Tag: dialecten

Streektaal kun je leren!

Bestuur Stichting Nederlandse Dialecten

Op 11 oktober jl. vond de streektaalconferentie van de Stichting Nederlandse Dialecten plaats in Mechelen (B.). Het thema, streektaal kun je leren, draait om vragen zoals: 

  • Als je dialect wilt leren als volwassene, waar kun je dat dan doen? 
  • Hoe belangrijk is streektaal voor anderstaligen zoals nieuwkomers? 
  • Waarom zingen niet-dialectsprekers toch in het dialect? 
Lees verder >>

Genks en Jiddisj

Door Marc van Oostendorp

De afgelopen jaren heeft de zogeheten Citétaal een ongekende opgang gemaak, al is het alleen al in de media. Natuurlijk, overal gebruiken jongeren taalvormen die je straattaal kan noemen, maar in geen enkele stad is de cultus van de eigen straattaal zo groot als in Genk, in Belgisch Limburg.

Het opmerkelijke is dat die taalvorm zijn oorsprong heeft in alle steden in de mijnstreek, maar gaandeweg, en zeker het afgelopen decennium steeds meer geassocieerd is geraakt met Genk. Waarom dat zo is, is eigenlijk onduidelijk, maar inmiddels wordt zelfs vaker over ‘Genks’ gesproken dan over ‘citétaal’, schrijft Stefania Marzo in het nieuwe nummer van de International Journal of the Sociology of Language, dat helemaal aan de taal van mijnstreken over de hele wereld is gewijd.

Lees verder >>

Streektaalconferentie 2019: Streektaal kun je leren

De Stichting Nederlandse Dialecten, Variaties vzw, be.brusseleir, de Faculteit van het Mechels Dialect en de Koninklijke Gidsenbond Mechelen organiseren op 11 oktober 2019 de jaarlijkse Streektaalconferentie in Mechelen (België). Sprekers uit Vlaanderen en Nederland houden lezingen over het thema “Streektaal kun je leren”. Inschrijven kan tot 5 oktober.

Lees verder >>

Seuren

Door Marc van Oostendorp

De Multatulileescursus / Sprachwissenschaftliche Beihefte I

Er zou een aardige studie te maken zijn van de spelling van Multatuli. Er zijn natuurlijk de in het oog springende details – de y in plaats van ij (hy lydt) en het feit dat Douwes Dekker mens schreef voor mensch als hij even de kans kreeg –, maar interessanter nog zijn de details. Omdat hij zich niet sterk richtte op bijvoorbeeld de spelling van De Vries en Te Winkel, is niet altijd duidelijk waar hij zich op richtte.

Zo spelde hij altijd seuren. Het woord komt niet heel vaak voor in de Volledige Werken, maar toch wel af en toe, en voor zover ik heb kunnen nagaan, wordt het dan altijd met een s gespeld. Andere woorden die de meesten met een z schrijven, schrijft hij ook met een z. Multatuli’s tijdgenoten lijken niet dat systeem te hebben gevolgd: meestal schreven ze zeuren en zuur, al hield een enkeling ook vast aan het wat ouderwetsere seuren en suur. Dat doet vermoeden dat Multatuli een reden heeft gehad voor deze spelling, en de meest plausibele is dat hij seuren inderdaad met een s uitsprak.

Lees verder >>

Je werkwoorden op een rijtje zetten in de Nederlandse dialecten

Door Marc van Oostendorp

De onderzochte dialecten en hun basiswoordvolgorde

Dialecten zijn de fruitvliegjes van het taalonderzoek: omdat bijna iedere persoon net wat anders spreekt dan zijn buurman, heb je er een gigantische hoeveelheid van. Dat helpt om heel precies in kaart te brengen op wat voor manieren talen van elkaar kunnen verschillen.

Neem de volgorde van werkwoorden aan het eind van een zin. Het is helemaal niet moeilijk om een Nederlandse zin te laten eindigen op drie werkwoorden:

  • Ik vind dat iedereen moet kunnen zwemmen.

Nu kun je groepjes van drie dingen op zes manieren ordenen in een rij:

  1. Ik vind dat iedereen moet kunnen zwemmen. (1-2-3)
  2. Ik vind dat iedereen moet zwemmen kunnen. (1-3-2)
  3. Ik vind dat iedereen kunnen moet zwemmen.(2-1-3)
  4. Ik vind dat iedereen kunnen zwemmen moet. (2-3-1)
  5. Ik vind dat iedereen zwemmen moet kunnen. (3-1-2)
  6. Ik vind dat iedereen zwemmen kunnen moet. (3-2-1)
Lees verder >>

Oud-Tessels herschapen voor de Taalpraatjes

Door Marcel Plaatsman

Deze Lange Juni vier ik op Texel, waar ik de eilander geschiedenis koppel aan de taalhistorie in mijn Tesselse Taalpraatjes. De grote en kleine gebeurtenissen in Texels verleden hebben hun invloed gehad op het eilanddialect, dat is wat ik laat zien. Komende zondag vertel ik over de boeiende Texelse 18e eeuw en zal ik een brief voorlezen in 18e-eeuws Tessels. Maar hoe kan ik weten hoe dat klonk?

Om eerlijk te zijn: precies weet ik dat natuurlijk niet. Er zijn geen geluidsopnamen beschikbaar, helaas. Wat we wel hebben zijn de beroemde scheepsbrieven van Aagje Luijtsen, maar die zijn, ook al verraden ze heus dat Aagje Tessels gesproken moet hebben, toch geschreven in een soortement Standaardnederlands. De foutjes, de inconsequenties, de overdreven verbeteringen in dat Nederlands, díe zijn een eerste spoor. Maar dat spoor is niet genoeg voor een betrouwbare reconstructie van dit oer-Tessels.

Lees verder >>

Un(nen) oma?

Door Marc van Oostendorp

Kristel Doreleijers studeerde Nederlands in Utrecht en werkt tegenwoordig op het Meertens Instituut. In september gaat ze in Tilburg werken aan een proefschrift onder begeleiding van professor Jos Swanenberg. Dat proefschrift zal gaan over de manier waarop jongere sprekers van het Brabants omgaan met het verschil tussen mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. Wat vertelt ons dat over taal?

(Bekijk deze video op YouTube)

Talen kleuren de wereld

Zooëgezeed – symposium over de Wase dialecten

Het Wase dialect is kostbaar immaterieel erfgoed. Maar hoe is het er eigenlijk mee gesteld? Is het ten dode opgeschreven? Is het nog wel levensvatbaar? Of is reanimatie hoognodig? Kunnen we het laten verder leven in nieuwe vormen? Laten we het voortbestaan op een andere manier? IN het namiddaggedeelte is er ook aandacht voor de taal van jongeren en voor meertaligheid in het onderwijs. Talen kleuren immers de wereld.

De Erfgoedcel Waasland, Variaties vzw en Bib Sint-Niklaas nodigen een aantal experten uit die je meenemen door de geschiedenis van het Wase dialect. Aan de hand van concrete voorbeelden krijg je een stand van zaken van het lopende onderzoek. Maar we kijken ook vooruit: wat biedt de toekomst voor het Wase dialect? Lees verder >>

Heel de toekomst van het Hylpers

Door Marcel Plaatsman

Gisteren reisde ik naar Friesland. Het was er het weer voor; Friesland is misschien wel op z’n mooist met het eendenkuikentjesweer van gisteren en vandaag. Het riet langs de plassen is nu nog geel van de winter, maar de velden zijn donkergroen en de vogels jagen er overheen: kieviten, grutto’s, af en toe een kiekendief. Met het dieseltreintje voer ik voorbij de kleine scheepjes die de dorpen er wel kijken. Mijn bestemming was Hindeloopen, waar niet alleen de lente, maar ook de Hindelooper taal gevierd werd. Dit Hylpers kreeg gisteren z’n langverwachte woordenboek, waarmee het ineens één van de best beschreven Friese dialecten werd. En dat had het Hylpers verdiend, dat zou nog blijken.

Hylpers in ’n groter verband

Ik stapte overigens niet in Hindeloopen uit, maar in Molkwerum. Het was immers fantastisch weer en als tekstschrijver zit ik wel genóeg binnen, ik wilde over dijk wandelen, van Molkwerum op Hindeloopen aan. Het Hindelooper kerkje hield ik als een vuurtoren voor ogen. Op de heenreis had ik Workum en Makkum ook al zien liggen, in de trein waren er scholieren geweest die, afgaande op hun accent in het Fries, wel naar Warns of iets daaromtrent op weg waren: heel de omgeving van Hindeloopen was even om mij. En daarmee de bijzondere geschiedenis van het Hylpers. Lees verder >>

‘Daje da nu moeste gebruiken, de mensen vallen dood achter strate’

Door Marc van Oostendorp

Relatieve frequentie van zinnen zonder V2 in het onderzochte gebied.

Goedemorgen! Ik ben benieuwd hoeveel persoonsvormen jullie vandaag weer op de tweede plaats in de hoofdzin gaan zetten. Heel veel, vermoed ik, in ieder geval als jullie vandaag genoeg Nederlands spreken, en de kans daarop is hoog bij lezers van Neerlandistiek.

In West-Vlaanderen is de kans dan weer net iets kleiner, zo blijkt uit een nieuw artikel in het Journal of Germanic Linguistics. Althans, zo preciseren de auteurs, als je kijkt naar het ‘continentaal West-Vlaams’, dat wil zeggen zoals dat niet aan de kust wordt gesproken. Het West-Vlaams is wat vrijer met de plaatsing van de persoonsvorm. En zoals altijd in taal: het gebruikt die vrijheid voor aardige eigenschappen.  Lees verder >>

Sik, soekie, noede: een gat in het Standaardnederlands

Door Henk Wolf

Van Schiermonnikoog tot Poperinge delen mensen een standaardtaal waarin ze vrijwel dezelfde woorden gebruiken, bijvoorbeeld: brood, straat, rotzak, mispunt, groen, wit, veertien, achtendertig, combineren en zwemmen. Wie op Schier is opgegroeid, kan door die gemeenschappelijke taal zonder veel moeite als journalist in Poperieng aan het werk en omgekeerd.

Die standaardtaal die mensen in Nederland en Vlaanderen (en uiteraard ook op de Antillen en in Suriname) zich naast of in plaats van de plaatselijke of regionale taal eigen maken, is het resultaat van een standaardiseringsproject dat in de zestiende eeuw begonnen is. Dat project is uiterst succesvol: hoewel we relatief veel aandacht geven aan het beetje variatie in die standaardtaal (de kwestie pinpas of bankkaart, bijvoorbeeld), is er in alle levensdomeinen toch vooral eenheid van taal. Lees verder >>

Het verwrongenste Nederlands spreken de Haarlemse vrouwen

Door Marc van Oostendorp

Johan Winkler. Bron: Wikipedia

Voor het volgende voorbeeld van hoe vrouwen de schuld kregen van taalverandering moeten we naar Haarlem. (Het vorige voorbeeld staat hier.)

Een keer in de paar jaar word ik opgebeld door iemand van een Haarlemse krant, podcast of zendpiraat, met de vraag of het waar is dat men in Haarlem het beste Nederlands spreekt. Ik stel dan altijd voor om naar een bruine kroeg te gaan en daar ons oor te luisteren te leggen. En dan blijkt het natuurlijk niet waar, maar zo heb ik op kosten van de Haarlemse media al menige euro verbrast.

De mythe komt volgens sommigen van Johan Winkler, een schoolmeester die in 1874 een dik boek uitgaf, het Dialecticon, waarin hij vertalingen verzamelde van het verhaal van de verloren zoon uit de Bijbel. Winkler zou dat bij zijn vertaling van het Haarlems gezegd hebben, van dat mooie Nederlands. Lees verder >>

Een ongecontroleerde wetenschappelijke bevinding

Door Marc van Oostendorp

Nederlandse dialectgroepen. Kaart door Peter Kleiweg, John Nerbonne en Martijn Wieling.

Waar speelt de taalwetenschappelijke discussie zich eigenlijk af? In de wetenschappelijke literatuur of inmiddels ook daarbuiten? Omdat ik ook maar gewoon een deskundige ben, schreef ik vorig jaar nog dit stuk waarin ik uitlegde dat het verschil tussen talen en dialecten niet taalkundig te maken valt. Maar nu blijkt dat toch ook weer niet te kloppen, althans, wanneer je dit recente artikel van Søren Wichmann mag geloven.

Wichmann beschrijft een techniek waarmee je de afstand tussen twee talen kunt meten. Die techniek is simpel, en levert een schaal van afstanden op, maar die schaal laat volgens Wichmann een duidelijke tweedeling zien. Wanneer je twee willekeurige talen of dialecten neemt uit een grote database van talen, lijken ze ofwel sterk op elkaar, of is er minstens een redelijk groot verschil. Er is een bepaalde afstand – niet groot, niet klein – die maar door heel weinig taalparen bereikt wordt. Het lijkt er dus op alsof het verschil tussen dialecten – de systemen liggen dicht bij elkaar – of talen – ze liggen ver uit elkaar – wel degelijk precies en zelfs meetbaar kan worden gemaakt. Lees verder >>

Het Vlaardings is de moeite van het vastleggen waard

Onderstaande tekst is het voorwoord van het nieuwe Vlaardings woordenboek van Stephen de Vos. We plaatsen het hier met toestemming van de auteur als voorpublicatie.

Door Cor van Bree

Mooi dat er nu ook een woordenboek van het Vlaardings is! Hoe zou ik anders kunnen reageren: het is de tongval waarin ik zelf opgegroeid moet zijn. Rond mijn twaalfde moet ik op de standaardtaal overgestapt zijn. In 1945, na een jaar op de hbs gezeten te hebben, kwam ik op een tribune naast een jongen uit mijn vroegere klas van de lagere school te zitten. Hijzelf was naar de Ambachtsschool gegaan. Hij maakte een denigrerende opmerking over mijn “nette” manier van spreken. Die manier van spreken moet ik dus in mijn eerste hbs-jaar veranderd hebben. Wat zou ik “afgeleerd” kunnen hebben? Sprak ik van huis uit de ei/ij met een aai-klank uit? Zette ik achter de eerste persoon een -t: ik gaat, hoewel ik van de meester leerde: “ik lust geen t(h)ee”? Vervoegde ik niet alleen het werkwoord maar ook het voegwoord: en nou hope-me maar datte-me…? En gebruikte ik <terwijl> terwijl het <onderwijl> of <intussen> moest zijn? Zeker zal ik net als mijn moeder <dorpel> gezegd hebben en niet het meer algemene <drempel>. Lees verder >>

Verschenen: Jaarboek 2018 van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde

Over enkele dagen verschijnt het 20e Jaarboek van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde. De meer dan 100 pagina’s tellende publicatie bevat o.a. drie wetenschappelijke bijdragen over het Limburgse taalgebied, uit het programma van het jaarlijks congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- & Naamkunde, 25 november 2017 te Lanaken (B-Limburg), onder het thema: “Lanaken, lappendeken in taal en geschiedenis”.

Jan Goossens:De oorsprong van de Limburgse stoottoon en sleeptoon”

Dit artikel biedt eindelijk een allesomvattende historisch-fonetische verklaring voor de complexe kwestie van de oorsprong van de Limburgs-Rijnlandse tweetonigheid, een taalkundig probleem waarmee de Nederlandse en de Duitse dialectologie al bijna anderhalve eeuw worstelen. Lees verder >>

Stroopjesvet

Door Ton van der Wouden

Voor Jan Stroop ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag (vandaag)

Als u niet uit de buurt van Rotterdam of Dordt komt, dan weet u waarschijnlijk niet wat Stroopjesvet is. Misschien denkt u in deze context wel aan het babyvet van de jonge Jan Stroop (” de middelste rij, tweede bank: rechter persoontje”).

“Vet van de kleine Stroop” is inderdaad een mogelijke betekenis van het woord, maar die is niet geattesteerd in feitelijk taalgebruik. Lees verder >>

Het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten online: e-wvd.be

Uitnodiging lancering

Door redactie van het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten

Insiders weten al langer dat het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten, net als de zusterwoordenboeken Woordenboek van de Brabantse Dialecten en Woordenboeken van de Limburgse dialecten al enige tijd kan worden doorzocht op het internet. Een officiële lancering was er echter nog niet. Omdat prof. dr. Jacques Van Keymeulen, de huidige promotor van het project met emeritaat gaat, vond de redactie de tijd rijp om de website te lanceren voor het grote publiek. Lees verder >>

Reeks Nederlandse Dialectatlassen ook online raadpleegbaar

(Persbericht Dialectzinnen)

Kaart naar Van de Wijngaard, H. en R. Belemans (red.) (1997), Het dialectenboek 4. Nooit verloren werk. Terugblik op de Reeks Nederlandse Dialectatlassen (1925 -1982). SND, Groesbeek. p. 142.

De Reeks Nederlandse Dialectatlassen bevat meer dan een kwart miljoen dialectzinnen uit Nederland en Vlaanderen, die tussen 1923 en 1982 verzameld zijn op initiatief van de Gentse professor Blancquaert. De fonetische transcripties zijn nu digitaal beschikbaar gesteld door onderzoekers van de Universiteit Gent.

In de jaren 20 van de vorige eeuw vatte prof. E. Blancquaert van de Gentse Universiteit het plan op om 141 zinnetjes in het dialect te laten vertalen door goede dialectsprekers en nauwgezet fonetisch te (laten) noteren. Hij startte in zijn geboortestreek Klein-Brabant, maar geleidelijk aan werd het project uitgebreid tot heel Vlaanderen en later ook tot Nederland, met inbegrip van Friesland. E. Blancquaert en zijn latere opvolger Willem Pée maakten zelf vele transcripties. Ook wisten ze heel wat collega’s te overtuigen om mee te werken. De transcripties zijn sinds dit jaar digitaal beschikbaar via de website Dialectzinnen/. Lees verder >>

Leeuwarden, 8 en 9 juni 2018: Zin en onzin van streektaal- en dialectpromotie.

13de jaarlijkse streektaalconferentie van de Stichting Nederlandse Dialecten

De jaarlijkse streektaalconferentie is een initiatief van de Stichting Nederlandse Dialecten (SND) en wordt dit jaar georganiseerd door de Fryske Akademy in samenwerking met de Afûk en de Nederlandse Taalunie. De conferentie is te gast in het Talenpaviljoen en de Talentuin van Lân fan taal in Leeuwarden op 8 en 9 juni.

Lân fan taal?

Leeuwarden is in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa. Een van de belangrijke projecten is Lân fan taal (land van taal). Een deel van de binnenstad is ingericht als een vrijstaat voor talen. Friesland wil zich met dit project als een belangrijk publieks- en kenniscentrum voor meertaligheid positioneren. In 2018 viert het Lân fan taal de taal met activiteiten, voorstellingen, kunstwerken, tentoonstellingen en ruimtelijke installaties in Leeuwarden en Friesland. Lees verder >>

A note on nasal assimilation in Hellendoorn Dutch

Door Gertjan Postma

Nijen Twilhaar & Van Oostendorp (2000) wonder why the following assimilation contrast exists in Helledoorn Dutch. While the personal ending morpheme /-n/ shows place assimilation to the root consonant in the present tense, it lacks assimilation in the past tense. For instance [pɑkn̩] ‘took’ contrasts with present tense cases such as [pɑkŋ̩] ‘take’. This distinction in assimilation functions as a distinction in tense in this case. How can assimilation be a marker of tense? T&O assume deletion of an erstwhile tense marker –de which is now without segmental expression. So they analyze /pak+n/ for the present tense and /pak+ø+n/ for the past tense. The k-n sequence gives rise to an assimilated [pɑkŋ̩], while in the latter structure, the past morpheme blocks place spreading, giving rise to [pɑkn̩], both with a syllabic nasal. T&O assume that this past tense morpheme is not completely deleted because of recoverability (captured as their constraint Trace): a coronal feature is retained to which the suffixal /n/ assimilates. Roos (2009) criticizes this hypothetical past morpheme and take –en as the past morpheme in this dialect and all the similar Low Saxon dialects. It cumulates in his map of the weak past tense, where some dialects (nr 21 and 22) have –en as their weak preterit morpheme, some have -Ø, some the more usual –de. Lees verder >>

Tessels taalpraatje

Door Marcel Plaatsman

Kejje nag Tessels? En wot sèg je don, durrep of dorrep? En hoe werrekt dot nou mit de oo en de óó, weerom is ‘t bóót en gróót maar doene-we boeskippe bee Koot? Wot is de geskiedenis fon ‘t Tessels? Benne der regels foor wot of goêd Tessels is en wot niet? Weer komt ons dialekt fondaan en weer liekt ‘t op?

Frage, frage – maar der benne ok antwoorde! Marcel Plaatsman, opgroeid on de Overkont maar mit Tesselse roots, leerde de eilonder taal prate bee opa en oma Plaatsman op Óóst en hee het er nag puur over nadocht ok. Hee doet nou taalkundig onderzoek na ‘t Tessels en het der ol ‘n aardig boekie over skreve, ‘t Tessels Taalboekje, weer die in uutleit hoe of ‘t nou zit mit ‘t Tessels en weerom dut só’n interessont en belangriek dialekt foor de hille wirreld is. Lees verder >>

Kwantitatief er in het Limburgs

Door Carlijn van Herpt

Het woordje er is een geniepig woordje dat veel verschillende betekenissen kent. Voor leerders van het Nederlands is het dan ook niet gemakkelijk om het juiste gebruik van dit ene woordje onder de knie te krijgen. Ook voor moedertaalsprekers van het Nederlands kan er lastig te verwerven zijn door de meerdere functies die het kent. Volgens de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) zijn er vier gebruikswijzen van er. Zo kan er locatief gebruikt worden wanneer er verwezen wordt naar een plaats, zoals in ‘Hoe lang werkt hij er al?’. Er kan presentatief gebruikt worden als het bijdraagt aan het structureren van de informatie in de zin, zoals in ‘Vandaag vinden er drie verschillende wedstrijden plaats.’ Er kent een prepositionele functie als het als voornaamwoordelijk bijwoord dient, zoals in ‘Hij koopt er een kaartje bij.’ Tot slot kan er kwantitatief zijn als het in combinatie met een hoeveelheidsaanduiding wordt gebruikt. Een voorbeeld hiervan is de zin ‘Zij heeft er vijf’. Lees verder >>

Zelf op zoek naar een taal om in te zingen

Door Marcel Plaatsman

Eierland. Foto: Marcel Plaatsman (bron)

Het dialect van Texel, het Tessels, staat volop in de belangstelling. Ik doe daar ook wel erg mijn best voor, om dat dialect weer onder de aandacht te brengen, maar het aardige is: ik ben niet de enige die daar zijn best voor doet. De Historische Vereniging Texel wist met de reeks dialectvoorstellingen Echt op sien Tessels de juiste snaar te raken en in navolging daarvan is er nu een bijzonder boek verschenen, Brief uut Eierlând, dat zich laat lezen als een poëtische zoektocht naar het wezen van dit dialect.

Aart van den Brink, dichter en zanger

Brief uut Eierlând is geschreven door Aart van den Brink, die onder de liefhebbers van het Tessels toch wel een beroemdheid is door zijn liederen in het dialect, die op het eerste gehoor geestig en licht zijn, maar toch vol poëzie zitten. Eigenlijk is dat ook hoe Aart het Tessels lijkt te horen: in de vrolijke herinnering aan het dialect van zijn jeugd zit uiteindelijk de poëzie van een familiekroniek én een grammatica. Lees verder >>