Tag: economie

Schoonheid is begrijpelijkheid

Door Marc van Oostendorp

Een curieus verschijnsel is dat wetenschappers hun grote ideeën eigenlijk alleen nog uitdrukken in boeken voor een breder publiek. Hoe zit het universum precies in elkaar? Wat zijn de grenzen aan de wetenschap? Nooit schrijft iemand een wetenschappelijk artikel over die vragen, terwijl het artikel eigenlijk de enige vorm is waarin je in veel wetenschappen je ideeën nog uiteenzet.

Echte wetenschap gaat daarom zelden over de vragen die ten grond liggen aan de wetenschap, de aannames die je doet om uberhaupt tot enig resultaat te kunnen komen. Echte wetenschap bestaat vaak uit een betrekkelijk klein resultaat dat bereikt is op basis van impliciete aannames.

Het nieuwe boek van de Duitse natuurkundige Sabine Hossenfelder (ik schreef hier al eens over een blog van haar) gaat dan ook over een belangrijke vraag: heeft het verlangen naar ‘schoonheid’ de theoretische natuurkunde niet op het verkeerde pad gebracht?  Lees verder >>

Platprater verdient meer

Door Leonie Cornips

Vorige week verscheen er een opmerkelijk krantenbericht in het Algemeen Dagblad met als titel ‘Lager loon voor platprater’ met als vervolg ‘Mensen die dialect praten verdienen aanzienlijk minder dan degenen die Algemeen Beschaafd Nederlands spreken. Dat geldt zeker voor mannen, hogeropgeleiden en mensen uit de verste “uithoeken” van het land. Het verschil in salaris tussen mensen die dialect en Standaardnederlands spreken bedraagt 5 tot 15 procent. Dat blijkt uit onderzoek dat Jan van Ours, hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit van Tilburg, deze week heeft gepresenteerd op een congres.’

Het is opmerkelijk hoe Van Ours en zijn promovenda Yuxin Yao het verschijnsel ‘dialect’ en ‘Algemeen Nederlands’ (AN) in hun berekeningen opvatten. Ze beweren: ‘Zelfs onder taalkundigen is er geen algemene definitie over hoe dialect en Algemeen Nederlands (AN) van elkaar verschillen’. De economen zijn hier abuis. Dialectologen hebben boekenkasten vol geschreven over hoe dialecten en AN grammaticaal van elkaar verschillen in bouwstenen zoals klanken en woorden én regels om die bouwstenen te vervoegen en te verbuigen, aan elkaar vast te plakken tot zinnen en grotere gehelen. Wat de economen niet begrijpen, is dat taalkundigen benadrukken dat dialecten in grammaticale rijkdom niet verschillen van het AN en andere talen en dat vanuit die definitie geen onderscheid tussen dialect en AN mogelijk is. Lees verder >>

Economen en taal

Door Marc van Oostendorp

weeklyDe laatste jaren storten beoefenaren van de economische wetenschap zich vol verve op de taal. Kwade tongen beweren dat het komt door de crisis die sommige economen definitief heeft doen inzien dat wat zij beweren eigenlijk óók allemaal onzin is, maar een redelijker verklaring is dat de taalwetenschap de laatste jaren steeds meer met grote databases (zoals de World Atlas of Linguistic Structures) is gaan werken, iets waar economen dol op zijn.

Het begon enkele jaren geleden met een artikel van de Amerikaan Keith Chen, die probeerde te laten zien dat mensen die een taal spreken waarin toekomende tijd verplicht in de werkwoordsvorm wordt uitgedrukt minder geld sparen en minder goed op hun gezondheid letten dan sprekers van bijvoorbeeld het Nederlands waarin je ik kom morgen kunt zeggen in plaats van ik zal morgen komen. (Ik schreef hier over dat onderzoek.)

Sindsdien komt er regelmatig van dit soort onderzoek naar boven, en je vraagt je als taalkundige af wat je ermee moet.  Lees verder >>

Schrijvers en verdienmogelijkheden

Call for papers ACLA Conference (Utrecht, 6-9 July 2017)

Gerard Bouwmeester, Nina Geerdink en Laurens Ham willen tijdens het congres van de American Comparative Literature Association (voor het eerst in Europa!) een seminar organiseren over schrijvers en verdienmogelijkheden. Wie dit onderwerp in diachroon en internationaal perspectief wil bespreken is van harte uitgenodigd een abstract in te dienen.

Comparative Perspectives on Profitable Authorship – CfP

During this seminar, we aim to bring together scholars from medieval, early modern and modern literary studies, focussing on profitable authorship. Up until recently, international scholars in the fields of literature, book history and economic criticism seemed to agree about a linear and teleological narrative of the development of profitable authorship in early modern Europe. In this narrative, the predominance of patronage until the sixteenth and early seventeenth centuries was replaced by professionalism once authors were able to profit from the emerging book market during the later seventeenth and eighteenth centuries. It was assumed that from that moment onwards, an author originated who was in his or her creativity and autonomy the predecessor of the modern author. (Bennett 2005, Hammond 1997, Woodmansee 1984) Lees verder >>

Pas verschenen: Taal is business

Taalisbussiness-429x600We merken allemaal in ons dagelijks leven dat de impact van de internationalisering en de wereldhandel ook effect heeft op de communicatie en de wijze waarop nieuwe producten en diensten ons worden aangereikt. Het belang van taal en – vaak erg gespecialiseerde – communicatie is onmiskenbaar voor de economie. Maar hoe kan taal nu verbonden worden met business? Wat zijn de uitdagingen, en dan vooral de talige uitdagingen, waarmee bedrijven en instellingen te maken krijgen? En hoe gaat een multiculturele samenleving om met informatievoorzieningen? In dit boek toont Frieda Steurs, hoogleraar terminologie en taaltechnologie, met tal van voorbeelden uit verschillende domeinen aan dat de taalindustrie een feit is geworden.

Lees verder >>

Topneerlandici

Door Marc van Oostendorp


De financieel geograaf Ewald Engelen haalde deze week in zijn Socrateslezing (en vorig weekeinde in NRC Handelsblad) fel uit naar de discipline als wetenschap: die zou nog steeds te zelfvoldaan zijn en te weinig aandacht hebben voor alternatieve opinies, in eigen kring of in aanpalende disciplines.

Op zeker moment haalt Engelen er ook een taalkundig argument bij, wanneer hij wil illustreren dat de media te veel ontzag hebben voor de economen:

Sinds 1980 hebben Nederlandse media volgens LexisNexis zo’n duizend maal het adjectief ‘topeconoom’ gebruikt. Tot aan de crisis een ruime driehonderd keer, daarna heeft een Nederlandse journalist meer dan zevenhonderd keer een econoom ‘top’ genoemd. Ter vergelijking: in diezelfde periode overkwam dat maar vijf sociologen, geen politicoloog, geen antropoloog, vijf historici, zes filosofen (waaronder Cruijff) en geen enkele geograaf.

De observaties kloppen (al moet je wel verdisconteren dat er ook meer niet top-economen werden genoemd dan geografen, dus dat de kans op een topper groter was). Topneerlandici komen in LexisNexis trouwens ook niet voor; op het internet worden Kees Fens en Tjeerd Gunning (winnaar van het Groot Dictee 1998) zo benoemd. Maar dat haalt het dus allemaal niet bij de topeconomen.

Engelens gegevens kloppen dus. Geldt dat ook voor zijn duiding? Ik denk dat daar nog wel wat meer over te zeggen valt.
Lees verder >>

Taalcultuur = economie


Door Leonie Cornips
Taalkundigen onderzoeken de grammatica van een taal maar bestuderen taal ook als een cultureel of sociaal verschijnsel. Maar ‘taal’ is daarnaast ook een economisch product. Onderzoek naar hoe ‘taal’ zich in harde euro’s vertaalt, is behoorlijk in opkomst en geïnspireerd door de Franse socioloog Pierre Bourdieu. Bourdieu schreef vooral tussen 1970 en 1980 over specifieke sociale en politieke condities van taal en taalgebruik. Volgens hem creëren we met zijn allen een symbolische ‘markt’ waar sprekers en hun talige producten ongelijk zijn aan elkaar. De wijze waarop iemand spreekt, is immers niet neutraal. Tussen de zinnen door horen we (on)bewust allerlei ‘sociale’ informatie. Het verraadt voor een deel iemands herkomst, opleiding, type werk, met wie hij zich identificeert en wat hij doet in zijn vrije tijd. Die sociale informatie valt in economische waarde uit te drukken. Een persoon die toegang tot de hoogst betaalde posities wil krijgen en wil participeren in elitaire kringen, zal de meest prestigieuze taalvariëteit moeten spreken en schrijven. Het meest prestigieuze in Nederland is dat wat we als het meest goede, correcte, mooie, grammaticale en verzorgde Nederlands beschouwen. Degenen die dat Nederlands van huis uit niet meekrijgen, zullen later in hun leven voor het leren ervan (veel) moeten betalen in wat voor een vorm dan ook (scholing, tijd en moeite). Talige competenties hebben dus handelswaarde. Leerlingen die hun school niet afmaken, geen werk kunnen vinden vanwege gebrek aan juist geachte taalvaardigheden zijn duur.
Dat we het eens zijn over de waarde van allerlei soorten Nederlands, is het resultaat van een historisch proces waarin we oordelen en normen over het goede Nederlands ontwikkelen, onze emoties erover, en hoe we naar die normen handelen door dat soort Nederlands te onderwijzen en voor examens te eisen. Op deze wijze houdt een samenleving de ‘markt’ van Bourdieu in stand waarin verschillende manieren van spreken en schrijven ongelijkwaardig zijn en als handelswaar verschillen.

Lees verder >>

Statistiek in plaats van geesteswetenschap

Door Marc van Oostendorp

Merano

En ja hoor! Daar gaan we weer! De economen, moe van het almaar redden van de wereld van allerlei economische rampen, hebben de afgelopen jaren de taal ontdekt. Ze beginnen nu zelfs experimenten te doen met onschuldige Italianen om te laten zien dat je moedertaal je economische gedrag beïnvloedt < artikel>.

Wat is er aan de hand? Een paar jaar geleden ging een jonge Amerikaanse econoom de wereld om. (Hij haalde er zelfs Neder-L mee.) Hij had ontdekt dat er een correlatie was tussen de aan- en afwezigheid van een verplichte toekomende tijd in een taal (moet je zeggen ‘ik zal morgen komen’ of kun je volstaan met ‘ik kom morgen’) en het spaargedrag van de sprekers. Wanneer je af en toe ‘ik kom morgen’ zegt, zo was de redenering, dan zie je de toekomst als even reëel als het heden. En dan ga je dus meer sparen.

Het onderzoek was gebaseerd op zeer gebrekkige informatie over wat een verleden tijd precies is en in welke taal je nu wanneer precies ‘verplicht’ een toekomende tijd gebruikt, maar voor economen is dat kennelijk allemaal maar gezeur. We moeten geen analyses, data moeten we hebben! Wat hebben we aan geesteswetenschappen als we ook statistiek kunnen bedrijven. En wie kan het wat schelen als daar af en toe wat ruis tussen zit!
Lees verder >>

De economische wetenschap en de taalkunde spreken elkaar tegen

Door Marc van Oostendorp
In het nieuwe nummer van Language, waarschijnlijk het belangrijkste taalkundige tijdschrift ter wereld, staat een kort, verontrustend artikel: de economische theorie en de taalkunde kloppen niet met elkaar! Wanneer de ene juist is, is de ander op drijfzand gebouwd. Ze zijn gebaseerd op ideeën over de werking van de menselijke geest die niet met elkaar te verzoenen zijn.
Het komt allemaal door de theorie van de endogene groei. Die theorie, die kennelijk de laatste decennia absoluut dominant is in de economische wetenschap, is bedoeld om een probleem van de klassieke economie op te lossen: hoe is het mogelijk dat in de afgelopen eeuwen het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking in allerlei landen is toegenomen, terwijl de omvang van de bevolking bleef stijgen en de natuurlijke hulpbronnen gelijkblijven?
De endogene-groeitheorie zegt dat die groei komt doordat de mensen steeds nieuwe ideeën genereren – technologieën bijvoorbeeld, of betere manieren om een bedrijf in te richten. Die ideeën zijn een veel sterkere motor van vooruitgang dan bijvoorbeeld aardappelen of vaten olie. Wanneer ik een mud bintjes aan jou geef, heb ik dat mud niet meer. Maar als ik jou een idee vertel, heb ik dat idee zelf ook nog steeds.

Lees verder >>

Spreek Nederlands in uw bedrijf! De economen zeggen het

Door Marc van Oostendorp


In je bedrijf kun je beter Nederlands spreken dan Engels. Dat is de boodschap die vanuit Tilburg tot ons komt. Een aantal economen heeft er onderzoek naar gedaan, en Nu.nl berichtte er gisteren over: wanneer een taal minder ‘toekomstgericht is’, doet een bedrijf het beter op het gebied van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’. En het Nederlands is niet zo toekomstgericht. Spreek dus Nederlands!

Ach, ja.

Lees verder >>