Tag: dialectologie

De meertaligheid van ‘Undercover’

door Jan Stroop

Er is altijd wel wat met Nederlandse films die in een regio spelen en waarin de voertaal de taal van die regio moet zijn.  Zo herinner ik me de serie over Merijntje Gijzen, die in West-Brabant speelt, maar waarvan de taal een  West-Brabander  doet huiveren. Voorbeeld: den (h)emel of den (h)el moet zijn den (h)emel of del.

In de film over Michiel de Ruyter speelt Frank Lammers de hoofdrol, maar wat er uit z’n mond komt, zou De Ruyter niet verstaan: Lammers spreekt een mengtaaltje, dat allesbehalve Zeeuws is, eerder Brabants. Ik heb daar toen een stukje over geschreven.

Lees verder >>

Houben, Ploumen, Ingenhousz

Familienamen: hoe spreek je ze uit

door Jan Stroop

Afgelopen voorjaar heeft de VPRO de tv-serie ‘Rond de Noordzee’ uitgezonden. Die serie is gemaakt door Arnout Hauben. Toen ik die naam in een reclamespotje hoorde, zag ik dit woordbeeld voor me: Houben en dacht: die presentator weet dus niet hoe je die naam moet uitspreken, namelijk zoals de naamdragers dat zelf doen. Die zeggen immers Hoeben [hubə]. Maar wie dat niet weet, zegt [hɑubə] als ie Houben ziet staan. Later zag ik in de gids dat er Hauben stond. En dat is een ander verhaal.

Lees verder >>

Het Louise Kaiser Instituut

Door Marc van Oostendorp

Louise Kaiser (zelfportret, 1949)

Romanschrijvers hebben later hun best gedaan van het Meertens Instituut een toonbeeld van saaiheid te maken, maar het begon met een persoonlijk drama. In een recent artikel in Nederlandse Taalkunde geeft de biograaf van P.J. Meertens, Theo van der Meer, nieuw inzicht in dat drama.

De contouren ervan waren bekend. Het ging in de jaren twintig en dertig niet goed met het dialectonderzoek in Nederland en Vlaanderen. Waar aanpalende taalgebieden grote en gedetailleerde atlassen hadden van taalverschijnselen, was het bij ons armoe troef. Een groep geleerden, waaronder G.G. Kloeke (1887-1963), misschien wel de grootste dialectonderzoeker die Nederland ooit heeft gekend, wilde daar een einde aan maken door een Dialectenbureau op te zetten dat in een aantal jaar tijd een goede atlas zou produceren.

Lees verder >>

Van p naar b in Nederland en Duitsland

Door Marc van Oostendorp

Vanmiddag promoveert Nina Ouddeken in Nijmegen, hoera! Nina is de eerste student die ik naar drie titels heb mogen begeleiden – eerst de bachelor, dan de master en nu dan het doctoraat. Het proefschrift dat ze vanmiddag verdedigt is daar dus de kroon op, en het is een fonkelende kroon.

Het gaat onder andere over een probleem dat mij al heel lang interesseert. Dat probleem heeft ermee te maken dat je Nederlandse p’s en b’s anders maakt dan Duitse of Engelse.

Wat is het verschil tussen pa en ba? In beide gevallen sluit je eerst je lippen, laat de lucht in je mond stromen, en laat dan plotseling los zodat de lucht met een kleine explosie naar buiten komt. Die kleine explosie is één component van het geluid. Een andere component is dat je op zeker moment je stembanden laat trillen. Het verschil tussen pa en ba is een verschil in timing.  Lees verder >>

Vandaag is het de ‘Dach fan ut Stadsfrys’

Door Reitze Jonkman en Henk Wolf

Het Stadsfries of Stads is al bijna vijfhonderd jaar een van de talen van Fryslân. Het wordt – met kleine onderlinge verschillen – gesproken in Bolsward, Dokkum, Franeker, Harlingen, Leeuwarden, Sneek en Stavoren. Soortgelijke taalvarianten worden overigens ook op het platteland gebezigd in Kollum, Midsland op Terschelling, in het Bildt en op Ameland. Deze verschillende varianten staan door de concurrentie met het Fries en Nederlands onder druk.

Dach fan ut Stadsfrys

Om het Stads opnieuw schwung te geven zoeken, heeft een groep liefhebbers van de taal de manifestatie ‘Dach fan ut Stadsfrys’ georganiseerd. Die vindt vandaag plaats in Franeker. Lees verder >>

Vrijdag 7 december 2018, Gent: Colloquium 70 jaar Taal en Tongval. ‘Dialectologie zonder dialecten?’

 Op vrijdag 7 december viert het tijdschrift ‘Taal & Tongval – Language Variation in the Low Countries’ z’n 70ste jaargang met een colloquium. Het colloquium vindt plaats in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Koningstraat 18 in Gent (B).

Deelname kost 20 Euro. Inschrijven kan via valerie.bouckaert@ugent.be of door overschrijving op het nummer BE40 0682 1390 8063 vóór 30 november. Lees verder >>

Stroopjesvet

Door Ton van der Wouden

Voor Jan Stroop ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag (vandaag)

Als u niet uit de buurt van Rotterdam of Dordt komt, dan weet u waarschijnlijk niet wat Stroopjesvet is. Misschien denkt u in deze context wel aan het babyvet van de jonge Jan Stroop (” de middelste rij, tweede bank: rechter persoontje”).

“Vet van de kleine Stroop” is inderdaad een mogelijke betekenis van het woord, maar die is niet geattesteerd in feitelijk taalgebruik. Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik), afl. 18

Meertens Instituut gered

Door Jan Stroop

Begin 1996 verscheen ’t eerste deel van de romanserie Het Bureau van J.J. Voskuil. Dat had al meteen een overweldigend succes. Van dat eerste deel werden er volgens de uitgever in minder dan 3 weken al 5000 exemplaren verkocht. Er volgden herdrukken. Bij elk nieuw deel nam dat succes telkens toe.

Door dat succes bleef ’t echte Bureau niet buitenspel. Eerst  waren de reacties nog neutraal: een fascinerend boek, groot stilist, geestig, enzovoorts, maar gaandeweg werden ook ’t P.J. Meertens Instituut en zijn medewerkers erin betrokken en werd er geoordeeld over ’t werk dat daar verricht werd. En dat viel niet mee.

Lees verder >>

Het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten online: e-wvd.be

Uitnodiging lancering

Door redactie van het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten

Insiders weten al langer dat het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten, net als de zusterwoordenboeken Woordenboek van de Brabantse Dialecten en Woordenboeken van de Limburgse dialecten al enige tijd kan worden doorzocht op het internet. Een officiële lancering was er echter nog niet. Omdat prof. dr. Jacques Van Keymeulen, de huidige promotor van het project met emeritaat gaat, vond de redactie de tijd rijp om de website te lanceren voor het grote publiek. Lees verder >>

Onderzoek zonder Facebook, hoe ging dat eigenlijk?

De geschiedenis van de collectie Nederlands in de Verenigde Staten in tien vragen.

Door Douwe Zeldenrust

Recent is aan het Meertens Instituut onder leiding van Nicoline van der Sijs het onderzoeksproject ‘Vertrokken Nederlands’ gestart. De onderzoekers zetten tegenwoordig digitale technieken in en gebruiken Facebook voor de contacten met de informanten. Dat ging in de jaren ’60 van de vorige eeuw, toen Jo Daan onderzoek deed en resten Nederlands in het buitenland vast wilde leggen, wel anders. Zij vertrok met een bandrecorder voor enkele maanden naar de Verenigde Staten en kwam terug met meer dan 100 opnames. De geluidsbanden en ook de bijbehorende documenten met daarin onder andere een reisverslag, zijn onderdeel van de collecties van het Meertens Instituut. De geschiedenis van die collectie is in tien vragen te reconstrueren.

Jo Daan (rechts) in Amerika (1966). Op de voorgrond staat een van de audioapparaten die Jo Daan gebruikte..

Lees verder >>

Gezocht: respondenten die spreektaal spreken

Door Miet Ooms

Ooit was ik een dialectologe. Voor het Woordenboek van de Brabantse Dialecten tikte ik gegevens uit oude en minder oude vragenlijsten over in een databank. Ik stelde ook zelf nieuwe vragenlijsten op en tikte die antwoorden ook over. Met die gegevens maakte ik lemma’s en, als die interessant genoeg waren, kaarten. Dat laatste vond ik fijn werk, want op een kaart zie je in één oogopslag meteen wat je met duizend woorden niet zo nauwkeurig kunt uitleggen: wat wie waar precies zegt. Zo maakte ik op 8 jaar tijd, tot in 2005, meer dan 600 dialectkaarten voor de meest uiteenlopende begrippen.

Sinds 2015 stuur ik mijn eigen enquêtes uit. Tegenwoordig wil ik niet alleen dialecten in kaart brengen, maar alles wat in het Nederlandse taalgebied gezegd wordt. Spreektaal dus. Dat staat voor mij los van de vraag of het standaardtaal is, tussentaal, Poldernederlands, straattaal, dialect, jongerentaal … Het kan allemaal, zolang het maar daadwerkelijk in het dagelijkse leven gezegd wordt. Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik) aflevering 15

door Jan Stroop

De afgelopen week kreeg ik op Twitter te maken met massale aandacht voor mijn kaart ‘Dag’ (afscheidsgroet) in de Dialectatlas van het Nederlands. Op de dag dat ik dit schrijf, dinsdag 19 juni  staat de teller op 200.035 weergaven. Dat is nog niet vaak gebeurd bij een tweet met een taalkundig onderwerpje, vermoed ik. ’t Gekleurde kaartje bij die tweet is overigens een versimpelde weergave van mijn kaartje uit 1973.

Lees verder >>

Reeks Nederlandse Dialectatlassen ook online raadpleegbaar

(Persbericht Dialectzinnen)

Kaart naar Van de Wijngaard, H. en R. Belemans (red.) (1997), Het dialectenboek 4. Nooit verloren werk. Terugblik op de Reeks Nederlandse Dialectatlassen (1925 -1982). SND, Groesbeek. p. 142.

De Reeks Nederlandse Dialectatlassen bevat meer dan een kwart miljoen dialectzinnen uit Nederland en Vlaanderen, die tussen 1923 en 1982 verzameld zijn op initiatief van de Gentse professor Blancquaert. De fonetische transcripties zijn nu digitaal beschikbaar gesteld door onderzoekers van de Universiteit Gent.

In de jaren 20 van de vorige eeuw vatte prof. E. Blancquaert van de Gentse Universiteit het plan op om 141 zinnetjes in het dialect te laten vertalen door goede dialectsprekers en nauwgezet fonetisch te (laten) noteren. Hij startte in zijn geboortestreek Klein-Brabant, maar geleidelijk aan werd het project uitgebreid tot heel Vlaanderen en later ook tot Nederland, met inbegrip van Friesland. E. Blancquaert en zijn latere opvolger Willem Pée maakten zelf vele transcripties. Ook wisten ze heel wat collega’s te overtuigen om mee te werken. De transcripties zijn sinds dit jaar digitaal beschikbaar via de website Dialectzinnen/. Lees verder >>

Zelf op zoek naar een taal om in te zingen

Door Marcel Plaatsman

Eierland. Foto: Marcel Plaatsman (bron)

Het dialect van Texel, het Tessels, staat volop in de belangstelling. Ik doe daar ook wel erg mijn best voor, om dat dialect weer onder de aandacht te brengen, maar het aardige is: ik ben niet de enige die daar zijn best voor doet. De Historische Vereniging Texel wist met de reeks dialectvoorstellingen Echt op sien Tessels de juiste snaar te raken en in navolging daarvan is er nu een bijzonder boek verschenen, Brief uut Eierlând, dat zich laat lezen als een poëtische zoektocht naar het wezen van dit dialect.

Aart van den Brink, dichter en zanger

Brief uut Eierlând is geschreven door Aart van den Brink, die onder de liefhebbers van het Tessels toch wel een beroemdheid is door zijn liederen in het dialect, die op het eerste gehoor geestig en licht zijn, maar toch vol poëzie zitten. Eigenlijk is dat ook hoe Aart het Tessels lijkt te horen: in de vrolijke herinnering aan het dialect van zijn jeugd zit uiteindelijk de poëzie van een familiekroniek én een grammatica. Lees verder >>

Een taalkaart is een kristal

Door Marc van Oostendorp

Bron: D.P. Blok en Jo Daan. Van Randstad tot landrand (1968)

Er is in Nederland, een gebied waar ze een harde g gebruiken en een gebied waar we een zachte g zeggen. Aangezien dat zo is, is er natuurlijk ook een grens tussen twee gebieden: een isoglosse noemen we die. En zulke isoglossen bestaan er voor allerlei verschijnselen: die tussen het gij– en het jij-gebied, die tussen het lope- en het loopm-gebied, enzovoort.

Soms vallen die isoglossen (min of meer) samen: een isoglossenbundel. Als zo’n bundel heel diep is – als hij veel isoglossen bevat – heb je de grens tussen twee dialectgebieden. Hoeveel isoglossen daarvoor nodig zijn en of alle isoglossen even zwaar wegen, daarover kun je natuurlijk eindeloos discussiëren, maar de meeste taalkundigen laten dat wijselijk in het midden. Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik), aflevering 13

door Jan Stroop

In de zomer van 1971 verscheen er opeens een Amerikaan op ’t Dialectenbureau. Hij zou gaan assisteren bij ’t onderzoek van taalinterferentieverschijnselen op de bandopnames die Jo Daan uit Amerika had meegebracht. Verder was ie van plan zich in Amerika te verdiepen in de Nederlandse archieven van de kolonie van Nieuw-Nederland. Hij heette Charles Gehring. We konden ’t goed met elkaar vinden o.a. vanwege onze gedeelde belangstelling voor popmuziek. Hij kwam ook bij ons thuis.

Lees verder >>

Hoe bepaal je de grens van een dialect?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek in de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor leerlingen van de middelbare school.

Door Marten van der Meulen

Het zal je vast weleens opgevallen zijn: mensen spreken verschillend in verschillende delen van Nederland. Een iets andere klank, een uitdrukking, een woord: verschil kan er op allerlei niveaus zijn. En dat is alleen nog maar in de standaardtaal. Naast die taalvariëteit worden er nog steeds op heel veel plekken lokale taalvariëteiten gesproken, zoals dialecten of streektalen. Die lokale varianten zijn al lange tijd een dankbaar onderzoeksobject voor taalkundigen. Zij willen bijvoorbeeld vaststellen waar grenzen liggen tussen dialecten. Die onderzoeksvraag bestaat dus al lang, maar tegenwoordig zijn er allerlei nieuwe methoden beschikbaar om heel precies na te gaan waar het ene dialect stopt en het andere begint. Een aantal van die methoden werden gebruikt door twee taalkundigen om een oude scheidslijn in Noord-Limburg te evalueren. Wat bleek: de scheidslijn is zeker niet zo belangrijk als wel werd gedacht. Sterker nog: hij ligt eigenlijk ergens anders. Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik), afl. 11

door Jan Stroop

De verhuizing naar de Keizersgracht bracht een ingrijpende verandering met zich mee in ’t koffiegebeuren. Aan de Hoogstraat was dat nauwelijks een ’gebeuren’ geweest: de koffie werd door de conciërge rondgebracht en geserveerd. In ’t nieuwe gebouw werd koffiedrinken een gezamenlijke aangelegenheid. De tweede hal kreeg de functie van ‘koffieruimte’. Twee keer sochtends  verzamelden de medewerkers van de drie afdelingen zich daar. Ze konden hun koffie ophalen aan een doorgeefluik, dat in ’t verleden dienst gedaan had als loket; bedenk onze nieuwe behuizing  Keizersgracht was een voormalig bankgebouw.

Smiddags was er collectieve thee. Één keer maar.  Daar kwamen altijd maar een paar mensen.

Lees verder >>

Een strip over dialectonderzoek

Een strip maken over je onderzoek. Dat doet lang niet elke wetenschapper. Taalonderzoeker Martijn Wieling van de afdeling Informatiekunde in Groningen koos er wel voor. Wieling doet met een articulograaf onderzoek naar tongbewegingen bij dialectsprekers. Met de strip over zijn onderzoek kan hij op een andere manier over zijn werk vertellen en een andere doelgroep bereiken.

De strip staat hier:

(Je kunt hem hier downloaden.) Lees verder >>

In memoriam voor Johan Taeldeman (23.12.1943 – 31.10.2017).

Mens van goede wil, schatbewaarder van de Nederlandse taal

Door Georges de Schutter en Frans Hinskens

Johan Taeldeman werd geboren in het kerkdorpje Kleit, aan de oostelijke kant van de provinciegrens tussen West- en Oost-Vlaanderen. Zijn vader was arbeider in een plaatselijk bedrijf, zijn moeder huisvrouw zoals het in die tijd betaamde. Hij had een broer en een zuster.

Zijn vader was actief voor het Algemeen Christelijk Vakverbond, een Belgische christelijke vakvereniging, maar Johan heeft de keuze voor de katholieke zuil al heel vroeg verworpen, en heeft het engagement van zijn vader vertaald naar wat hij als het enige deugdelijke alternatief zag. Johan Taeldeman is zijn hele leven socialist geweest. Die overtuiging heeft hij ook aan zijn drie kinderen doorgegeven en de grootste genoegdoening van zijn laatste, moeilijke jaren was de benoeming van zijn jongste, de sociaaldemocraat Sven Taeldeman, als schepen (wethouder) van o.a. milieuzaken in Gent. Groot was Johan Taeldemans engagement voor de cultuur van de volksmens van het Oost-Vlaamse platteland en voor zijn taal. Johan is verrassend vroeg uit zijn geboortedorp weggegaan: op z’n twaalfde werd hij op internaat gestuurd naar Eeklo. Dat was wel nog het Meetjesland waar ook Kleit toe behoort, maar als half stedelijk centrum was het anders en veel minder intiem dan Kleit. En daarna kwam de Gentse periode, eerst nog wat halfslachtig, toen hij in zijn studieperiode buiten de lessen weer thuis verbleef, daarna helemaal. Johan heeft daarna in Landegem verbleven, kort in Gent zelf, in Landskouter en uiteindelijk in Balegem. Wie Oost-Vlaanderen kent, ziet een lijn van het noordwesten naar het centrale zuiden, steeds verder van zijn geboortedorp vandaan. Johan Taeldeman heeft dus niet lang in Kleit gewoond; maar de relatie tussen hem en zijn geboorteplaats is er niet minder hecht door, want Kleit en zijn bewoners en niet te vergeten zijn taal hadden bezit genomen van zijn geest. Zij waren in Johan Taeldeman gaan wonen, en ze zijn daar tot zijn dood gebleven. Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik), afl. 10

door Jan Stroop

Midden 1969 kregen we te horen dat we zouden gaan verhuizen. De Anna Visscherschool werd te klein. Er was van de kant van de Akademie geld vrijgekomen om nieuwe medewerkers aan te trekken, maar de oude school had daar te weinig ruimte voor. We zouden naar een voormalig Bankgebouw gaan aan de Keizersgracht, nummer 569-571.

Ruim van te voren werd er vergaderd over de verdeling van de ruimtes, welke afdeling komt op welke verdieping. In ’t oude gebouw zaten we  gelijkvloers en de verdeling van de ruimtes daar was een gevolg geweest van anciënniteit. De afdeling die ’t  er eerste was, was Dialectologie. Die hoefde dus niet te kiezen. De andere Volkskunde en Naamkunde werden later opgericht en die kregen dus wat er aan kamers overbleef (Volkskunde) of wat er speciaal voor bijgebouwd was (Naamkunde).

Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik), afl. 9

door Jan Stroop

Mevrouw Daan was er al vroeg (1957) bij om een bandrecorder aan te schaffen – sommigen zeiden nog bentrecorder –  om er dialecten mee op te nemen. De toenmalige directeur Meertens voelde er niet veel voor: nieuwlichterij. Maar Daan zette door en die recorder kwam er. Behalve voor dialectopnames voor de collectie van ’t bureau gebruikte ze hem ook voor de enquêtes voor de Reeks Nederlandse Dialectatlassen (de RND).  Binnen dat project was Daan de provincie Noord-Holland toebedeeld.

Lees verder >>