Tag: Der vrouwen heimelijcheit

Erotiek in de middeleeuwen

Door Jos Houtsma

De populairwetenschappelijke literatuur van de middeleeuwen heeft nog niet bij benadering de belangstelling waar hij recht op heeft. Een fraai voorbeeld is het gedicht over Der vrouwen heimelijcheit, over “De intimiteit van de vrouw”, een veertiende-eeuwse tekst van 1785 dichtregels. Onder anderen Orlanda Lie en Willem Kuiper hebben over dit gedicht behartigenswaardigs geschreven. Ook het artikel in Wikipedia is informatief. En Remco Sleiderink bracht het nog onlangs ter sprake in een radio-interview over een sprekende vagina

In Der vrouwen heimelijcheit wordt – op een typisch middeleeuwse manier, met veel aanhalingen van soms raar  gespelde autoriteiten – een keur van (vooral) gynaecologische wetenswaardigheden opgedist. De tekst is gelardeerd met 23 amoureuze intermezzo’s: lyrische ontboezemingen, die tezamen het verhaal vormen van een liefdesaffaire die na te zijn gedwarsboomd uiteindelijk een bekroning vindt: 

Lees verder >>

Wintertijd: voortplantingstijd!

Vander vrouwen heimelijcheit, vss 1266-1278

Door Mieke van Doorn-van Stekelenburg † en Jan Bethlehem

De verzen 1266-1278 van de Heimelijcheit behelzen een belangrijke aanwijzing voor de conceptie van een gezond kind. Een van achter waaien­de wind is daarvoor bepalend. Die koude of verkoelende wind is ook in de overeen­komende passage van het Frans belangrijk, maar het Nederlands en het Frans verschillen sterk in de ver­klaring van de functie van die wind. Verder vindt u in het Terzijde, naast een stukje editiegeschiedenis, een stevige terecht­wijzing. En in het Naschrift kunt u lezen dat 21ste-eeuws statistisch onderzoek bevestigt wat in de veer­tiende eeuw al in de Heime­lijcheit is beschre­­ven: kou bij de conceptie is goed voor uw nageslacht.

Lees dit artikel hier

Waarom ’daeromme’? Vander vrouwen heimelijcheit vss 1777-84.

Door Mieke van Doorn-van Stekelenburg† en Jan Bethlehem

In Vander vrouwen heimelijcheit, de Middelnederlandse rijm­bewerking naar het Franse prozatraktaat Les secres des femmes, laten de verzen 1777-84 iets merkwaardigs zien. Het onderstreepte Daeromme is hiervan de kroongetuige.

Wet oec wel dat men vint bescreven
dat dat wijf wel ontfaet kint,
nochtan dat sij en hevet twint
lost te mannen waert.
Daeromme seit Rasis onghespaert
dat men spelen zal met wiven
ende lost van ghenoetene driven
eer men iet ghenoet met haere.

In vertaling: ’Weet ook dat er geschreven staat dat een vrouw zwanger kan worden, terwijl zij hoegenaamd geen begeerte naar mannen heeft. Daarom zegt Rasis heel vrijmoedig, dat men met vrouwen spelen moet om het verlangen naar gemeenschap op te wekken, voordat men daadwerkelijk gemeenschap heeft’.

Op het eerste gezicht lijkt het dat er hier sprake is van bezorgdheid of de vrouw wel voldoende genoegen ondervindt bij het seksueel verkeer. R. Jansen-Sieben leest het in elk geval zo: ’Het is een zeldzaam open voorbeeld van bezorgdheid om het genot van de vrouw’. Die bezorgdheid is er ook wel, maar het genot van de vrouw is niet waar het uiteindelijk om gaat. Lees verder >>

Ook de koningin heeft een vagina

Oude non-fictieteksten #2 

Door Berthold van Maris

De menstruatie werd in de veertiende eeuw “die bloeme” genoemd. De middeleeuwse tekst Der mannen ende der vrouwen heimelijcheit legt uit waarom:

“Want gelijc alse men siet
Dat de bloeme en draget niet
Sonder bloyen, dat verstaet,
Diegelike so ne ontfaet
Dat wijf sonder bloeme geen kind.”
Zoals een plant eerst moet bloeien voordat hij vruchten kan maken, zo moet de vrouw eerst bloeden voordat zij “vrucht kan dragen”. Ik vind het jammer dat deze betekenis van “bloeme” verloren is gegaan.
Bloeien en bloeden, je zou bijna denken dat die twee woorden etymologisch verwant zijn, maar dat is niet het geval.

Nieuwe editie van Der vrouwen heimelijcheit

Bij uitgeverij Verloren verscheen als deel 7 in de reeks Artesliteratuur in de Nederlanden:

Orlanda S.H. Lie and Willem Kuiper, The Secrets of Women in Middle Dutch. A bilingual edition of Der vrouwen heimelijcheit in Ms. Ghent UB 444. (Translation by Thea Summerfield). Hilversum 2011. ISBN 978-90-8704-215-8. 166 p. € 17,00.

Der vrouwen heimelijcheit is de (vroeg) veertiende-eeuwse vertaling van een niet zo heel veel oudere Franse tekst Les secres des dames, die weer een bewerking is van het Latijnse tractaat De secretis mulierum, dat wordt toegeschreven aan pseudo-Albertus Magnus. Der vrouwen heimelijcheit bleef bewaard in een bescheiden papieren handschrift dat mogelijk in (West-)Vlaanderen werd afgeschreven in de eerste dagen van april 1405 [1406 volgens onze jaartelling als de kopiist de paasstijl hanteerde]. Der vrouwen heimelijcheit wordt gerekend tot de Artes-literatuur: (middeleeuwse) teksten met een wetenschappelijke inhoud.
Lees verder >>

Column 83: “Comet van achter die versche wint”

Een jaar geleden gaf vrouwe Fortuna een onverwachte draai aan haar rad van avontuur en stond ik weer oog in oog met een jeugdliefde: Der vrouwen heimelijcheit.
   In 1974 verscheen een vertaling van deze veertiende-eeuwse Middelnederlandse tekst in een smaakvol uitgegeven boekje van de hand van de Gentse medicus Leon Elaut (1897-1989), die naast zijn beroepspraktijk als uroloog een grote belangstelling aan de dag legde voor de geschiedenis van de geneeskunde. In 1958 promoveerde hij op een vergelijkbaar Middelnederlands tractaat: Van smeinscen lede.
   Elauts vertaling werd opgemerkt door Elsje van Hulsteijn, adjunct bibliothecaris van het Instituut voor Neerlandistiek UvA en aangeschaft. In 1975 werd het boek ingelijfd en vermeld in de maandelijkse gestencilde lijst ‘Aanwinsten’. Bibliothecaris Nol Sanders was een vurig bestrijder van de uitdrukking: nieuwe aanwinsten.
   Die lijst aanwinsten lag in een stapeltje op het bureau van de bibliotheekwacht, en sommige studenten en medewerkers maakten er een gewoonte van om die lijst van de tafel te pakken en door te lezen op interessante of veelbelovende titels. Doctoraal-studente Mieke van Doorn was zo’n studente, zag de titel van Elauts vertaling, vroeg het boek aan en begon erin te lezen.

Lees verder >>