Tag: deelwoord

Laten zien

Door Nico van Lieshout

Ik was bezig mijn voorbereidingen te treffen voor de aanstaande les aan vijf atheneum. De klassenset van De Spaanse Brabander van Bredero (1585 – 1618) lag op een hoge stapel op de hoek van mijn tafel, maar voor we daarmee verder zouden gaan (we waren tot het einde van het derde bedrijf gekomen), wilde ik twee liefdesgedichten van Pieter Corneliszoon Hooft (1581 – 1647) lezen; het sonnet over de Gezwinde grijsaard dat gaat over het dubbelzinnige werkwoord verlangen en Galathea, siet den dagh comt aen, waarin twee geliefden vóór het licht wordt, afscheid nemen van elkaar.

Terwijl ik mijn aanstaande voordracht doornam, zwaaide de deur open en betrad een kleine optocht het lokaal.

Meneer, wilt u dit lezen en tegen mijn docent wiskunde zeggen wat u ervan vindt? Daar had ik een A-4tje voor mij en werd ik priemend aangekeken door mijn leerling die het onrechtvaardig vond dat er een halve punt was afgetrokken van het cijfer voor haar wiskundewerkstuk om een taalfout waarvan zij zich niet bewust was. Ze had twee secondanten meegenomen die haar dekten in de flanken en mijn collega Nederlands had plaatsgenomen achter de eerste tafel bij het raam. Zij wachtte geamuseerd af wat er zou komen. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als criticus van het onvoltooid deelwoord

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (2)

Door Marc van Oostendorp

Een tijdlang maakte Ilja Leonard Pfeijffer een gimmick van zijn afkeer van het onvoltooid deelwoord. In een bespreking van werk van Adriaan Roland Holst:

Deze verzen herbergen de twee grootste poëtische doodzonden: het tegenwoordig deelwoord en het gedachtestreepje.

Een bespreking van Een nieuw Paaslied van Gerard Reve:

Verder heeft het gedicht iets wat in poëzie ten strengste is verboden: tegenwoordige deelwoorden. Niet alleen ‘denkend’, ‘opbotsend’, ‘schreiend’, ‘neuriënd’, ‘profeterend’ en ‘pogend’, maar ook ‘voortwandelend’ en om het nog erger te maken zelfs ‘al voortwandelend’.

Hans Faverey dan: Lees verder >>