Tag: deuterocanonieke evangelien

Column 97 : celibaat

Door Willem Kuiper


“Nederlandse priesters worden zeldzaam: tweederde uit buitenland” kopte de NRC van donderdag 14 augustus.
  Wist ik al lang. Toen mijn dierbare tante Lies al weer heel veel jaren geleden te Alkmaar begraven werd onder de schaduw van de hoofdtribune van het oude AZ67-stadion, terwijl het vroor dat het kraakte, werd de uitvaartdienst geleid door een Poolse kapelaan, destijds een nouveauté: “Zij roeste in vrede!”
  Je zult maar behept zijn met de slappe lach.

Eén van de, zo niet dé hoofdoorzaak van het gebrek aan priesters is m.i. het celibaat: de belofte zich niet aan een ander mens te binden en zich te onthouden van alles wat met seks te maken heeft. Leven als een engel op aarde. Op zich is daar niets op tegen, alleen het is waanzin om zo iemand in te zetten als zielzorger van gehuwde mensen.
  Gedurende de Middeleeuwen was het celibaat voorgeschreven voor kloosterlingen, niet voor wereldlijke geestelijken. En waarom ook niet? Sommige apostelen waren ‘gewoon’ gehuwd, Petrus inclusief. Wist iedereen in de Middeleeuwen. En hij had ook nog een dochter, Petronilla geheten. Bloedmooie meid! Om ervoor te zorgen dat daar geen ongelukken van kwamen, was zij chronisch bedlegerig. Wat wel vragen opriep bij de mensen rond Petrus, aangezien hij andermans dochters aan de lopende band genas. “Waarom genees je je eigen dochter niet?,” vroegen zij Petrus. “Omdat dat beter voor haar is,” antwoordde Petrus. “Maar omdat jullie mij niet geloven, kom vanavond bij mij eten en dan zul je het zien.”
Lees verder >>