


Vandaag vergadert de Tweede Kamer over de eindexamens van dit jaar. Voor het schoolvak Nederlands wordt dat waarschijnlijk een rustig jaar, behalve dat SP-Kamerlid Jasper van Dijk de spelling hoog op de agenda heeft gezet.

De spelling! Eind vorig jaar had staatssecretaris Sander Dekker nog gezegd dat het natuurlijk uitgesloten was dat iemand die slecht spelde dat eindexamen zou halen, maar in de correctie-instructies bleek dat leraren dit jaar voor spelfouten geen punt konden aftrekken.

Dat was dus een fout van Dekker. Strikt genomen heeft hij de Kamer daarmee verkeerd geïnformeerd. Omdat Nederlandse parlementariërs zich wel graag opwinden over de spelling, maar gelukkig niet zoveel dat ze daarvoor een staatssecretaris wegsturen, zal hij wel mogen blijven zitten.

Lees verder >>

Eindexamen Nederlands: Terug naar de basis!

In “Music As A Language” vertelt superbassist Victor Wooten hoe je het beste leert om muziek te maken. Je moet “jammen met professionals”. Een baby leert taal immers ook door met mensen te communiceren die taalvaardiger zijn en daardoor probeert de baby deze – onbewust – bij te benen. Muziekonderwijs zou volgens Wooten ook zo ingericht moeten worden; je moet meteen met goede muzikanten goede muziek maken. Juist het je klas voor klas voortbewegen in de muziekschool en het gegeven dat je pas naar een volgende groep mag als je een bepaalde test hebt afgelegd werkt contraproductief, vindt hij. Niet alleen ben ik dat met Wooten eens, ik ben ook van mening dat wij juist te vaak ons taalonderwijs ook te veel in deelonderwerpen hebben ingericht.

Het schoolvak Nederlands bestaat sowieso bij uitstek al uit deelonderwerpen. Dat betekent dat wij in een SE (schoolexamen) havo of vwo taalkundige en letterkundige onderwerpen toetsen. Een beetje SE bestaat dus uit literatuurtoetsen, het verwerken van boeken, poëzie-analyses maken, stijlfiguren, beeldspraak en argumentaties toepassen en onderscheiden, een mondeling betoog houden en een fatsoenlijk stuk schrijven. Het CSE (centraal schriftelijk examen) toetst dan vervolgens weer wat anders: een soort leesvaardigheid die inhoudt dat men een aantal trucs toepast. De kritiek op deze vorm van examineren houdt aan en ik zie nog geen weerlegging ervan. Om analoog te blijven met het muziekonderwijs, lijkt het alsof wij bij Nederlands tijdens schooltijd examineren op gitaar spelen, piano spelen, drummen, zingen en blokfluiten, waarna we in de examenzaal ineens de leerlingen toetsen op paardrijden. Natuurlijk is Nederlands meer dan leesvaardigheid!

Lees verder >>

Een taal is meer dan alleen leesvaardigheid

Terwijl ik druk bezig ben met het nakijken van de eindexamens van mijn leerlingen, voel ik een boosheid opkomen. Een boosheid die altijd ergens sluimerend aanwezig is en dan ineens naar bovenkomt. Het gaat hier om de escalatieladder die door de Inspectie in het leven is geroepen als indicator of een school goed functioneert. De resultaten van de eindexamens van mijn leerlingen moeten namelijk binnen de marges vallen van hun eerder gescoorde punten op hun schoolexamens. Een regel die bij mij en mijn (vak)collega’s voornamelijk ergernis opwekt.

Lees verder >>

Zit dat centrale examen Nederlands niet stilaan potdicht?

Een pleidooi voor meer autonomie en decentralisatie


Al enkele jaren kijk ik met verwonderde blik naar hoe de eindexamens in Nederland worden aangepakt. Terwijl er in Vlaanderen enkel een schoolexamen is voor elk vak, waarbij de leerkracht zelf kiest op welke manier de vragen worden geformuleerd (eventueel in overleg met vakcollega’s), worden in Nederland zowel centrale examens als schoolexamens georganiseerd op het einde van het secundair onderwijs. De eindscore van de leerling wordt dan bepaald door het gemiddelde van beide scores te nemen. Vroeger kwam het er dan vaak op neer dat slechtere prestaties op het centrale examen gecompenseerd werden met het ‘makkelijkere’ schoolexamen, maar nu er een regel bestaat dat die scores op schoolniveau gemiddeld gezien maar een half punt van elkaar mogen verschillen, is ook die compensatiekans grotendeels van de baan. Goed scoren op het centrale examen is daardoor nog belangrijker geworden voor leerlingen. Vanmorgen heb ik me ook even aan zo’n centraal eindexamen gewaagd: ik heb me door het vwo-examen Nederlands van afgelopen maandag geworsteld (wat doet een mens anders op z’n vrije dag?). Dat bleek niet alleen tijdrovender te zijn dan ik had verwacht, maar het was ook verre van een gemakkelijke opdracht: achteraf klikte ik met licht trillende vingers het correctievoorschrift aan. Als neerlandicus, lesgever én onderzoeker Nederlandse Taalkunde aan een Vlaamse universiteit zou ik zo’n vwo-examentje in een wip moeten kunnen invullen, zou je denken, vooral omdat het op Neder-L al als “niet zo moeilijk – misschien zelfs iets té eenvoudig” werd omschreven, maar dat viel me toch even tegen.


Lees verder >>

Een falend taalbeleid en het examen Nederlands

De eindexamens zijn gisteren begonnen: een stressvolle periode voor middelbare scholieren, maar ook voor leraren (en trainers) zoals ik. Niet alleen omdat er een berg werk nagekeken moeten worden, maar vooral omdat het werk stikt van de fouten. Dit jaar worden er, in het hernieuwde eindexamen Nederlands voor havo en vwo, niet langer punten afgetrokken voor spel- en taalfouten. Voor mijn leerlingen bleek dit de laatste weken helaas een vrijbrief om helemaal niet meer op spelling te letten: van de 39 vwo-leerlingen die ik naar hun eindexamen heb begeleid, wist slechts een enkeling een foutloze tekst te schrijven. De meesten wisten eigenlijk wel hoe het moest, maar vonden het simpelweg niet nodig, met ‘Maar mevrouw, u weet toch wat ik bedoel?’, als veelvoorkomend argument. Daar moet verandering in komen. Hogescholen en universiteiten klagen al jaren steen en been over het lage taalniveau, en terecht. Wat mij betreft ligt de verantwoordelijkheid voor een goede taalvaardigheid in de eerste plaats bij het onderwijs, en dan met name bij het taalbeleid in het onderwijs, en daarna pas bij de leerlingen zelf.

Lees verder >>

Vwo-eindexamen 2015: een samenraapsel is rommelig

Door Marc van Oostendorp


Misschien komt het doordat ik de afgelopen jaren gewend ben aan de gedachtekronkels van de examenmakers; maar ik vond het vwo-eindexamen van vanmiddag <hier> van dit jaar niet zo slecht en trouwens ook niet zo moeilijk – misschien zelfs iets té eenvoudig.

Ik hoop in ieder geval dat de eerstejaars van na de zomer wel iets meer kunnen behappen dan een blog van Govert Schilling over zijn tripje naar de Zuidpool

Maar enfin. De kwaliteit van de vragen lijkt me een stuk verbeterd in vergelijking met een paar jaar geleden. Zulke evidente voorbeelden van meerkeuzevragen waar alle antwoorden goed kunnen worden gerekend of juist fout, heb ik niet gevonden. Het lijkt mij dat je als intelligente vwo’er de toets niet alleen goed moet kunnen doen, maar dat je zelfs bij een voldoende hebt laten zien dat je de voorgeschotelde teksten begrepen hebt.

Al blijven er rare dingen.
Lees verder >>

Schoolvak Nederlands: geen trucjes, maar meesterschap

Door Marc van Oostendorp
Ravenstein, dat kleine stadje tussen Oss en Nijmegen, is een goede plaats voor een topoverleg. Wie er de trein uitstapt, ziet aan één kant slechts weilanden met neergestreken trekvogels en in de verte een klooster. In dat klooster kunnen mensen zich terugtrekken om problemen op te lossen, en ik geloof dat dit vorige week donderdag en vrijdag is gebeurd; of dat er in ieder geval belangrijke stappen voor zijn gezet.
Anneke Neijt, Peter-Arno Coppen en Theo Witte hadden er academische taalkundigen, taalbeheersers en leraren Nederlands uitgenodigd om te praten over het schoolvak Nederlands. Wie dat tien of twintig jaar geleden had gedaan, had daarbij meteen de bereden politie moeten inschakelen. Maar deze keer was er vooral eenstemmigheid. Er zijn een paar duidelijke knelpunten rond het schoolvak Nederlands – er bleken ook breed gedragen ideeën te bestaan over hoe we uit die crisis kunnen geraken.
Nederlands is een bijzonder schoolvak omdat het voor iedere scholier verplicht is.

Lees verder >>

Argumenteren volgens het College voor Examens

Komt het ooit goed met het eindexamen Nederlands?


Door Marc van Oostendorp


“Heeft het College voor Examens”, luidde een Kamervraag van het Pvda-Kamerlid Jadnansing, “in 2014 opnieuw een gesprek gevoerd met hoogleraren taalkunde inzake de inhoud van het examen Nederlands en de nieuwe kritiek daarop?”

Het antwoord op die vraag luidt natuurlijk: nee, dat heeft het College voor Examens – de instelling die verantwoordelijk is voor de eindexamens in Nederland –  niet gedaan.  Het College houdt niet van discussie, dat was precies waar de ‘nieuwe kritiek’ uit de Kamervraag over ging. In een blog hier op Neder-L, waarnaar Jadnanansing verwees, vatte ik het als volgt samen:

“Hoe kan zo’n belangrijke instelling in Nederland het zich permitteren om eindexamens slordig samen te stellen (teksten slordig te redigeren, vragen slordig te formuleren, in een van de Havo-teksten is in ieder geval volgens sommigen een spelfout blijven staan) en vervolgens alle kritiek van de collega’s af te wimpelen?”

Inmiddels heeft het ministerie geantwoord, en het antwoord is duidelijk door het College ingefluisterd. Het antwoord is vooral pikant wanneer je beseft dat een belangrijk doel bij de eindexamens op het havo en het vwo het opsporen van drogredenen is:

Lees verder >>

Weblog, clubgevoel en onrust.

Door Marc van Oostendorp

Goed nieuws, gisteren: de Tweede Kamer heeft bepaald dat de eindexamens voortaan niet meer alleen beoordeeld moeten worden door het College voor Examens, dat de controle achteraf tot nu toe deed terwijl het zelf ook vooraf verantwoordelijk was voor die examens. Daar komt nu dus als het goed is een einde aan. Hopelijk gaat dat de kwaliteit van de examens verbeteren.

Een van de aanleidingen die de motie van Kamerlid Tanja Jadnanansing noemt, is de ‘commotie’ die vorig jaar is ontstaan ‘rond bepaalde examens’. Hoewel er vorig jaar ineens van alles borrelde op een groot aantal plaatsen, is die commotie minstens voor een deel hier, op Neder-L ontstaan. (Zo dacht in ieder geval het Colleges voor Examens erover toen ze mij en enkele andere onruststokers vorig jaar op het matje riepen en daar woedende dingen begon te schreeuwen over die onrust.)

Lees verder >>

Toch weer problemen bij het eindexamen Nederlands

Door Marc van Oostendorp

 
Ergens, hoog in een ivoren toren, zit het College voor Examens, de instelling die in Nederland verantwoordelijk is voor de centrale eindexamens. Wie het waagt om kritiek op die instelling te hebben, wordt arrogant en met minachting toegesproken. De zogeheten vakdeskundigen van die commissie weten alles beter, en zien neer op hun collega’s en op de schrijvers van de stukken over wie ze vragen stellen.

Ik dacht: ik ga me dit jaar niet met het eindexamen Nederlands bemoeien. Dat eindexamen deugt volgens mij en een groot aantal hoogleraren Nederlands om een aantal redenen niet – het toetst vooral hoe goed je eindexamen Nederlands kunt doen, en daarbij komt nauwelijks enige kennis kijken die je buiten de muren van het eindexamenlokaal kunt gebruiken –, maar volgend jaar komt er een nieuw eindexamen. Dat wachten we maar even af. Dacht ik.
Lees verder >>

Twintig jaar examens Nederlands (en nog steeds niet tevreden)


Hoogleraar Nederlandse taalkunde, Radboud Universiteit Nijmegen
Met het oog op de examens die volgende week beginnen is het interessant om de examens Nederlands van vroeger te vergelijken met die van nu. Ik kies de tekstverklaringsexamens van de mavo uit 1993 en het vmbo uit 2013. Het gaat in beide jaren om vier teksten waar de leerlingen twee uur de tijd voor krijgen. In 1993 worden er 43 vragen bij gesteld. In 2013 gaat het om 27 vragen en twee korte schrijfopdrachten. Welk examen is het moeilijkst?
De eerste tekst van mavo-1993, ‘Helften van een gespleten geest’, begint met een op voorhand onbegrijpelijk citaat. Een wanhopige vader schreeuwt (er staat ‘krast’) om zout, om het onheil af te weren dat kinderen kan overkomen als ze bij klokslag worden geboren. Die situatie is best moeilijk te begrijpen wanneer je het gebruik van zout om onheil af te wenden niet kent.

Lees verder >>

Centraal Examen Nederlands verdient serieuze aandacht

Het onderstaande ingezonden stuk stond vanochtend in de Volkskrant.


Afgelopen maandag stuurde een aantal hoogleraren, voornamelijk specialisten in de taalkunde, een brief aan de Tweede Kamer. Ze schrijven: “Op dit moment worden er in het eindexamen [Nederlands] geen taalwetenschappelijke kennis of taalvaardigheden getoetst, en wat er wel getoetst wordt, is onverantwoord.” Deze stelling is tekst- en toetswetenschappelijk gezien onhoudbaar.

Allereerst stelt de petitie dat de terminologie in de vragen “geen wetenschappelijke of praktische basis” heeft. Maar uit onderzoek blijkt dat de getoetste lees- en argumentatieve vaardigheden (zoals standpunten herkennen, de hoofdgedachte van een tekst aangeven en relaties tussen delen van een tekst aangeven) cruciaal zijn voor goed tekstbegrip. Verder lijkt het ons geen probleem dat leerlingen in tekstbegripsvragen alledaagse taal tegenkomen (‘de auteur hanteert een grappige toonzetting’), zo lang ze daarnaast met tekstanalytisch schoolvocabulaire (argument, conclusie, betogen, enuiteenzetten) kunnen aangeven hoe de tekst in elkaar zit. Een leerling die denkt dat een voorbeeld een conclusie is, heeft de tekst niet begrepen. Dat toets je dus. Taalkundiger of tekstwetenschappe­lijker moeten de vragen niet worden, want het meten van leesvaardigheid staat centraal.

Lees verder >>

Natuurlijk is elke argumentatie bijna goed

Door Peter-Arno Coppen.

Lees deze tekst aandachtig door. Het is een artikel op de opiniepagina van de Volkskrant van 6 juni 2013, dat geschreven is door Henk Pander Maat, Jacqueline Evers-Vermeulen en Ted Sanders, die verbonden zijn aan de leerstoelgroep Taalbeheersing van de Universiteit Utrecht. Beantwoord dan de volgende vragen. Denk goed na, want alle antwoorden zijn bijna goed. Er is dus geen enkel antwoord dat helemaal goed is.

Lees verder >>

Hoe moet het examen Nederlands er dan uitzien?

Utrecht, 3 juni 2013
Persbericht Vereniging Levende Talen

Als vereniging van leraren Nederlands zijn we verheugd dat ons pleidooi voor een ander examen Nederlands nu ook ondersteund wordt door een grote groep van hoogleraren Nederlands.
Onduidelijk blijft echter hoe het examen Nederlands er dan uit zou moeten zien. Wij hebben daar wel ideeën over. Het centraal examen Nederlands zou moeten bestaan uit twee onderdelen. Een beter en vooral valide examen leesvaardigheid en een centraal gecorrigeerd examen schrijfvaardigheid. Het schrappen van het onderdeel samenvatten in het examen per 2015 biedt daarvoor ook ruimte.
Bij de invoering van de Tweede Fase in 1998 is het examen Nederlands gehalveerd. Tot die tijd legden leerlingen naast een examen leesvaardigheid ook een examen schrijfvaardigheid af. Die amputatie van schrijven uit het centraal examen Nederlands en de eenzijdige overheidssturing op cito-examenresultaten hebben ertoe geleid dat op scholen steeds minder aandacht besteed wordt aan schrijven.
Lees verder >>

Petitie Eindexamen Nederlands

Vanochtend heb ik een e-mail gestuurd aan alle onderwijsspecialisten van de Tweede Kamer die ik kon vinden. De tekst vormt ook de basis voor een petitie die u kunt ondertekenen op http://nederlandsanders.petities.nl/

Aan de onderwijsspecialisten van de fracties van de Tweede Kamer:


De ondergetekenden spreken hun zorg uit over de eindexamens Nederlands zoals deze momenteel in scholen voor vwo, havo en vmbo afgenomen worden. De afgelopen weken is er in de kranten gewezen op problemen die er zijn met de (open en meerkeuze-)vragen die gebruikt worden. Bovendien bleek bij journalistieke navraag (NRC Handelsblad van 27 mei 2013) dat er geen wetenschappelijke of praktische basis is voor de terminologie die in de vragen gehanteerd wordt. Ook de beroepsvereniging voor leraren Levende Talen heeft zich tegen de huidige vorm van examinering uitgesproken.
Het onderwijs in taal heeft sinds enkele jaren de hoogste prioriteit. Naar ons oordeel is dit terecht. We hebben echter grote twijfels of de opleiding tot het huidige eindexamen iets bijdraagt aan de daadwerkelijke kennis van taal of de taalvaardigheid van de leerlingen. Tegelijkertijd staat het onderzoek naar taal en tekststructuur in Nederland op een internationaal zeer hoog niveau. Het is jammer dat hiervan niets doordringt tot het examen.
Wij roepen daarom op tot een ingrijpende herziening van het eindexamen Nederlands, op alle niveaus. De inhoud van het schoolvak Nederlands zou, net als bij andere schoolvakken, altijd een combinatie van kennis en vaardigheden moeten zijn, die op een verantwoorde manier getoetst wordt. Op dit moment worden er in het eindexamen geen taalwetenschappelijke kennis of taalvaardigheden getoetst, en wat er wel getoetst wordt, is onverantwoord.

Prof. Dr. Wim van Anrooij, Universiteit Leiden
Prof. Dr. Hans Bennis, Meertens Instituut / Universiteit van Amsterdam
Prof. Dr. Peter-Arno Coppen, Radboud Universiteit Nijmegen
Prof. Dr. Leonie Cornips, Meertens Instituut / Universiteit Maastricht
Prof. Dr. Norbert Corver, Universiteit Utrecht
Prof. Dr. Martin Everaert, Universiteit Utrecht
Dr. Ad Foolen, Radboud Universiteit Nijmegen
Prof. Dr. Ton van Haaften, Universiteit Leiden
Prof. Dr. Helen de Hoop, Radboud Universiteit Nijmegen
Prof. Dr. Wim Klooster, Universiteit van Amsterdam
Dr. Marjo van Koppen, Universiteit Utrecht
Prof. Dr. Anneke Neijt, Radboud Universiteit Nijmegen
Prof. Dr. Marc van Oostendorp, Meertens Instituut / Universiteit Leiden
Prof. Dr. Ben Peperkamp, Vrije Universiteit Amsterdam
Dr. Margit Rem, Radboud Universiteit Nijmegen
Prof. Dr. Nicoline van der Sijs, Meertens Instituut / Radboud Universiteit Nijmegen
Dr. Jan Stroop, Universiteit van Amsterdam
Prof. Dr. Arie Verhagen, Universiteit Leiden
Prof. Dr. Henk Verkuyl, Universiteit Utrecht
Prof. Dr. Fred Weerman, Universiteit van Amsterdam
Prof. Dr. Frank Wijnen, Universiteit Utrecht
Prof. Dr. Jan-Wouter Zwart, Rijksuniversiteit Groningen


Digitaal dossier eindexamens Nederlands