Tag: de Volkskrant

Verkansie

Door Henk Wolf

Vrijdag schreef columniste Nadia Ezzeroili in de Volkskrant een stukje over het woord verkansie, een variant van vakantie.

De columniste observeert een groeiende populariteit van de geschreven vorm verkansie op de sociale media. Dat kan heel goed een juiste observatie zijn, daar wil ik af blijven, maar de suggestie dat de variant verkansie nieuw zou zijn of een “lelijke verbastering” van vakantie is niet correct. Nadia Ezzeroili neemt aan dat het nu als Standaardnederlands geldende vakantie als model wordt gebruikt om een onvolmaakte kopie (‘een verbastering’) als verkansie te vormen. Die denkfout wordt heel veel gemaakt, maar beide vormen komen al eeuwenlang in het Nederlands voor, naast talloze andere varianten. Op schrift is vakantie de norm geworden, maar in de spreektaal bestaat die vormvariatie nog steeds.

Vakantie en verkansie zijn allebei ‘verbasteringen’

Vakantie en verkansie zijn allebei gevormd naar het voorbeeld van een woord uit een Romaanse taal. Dat is vermoedelijk niet, zoals de columniste schrijft, het Latijnse vacatio. Het is onwaarschijnlijk dat de mensen in Nederland en Vlaanderen het [n]’etje in het woord zelf hebben verzonnen. Volgens de meeste etymologische woordenboeken is het Latijnse vacantia of het Franse vacances de waarschijnlijke inspiratiebron geweest (of allebei). Vernederlandste vormen kwamen in de vijftiende eeuw al in het Nederlands voor, toen nog alleen in de betekenis ‘periode waarin geen recht werd gesproken’.

Lees verder >>

¿Los Países Bajos o Holanda, señoras y señores editores del Volkskrant?

Door Henk Wolf

“Vergeet Holland, in het buitenland is het voortaan The Netherlands” – dat staat boven een artikel uit de Volkskrant van afgelopen donderdag. Het is een uiterst merkwaardig stuk tekst.

Het intro van het artikel luidt als volgt:

“Wie zich overzees introduceert met het zinnetje ‘I come from Holland’ roept bij gesprekspartners het clichébeeld op van tulpen, molens, kaas en wiet. Het is niet langer meer het imago dat de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken in het buitenland willen uitdragen. Als het aan ambtenaren ligt, hebben bezoekers het straks alleen nog maar over ‘The Netherlands’.”

Het buitenland is groot en er worden een paar duizend talen gesproken, waarvan het Engels er eentje is. Wat de Nederlandse Rijksoverheid in het Frans gaat doen: Hollande of les Pays Bas gebruiken, dat staat niet in het artikel. Kiest ze voor Holland of voor Niederlande, voor Голландия of Нидерланды? ¿Los Países Bajos o Holanda, señoras y señores editores del Volkskrant? En natuurlijk is er voor de communicatie met Vlaanderen en Suriname nog de keuze Holland of Nederland, want ondanks de naam is Nederlands natuurlijk niet het exclusieve bezit van de inwoners van Nederland.

Lees verder >>

Is de literatuur te mooi voor theorievorming?

Door Marc van Oostendorp

Wat wil Rosa van Gool? Gisteren publiceerde deze ‘classicus en journalist’ een stukje in de Volkskrant waarvan de titel een duidelijk antwoord op die vraag lijkt te suggereren: ‘Red de studie Nederlands voor de literatuurliefhebber‘. Het stuk werd op Twitter bejubeld door bijvoorbeeld de schrijver Pieter Waterdrinker (‘Zolang mensen als Rosa van Gool dit soort geweldige stukken schrijven is er voor de letteren nog hoop…’). Maar nergens wordt duidelijk hoe Van Gool haar doel wil bereiken.

Ja, ze wil dat ‘nauwkeurig lezen’ van mooie boeken het hoofddoel wordt van de studie, en dat enge dingen zoals ‘hoogdravende literatuurtheorie’ en het gebruik van computers naar de achtergrond verdwijnen. Haar kennis over die theorie en die computers lijkt allemaal echter uit de tweede hand te komen: ze geeft slechts weer wat Kees ’t Hart erover zegt. Dat artikel gaat alleen over onderzoek. Over het onderwijs zegt ’t Hart niets, dus in weerwil van de titel komt dat bij Van Gool ook niet aan de orde – hoewel ze een mening heeft over ‘de studie Nederlands’ blijkt nergens uit dat ze ooit heeft opgezocht wat die studie inhoudt, welke vakken je krijgt, enzovoort.

Lees verder >>

De vloek van de Volkskrant

Door Marc van Oostendorp

aak heb ik me afgevraagd wat het toch is met de Volkskrant: het lijkt alsof je in die krant nooit iets mag publiceren als je niet minstens een paar keer de plank volledig misslaat. Al sinds een jaar of acht houd ik op deze site een speciale tag bij voor de keren dat ik zoiets onder ogen krijg. Voor geen enkele krant is het mogelijk om zo’n systematisch overzicht van missers te maken: het is alsof men taal en taalwetenschap bij de redactie van de Volkskrant háát.

Het zoemt ook door alle katernen. Het wetenschapskatern schrijft zelden of nooit iets dat zelfs maar redelijk is over het prachtige onderzoek dat in Nederland of elders gebeurt. Boeken over taal worden vooral gerecenseerd op de vraag of ze wel streng genoeg zijn tegen taalfouten. En columnisten trekken altijd liefst zonder enige kennis van zaken van leer.

Deze week was het de beurt aan Aleid Truijens om tekeer te gaan tegen de plannen van Curriculum.nu, het grootschalige, door de overheid geïnitieerde project waarin leraren een toekomst schetsen voor het onderwijs op de basisschool en de middelbare school. Om redenen die Truijens niet nader toelicht spitst ze haar kritiek toe op het vak Nederlands, zo’n beetje het enige vak waarover nu juist geen trammelant is tussen de betrokkenen van Curriculum.nu.

Lees verder >>

Arjan Peters wordt treurig van kinderengels

Door Marc van Oostendorp

Arjan Peters hoeft een bijeenkomst niet te hebben bezocht om te weten hoe het eraan toegaat. Hij hoeft een artikel niet te hebben gelezen om het vreselijk slecht geschreven te vinden.

Arjan Peters heeft een column in de Volkskrant. In die column schreef hij afgelopen vrijdag over de prijs die de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde aan een aantal jonge onderzoekers heeft uitgereikt voor het beste literatuurwetenschappelijke artikel van de afgelopen jaren:

Wat een treurigheid, dat een Nederlands instituut een Nederlandse prijs voor een artikel over Nederlandse literatuur geeft aan een in kinderengels geschreven stuk, dat door geen buitenlander gelezen zal worden.

Dat ‘kinderengels’ adstrueert Peters niet in zijn stuk; hij stelt het alleen maar. Het valt ook niet te adstrueren, want er is niets kinderlijks aan de tekst van het prijswinnende artikel, Mapping the Demographic Landscape of Characters in Recent Dutch Prose: A Quantitative Approach to Literary Representation. Jullie kunnen dat zelf controleren, want het artikel staat gratis online. Peters had het ook zelf kunnen lezen voor hij zijn gemeenplaats naar voren bracht, maar dat heeft hij niet gedaan.

Dat het ‘door geen buitenlander gelezen zal worden’ wordt door Peters ook al niet beargumenteerd. Dat hoort bij de stijl van de Volkskrant: als het over taal of literatuur gaat, hoeft er niks te worden uitgezocht.  Lees verder >>

Het is moeilijk om eenvoudig te schrijven

Door Henk Wolf

Lang niet iedereen in Nederland leest boeken en kranten. Voor veel mensen is dat te moeilijk. Dat is natuurlijk vervelend voor die mensen. Sommige schrijvers proberen daarom om zo eenvoudig te schrijven dat ook die mensen hun teksten kunnen lezen. Dat lukt ze niet altijd, want het is moeilijk om eenvoudig te schrijven.

Korte zinnen zijn niet altijd makkelijk

Sommige schrijvers denken dat ze eenvoudig schrijven als ze alleen maar korte zinnen gebruiken, maar dat is niet waar. De taalwetenschappers Ted Sanders en Jentine Land hebben dat ontdekt. Zij hebben vmbo-leerlingen uit twee verschillende geschiedenisboeken een lesje laten leren. In het ene boek stonden alleen maar korte zinnen. In het andere boek stonden lange en korte zinnen door elkaar. De leerlingen begrepen veel meer van het boek waarin ook lange zinnen stonden. Dat komt doordat ze in die teksten makkelijker konden zien wat twee zinnen met elkaar te maken hadden. Er stonden namelijk veel woorden in die dat duidelijk maken. Voorbeelden van zulke woorden zijn dat, zulke en daarom. Zulke woorden staan vaak in lange zinnen.

Dat zulke woorden heel belangrijk zijn, merkte ik gisterenochtend. Toen las ik in de Volkskrant een column van Henkmichel Bosman. In die column vertelde hij een moeilijk geschreven column van Sheila Sitalsing na, maar dan op een eenvoudige manier. Dat deed hij best goed, maar toch vond ik zijn column nog best moeilijk. Dat kwam doordat hij veel korte zinnetjes gebruikte. Hij kon niet in elk van die korte zinnetjes duidelijk maken wat het met een vorige zin te maken had. Lezers moesten dat zelf raden en dat is moeilijk. Ik moest soms de column van Sitalsing erbij pakken om te begrijpen wat Bosman bedoelde. Lees verder >>

Een stapel nonsens tegen de wetenschap

Door Fabian Stolk

Zelden las ik een column, hoe zeg ik het duidelijk…, zo vol grondeloze stupiditeit en misplaatste zelfingenomenheid als die onder de titel ‘Het geslachtsdeel van de schrijver’ van de zich steevast ‘neerlandica’ noemende ‘journalist’ Elma Drayer in de Volkskrant van vrijdag 25 mei 2018, pagina 25 (een dag eerder en onder een andere titel in de digitale versie van die krant verschenen).

Het stuk gaat over het academisch promotieonderzoek van Corina Koolen, gepubliceerd in haar proefschrift Reading Beyond the Female. Koolen onderzocht de invloed van gender op (waardering in) het literaire veld. Publieke discussies over dat onderwerp noemt Drayer ‘gekrakeel’, een depreciërende kwalificatie in mijn optiek (‘krakelen wordt ook volgens het WNT ‘[m]eestal in afkeurenden of minachtenden zin gebezigd.’ Lees verder >>

De lerarenopleiding is een sprookje

Door Peter-Arno Coppen

Wie A zegt, moet ook B zeggen. De afgelopen week plaatste ik hier een reactie op een column van Aleid Truijens uit de Volkskrant, waarin zij voorstelde om de lerarenopleiding af te schaffen. Stevige kritiek krijgt altijd veel bijval, dus zowel Truijens’ column als mijn reactie konden zich verheugen in veel instemming. Maar nu verschijnt er een tweede artikel in de Volkskrant waarin gesteld wordt dat de lerarenopleiding niet deugt. En ditmaal niet van een van de vaste columnisten, maar van Marijn van Dijk, een studente die net die opleiding heeft afgerond, een ervaringsdeskundige dus. Ik voel me enigszins verplicht om daar dan ook op te reageren.
Lees verder >>

Reflecteren op een vracht onzin? Eindeloos!

door Peter-Arno Coppen

[Lees ook het vervolg]

Om een goede columnist te zijn moet je niet bang zijn om op andermans tenen te staan. Je moet beschikken over een behoorlijk uitgebreid, maar niet al te opzichtig retorisch repertoire, en je moet natuurlijk midden in de actualiteit staan. Dat wil zeggen: je geheugen moet kort zijn, je moet over voldoende ongeïnformeerdheid beschikken, en je moet niet al te ver vooruit kijken. Het gevaar is namelijk dat je anders te genuanceerd gaat schrijven, en daarvan zouden de lezers kunnen afhaken.

Een lezenswaardig voorbeeld dat dit allemaal mooi laat zien is de column van Aleid Truijens in de Volkskrant van zaterdag 18 oktober. Die begint al fijnzinnig met de opmerking dat ‘veel ouders willen dat hun begaafde lieveling naar het gymnasium gaat.’ Dat kan al niet meer goed komen denk je als lezer dan. Blijkbaar zitten de gymnasia vol met ondergekwalificeerde maar overgewaardeerde verwende apen, die door hun ouders tot dit schooltype gedwongen worden. Goed dat iemand daar iets van zegt!

Lees verder >>

Na bejaarden wassen is wetenschap het nuttigst

Door Marc van Oostendorp

Het thema in de kranten vandaag is nut. 

In de Volkskrant bespreekt de Mieke Zijlmans het nieuwe boek van Jan Stroop. Ze doet dat kritisch, want: “De vraag is wat de moedertaalspreker ermee opschiet.” Het antwoord op die retorische vraag is: weinig. Het is al jaren Zijlmans’ vaste deun: wat wetenschappers over taal zeggen is allemaal onzin, zij weet met haar gezonde verstand allang hoe het zit. Die moedertaalspreker zit namelijk volgens Zijlmans te wachten op strenge taalregels en niet op erudiete relativerende inkijkjes in de geschiedenis en de systematiek van taal.

Toevallig is de kop boven een artikel in NRC Handelsblad ‘Wat kopen we voor die kennis?’ Marcel aan de Brugh zet er de drie antwoorden op een rij die doorgaans worden gegeven op de vraag naar het nut van de universiteiten: hun onderzoek komt de economie ten goede, hun onderwijs leidt de broodnodige hoger opgeleiden op, hun aanwezigheid in het publieke debat verhoogt het niveau daarvan.

Het artikel van Aan de Brugh is helder en met kennis van zaken geschreven, en toch lees ik het met verbazing.
Lees verder >>

Lijdt Jan Kuitenbrouwer nu ook aan canonangst?

Eik best leuk het beste taalboek van de schrijver van Turbotaal

Door Marc van Oostendorp


Tien jaar geleden stelde Jan Kuitenbrouwer een onbarmhartige diagnose: taalkundigen leden volgens hem net als allerlei andere deskundigen aan een aandoening die hij meteen maar drie namen gaf in één stukje: canonangst, panisch pluralisme of pluralisme. In plaats van de hele tijd te roepen dat van alles en nog wat niet deugde! En fout was! En een schande! En onmiddellijk verboden moest worden!, constateerden ze alleen maar nuchter wat er gebeurde. Ze wilden geen rangordening meer aanbrengen tussen goed en fout, niet meer ‘relativeren’, zoals Kuitenbrouwer dat met een wat verwarrend woord noemde.

De taalkundige die sindsdien zijn best gedaan heeft om van zijn canonangst af te komen – iedere dag onder de douche hard roepen: ‘bah! wat een taalverloedering!’, sessies om met andere canonangstigen samen proberen zo overtuigend mogelijk de wenkbrauwen te fronsen –, staat een onaangename verrassing te wachten wanneer hij Eik bes leuk van Kuitenbrouwer openslaat.

Er is daarin nauwelijks sprake van taalkritiek; er worden allerlei taalverschijnselen besproken (het gebruik van wat in de auto is wat kapot, de wonderlijke teksten van het Nederlandstalige lied, het moderne gebruik van Engels), maar de schrijver neemt niet volmondig stelling tegen een en ander.

Wat is er gebeurd?
Lees verder >>

‘Sommige academici’ en het Standaardnederlands

Door Marc van Oostendorp


De Volkskrant, de krant die vindt dat taal iets is waarover alleen dwazen discussiëren, trakteerde de lezers dit weekeinde op een interviewtje met een zekere Stijn Verrept, initiatiefnemer van een internetpetitie die de Nederlandse en Vlaamse politiek oproept om het uit elkaar groeien van het Nederlands van Nederland en Vlaanderen een halt toe te roepen. Het moet maar eens afgelopen zijn met het feit dat Vlamingen gij zeggen en Nederlands leuk! Allemaal precies hetzelfde spreken!

Erg kritisch wordt Verrept door de dienstdoende journaliste niet bejegend. De argumentatie gaat bijvoorbeeld als volgt:
Lees verder >>

Een teloorgang van onze beschaving

Door Marc van Oostendorp


Soms probeer ik me voor te stellen hoe het is om iemand anders te zijn: de vrouw die een roze fiets met een lekke band meesleurt over de kades, de treinconducteur met een koortslip, een jongen die een totaal versleten rokkostuum draagt. Meestal lukt het in ieder geval naar mijn eigen tevredenheid. Maar hoe het is om iemand te zijn die ‘een teloorgang van onze beschaving’ afkondigt, daar kan ik me echt niets bij voorstellen.

Het gebeurde deze week voor de zoveelste keer in de Volkskrant, de krant die zich specialiseert in het onbeheerst moord en brand schreeuwen als het over taalzaken gaat. Vorige week mocht René Appel al melden dat het feit dat de Universiteit van Maastricht een bestuurslid heeft die uit het buitenland komt (man, man) ‘een reele dreiging voor het Nederlands als cultuurtaal’ vormt. Deze week was het de beurt aan twee historicae die de kladderadatsj voorzien in het ‘ongebreideld tutoyeren van jan en alleman’.

 Wanneer men met een dergelijke boodschap komt, hoeft men natuurlijk niet meer te kunnen redeneren of te formuleren om de kolommen van de Volkskrant te halen.
Lees verder >>

De Volkskrant lacht een minister uit en alle Limburgers

De Volkskrant, die krant die denkt dat taal een onderwerp is waarover je niets hoeft te weten maar waarover je wel eindeloos kunt smalen, had gisteren weer een nieuwtje:

Minister Lilianne Ploumen zei dinsdag op gewichtige toon tegen een gezelschap van ondernemers in Congo: ‘There is no such thing as a Dutch product in terms of quality!’ Oftewel: ‘Nederland heeft geen kwaliteitsproducten’, aldus de minister voor Buitenlandse Handel. Ze bedoelde natuurlijk het tegenovergestelde: ‘There is nothing like a Dutch product.’

Vervolgens komt de verslaggever van dienst met een heel verzameling bekende broodje-aapverhalen over het Engels van Nederlandse politici: Joop den Uyl die zou hebben gezegd dat we ‘a country of undertakers’ zijn, Luns die zou hebben verklaard ‘I fok horses’.

Lees verder >>

Oppassen met die Vlamingen

Voor onnozele clichés over taal kun je in Nederland het best bij de Volkskrant zijn. Er is echt geen enkel ander medium in ons land waar gebrek aan inzicht in taal de eerste voorwaarde lijkt te zijn om toe te treden tot de redactie. Ik geloof niet dat ik in de afgelopen twintig jaar ooit één verstandig woord over taal in die krant gelezen heb.

De krant waar de taalwetenschap wordt overgelaten aan de redactrice die ook mode doet en de taalcolumn aan de man die lollige stukjes schrijft over tv, heeft sinds enige tijd ook een ‘redactieblog‘ waar de redactie ingaat op fouten in de krant. Vaak zijn dat taalfouten, of wat de redactie van de Volkskrant als ‘taafouten’ beschouwt.

Deze week was het weer raak.
Lees verder >>

Col: Een heel oud dingetje

Taal is voor de Volkskrant niks dan ellende. Waar in andere kranten nog weleens iemand iets positiefs, of in ieder geval iets neutraals, mag zeggen over het onderwerp, kom je de kolommen van de Volkskrant niet in als je niet minstens vijf duidelijk zichtbare rimpels van kwaadheid in je voorhoofd gegroefd hebt staan.
Dat zal de reden zijn dat ze uitgerekend Jean-Pierre Geelen hebben uitgenodigd om een taalrubriek te schrijven, want ook deze tv-recensent ziet de zon niet in het water schijnen. Lees verder >>