Tag: didactiek

Adieulied van Maria van Bourgondië

Door Jan Uyttendaele

Het praalgraf van Maria van Bourgondië. Bron: Wikimedia

Gisteren ging het festival  voor oude muziek Laus Polyphoniae 2019 van start in Antwerpen. De geplande concerten zullen een beeld geven van de muziek ten tijde van Maria van Bourgondië (1457-1482) en van het Bourgondische hof. Maria van Bourgondië was in de late middeleeuwen een van de machtigste vrouwen van West-Europa. Toen de vorstin van de Nederlanden in 1477 als twintigjarige aan de macht kwam, stond haar geen gemakkelijke taak te wachten. Haar oorlogszuchtige vader Karel de Stoute had haar opgezadeld met een lege staatskas, vijandig gezinde buurlanden en binnenlandse opstanden. Dankzij haar diplomatische aanpak kon de jonge vrouw in Vlaanderen de gemoederen bedaren.  Wegens haar positie was zij de meest begeerde bruid van Europa. Diverse kandidaten stonden te popelen om met haar te mogen trouwen. Het was keizer Maximiliaan van Oostenrijk die die eer te beurt viel. Door hun huwelijk werd het huis van Bourgondië verbonden met dat van het machtige Habsburg. Helaas was Maria geen gunstig lot beschoren. Door een ongelukkige val van haar paard tijdens een valkenjacht overleed ze in 1482. Ze was 25 jaar oud.

Lees verder >>

Meertaligheid in Trentino-Alto Adige/Südtirol

Door Anne Kruijt, Universiteit van Verona

Veel talen op een klein oppervlakte

De naam van de regio Trentino-Alto Adige/Südtirol laat er al geen twijfel over bestaan: wij bevinden ons hier in een meertalige regio. En zo is het ook: deze autonome grensregio in Noord-Italië heeft niet één, niet twee, maar wel liefst drie officiële talen: Duits, Italiaans, en Ladinisch. Daarmee zijn er niet alleen verschillende talen aanwezig, maar ook nog eens verschillende taalfamilies. Duits is lid van de Germaanse taalfamilie, terwijl Italiaans een Romaanse taal is. Ladinisch behoort tot de Reto-Romaanse talen, wat betekent dat hoewel het van Romaanse afkomst is, er al eeuwen een sterke invloed vanuit de Germaanse talen aanwezig is.

Lees verder >>

Hoe vind je de klemtoon in een woord?

Door Henk Wolf

Klemtonen zijn rare dingen. Een klemtoon maakt een lettergreep opvallender dan overige lettergrepen, maar dat kan op verschillende manieren: beklemtoonde lettergrepen kunnen bijvoorbeeld luider zijn dan hun onbeklemtoonde buren, maar ook op een hogere toon worden uitgesproken of langer worden aangehouden. Nederlandstaligen gebruiken vooral de laatste twee manieren.

Iedereen die als moedertaal Nederlands spreekt, legt klemtonen. Als anderen spreken, hoor ik waar die klemtonen liggen. Dat geldt alleen niet voor iedereen. Elk jaar weer kom ik studenten tegen die met wanhoop in hun stem vragen hoe ze in vredesnaam de klemtoon kunnen vinden. Soms hebben ze al hun toevlucht genomen tot internet en daar allerlei vuistregels gevonden, maar zelf horen doen ze het niet, niet eens in hun eigen spraak.

Uiteraard hebben we het als docenten onderling over zo’n probleem. Dan wisselen we ook de didactische aanpakken uit die we gebruiken om studenten te helpen bij de oplossing van dat probleem. Omdat ik bij het googelen niets vond wat de wanhopige student helpt, zet ik er maar een paar op een rijtje.

Lees verder >>

Twee dagen praten over Het Schoolvak Nederlands

Door Henk Wolf

De taalkunde is een volwassen wetenschap, met heel veel beoefenaars die in de afgelopen decennia heel veel kennis over taal hebben opgedaan. In het onderwijs is daar alleen weinig van terug te zien. Het enige stukje taalkunde dat op scholen traditioneel veel aandacht krijgt, de zinsbouw, wordt nu nauwelijks anders behandeld dan honderd jaar geleden. Dat geldt inhoudelijk, maar ook didactisch.

Dat stoort me al lang. Ik heb de afgelopen jaren materiaal ontwikkeld om aankomende leraren in het basis- en voortgezet onderwijs te trainen op het opdoen van inzicht in taalstructuur en op het lesgeven op een manier die dat inzicht centraal stelt, zonder de ontleedlessen op te hangen aan trucjes en ezelsbruggetjes. Daar sta ik gelukkig niet alleen in. Lees verder >>

27 april 2018: Lenteconferentie Netwerk Didactiek Nederlands, Antwerpen

Niet altijd (of niet vaak genoeg) wordt een brug gebouwd tussen recente academische strekkingen en inzichten in de neerlandistiek enerzijds en de lerarenopleidingen Nederlands anderzijds. Bovendien dringen academische vernieuwingen of accentverschuivingen vaak te laat of helemaal niet door in het secundair onderwijs. Er lijken soms wel drie eilanden te bestaan, terwijl we uiteindelijk allen in dezelfde zee vissen.

Naar aanleiding van stelling 8 van het Manifest Schoolvak Nederlands over Samenwerking en Uitwisseling, meer bepaald van de zin daaruit: ‘De uitwisseling tussen wetenschap en schoolvak moet intensiever’, groeide binnen NDN een nieuwe conceptuele invulling van de Lenteconferentie 2018. Lees verder >>

Nederlands onderzoek naar grammaticaonderwijs: hoe staat dat ervoor?

Een korte positiebepaling en wat eerste resultaten

Door Jimmy van Rijt

Sinds de zogenoemde ‘communicatieve wending’ in het moedertaalonderwijs vanaf eind jaren 60 van de vorige eeuw zijn grammaticaonderwijs en literatuur – toch zeker in de ideologische zin – wat meer naar de achtergrond van het onderwijs Nederlands verdwenen, ten gunste van algemeen communicatieve vaardigheden. In de praktijk van het schoolvak Nederlands wordt, ondanks de nadruk op communicatieve vaardigheden, echter nog altijd veel aan grammaticaonderwijs gedaan. Sterker nog: niet alleen in Nederland, maar zeker ook in internationaal verband staat grammaticaonderwijs weer tamelijk prominent op de (beleids)agenda (zie bijvoorbeeld Myhill, Jones, Lines & Watson, 2012; Watson & Newman, 2017, p. 2).

Naar grammaticaonderwijs wordt dan ook steeds meer onderzoek gedaan, en dan met name naar de relatie tussen expliciet grammaticaonderwijs en schrijfvaardigheid, met de onderzoeksgroep rondom Debra Myhill (Universiteit van Exeter, Verenigd Koninkrijk) als kartrekker. Lange tijd werd verondersteld dat grammaticaonderwijs geen positieve effecten had op schrijfvaardigheid (zie bijvoorbeeld de veel aangehaalde meta-analyse van Graham & Perin (2007)), maar dergelijke resultaten hebben vrijwel zonder uitzondering betrekking op traditioneel grammaticaonderwijs. Dergelijk grammaticaonderwijs is onderhevig aan forse kritiek: trucjes en ezelsbruggetjes domineren de didactiek, terwijl kritisch of reflectief denken en grammaticaal inzicht niet of nauwelijks aangeboord worden (zie bijvoorbeeld Coppen, 2009). Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat zulk grammaticaonderwijs de schrijfvaardigheid niet ten goede komt.
Lees verder >>

Trends in Tallinn: de 11e ARLE-conferentie over eerstetaalonderwijs

 

Door Marloes Schrijvers

In juni 2017 reisde een groep Nederlandstalige onderzoekers af naar Tallinn, waar de tweejaarlijkse ARLE-conferentie plaatsvond. De International Association of Research in L1 Education (ARLE) richt zich op alle facetten van eerstetaalonderwijs, van basisonderwijs tot en met lerarenopleidingen. Met het oog op de speerpunten van Neerlandistiek in de klas stelde ik mijzelf de vraag: wat hebben docenten en lerarenopleiders er eigenlijk aan dat onderzoekers bij elkaar komen op een internationale wetenschappelijke conferentie? En kunnen zij ook iets met de trends die we op het gebied van onderzoek naar eerstetaalonderwijs in Tallinn hebben gesignaleerd?

Onderzoek en onderwijspraktijk

Veel congressen over eerstetaalonderwijs zijn toegankelijk en relevant voor docenten Nederlands, zoals Het Schoolvak Nederlands (HSN), de congressen van Stichting Lezen en de Dag van het Literatuuronderwijs. Wat voegt zo’n wetenschappelijk congres in het buitenland dan toe? Ik legde deze vraag aan mijn collega’s voor. Lees verder >>

Pas verschenen: Lezen voor het leven – Wouter Sanderse (red.)

Lezen voor het leven biedt inspiratie aan docenten en lerarenopleiders die de vormende kracht van verhalen nog meer willen benutten. Ook aan schoolleiders en beleidsmakers die invulling willen geven aan bildung, biedt dit boek concrete handvatten. Het uitgangspunt is een deugdenbenadering die focust op de goede en minder goede eigenschappen van personages en leerlingen stimuleert zich af te vragen hoe hun eigen karakter in elkaar zit. Hoe moedig, eerlijk of respectvol zijn ze zelf? Lees verder >>

Het Nedersaksisch kan het leren van ei en ij scaffolden

Door Willemijn Zwart

Woorden met ei of ij leren spellen is lastig. De meeste spellingmethoden laten leerlingen vanaf groep drie of vier zoveel mogelijk woorden met ei uit het hoofd leren, ondersteund door een ei-verhaal, een ei-plaat, een ei-rap of een ei-poster. Woorden die ze niet als ei-woord geleerd hebben, schrijven ze met een ij. Deze aanpak is erop gebaseerd dat er minder woorden met ei dan met ij zijn. Woorden met achtervoegsels als –lijk, –heid en –teit worden hierbij buiten beschouwing gelaten: deze worden aangeleerd met een andere didactiek.

Stel nu dat streektaal kinderen zou kunnen ondersteunen bij het aanleren van woorden met ei of ij, dan zou dit de cognitieve belasting verminderen en daarmee lucht creëren in een vaak als overvol ervaren lesprogramma. Lees verder >>

De ‘spreekautobiografie’

Door Roland de Bonth

Pater Brugman (kon praten als…)

Bij de overgang van de onder- naar de bovenbouw, aan het begin van de vierde klas, krijgen leerlingen vaak de opdracht een leesautobiografie te schrijven. Het doel van dit document is dat leerlingen zich de boeken herinneren die aan hen zijn voorgelezen door ouders, grootouders, juffen en meesters en de boeken voor de geest halen die zij tot zich hebben genomen vanaf het moment dat zij in staat waren om zelf te lezen. Een goed gedocumenteerde leesautobiografie geeft een prima beeld van de smaakontwikkeling van een leerling. Op basis van dit document kan een docent een inschatting maken van het niveau van literaire ontwikkeling van een leerling. Vervolgens kan hij gericht tips geven voor verdere lectuur. Hij kan andere boeken van dezelfde schrijver aanraden, boeken uit hetzelfde genre van een andere schrijver, boeken van een vergelijkbaar of een iets hoger niveau.

Is de leesgeschiedenis van leerlingen doorgaans aardig gedocumenteerd, anders ligt dat bij het domein mondelinge taalvaardigheid. Geluidsopnames of filmpjes van voordrachten, debatten of discussies worden bij mijn weten amper gemaakt. Wat weet een docent eigenlijk over de spreekvaardigheid van een vierdeklasser?

Lees verder >>

Nog enkele enthousiaste docenten gezocht voor docentontwikkelteams

Door Erwin Mantingh

Nog enkele belangstellenden kunnen zich aansluiten bij de docentontwikkelteams (DOT’s) waarin docenten onder het motto ‘meer inhoud, meer plezier en betere resultaten’ samen met enkele vakwetenschappers en vakdidactici inspirerend onderwijs zullen gaan ontwerpen. Verspreid over het land gaan er het komend schooljaar zes docentontwikkelteams met verschillende onderwerpen aan de slag in de geest van het Manifest Nederlands op school (een pleidooi van de Meesterschapsteams Nederlands voor ‘bewuste geletterdheid’ in het schoolvak Nederlands). Heeft u interesse? Klik hier voor meer informatie. Aanmelding is nog mogelijk tot 15 juni a.s.

Gesprek over het gesprek

Door Marc van Oostendorp

Een gesprek met Erwin Mantingh (Universiteit Utrecht) over het gesprek: kun je leren om een gesprek te voeren? En valt dat dan ook te toetsen? (De technische kwaliteit van deze video is wat minder dan u van ons gewend bent, maar de kwaliteit van het gesprek maakt hopelijk veel goed.)

Zes DOT’s Nederlands: samen inspirerend onderwijs ontwerpen

Uitnodiging aan docenten: wie doen (denken, ontwikkelen en werken) er mee?

Erwin Mantingh
namens de Meesterschapsteams Nederlands

De Meesterschapsteams Nederlands zoeken voor het schooljaar 2017-2018 enthousiaste docenten die in de geest van het Manifest Nederlands op school samen met ons het schoolvak Nederlands willen vernieuwen. Onder het motto ‘meer inhoud, meer plezier en betere resultaten’ zullen docenten, vakwetenschappers en vakdidactici in zes zogenoemde DOT’s (docentontwikkelteams) samen inspirerend onderwijs gaan ontwerpen.

Zes DOT’s

De docentontwikkelteams opereren verspreid over Nederland en richten zich op verschillende onderwerpen: Lees verder >>

Manifest Nederlands op school
: Meer inhoud, meer plezier, beter resultaat

Dit manifest is opgesteld namens de twee meesterschapsteams Nederlands (letterkunde en taalkunde/taalbeheersing) die zijn ingesteld door acht Nederlandse universitaire faculteiten Letteren en Geesteswetenschappen.

Het schoolvak Nederlands is een belangrijk vak, dat gericht is op de ontwikkeling van taalvaardigheid en geletterdheid. Veel docenten Nederlands geven heel inspirerend en bevlogen les, maar toch is niemand echt helemaal tevreden over het vak. Veel leerlingen vinden Nederlands saai en docenten lijden vaak onder zware werkdruk. Meer algemeen is de kritiek: het programma heeft te weinig inhoud, is niet uitdagend genoeg, en het sluit onvoldoende aan bij de maatschappelijke eisen voor taalvaardigheid en geletterdheid. Dat moet en kan beter.

In 2015 heeft diverse malen intensief overleg plaatsgehad tussen docenten, wetenschappers, didactici, onderwijsonderzoekers en allerlei bij het schoolvak Nederlands betrokken instanties. Uit de discussies bleek een grote eenstemmigheid over de richting waarin het vak verder ontwikkeld en verrijkt dient te worden: het moet meer gaan om bewuste taalvaardigheid en bewuste literaire competentie, kortom bewuste geletterdheid.

Het doel van bewuste geletterdheid is vertaald in een aantal stellingen, die onder docenten op een breed draagvlak lijken te mogen rekenen. In november 2015 schaarde 75% van de neerlandici zich erachter bij een peiling op de conferentie Het Schoolvak Nederlands.

Dit vraagt om een fundamentele herziening van het curriculum Nederlands, een herziening die docenten ondersteunt in hun streven naar betere resultaten en aantrekkelijk en betekenisvol taal- en literatuuronderwijs.