Tag: e-boeken

Maartje Lindhout: Te lui om naar de bieb te fietsen

e-bookDoor Maartje Lindhout

Over 25 jaar is mijn leeftijd verdubbeld.

Als relatieve jongeling binnen de neerlandistiek gedraag ik me niet compleet ‘jong’ als het gaat om het medium van romans. Ik lees echte boekenboeken. Slechts één keer heb ik een volledig e-book gelezen, op een tablet, en dat was uit nood: het boek was in alle bibliotheken uitgeleend, ik kon het me niet veroorloven om het te kopen en ik was té nieuwsgierig naar de inhoud. Het lezen gaf me geen rust. Het voelde alsof ik scannend moest lezen, iets wat je over het algemeen toch meer gewend bent op een tablet of smartphone.

Want wat lees je zoal op die moderne en steeds meer vertegenwoordigde devices? Vooral WhatsAppberichtjes, Facebook-posts, tweets. En dan heb ik het nog niet eens over wat je allemaal alleen nog maar zíét op zo’n ding: foto’s, icoontjes, indelingen, overzichten, kernwoorden, alles gemaakt ten behoeve van gebruiksgemak en snelheid. Je hoeft de afbeeldingen en woorden niet echt te bestuderen. Vluchtig kijken en herkennen is voldoende. Van de verschillende leesstrategieën neemt het scannen de overhand.

Lees verder >>

Zien lezen doet lezen

Door Marc van Oostendorp

Het is een wat wonderlijk betoog, dat Lisa Kuitert houdt in haar boek Het boek en het badwater. Je vraagt je af waarom het eigenlijk geschreven is. Het wil een pleidooi zijn vóór het gedrukte boek, maar het belangrijkste argument daarbij lijkt te zijn dat er zoveel mensen van gedrukte boeken houden, dat ze liever papier in hun handen hebben dan een e-reader, enzovoort. Zodat je je afvraagt waarom er dan een pleidooi nodig is.

Het boek is bovendien heel expliciet óók geen pleidooi tegen e-books, want Kuitert meldt dat ze die zelf ook leest. Bovendien heeft ze Het boek en het badwater ook als e-book laten uitbrengen (dat is ook de vorm waarin ik het gelezen heb). Er hoeft dus volgens haar niet zoveel te veranderen; noch laat ze overtuigend zien dat er op dit moment tegenstanders aan het werk zijn die alles slopen wat haar lief is.
Waarom dan een schotschrift gemaakt? 
Lees verder >>

Een schoone historie van den Ridder met dat Kruyce : uitleiding, en als gratis Neder-L e-boek

Wat ik tijdens het editeren van Die Ridder met dat Kruyce als een groot gemis ervaren heb, is het niet bestaan van een editie van de Spaanse brontekst Lepolemo. Maar wat ik nóg meer gemist heb is de tweetalige Frans-Spaanse editie van Guillaume Tonnelier, die ik maar niet te pakken kon krijgen.
     Anders dan de Franse vertaler die nogal vrij met de Spaanse brontekst omsprong, heeft ‘onze’ Barent Barentszoon vander Nieuwer Bruggen zijn Franse voorbeeldtekst getrouw gevolgd. Toch ontkwam hij niet aan het maken van enkele bloopers. Zo vertaalt hij de naam van de geheime ondergrondse gang naar de stad Duran, waarin de alleenstaande koningin belegerd wordt door de perverse, bultdragende koning van Madian met “die oude verderffenisse”. In de Franse brontekst staat “Vieillemyne”, letterlijk: de oude mijn, en dat staat er ook in het Spaans. Het kan haast niet anders of Barent (of zijn bron?) heeft hier ‘vieilleruyne’ gelezen.
     In hoofdstuk 37 komt het tot een tweegevecht tussen de Franse koningszoon Philippus incognito en de Ridder met dat Kruyce die zijn zuster Melisse naar Parijs begeleidt. Philippus is verliefd op Melisse en wil op een ridderlijke manier zijn gevoelens voor haar kenbaar maken door haar begeleider, de Ridder met het Kruis, uit te dagen om drie keer tegen hem met de lans te steken. Gelukkig gebeuren er daarbij geen ongelukken. Na de derde keer maakt Philippus zich bekend: “Dat gedaen sijn[de] so verschoof Philippus een weynich sijn versiersel, alsoo dat hy terstont van een yeghelijck bekent wert.” Het Frans leest hier: “Apres lequel dressa [l]a visiere Philippes / lequel fut dung chascun congneu.” Philippes opent zijn vizier en is zo herkenbaar. Onze Philippus schuift wat met zijn helmtooi.
     Maar de uitglijder die mij dagen lang op het verkeerde been gezet heeft, totdat ik in de gaten kreeg dat het om een blooper ging, speelt zich af in hoofdstuk 31 en begint als volgt:
Lees verder >>

Die historie vanden stercken Hercules als gratis e-boek ( pdf / epub )

Door Willem Kuiper

Achteraf kijk je niet alleen een koe in zijn kont, maar kun je ook constateren dat de druk van Michel Le Noir, Parijs 1500, niet voor de volle 100% overeenstemde met het exemplaar dat de Middelnederlandse vertaler gebruikt heeft. Meer dan eens heb ik een betere lezing gevonden in: Marc Aesbach, Raoul Lefèvre – Le Recoeil des Histoires de Troyes. Bern etc. 1987. Helaas is dat boek onscanbaar door het gebruikte lettertype en bovendien niet rechtenvrij. In 1997 verscheen als dissertatie: Mark Sanford, Raoul Lefevre, “Le livre du fort Hercules” (ÖNB cod. 2586): A Critical Edition, Ph.D., University of Pittsburgh, 1997, vi + 325 p. Tot mijn spijt heb ik dit boek tot op heden niet te pakken kunnen krijgen. Een keurige e-mail naar de University of Pittsburgh bleef onbeantwoord. Maar de druk van Michel Le Noir is meer dan goed genoeg om de Middelnederlandse vertaling tot in detail te kunnen volgen. Hoop dat ik ooit nog eens een masterscriptie onder ogen krijg waarin iemand de omgang van de sterke Hercules met het zwakke geslacht analyseert in het licht van het antieke Griekse antifeminisme, de contemporaine middeleeuwse opvattingen (zowel de literaire als de medische) over verliefdheid en liefde, en dit dan weer in combinatie met het liefdesleven van Philips de Goede, de man voor wie dit boek bestemd was, en die ook niet op een ‘koninginnetje’ keek.
     Om het schrijven van die scriptie te vergemakkelijken bied ik de lezers van Neder-L onder deze link een pdf-editie aan met daarin een tweetalige Historie vanden stercken Hercules. Voor wie alleen de Middelnederlandse tekst wil lezen in de druk van Jan van Doesborch bied ik onder deze link een epub-editie (in zip-formaat) aan. In beide edities heb ik een inhoudstafel opgenomen, die in het origineel ontbreekt, om het verhaal beter te kunnen overzien en het opzoeken van een hoofdstuk te vergemakkelijken.
     Een expliciet woord van dank ten slotte aan het adres van Ingrid Biesheuvel voor haar substantiële hulp bij het afschrijven van de druk van Michel Le Noir, en aan Hella Hendriks die zowel de Franse als de Middelnederlandse tekst gecollationeerd heeft. Zonder hun hulp zou ik onmogelijk in dit tempo dit soort boeken kunnen uitgeven.

Tot ziens bij het volgende feuilleton,

W.K.

P.S. Tot mijn ergernis heb ik na het on-line zetten van de pdf en de epub-editie toch nog een paar ongerechtigheden gevonden. Die zijn inmiddels verbeterd. Gelieve de laatste versie te gebruiken.

Een toren van boeken in mijn broekzak

Over lezen op je telefoon

Door Marc van Oostendorp


Amsterdam Zuid

Terwijl ik hier gezellig een stukje voor jullie uittik, en de vakantiebieb vanmiddag weer begint met distributie van gratis e-boeken, stort de markt voor e-readers in elkaar. Eerder deze maand legde de Amerikaanse ambassadeur in Londen de ambtseed af met haar hand op zo’n ding, maar dat zal dus ook wel een teken van verval zijn.

De nieuwe concurrent is de telefoon. Steeds meer mensen kopen boeken op hun mobieltje en lezen ze daar ook.

Ik ben er ook zo een, geloof ik. Zo’n vier jaar geleden verklaarde ik hier nog dat ik te oud en der dagen zat was voor de iPad en bij mijn e-reader bleef.
Lees verder >>

Ponthus ende Sidonie als gratis e-book

Eigenlijk had ik nog vervolgonderzoek willen doen naar de herkomst en de spelling van een aantal eigennamen in de schoone ende amoruese historie van Ponthus ende die schoone Sidonie, die in de Franse brontekst al verminkt zijn, maar daar zie ik mij de komende maanden niet aan toekomen. Het heeft daarom weinig zin om u, Neder-L lezers, langer te laten wachten op een epub versie van deze laat-middeleeuwse roman bestemd voor jongvolwassenen.
     Als u hier klikt dan vindt u een zip-bestand dat u kunt downloaden, en dat uitgeritst de epub-editie oplevert. Ik wens u veel leesplezier onderweg in de trein en in de wachtkamer als de treinenloop door de winterse weeromstandigheden gestremd is.

W.K.

Andere Neder-L e-boeken vindt u hier: http://nederl.blogspot.it/p/blog-page.html

John Tholen, Moord en Brand in de Boekenwereld

“Sinds eind vorige eeuw wordt er moord en brand geschreeuwd als het de veronderstelde doorbraak van het e-book betreft. Aan de ene kant stonden zij die meenden dat het digitale tijdperk het einde van het papieren boek betekende, aan de andere kant werd een toekomst met het e-book argwanend tegemoet gezien. Alle revolutionaire korte-termijnvoorspellingen bleken geen waarheid te worden, maar waren wel bepalend in de beeldvorming rondom digitaal lezen. In de jaren 1950 was er ook een nieuwe boekvorm die veel stof deed opwaaien en ‘het vak’ verdeelde: het pocketboek. Wat valt er uit deze twee geschiedenissen te leren over de toekomst van het boekenvak.”
 
Dit is het thema van het boekje Moord en Brand in de Boekenwereld. De komst van pocket en e-book in Nederland, geschreven door boekwetenschapper en classicus John Tholen. Het werd vorige week gepresenteerd tijdens het symposium van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak (KVB).

John Tholen maakt een vergelijking tussen de beeldvorming en de introductie van het pocketboek en de beginjaren van het e-book. De parallellen tussen pocket en e-book kunnen immers bijdragen aan een reële blik op de toekomst. Het is een mooie vergelijking en ik raad een ieder aan het werk te lezen. Alle bezoekers van het symposium kregen een papieren versie van het boek, maar er is ook een e-book versie is te downloaden via www.kvb.nl.

Bekentenis van een digitaal lezer

Door Marc van Oostendorp
 

Ik durf het nauwelijks te bekennen, maar ik begrijp niet wat mensen beweegt om te keer te gaan tegen het digitale boek. Wie een echte lezer wil zijn, moet zweren bij papier. Oké, stukkies kun je lezen van een scherm, is de redenering. Maar het echte lezen, het geconcentreerd opgaan in een tekst, een kunstwerk van hogere allure, dat kan toch echt alleen met teksten die iemand heeft ingebonden, ingenaaid of eventueel gelijmd.

Zo luidt nog steeds de communis opinio, en dat verbaast me.
Lees verder >>

Het Boek en zijn Vijanden (1)

Wanneer was dat ook al weer? 2005? Het elektronische papier was net uitgevonden. Ik behoorde tot een select groepje dat een digitaal leesapparaat mocht gebruiken en daar een mening over geven. Die mening kwam terecht in een rapportje dat – de onverbiddelijke werking van de tijd – inmiddels samen met het apparaatje in een onvindbare la is verdwenen. Of in de prullenbak.

‘Moeten we dit nog bewaren?’
‘Zit de netvoeding er nog bij?’
‘Nee, het is alleen een ding, geen draadjes.’
‘Weg ermee.’

Lees verder >>

Geesten vangen

Ik lees af en toe e-boeken, maar ze hebben minstens één groot nadeel. Het zijn, als ik Sting even uit zijn verband mag rukken, een soort spirits in the material world, met als gevolg dat ik ze, bij gebrek aan zichtbaarheid hunnerzijds, domweg vergeet. Ik vergeet waar ze zijn, vergeet dát ze er zijn, vergeet zelfs dat ik ze aan het lezen ben of dat ik er iets in kan opzoeken.

Maar ik heb een oplossing bedacht, en die gaat als volgt.

Lees verder >>

600 titels uit de DBNL nu ook als e-book beschikbaar

Vanaf vandaag zijn 600 titels uit de DBNL-collectie ook als e-book te lezen. Dit aantal zal de komende tijd verder toenemen.

Er wordt proza aangeboden, waaronder Ideën van Multatuli, de historische romans van Bosboom-Toussaint en Hendrik Conscience, De kleine Johannesvan Frederik van Eeden en Eva van Carry van Bruggen. Verder maakt een bescheiden hoeveelheid jeugdliteratuur, poëzie en non-fictie deel uit van de 600 e-books: Robinson Crusoë, Niels Holgersson en Dik Trom. Onder de noemer poëzie vallen de Verzamelde gedichten van Marsman, De drie zustersteden van Ledeganck en Mei van Gorter. Binnen de non-fictie zijn onder andere beschikbaar: Vincent van Goghs Brieven aan zijn broeder, Henri Pirennes Geschiedenis van België en de zeven delen van Wandelingen met pen en potlood van Jacobus Craandijk.

De e-books zijn voor het gemak van de gebruiker ondergebracht in een apart overzicht. Indien van een in de DBNL opgenomen tekst een versie als e-book beschikbaar is, zal dit echter ook bij de afzonderlijke titel te vinden zijn. Of een e-bookversie (of pdf) beschikbaar is, kunt u nagaan door bij de individuele titels te klikken op de link ‘downloads’. Deze link wordt per titel steeds in de linkerkolom aangeboden, zie bijvoorbeeld Démasqué der schoonheid van Menno ter Braak.

Verslaafd aan variatie

Mijn e-boeklezer en ik, we zijn inmiddels meer dan drie maanden bij elkaar. Geen dag heb ik hem uit het oog verloren, al is het maar omdat ik inmiddels mijn abonnement op de papieren editie van NRC Handelsblad heb opgezegd, en de krant alleen nog van mijn apparaatje lees. Maar ik heb ook hoofdstukken uit taalkundeproefschriften, dichtbundels, essays, korte verhalen en romans van het apparaat gelezen. Er gaat bijna geen dag voorbij of ik leg iemand uit wat de voordelen zijn van zo’n elektronisch apparaat, al moet ik toegeven dat ik inmiddels ook wel twee zwarte vlekjes aan mijn grote liefde heb ontdekt: hij is af en toe wat traag, en hij biedt wat weinig variatie.

De traagheid doet zich vooral, of eigenlijk alleen, voor bij e-boeken die ik gekocht heb, niet bij legaal (of zelfs illegaal) gedownloade boeken. Ik denk dat het samenhangt met het feit dat uitgevers grote zorg besteden aan de opmaak van hun boeken. Daardoor worden de bestanden heel groot. Via Cappello 23 van Christiaan Weijts, dat ik op de website van mijn lokale Leidse boekwinkel kocht, telt bijvoorbeeld bijna 1,5 Mb. Ter vergelijking: een door mij zelf in elkaar geknutselde versie van De Berg van Licht heeft ongeveer een kwart van die omvang.

Vanwege die grootte heeft de uitgever het bestand in een aantal deelbestanden geknipt, die ieder voor zich een ‘deel’ van Weijts roman bevatten. Het kost mijn lezer soms bijna een minuut om van het ene deel naar het andere te gaan.

In die minuut kun je natuurlijk even nadenken over het gebodene — beter dan tijdens het gedachteloos omslaan van een pagina. Maar verwend als ik ben door decennialang razendsnel stukjes papier te bedienen, geeft me dat wachten een ongemakkelijk gevoel.

Aan de snelheid kan misschien nog gewerkt worden, maar ik vraag me af of dat ook gaat lukken met de variatie. Ik zit nu al drie maanden met hetzelfde boek in mijn handen, van precies dezelfde omvang en met precies hetzelfde zwartleren omslag. De boeken van uitgevers hebben een eigen typografie gekregen, en hun schermen zien er daarom wel allemaal een beetje anders uit. Maar het blijft een en hetzelfde stuk plastic dat ik in mijn handen heb.

Onder andere om die reden, wijk ik af en toe nog wel uit naar het papieren boek — een andere reden is natuurlijk dat ik soms iets moet of wil lezen dat eenvoudigweg nog niet in elektronische versie bestaat. Misschien is het mijn trouweloze natuur, maar zo’n uitstapje heb ik nodig. Om daarna trouwens weer met hernieuwd enthousiasme terug te keren naar mijn e-boeklezer, waar ik de lettergrootte zelf kan bepalen, en die voor me onthoudt op welke bladzijde ik precies gebleven ben.

Ik weet niet zo goed wat er aan dit probleem te doen is. Misschien loop ik over een jaar of twee wel rond met een aantal verschillende e-boeklezers, een op A4-formaat voor tijdschriften en taalkundige artikelen, een op pocketformaat om in de trein te lezen en een waarvan de grootte tussen de andere twee inhangt voor in bed. Misschien komen er e-boeklezers die jij of de uitgever ook aan de buitenkant van vormgeving kan veranderen naar gelang je stemming of de inhoud van het boek. Misschien is die behoefte aan variatie wel in mij ingebakken door decennia van gewenning aan het feit dat bijna ieder boek dat je in je handen neemt er weer net anders uitziet, net iets anders voelt en ruikt dan elk ander boek dat je ooit hebt mogen aanraken. Als dat zo is, zijn drie maanden gewoonweg nog niet genoeg om af te raken van mijn verslaving aan variatie.

De weg van de Winkler Prins

Ruim een maand heb ik mijn e-boeklezer nu in mijn bezit, en de uitgevers en boekverkopers overal ter wereld vieren uitbundig feest. Mijn honger naar boeken kent geen grenzen; zoals de gokverslaafde naar zijn pokerwebsites surft, de anorexiapatiënte naar de weblogs van haar lotgenoten, zo breng ik halve nachten door op jacht naar nieuwe elektronische boeken.

Het begon op sites als Manybooks.net, Feedbooks.com en Gutenberg.org, waar je gratis rechtenvrije klassiekers van over de hele wereld kunt krijgen. Iedere dag komen er wel nieuwe titels bij, en hoewel ik moet toegeven dat een heleboel titels ook mij niets zeggen, kan ik me toch maar nauwelijks voorstellen dat iemand het Handboek voor den kaasmaker in Nederland kan weerstaan, of The Art of Public Speakingvan Dale Breckenridge Carnegie.

Bovendien bood NRC Handelsblad een proefabonnement aan op de elektronische versie, en dat proefabonnement heb ik snel genomen. Aan het eind van iedere werkdag download ik alle artikelen van de nieuwe krant zonder advertenties en andere onzin op mijn lezertje, zodat ik hem al in de trein naar huis kan lezen.

Maar al snel was ook dat niet genoeg meer, en ben ik bij een aantal on-lineboekwinkels iets gaan kopen: om te beginnen het brievenboek van W.F. Hermans en Gerard Reve, ‘Verscheur deze brief’ bij Selexyz.nl, de roman ‘Via Cappello 23’ van Christiaan Weijts bij Bruna.nl en de roman ‘Ruhm’ van Daniel Kehlmann bij Libri.de, en ‘Survivre aux crises’ van Jacques Attali bij Fnac.fr.

Ook pdfs van taalkunde-artikelen heb ik wel gedownload, al zijn deze vanwege de figuren eigenlijk alleen goed te bekijken als pdf-bestand, en is een e-boeklezer om technische redenen (de resolutie van het scherm is niet zo hoog, en het schermpje zelf is klein) niet heel prettig te lezen als een elektronisch boek.

Bijna duizend boeken heb ik inmiddels op deze manier gedownload – of mijn e-boeklezer het volhoudt tot ik al deze boeken gelezen heb, is de vraag. Waarschijnlijker is dat het apparaat al vervangen is voor ik er vijfhonderd gelezen heb, want er kan nog van alles beter aan het apparaatje – zoals die resolutie, of het knopje dat je moet gebruiken om te bladeren, dat ik een beetje stroef vind.

Maar vooral valt er ook nog wel een heleboel te verbeteren in de verkoop van die boeken. Ik ken eigenlijk geen goede, prettige website waar je goed kunt zoeken, alle boeken van te voren kunt inzien en niet bedonderd wordt doordat je er klassiekers die je elders in precies dezelfde editie gratis kunt krijgen voor drie of vier euro krijgt aangeboden. Bovendien zijn ook de boeken van de levende auteurs, hoe je het ook bekijkt, nog veel te duur: meestal drie of vier euro goedkoper dan het papieren exemplaar (en soms zelfs duurder, omdat de prijs van het e-boek is afgeleid van de dure hardcover ook als er al een paperback verschenen is).

Dat gaat vast allemaal veranderen. U gaat binnen nu en drie, vier jaar ook een e-boek kopen en dan gaan de meesten van u ook voor de bijl. We gaan die boekwinkels niet meer in, omdat ze over het algemeen helemaal niet hun best doen om leuke boeken aan te bieden, en kennis, en sfeer, maar in plaats daarvan denken in stapels bestsellers naast de kassa – bestsellers die we ook zelf kunnen bijhouden. Over tien, vijftien jaar gaan we al onze boeken wegdoen, behalve de hele mooie.
U gelooft mij niet, u denkt dat ik overdrijf. Mensen willen boeken in de kast hebben staan, want dat staat zo gezellig. Ze willen een boek kunnen ruiken, zegt u, en het papier horen ritselen. Dat mag allemaal zo zijn – maar er zijn ook mensen die boeken willen lezen. Dat is nu al in sommige opzichten prettiger vanaf een e-boeklezer dan uit een stapel papier. Het duurt niet meer dan een paar jaar en dan gaan al onze leesboeken dezelfde richting op als onze langspeelplaten en de Winkler Prins.