Tag: dialecten

Het Maastrichts onder Napoleon

Een tekst uit 1807

Door Flor Aarts

Tijdens de Franse tijd (1794-1814) was Maastricht de hoofdstad van het Département de la Meuse inférieure, het Departement van de Nedermaas. Dat Departement bestond uit de 2 huidige provincies Limburg en nog een gebied in Duitsland. De prefect, Jean Baptiste Ruggieri, ontving in 1807 een brief van Baron Charles Etienne Coquebert de Montbret, directeur van het Bureau de Statistique in Parijs.

Lees verder >>

Wa zedde nou?

Door Roland de Bonth

Het heeft niet mogen baten. Ondanks pogingen van een Amsterdamse erfgoedvereniging om snackbar ’t Pleintje ondergebracht te krijgen in het Nederlands Openluchtmuseum, ging op 30 januari 2020 de beroemde friettent uit de comedyserie New Kids tegen de vlakte. Kennelijk was niet iedereen gevoelig voor het argument dat de snackbar voor veel dertigers een ‘iconisch gebouw’ is.

De snackbar stond in Maaskantje, een dorp met nog geen tweeduizend inwoners, dat behoort tot Sint-Michielsgestel, ten zuidoosten van ’s-Hertogenbosch. Door de serie New Kids kreeg Maaskantje landelijke bekendheid en werden plaatsnaamborden door fans op grote schaal ontvreemd. 

Lees verder >>

Iets over (et)wuk

Door Anne-Sophie Ghyselen & Roxane Vandenberghe

Terwijl de hele wereld met man en macht probeert om de verspreiding van het COVID-virus te bedwingen, zijn in West-Vlaanderen twee andere – gelukkig minder schadelijke –  fenomenen subtiel aan een opmars bezig: de taalvarianten wuk (‘wat’) en etwuk (‘iets’). Dat blijkt althans uit een onderzoek van de vakgroep Taalkunde aan de Universiteit Gent, waarbij 10.000 West-Vlamingen bevraagd werden. 

Lees verder >>

‘Wè sin-se toen-se dè saag?’ – Een spook-T in de Langstraatdialecten

Door Yoïn van Spijk

Deze video gaat over een sandhiverschijnsel in de Midden-Brabantse Langstraatdialecten: sandhiverscherping. Door [t]’s die niet aan de oppervlakte worden gerealiseerd, worden stemhebbende medeklinkers verscherpt op de woordgrens. In bepaalde contexten heeft dat tot gevolg dat er een naamvalsonderscheid kan worden uitgedrukt. Het verschijnsel wordt geïllustreerd met audiovoorbeelden van authentieke dialectsprekers.

Lees verder >>

De lange ao en aa, de korte ò en a, en de ou, aai en aauw

De klanken van het Langstraats (6)

In deze video wordt een aantal klinkers en tweeklanken van de Midden-Brabantse Langstraatdialecten besproken: de lange ao en aa, de korte ò en a, en de tweeklanken ou, aai en aauw. Er wordt onder andere ingegaan op de ontwikkeling van het middeleeuwse onderscheid tussen â en ā, op het onderscheid tussen ou en au, en op hedendaagse variatie. Daarbij worden audiovoorbeelden van authentieke dialectsprekers gegeven.

Lees verder >>

Het woord in het Utrechts

Door Marc van Oostendorp

Een gastcollege dat ik op 20 april 2020 hield voor studenten van de Universiteit van Amsterdam. Ik houd dit college ieder jaar, naar aanleiding van een heel oud artikel van me. Het behandelt de fonologische structuur van het woord, voor in het Nederlands en de Nederlandse dialecten, met een ere plaats voor het dialect van de stad Utrecht.

(Bekijk deze video op YouTube)

De klanken van het Langstraats – De lange en korte ie, uu en oe, en de tweeklanken iej, uuj en oew

In deze video wordt een aantal klinkers en tweeklanken van de Midden-Brabantse Langstraatdialecten besproken: de lange en korte ie, uu en oe, en de tweeklanken iej, uuj en oew. Daarbij wordt ingegaan op verschillen tussen plaatsen en tussen oude en jonge variëteiten. Ook worden er audiovoorbeelden van authentieke dialectsprekers gegeven. Vragen of opmerkingen? Stuur dan gerust een mail naar het adres dat op de Over-pagina van dit kanaal staat.

Lees verder >>

De klanken van het Langstraats – De lange èè en èù, de korte è en ù, en de ij/ai en ui/òi

Door Yoïn van Spijk

In deze video wordt een aantal klinkers en tweeklanken van de Midden-Brabantse Langstraatdialecten besproken: de lange èè en èù, de korte è en ù, de ij/ai en de ui/òi. Er wordt onder andere ingegaan op het ontstaan van de tweeklanken en lange klinkers uit de middeleeuwse /i:/ en /y:/. Ook worden er audiovoorbeelden van authentieke dialectsprekers gegeven.

Audiobronnen:

  • ‘Drunen’ (1977), opname Meertens Instituut
  • ‘Besoijen’ (1967), opname Meertens Instituut
  • ‘Raamsdonksveer’ (1967), opname Meertens Instituut
  • Opnames Van Engelen en Van der Streek (jaren 90)
  • Dialectwoordenboek Sprang-Capelle (2020), opnames door Klaas de Groot e.a..
  • Opnames privécollectie Yoïn van Spijk

Copyright gemeentekaart van Noord-Brabant: Jan-Willem van Aalst op Wikimedia Commons (2010).

Bekijk deze video op YouTube

Middelnederlands.nl

Door Marc van Oostendorp

We hadden het vandaag eigenlijk feestelijk willen openen aan het Meertens Instituut, maar dat doen we nog wel een keer. Ondertussen willen we deze fraaie site niet gesloten houden: Middelnederlands.nl. – een naslagwerk vooral voor de dialectvariatie in de dertiende, de veertiende en de vijftiende eeuw – gedocumenteerd in de vorm van honderden kaarten die aangeven hoe woorden in officiële documenten gespeld werden.

Lees verder >>

De lange ee, eu en oo, en de korte i, u en o

De klanken van het Langstraats

Door Yoïn van Spijk

In deze video wordt een aantal lange en korte klinkers van de Midden-Brabantse Langstraatdialecten besproken: de lange ee, eu en oo en de korte i, u en o. Bij de korte o wordt ingegaan op het foneemonderscheid tussen een open en een gesloten o, dat in de Midden- en Oost-Brabantse dialecten bewaard is gebleven. Er worden audiovoorbeelden van authentieke dialectsprekers gegeven en er wordt ingegaan op de verandering van de dialecten.

(Bekijk deze video op YouTube)

De klanken van het Langstraats

Inleiding

Door Yoïn van Spijk

Dit is de eerste video van een serie waarin de klanken van de Midden-Brabantse Langstraatdialecten worden besproken. Deze video geeft een inleiding op de dialecten en op hun inventaris van klinkers en tweeklanken. In de andere video’s van deze serie worden de klanken verder uitgediept: er worden audiovoorbeelden van authentieke dialectsprekers gegeven en er wordt ingegaan op de verandering van de dialecten.

(Bekijk deze video op YouTube)

Straattaal is het nieuwe dialect

Door Kristel Doreleijers

Voor wie het nog niet wist: Nederland heeft een nieuw onofficieel volkslied! De bijna vijftien jaar oude hit Het land van (2005) is in september opnieuw uitgebracht door het bekende hiphopduo uit Diemen, Lange Frans en Baas B. Een nieuwe ode aan Nederland, dus. Na een jarenlange ruzie hebben de twee vrienden van weleer elkaar opnieuw gevonden, zo blijkt uit de remake met als nieuwe titel Het land van vriendschap. Voor wie het oorspronkelijke liedje niet kent of het zich niet goed kan herinneren (vorig jaar nummer 864 in de top 2000): luister maar even en spits dan vooral de oren rond 2:00 minuten. Want rond die tweede minuut deden Lange Frans en Baas B iets wat menig Neerlandicus/-a destijds zal hebben aangesproken. Ze prezen het rijke Nederlandse dialectologische landschap! 

Lees verder >>

Nééj Mééls Woordeboe:k voltooid

Het Nééj Mééls Woordeboe:k is klaar. Het bevat ruim 4900 woorden die in de negentiende en twintigste eeuw in het Meijels dialect zeker gebruikt zijn. Daarvan worden er in de omgangstaal ook nu nog steeds veel gehoord. Maar de modernisering van het dagelijks leven, de toename van communicatiemiddelen en een verhoogde mobiliteit hebben geleid tot verminderd dialectgebruik en het verdwijnen van woorden, die in het dagelijkse leven van eerdere generaties volop gebruikt werden.

Lees verder >>

Streektaal kun je leren!

Bestuur Stichting Nederlandse Dialecten

Op 11 oktober jl. vond de streektaalconferentie van de Stichting Nederlandse Dialecten plaats in Mechelen (B.). Het thema, streektaal kun je leren, draait om vragen zoals: 

  • Als je dialect wilt leren als volwassene, waar kun je dat dan doen? 
  • Hoe belangrijk is streektaal voor anderstaligen zoals nieuwkomers? 
  • Waarom zingen niet-dialectsprekers toch in het dialect? 
Lees verder >>

Genks en Jiddisj

Door Marc van Oostendorp

De afgelopen jaren heeft de zogeheten Citétaal een ongekende opgang gemaak, al is het alleen al in de media. Natuurlijk, overal gebruiken jongeren taalvormen die je straattaal kan noemen, maar in geen enkele stad is de cultus van de eigen straattaal zo groot als in Genk, in Belgisch Limburg.

Het opmerkelijke is dat die taalvorm zijn oorsprong heeft in alle steden in de mijnstreek, maar gaandeweg, en zeker het afgelopen decennium steeds meer geassocieerd is geraakt met Genk. Waarom dat zo is, is eigenlijk onduidelijk, maar inmiddels wordt zelfs vaker over ‘Genks’ gesproken dan over ‘citétaal’, schrijft Stefania Marzo in het nieuwe nummer van de International Journal of the Sociology of Language, dat helemaal aan de taal van mijnstreken over de hele wereld is gewijd.

Lees verder >>

Streektaalconferentie 2019: Streektaal kun je leren

De Stichting Nederlandse Dialecten, Variaties vzw, be.brusseleir, de Faculteit van het Mechels Dialect en de Koninklijke Gidsenbond Mechelen organiseren op 11 oktober 2019 de jaarlijkse Streektaalconferentie in Mechelen (België). Sprekers uit Vlaanderen en Nederland houden lezingen over het thema “Streektaal kun je leren”. Inschrijven kan tot 5 oktober.

Lees verder >>

Seuren

Door Marc van Oostendorp

De Multatulileescursus / Sprachwissenschaftliche Beihefte I

Er zou een aardige studie te maken zijn van de spelling van Multatuli. Er zijn natuurlijk de in het oog springende details – de y in plaats van ij (hy lydt) en het feit dat Douwes Dekker mens schreef voor mensch als hij even de kans kreeg –, maar interessanter nog zijn de details. Omdat hij zich niet sterk richtte op bijvoorbeeld de spelling van De Vries en Te Winkel, is niet altijd duidelijk waar hij zich op richtte.

Zo spelde hij altijd seuren. Het woord komt niet heel vaak voor in de Volledige Werken, maar toch wel af en toe, en voor zover ik heb kunnen nagaan, wordt het dan altijd met een s gespeld. Andere woorden die de meesten met een z schrijven, schrijft hij ook met een z. Multatuli’s tijdgenoten lijken niet dat systeem te hebben gevolgd: meestal schreven ze zeuren en zuur, al hield een enkeling ook vast aan het wat ouderwetsere seuren en suur. Dat doet vermoeden dat Multatuli een reden heeft gehad voor deze spelling, en de meest plausibele is dat hij seuren inderdaad met een s uitsprak.

Lees verder >>

Je werkwoorden op een rijtje zetten in de Nederlandse dialecten

Door Marc van Oostendorp

De onderzochte dialecten en hun basiswoordvolgorde

Dialecten zijn de fruitvliegjes van het taalonderzoek: omdat bijna iedere persoon net wat anders spreekt dan zijn buurman, heb je er een gigantische hoeveelheid van. Dat helpt om heel precies in kaart te brengen op wat voor manieren talen van elkaar kunnen verschillen.

Neem de volgorde van werkwoorden aan het eind van een zin. Het is helemaal niet moeilijk om een Nederlandse zin te laten eindigen op drie werkwoorden:

  • Ik vind dat iedereen moet kunnen zwemmen.

Nu kun je groepjes van drie dingen op zes manieren ordenen in een rij:

  1. Ik vind dat iedereen moet kunnen zwemmen. (1-2-3)
  2. Ik vind dat iedereen moet zwemmen kunnen. (1-3-2)
  3. Ik vind dat iedereen kunnen moet zwemmen.(2-1-3)
  4. Ik vind dat iedereen kunnen zwemmen moet. (2-3-1)
  5. Ik vind dat iedereen zwemmen moet kunnen. (3-1-2)
  6. Ik vind dat iedereen zwemmen kunnen moet. (3-2-1)
Lees verder >>

Oud-Tessels herschapen voor de Taalpraatjes

Door Marcel Plaatsman

Deze Lange Juni vier ik op Texel, waar ik de eilander geschiedenis koppel aan de taalhistorie in mijn Tesselse Taalpraatjes. De grote en kleine gebeurtenissen in Texels verleden hebben hun invloed gehad op het eilanddialect, dat is wat ik laat zien. Komende zondag vertel ik over de boeiende Texelse 18e eeuw en zal ik een brief voorlezen in 18e-eeuws Tessels. Maar hoe kan ik weten hoe dat klonk?

Om eerlijk te zijn: precies weet ik dat natuurlijk niet. Er zijn geen geluidsopnamen beschikbaar, helaas. Wat we wel hebben zijn de beroemde scheepsbrieven van Aagje Luijtsen, maar die zijn, ook al verraden ze heus dat Aagje Tessels gesproken moet hebben, toch geschreven in een soortement Standaardnederlands. De foutjes, de inconsequenties, de overdreven verbeteringen in dat Nederlands, díe zijn een eerste spoor. Maar dat spoor is niet genoeg voor een betrouwbare reconstructie van dit oer-Tessels.

Lees verder >>

Un(nen) oma?

Door Marc van Oostendorp

Kristel Doreleijers studeerde Nederlands in Utrecht en werkt tegenwoordig op het Meertens Instituut. In september gaat ze in Tilburg werken aan een proefschrift onder begeleiding van professor Jos Swanenberg. Dat proefschrift zal gaan over de manier waarop jongere sprekers van het Brabants omgaan met het verschil tussen mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. Wat vertelt ons dat over taal?

(Bekijk deze video op YouTube)