Tag: denken

Grote opdracht 1: Een sterke taalbasis draagt bij aan de taal- en denkontwikkeling

Door Marc van Oostendorp

De nieuwe stukken van de docenten van Curriculum.nu zijn binnen! Gisteren verscheen nieuwe teksten van deze leraren die de inspirerende opdracht hebben gekregen om na te denken over wat er in het Nederlandse onderwijs – van groep 1 tot en met 6-vwo – gedoceerd zou moeten worden.

Voor het vak Nederlands resulteerde dat gisteren in 7 ‘grote opdrachten’. Dat zijn zo’n beetje de grote lijnen, die bizarre term ‘grote opdracht’ komt niet van de docenten:

  1. Een sterke taalbasis draagt bij aan de taal- en denkontwikkeling.
  2. Autonome taalgebruikers werken hun leven lang aan hun taallerend vermogen.
  3. Op school worden talen en taalvariëteiten erkend en benut
  4. De competente taalgebruiker communiceert doelgericht.
  5. De competente taalgebruiker verwerkt (digitale) informatie kritisch.
  6. Leesbevordering en literaire competentie stimuleren leerlingen om lezers te worden en te blijven.
  7. Experimenteren met taal en taalvormen stimuleert het creatieve proces.

Het document waarin deze opdrachten worden uitgelegd staat hier. Lees verder >>

Is het Nederlands de eigen taal van alle Nederlanders?

Door Marc van Oostendorp

Deze tekening heeft niet zoveel met het onderwerp te maken, sorry.

“De eigen taal is bij uitstek het instrument voor het denken”. Wie zoiets schrijft in een pleidooi tegen het Engels in het hoger onderwijs – de classicus Anton van Hooff deed het deze week in Trouw – kan in bepaalde kringen kennelijk op bijval rekenen. Terwijl het een ui is van dubieuze aannamen.

De eerste rok: dat taal uberhaupt een ‘instrument’ is voor het denken. Het is een zeventiende eeuws idee: je leert een taal heel grondig, en dan kun je vervolgens heel scherp denken. Soms wordt dat ook gebruikt als argument voor de standaardtaal: iemand die zegt “ik ben groter als jij” is een slordige denker, want die ziet de verhoudingen niet scherp.

Ik heb nog nooit bewijs voor die stelling gezien. Er is natuurlijk een correlatie tussen het niveau van iemands opleiding en diens beheersing van de standaardtaal, en een correlatie tussen opleiding en het vermogen om analytisch na te denken, maar dat betekent nog niet dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen standaardtaal en denken, laat staan een causale relatie. Wel is er mogelijk een verband tussen het feit dat de mens taal heeft en dat de mens allerlei vrij ingewikkelde gedachten kan hebben die apen niet hebben – maar dat lijkt dan te gaan over taal in het algemeen, niet over specifieke standaardtalen. En vrijwel iedere mens heeft wel een taal. Lees verder >>

Taalcanon lanceert nieuw animatiefilmpje: Kleurt taal je wereldbeeld?

Vandaag lanceert het taalcanonteam een animatiefilmpje over de relatie tussen taal en denken. Het is het vierde filmpje in een reeks, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. De filmpjes geven een korte introductie op een onderwerp uit de taalcanon, en kunnen gebruikt worden als opstapje voor een les over taal in de klas. 

Mensen groeien op in verschillende omgevingen, met verschillende ervaringen en verschillende talen. Betekent dat ook dat ze verschillend denken? En als er invloed is van taal op denken, hoe ver reikt die dan? Deze en meer vragen komen aan bod in het vierde filmpje dat de taalcanon lanceert in een reeks filmpjes voor het onderwijs. Tekenaar en animator Frank Landsbergen maakte de filmpjes in opdracht van de taalcanon. Het filmpje is gebaseerd op de gelijknamige taalcanontekst van Mark Dingemanse: Kleurt taal je wereldbeeld?

Lees verder >>

Schizofrenie en autisme als taalproblemen

Door Marc van Oostendorp

Zelden verschijnen er artikelen die zo vol gedachten zitten als het artikel dat de Catalaanse taalkundige en filosoof Wolfram Hinzen onlangs publiceerde in het tijdschrift Theoretical Linguistics (€).

Hinzen zet zich af tegen een gedachte die de meeste mensen in de westerse wereld sinds Descartes voor vanzelfsprekend houden: dat er een scheiding is tussen taal en het denken. Dat je normaliter eerst een gedachte hebt die je vervolgens bij het praten ‘in taal omzet’. Volgens Hinzen is er zo’n scheiding niet: de enige typisch menselijke vorm van denken is denken in taal. Ons denken wordt gevormd door taal – niet in de eerste plaats door onze eigen specifieke taal, maar door het soort structuren dat talen nu eenmaal hebben.

Hinzen wijst bij wijze van voorbeeld op de gedachte ‘ik moet hoognodig naar de kapper’. Lees verder >>