Tag: Delphine Lecompte

Een grote vriendelijke diepvrieskreeft in mijn vulva introduceren

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (184)
De laatste 14 afleveringen van deze reeks zijn gewijd aan 14 gloednieuwe, speciaal voor deze reeks geschreven sonnetten door hedendaagse Nederlandse en Vlaamse dichters.

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Vreemde vogelsonnet

‘Kirrende makelaar gedraag je!’ Zeg ik streng in een cinemazaal
Er zit helaas niemand naast me, zelfs mijn moeder is blozend weggegaan
Ik geeuw en vraag me af of ik ooit een okapi zal aanraken
De film gaat over een Noorse scheephersteller en een tragische koorddanseres.

Op een brug wordt de koorddanseres gered, maar dan zit ik al op een terras
‘Frunnikende imker, beheers je!’ Sis ik ongeremd en luid
Een pelsjager met een bochel lacht me uit, zijn wreedheid deert me
Nog te vaak laat ik me ontmoedigen door boertige ploerten.

Ik zal dan maar verslagen zijn en huiswaarts keren
Daar kan ik tenminste boterhammen voor onbestaande narren smeren
En een grote vriendelijke diepvrieskreeft in mijn vulva introduceren.

Gelukkig kom ik de oude kruisboogschutter tegen, gelukkig heeft hij een paleis
Gelukkig stopt hij makrelen in mijn mond, gelukkig stopt hij als ik stop zeg
Gelukkig ben ik dapper genoeg om hem zijn Blauwbaardverleden te vergeven.

(Delphine Lecompte)

Over sommige dingen blijkt nog steeds nauwelijks geschreven te zijn. Delphine Lecomptes Vreemde vogelsonnet kun je lezen als een gedicht over een thema waarover nog maar weinig gedichten geschreven zijn: angst voor mannen. Het moet toch minstens even reëel zijn als de angst voor vrouwen, en je zou als je willekeurig welke cijfers over seksueel geweld bekijkt zelfs zeggen: reëler. Lees verder >>

De bleke pornoster en de huilende moeder

Door Marc van Oostendorp


Wat is er gaande in de Vlaamse dichtkunst? Ik lees maar de hele tijd gedichten waarin uitdrukkingen staan die zijn gevormd op de malde/een X Y, waarbij X een bijvoeglijk naamwoord is en Y een zelfstandig naamwoord.

Vermoedelijk is Delphine Lecompte ermee begonnen, of in ieder geval heeft zij het genre tot grote hoogte opgezweept. Jaar in jaar uit doet ze daarin verslag van haar avonturen met de oude kruisboogschutter, zoals ze haar geliefde voortdurend noemt, en haar vorig jaar verschenen bundel Dichter, bokser, koningsdochter opent met een gedicht Je kunt niet alleen zijn met een paard dat als volgt begint:

Je kunt alleen zijn met een bleke pornoster
Hij scheert zijn handrug en denkt aan zijn eikelring
Je kunt alleen zijn met een uitgewaaierde pauw
Hij toont zijn staart en denkt aan zijn hoogtepunt


Lees verder >>