Tag: De Multatulileesclub

Ik was ’n kind en had ’n woord opgevangen dat ik niet verstond: kaarsmooi

De Multatulileescursus (33)

Door Marc van Oostendorp

– Het is bij de correspondentie van publieke personen altijd interessant om de discrepantie te zien tussen wat ze privé schreven en wat ze in de openbaarheid brachten.

– Is Multatuli nu niet bij uitstek één van de schrijvers bij wie die zaken in elkaar overlopen?

– Dat lijkt me een misverstand. In de brieven in deel 14 klaagt hij bijvoorbeeld in bijna iedere brief dat hij zo moe is, dat de fut eruit is. Terwijl we vorige week net hebben geconstateerd dat het derde deel van de Ideeën dat hij toen voltooide een van de vitaalste boeken in zijn oeuvre is.

– Nou ja, dat constateerde jij.

– Hij schrijft bijvoorbeeld aan Roorda, zijn belangrijkste correspondent in dit jaar: Lees verder >>

Wie ’t betwyfelt, wordt veroordeeld tot het opzetten van ’n zwemschool voor jonge eenden

De Multatulileescursus (32) [dubbeldikke aflevering]

Door Marc van Oostendorp

– Nu we deze derde bundel Ideën uit hebben, wil ik zeggen: dit is Multatuli op zijn best. Als iemand mij vraagt, wat mijn lievelingsboek van deze schrijver is, zeg ik: de derde bundel Ideën.

– Dat klinkt een beetje excentriek. Het is toch maar een stukje van een groter geheel.

– Dat is achteraf het nadeel van dat idee van de Ideën. In zijn eigen tijd werkte het: het was een eenpersoonstijdschrift waarop je je kon abonneren. Maar in de loop der tijd is het een enorme kolos geworden, alsof je eigenlijk al die bundels allemaal gelezen moest hebben om er iets over te zeggen. Het klinkt heel gek om te zeggen dat één deel daaruit je favoriete boek is, maar in dit geval is dat toch heus zo.

– Toch is dit boek onlosmakelijk met al het andere werk van Multatuli verbonden.

– Ja, maar als je dat een bezwaar vindt, kun je dus eigenlijk geen enkel boek van Multatuli als je lievelingsboek beschouwen. Lees verder >>

Niets doen, niet streven, is in stryd met de gehele Natuur

De Multatulileescursus (31)

Door Marc van Oostendorp

– Het is aan het begin van deze Derde bundel Ideën duidelijk dat Multatuli inmiddels besloten had om broodschrijver te worden.

– Ja, een groot deel van de Ideën bestaat uit reflectie op het schrijverschap.

– Of minstens even belangrijk: het redenaarschap. Daarover heeft hij eigenlijk nog meer te zeggen dan over het schrijverschap. Alsof hij besloten had broodspreker te worden.

– Heel grappig vond ik zijn parodie op het gekwebbel waarop een redenaar die in een stadje gaat optreden wordt onthaald. Vanaf het moment dat men hem van het station ophaalt.

– Lees eens voor, dat kun jij zo mooi!  Lees verder >>

Geene meening is zoo ongerijmd, dat ze niet hare aanhangers heeft

De Multatulileescursus (30)

Door Marc van Oostendorp

– Dat 1870 was wel een wonderlijk jaar!

– Ja, de Frans-Duitse oorlog!

– Nee, ik bedoel in het leven van Multatuli. Vreemd genoeg schrijft hij in zijn brieven zelfs nooit over die oorlog.

– En dan vind jij het desbetreffende jaar wonderlijk?

– Dat bedoelde ik niet. Ik had er eerlijk gezegd niet eens bij stil gestaan dat die oorlog ontbrak.

– Hoewel Multatuli in zijn brochure over Pruisen en Nederland die oorlog wel had aangekondigd.

– Ja, maar hij was in deze jaren duidelijk met heel andere dingen bezig. Aan de ene kant barstten zijn creatieve aderen weer open Hij begon aan allerlei boeken tegelijkertijd: het derde deel van de Ideeën, de Miljoenen-Studiën, Nog eens: vrye arbeid in Nederlandsch Indië en Specialiteiten.

Lees verder >>

Wij hebben iets meer noodig dan romantiek, cursiefletters, verdichtselen en holle klanken

De Multatulileesclub (29)

Door Marc van Oostendorp

– Die Maartje Janse, van wie we vandaag dat artikel lazen over Multatuli en de Maatschappij tot Nut van den Javaan, kennen jullie die?

– Zeker!

– Jij had toch ook een filmpje met haar gemaakt?

– Ja, dat ging zelfs over dit onderzoek.

– Maar wat ik zeggen wilde, wat schrijft die Janse briljant! Lees verder >>

Nonni, ieder lezer die zich respecteert behoort haar te kennen

De Multatulileescursus (28)

Door Marc van Oostendorp

Manuscript van de Causerieën. Geheugen van Nederland

– Wat gek, dat die Causerieën zo populair zijn?

– Populair?

– Nou ja, dat is misschien inderdaad niet het beste woord voor een werk dat nooit apart is uitgegeven. Maar ze zijn een soort Geheimtip. Stuiveling noemt ze geniaal, en op de website van het Geheugen van Nederland wordt gezegd dat ze pareltjes van essayistiek zijn. Lees verder >>

Je dois toujours lutter, avec les circonstances et avec moi même

De Multatulileescursus (27)

Door Marc van Oostendorp

– Deze week leverde voor het eerst een wel wat tegenvallende leeservaring op. Ik ben door alle stukken en brieven uit deel 12 en deel 13 van de Volledige Werken heengegaan, maar er was echt niet veel aan.

– Het kwam natuurlijk ook doordat er zo weinig brieven van Multatuli zelf instaan.

– Het zijn van zijn hand vooral die nogal droge stukjes Van den Rijn die hij voor de krant schreef en waarin hij navertelde wat de Duitse kranten aan Duits nieuws brachten. Je moet echt wel heel veel belangstelling hebben voor het reilen en zeilen van Duitsland in die dagen om dat geboeid te lezen.

– Nou, lekker, daar zitten we dan. Zullen we dan vandaag maar eens alleen port drinken? En keuvelen?

– Iemand The Passion gezien?

– Wacht, er is toch wel iets. Een reden waarom er zo weinig brieven zijn is natuurlijk omdat het in 1869 allemaal even goed leek te gaan: Multatuli woonde met zijn twee vrouwen, met Tine én Mimi, in Den Haag.

– Je bedoelt dat hij daarom geen brieven aan hen schreef.

– Precies. Wel schreef hij de CauserieënLees verder >>

“als nominatief is ’t een leelyk woord“

door Jan Stroop

Bij ’t lezen in deel 10 van Multatuli, Volledige Werken

Over U

Als trouwe volger van de blogserie over Multatuli las ik ook deel 10, een spannend deel vanwege de opbloeiende relatie van Multatuli met Mimi. Maar toen ik stuitte op de zin “en U zal zien dat ik werken wil” (brief van 3 september 1859), begon ik wat nadrukkelijker op zijn taalgebruik te letten. Door dat ‘U zal’ herinnerde ik me namelijk dat Multatuli moeite had met de richting waarin ’t voornaamwoord voor de tweede persoon zich in zijn tijd ontwikkelde. In Idee 47 (1862) lucht ie er zijn hart over:

Lees verder >>

Een knal gelijk klinkt het ruwe vloekwoord van den matroos door ’s heeren Bosscha’s welgemeubelde vertrekken

De Multatulileescursus (26)

Door Marc van Oostendorp

– Ik heb ontdekt dat één reden waarom ik van het werk van Multatuli houd is dat ik dol ben op commentaar.

– Zoals het werk dat we deze week gelezen hebben, Een en ander over Pruisen en Nederland, commentaar is op een brochure van J. Bosscha over … de relatie tussen Pruisen en Nederland.

– Hadden jullie gezien dat die brochure ook op internet staat? Bij Het Geheugen van Nederland?

– Net als het commentaar dat Busken Huet dan weer schreef op Multatuli’s stuk.

– Nooit eerder was het zo makkelijk om al die stukken te lezen. Zelfs in Multatuli’s eigen tijd had je ze niet zo gemakkelijk bij elkaar.

– Maar luister nu, het zijn niet alleen deze verschillende brochures. Multatuli voegde ook graag later nog voetnoten in, ook in deze brochure heeft hij dat gedaan, met commentaar op zijn eigen werk. Zoals hij ook voortdurend verwijst naar zijn eigen eerdere werk, en al zijn geschriften dus commentaar zijn op al zijn eerdere geschriften. Lees verder >>

Ik voel dit aan myzelf, hoeveel trotscher, flinker ik gestemd ben wanneer ik werk, dan als ik mymerend ronddool.

De Multatulileescursus (25)

Door Marc van Oostendorp

– Wat mij ineens opviel: hoe aardig Multatuli ook kon zijn. Als hij niks van de mensen moest, kon hij ze buitengewoon hoffelijk bejegenen.

– Zeker, de ellende begon als hij ze nodig had, dan werd hij een lastpak.

– Ja, de brieven uit 1867! Het moet een naar jaar voor hem zijn geweest, hij zat daar in Duitsland in een soort ballingschap omdat hij niet naar Nederland kon vawege die kleine gevangenschap die hem boven het hoofd hing. Ondertussen zaten Tine en de kinderen in Milaan. En voor het geld moest hij die saaie stukjes schrijven over wat er allemaal in de Duitse kranten had gestaan.

– En toch bleef hij dus aardig.

– De brief aan die molenaarsknecht met de onsterfelijke naam Klaas Ris: Lees verder >>

Daar zij het zich tot een EER rekenen in dergelijke vuile, rustverstorende blaadjes te worden gehekeld

De Multatulileescursus (24)

– Nou, dit was nu eens een boek waaruit je echt helemaal niets te weten komt over Multatuli.

– Maar wel het een en ander over de wereld waarin hij werkte, toch? Ik vond het wel aardig om die juristen te lezen over de rechtszaak tussen Van Lennep en Multatuli: had Van Lennep inderdaad het recht om zomaar van alles in dat boek te veranderen? Had Multatuli daarna het recht om het boek alsnog naar eigen inzichten uit te geven? Hoe zat dat met het auteursrecht in die tijd?

– Tja, ieder zijn meug, zeg ik altijd maar.

– Als we binnenkort nog eens tijd hebben, wil ik eigenlijk wel wat meer van of over Van Lennep lezen.

– Sorry, maar ik vind dat we volgende week toch wel weer naar het Volledige Werk terug moeten. Lees verder >>

De tropennachten moeten in die tijd langer geduurd hebben dan heden

De Multatulileescursus (23)

Door Marc van Oostendorp

– Dat was een goed idee, om De raadselachtige Multatuli te lezen. Heel verfrissend! Ik denk dat de uitgever er goed aan doet dit boek van Willem Frederik Hermans volgend jaar te herdrukken, want het blijft misschien wel de beste, compacte inleiding op Multatuli.

– Maar Hermans slaagt er wel in om van Multatuli een echt Hermansiaans personage te maken, hè.

– Hoe bedoel je dat?

– Douwes Dekker was iemand die altijd naar het hoogste streefde, maar Hermans heeft vooral oog voor de mislukkeling.

– Hij doet dat hoe dan ook op een voortreffelijke manier. Stilistisch is Hermans scherper dan ooit, zonder dat hij nu ineens Multatuli wordt: Lees verder >>

Wat men zeker weet, kan op een klein blaadje

De Multatulileescursus (22)

Door Marc van Oostendorp

– Dat was wel een heftige brief, vorige week.

– Ja, ik zag het al een tijdje aankomen. Het is misschien ook wel waar dat je enige sympathie voor Eduard Douwes Dekker moet kunnen opbrengen om dit werk te kunnen lezen.

– Ja, en dat wordt je met die brieven uit 1866 ook niet gemakkelijk gemaakt. Dekker verkeert weer eens in grote armoede, maar gaat wel met zijn vriendin in Duitsland wonen terwijl zijn vrouw en kinderen het maar zelf moeten uitzoeken.

– En als dan een groepje van zijn vrienden hem wil helpen door middels een ‘circulaire’ geld in te zamelen door die vrouw en kinderen is hij daar geïrriteerd over, omdat het ’t beeld geeft dat hij een verspiller is die niet goed voor vrouw en kinderen zorgt. Lees verder >>

Ik houd zoveel van Heine, dat ik bly ben hem nooit ontmoet te hebben.

De Multatulileescursus (21)

Door Marc van Oostendorp

Beste allemaal,

Bij dezen meld ik me af van de Multatulileescursus. Het spijt me, ik heb natuurlijk niets tegen jullie, en ik hoop dat we buiten de leesclub ook gewoon met elkaar kunnen blijven omgaan, maar ik zie er iedere keer meer tegenop om weer in dat werk te lezen. Om weer met jullie over dat werk te praten.

Het is onmiskenbaar dat Eduard Douwes Dekker goed kon schrijven – wat dat ook moge betekenen. Er is iets in zijn stijl dat je meesleept. Hij noemt zelf regelmatig ‘beweging’, hij zet zich af tegen stilstand, ook in taal en in stijl, en ik denk dat je juist door die beweeglijkheid al snel het idee krijgt dat je hem kent.

En dat je sympathie voor iemand krijgt die je kent, Lees verder >>

Gy weet, freule, ik hoor het niet gaarne dat ge my mama noemt.

De Multatulileescursus (20)

Door Marc van Oostendorp

– Het viel me niet mee, deze week. Wiens idee was het, om De bruid daarboven te lezen?

– Wat een draak van een stuk, inderdaad!

– Het idee van deze leescursus is om zo’n beetje alles van Multatuli, en een heleboel over hem te lezen dat we kunnen vinden.

– Maar tot nu toe waren de brokken uit het Volledig Werk groot genoeg dat je af en toe iets kon overslaan zonder dat iemand het merkte.

– Ja, en nu moeten we ons door proza heenworstelen als

Er rust een vloek op myn bestaan, freule! Laat my gaan… laat my gaan… en als later uw schoon hart niet geheel door nieuwe indrukken beheerst wordt, zal het my tot troost strekken te weten dat gy u soms de heerlyke ogenblikken herinnert, die ik in uw byzyn heb mogen doorbrengen.

Lees verder >>

De zwarte slaverny was inderdaad een gruwel, maar… ze was openlyk, oprecht, frank

De Multatulileescursus (19)

Door Marc van Oostendorp

– Als je de brieven leest die Multatuli schreef tijdens het werken aan de tweede bundel Ideën, krijg je het idee dat het allemaal maakwerk was. Hij moest nu eenmaal gedachten uit zich persen om geld te verdienen. Maar als je die bundel zélf leest, vind je de ene briljante zin na de andere.

– Je zou bijna spreken van schrijfplezier!

– Nou, maar er staan ook wel hele stukken in die hij voor elders had bedoeld. Zoals die brief van Max Havelaar aan Multatuli, of dat lange antikapitalistische manifest.

– Maar sommige van die ideeën zijn aforismen, en als zodanig veel sterker dan die in deel 1.

– Ja, dat vond ik nou ook. ‘Misschien is niets waar en zelfs dat niet.’ Duh! Lees verder >>

Zou u mij ook kunnen zeggen wie toch die Mukkelitukkeli is?

De Multatulileescursus (18)

Door Marc van Oostendorp

– Het is toch interessant hoe belangrijk brieven voor Multatuli waren. Als hij een tijdje niet publiceerde, had hij kennelijk altijd wel een correspondentiepartner aan wie hij brieven schreef die zo gedrukt konden worden.

– En die dat natuurlijk ook uiteindelijk zijn. Bijvoorbeeld in dit deel van de Volledige Werken.

– Je vraagt je af wat dat voor de schone letteren in onze tijd betekent. Die manier om een motortje aan te laten slaan is voorgoed verdwenen.

– Je kunt natuurlijk altijd nog brieven schrijven.

– Of lange e-mails.

– Maar dat heeft toch iets onnatuurlijks. Twintig jaar geleden, ja, toen werden er nog lange mails geschreven, maar ik hoor daar nu nooit meer iemand over. Ik vraag me af of mensen nog zulke brieven schrijven zoals deze van Multatuli aan Hotz. Lees verder >>

Jy, Mimi, jy houdt den zakdoek voor den neus en roept: ‘Wat is ’t vuil hier!’

De Multatulileescursus (17)

Door Marc van Oostendorp

– Tjonge, mensen, wȧt een taai deel is dit, dat deel 11 van de Volledige Werken!

– Taai? Man, het vuur spat er vanaf! Ik heb rode koontjes gehad! Zelden zulk meeslepend proza gelezen, zelfs bij Multatuli.

– Echt?

– Ja, dit deel bevat toch wel enkele van de mooiste liefdesbrieven uit de Nederlandse geschiedenis.

– Ah, dan moet ik misschien bekennen dat ik het na 1862 heb opgegeven, al dat gecorrespondeer met de uitgever over allerlei details.

– Nou, voor mij begint de spanning al in het voorwoord, waarin de editeur G. Stuiveling uitlegt waarom hij 15 jaar heeft gedaan over het samenstellen van dit deel:

[I]n de jaren ’60 verloor het hoogleraarschap in een hoofdvak met vele honderden studenten het laatste marginale restje vrije tijd, mede doordat de sprongsgewijs toenemende universitaire verplichtingen en ontwrichtingen het onderwijs moeilijk maakten en het onderzoek vrijwel onmogelijk.

– Ja, het begon toen al, zou je kunnen zeggen… Lees verder >>

De historicus moet veel werk verzetten

De Multatulileescursus (16)

Door Marc van Oostendorp

– Man, ik zou je wel kunnen zoenen!

– Dankjewel.

– En mogen we ook weten waar deze spontane uiting van genegenheid vandaan komt?

– Nou, ik had dit boek van Saskia Pieterse nog nooit gelezen. Het heeft helaas ook niet in grote stapels in de winkel gelegen, toen het tien jaar geleden verscheen. Terwijl het voor mij nu al één van de boeken van 2019 is.

– Vond je? Ik vond het een beetje chaotisch.

– Welnee! Ik heb uit dit boek echt honderd keer meer geleerd dan uit dat vervelende boek van Sötemann dat we onlangs moesten lezen. Lees verder >>

Toen hy, jaren later, die schuld wilde afdoen, waren er geen duiten meer, en Leentje was óók dood

De Multatulileescursus (15)

Door Marc van Oostendorp

– Stelling: als Multatuli alleen het verhaal van Wouter Pieterse geschreven had, was hij wereldberoemd geweest.

– Maar hij hééft dat verhaal toch geschreven? Hoezo zou zijn andere werk dan die roem in de weg hebben gestaan?

– Nou, je hebt natuurlijk als beginnende Multatuli-lezer toch eerder het idee dat je met Max Havelaar moet beginnen. En dat is om een aantal redenen ontoegankelijker, bijvoorbeeld omdat er allerlei min of meer zakelijke informatie in het boek verwerkt zit over hoe het bestuur in Nederlands Indië precies in elkaar zat.

– Ja, dat is wat moeilijker te verteren dan fantasie. In die zin is het Wouter-verhaal natuurlijk wel meer een zelfstandig verhaal.

– Behalve dat het dus verweven zit in de Ideën, waar je dan weer allerlei informatie krijgt voorgeschoteld over het kiesstelsel in de 19e eeuw. Lees verder >>

Zeg niet dat ik vreemde woorden maak

De Multatulileescursus (14)

Door Marc van Oostendorp

– Ja, de Ideën!

– Dat wil zeggen: het eerste deel van de Ideën.

– Nu ik het zo aan het lezen ben, valt me op hoe vorm en inhoud bij Multatuli altijd samenvallen.

– Ja, daar zit wat in. Dat brokkelige, dat in de Ideeën zijn definitieve beslag krijgt, dat is ook in zekere zin de boodschap.

– “Misschien is niets geheel waar en zelfs dat niet”. Dan ga je niet vervolgens een boek schrijven waarin één bepaald standpunt wordt verdedigd.

– Behalve dan dat de Javaan wordt mishandeld.

– Mij lijkt duidelijk wat hier gebeurd is. Multatuli was ineens op zijn veertigste van een ambtenaar ergens ver weg ineens heel beroemd geworden. Nu wilde hij laten zien hoe het volgens hem allemaal zat, wat een grote, miskende intellectueel hij eigenlijk was, wat voor een denker. Hij had zoveel in te halen! Eindelijk zou de wereld hem zien zoals hij zichzelf altijd al zag! Lees verder >>

Zij waren stellig veel minder onmogelijke menschen dan Douwes Dekker, maar zij konden dat ook betrekkelijk gemakkelijk zijn

De Multatulileesclub (13)

Door Marc van Oostendorp

– Wat een man, die Nietzsche!

– Ik heb die nieuwe biografie, I Am Dynamite!,  nog niet helemaal uit, moet ik bekennen.

– Dan moet het mooiste voor jou nog komen: de jaren dat Nietzsches zuster haar broer, met wie ze altijd een heel competitieve relatie heeft gehad, hem onder haar hoede neemt en probeert hem de huisfilosoof van A. Hitler te maken.

– Noem dat maar het mooiste!

– Wat ik interessant vind aan dit boek is dat het voornaamste gevoel dat je voor Nietzsche krijgt, er een is van medelijden. Die arme man, altijd maar worstelen en zwoegen, zonder veel succes. En als dat succes dan uiteindelijk komt, wordt hij gek.

– Noem dat maar succes! Lees verder >>

t Is eigenlyk verdrietig, dat een genie als ik zo afhangt van allerlei kleinigheden

De Multatulileescursus (12)

Door Marc van Oostendorp

– Ik heb het idee dat Multatuli in zijn Minnebrieven overtuigend antwoord geeft op het feministische geraaskal dat sommige van jullie vorige week lieten horen.

– Geraaskal?

– Je bedoelt, dat hij zich schandalig tegen die vrouwen gedroeg door er altijd meer dan één aan het lijntje te houden en ze dan de hele tijd tegen elkaar afstreepte? Dat hij aan Everdine schreef dat zij de relatie met Sietske nooit zou begrijpen omdat ze nu eenmaal niet ‘wellustig’ genoeg was?

– Ja, dat bedoel ik. Geraaskal. Je kunt Minnebrieven, dat zijn relatie met Siets en met Everdine op een literaire manier behandelt, toch niet anders lezen dan als een feministisch traktaat.

– Huh? Lees verder >>

Ook zij is een engel van hooge liefde

De Multatulileescursus (11)

Door Marc van Oostendorp

Sietske Abrahamsz

– Iemand in deze club zei onlangs dat er geen mensen meer zijn die Multatuli haten.

– Ja, dat was ik.

– Maar je hebt na dit deel toch wel ongelijk. Ik haat die kerel. Wat een afschuwelijk baasje. Hoe hij met vrouwen omging! In de brieven uit 1861 die we deze keer hebben gelezen, begint Douwes Dekker een verhouding met zijn nichtje Sietske.

– Zeker, hij schrijft daarover in geuren en kleuren.

– Je verwacht dat inderdaad niet van een man die aan zijn eigen vrouw schrijft: Lees verder >>

Ik meen te mogen zeggen dat onder al deze opzichten Max Havelaar als een werk van aanzienlijke waarde mag worden beschouwd.

De Multatulileescursus (10)

– We zijn inderdaad vandaag wel met een klein gezelschap. Jouw aankondiging dat we vandaag over een literatuurwetenschappelijk werk zouden spreken heeft kennelijk heel veel mensen afgeschrikt.

– Ja, het is dan ook wel een boek met een geschiedenis: De structuur van de Max Havelaar van A.L. Sötemann uit 1966.

– Meer dan vijftig jaar geleden alweer.

– Maar het boek werd onder sommige Nederlandse intellectuelen vooral bekend door de karikatuur die Karel van het Reve ervan maakte in zijn Literatuurwetenschap: het raadsel der onleesbaarheid

– Wie was Karel van het Reve? Lees verder >>