Tag: De Multatulileesclub

By elke aanraking met vreemden moet ik me geweld aandoen

De Multatulileescursus (66)

Door Marc van Oostendorp

– Het gekke is: we hebben nu de afgelopen weken twee perioden mee mogen lezen waarin Multatuli door Nederland toerde met ‘;voordrachten’, namelijk in 1878 en 1879. Aantekeningen die hij maakte voor die lezingen zijn de revue gepasseerd, recensies, reacties op recensies, brieven die hij zelf schreef over die ‘voordrachten’, maar ik kan niet zeggen dat ik nu echt een goed beeld heb hoe het was om zo’n voordracht bij te wonen.

Lees verder >>

Een zoentje voor Wouter, ik zal zeker aardigheid in hem hebben

De Multatulileescursus (65)

Door Marc van Oostendorp

– Ik moet toegeven dat ik er in het begin een beetje tegenop zag dat we in deze cursus ook al die delen ‘brieven en documenten’ gingen lezen, maar dat het me tot nu toe alles meevalt.

– Ja, neem nu die brieven uit 1878 die we nu hebben gelezen. Dat is toch weer een hele roman op zich! Ineens krijgen we een inkijkje in de verhouding tussen Mimi en Eduard Douwes Dekker. Want voor het eerst sinds hun huwelijk en eigenlijk sinds hun samenwonen is hij langdurig van huis – op lezingentournee – en schrijft hij warme brieven.

Lees verder >>

Een koningin moet rijk zijn

De Multatulileesclub (64)

Door Marc van Oostendorp

– Als er een prijs was voor de neerlandicus van het jaar 2019, zou die Elsbeth Etty waarschijnlijk niet ontgaan. Twee boeken heeft ze dit jaar gepubliceerd, over Willem Wilmink en over Maarten ’t Hart, daarnaast heeft ze het initiatief genomen voor de Multatuli-leerstoel aan de VU. En dan komt ze op de valreep ook nog met dit boekje, Bedelbrieven voor Multatuli.

Lees verder >>

Niet ’n quasi-geleerde beschaving, niet ’n politisch-kranterige koffiehuis-beschaving, niet ’n salonfrazen-beschaving

De Multatulileescursus (62)

– Multatuli had iets met stilstand. Al in Max Havelaar speelt hij ermee dat hij zijn held best een tijdje kan laten hangen om te gaan uitweiden over allerlei andere zaken. In de tweede helft van dit zevende deel van de Ideën, doet hij dat nog wat uitgebreider. Hij blijft de lezer maar plagen met de vraag of Wouter wel ooit in Haarlem zal aankomen en ondertussen gaat die Wouter steeds trager en trager.

Lees verder >>

Een zeer groot gedeelte des levens bestaat nu eenmaal uit ’n aaneenschakeling van ’t geringe

De Multatulileescursus (61)

Door Marc van Oostendorp

– Ik geloof dat ik vandaag voor het eerst moet zeggen: het viel me niet mee. Misschien doordat we nu toch al veertien maanden met Multatuli bezig zijn, maar ik vond het weinig geïnspireerd, de eerste helft van de zevende bundel Ideën.

– Ik denk echt dat het aan jou lag.

Lees verder >>

Voel je hoe vreeselyk ’t is dit te moeten zeggen van z’n kind?

De Multatulileescursus (60)

Door Marc van Oostendorp

– 1877! Het jaar waarin Multatuli eindelijk deel 7 van de de Ideeën voltooide.

– Ja, dat zou je eigenlijk uit de brieven en documenten die we deze keer lazen niet zeggen, dat het getob nu voorbij was. Want dit was een uitermate tobberig jaar.

– Ja, ‘verdrietig’, zoals hij voortdurend noemt. Hij was neerslachtig, misschien door alle voortdurende aanvallen op zijn persoon.

Lees verder >>

Ik vind men moest niet langer leven dan 50 jaar.

De Multatulileescursus (59)

Door Marc van Oostendorp

– Een van de zaken die je goed kunt bestuderen aan de hand van de brieven en stukken uit het najaar van 1875 en het jaar 1876, is het verschijnsel polarisering.

– Ik vind juist dat Multatuli in deze periode soms wat mat overkomt.

– Nee, ik bedoel ook niet zijn eigen werk, maar wat anderen over hem schrijven. Je hebt inmiddels zeer fanatieke bewonderaars en minstens even fanatieke haters….

Lees verder >>

Zulk een nieuwtje op den 1en April!

De Multatulileescursus (57)

Door Marc van Oostendorp

Johannes van Vloten

– We zouden deze week nog eens terugkomen op stukken uit 1875, en met name de recensies van Vorstenschool die hier zijn afgedrukt.

– Ja, zoals er indertijd kennelijk in de krant ook allerlei artikels verschenen over dat Multatuli mogelijk de repetities zou bijwonen, en dat hij indertijd de repetities had bijgewoond, en dat de eerste voorstelling misschien in Utrecht zou plaatsvinden, maar misschien ook niet, enzovoort.

Lees verder >>

Ik ben in oorlog met Douwes Dekker, die verlangt te deelen in mijn bewondering voor Multatuli

De Multatulileescursus (56)

Door Marc van Oostendorp

Mina Krüseman

– Het gedocumenteerde leven van Multatuli was ook echt nooit saai, hè. Ook in de stukken uit 1875 valt weer veel te smullen.

– Nou, voor mij waren het toch vooral wel héél veel recensies van Vorstenschool, dat in deze periode eindelijk in première ging, met Multatuli’s goede vriendin Mina Krüseman in de hoofdrol van Koningin Louise.

– Maar ondertussen zie je hier de verhouding met die ‘goede vriendin’ binnen een paar maanden tijd volkomen verzuren. En omslaan in ‘vijandschap’.

Lees verder >>

Iedere poging om eenvoudiger en natuurlijker te worden, wordt eerst bejegend met geschreeuw over gezochtheid

De Multatulileescursus (55)

Door Marc van Oostendorp

– Als je Een zaaier van Carel Vosmaer leest, begrijp je wel ongeveer wat Multatuli bedoelde als hij klaagde dat hij niet goed gelezen werd.

– Maar over Vosmaer had hij toch geen klachten? Hij…

– Nee, dat maakt het eigenlijk des te erger. Vosmaer was hem natuurlijk gunstig gezind…

– … hij was denk ik de eerste die een uitgebreidere studie aan zijn werk wijdde?

– … en bovendien was hij inmiddels een persoonlijke vriend. Maar het is allemaal van een zeer laag niveau. Hij komt nauwelijks aan een serieuze analyse toe omdat hij het zo druk heeft met omstandig verklaren hoe geweldig het allemaal is:

Met een enkel woord weet de dichter de fijnste snaren van de ziel te doen trillen, het geheele gemoed in beweging te brengen

– Ja, Een zaaier is meer een reclamebrochure. Zo worden ze tegenwoordig niet meer geschreven, een moderne criticus wil toch niet zo jubelen.

– De uitzondering in onze hedendaagse letteren is misschien Maarten ’t Hart?

Lees verder >>

De natuur heeft zich met Eduard vergist, hy had ’n meisje moeten zyn

De Multatulileescursus (54)

Door Marc van Oostendorp

G. Stuiveling. Bron: Wikipedia.

– We hebben vandaag de brieven en documenten uit het najaar van 1874 gelezen. Het is fijn dat de DBNL de editie van Stuiveling online heeft gezet, maar hij doet toch vooral ook voelen hoe fijn het zou zijn als er een nieuwe digitale editie kwam.

– Want?

– Die Stuiveling liet zich wel voelen, zeg. Altijd maar, in iedere twist, partij kiezen voor de grote held. Iedereen die kritiek had op de grote Multatuli had het natuurlijk bij het verkeerde eind.

– Dat bedoel ik nog niet eens. Ik bedoel meer dat hij van alles en nog wat niet afdrukte. In deze tijd wordt Multatuli duidelijk een onderwerp van heftig publiek debat. Maar het meeste daarvan krijgen we niet te lezen. Eigenlijk zou de Zaaier, de brochure die Vosmaer ter verdediging van de schrijver er in moeten staan, maar zeker ook alle kritiek. Dat wilde Stuiveling niet:

Lees verder >>

Door m’n al te vurig dichterlyk genie heb ik me daar laten verlokken tot ’n overdryving die zeer te betreuren is

De Multatulileescursus (53)

Door Marc van Oostendorp

– Jij zei indertijd dat de derde bundel Ideeën je favoriete boek van Multatuli was. Ik geloof dat voor mij de zesde bundel die status heeft.

– Vanwege Woutertje.

– Vanwege Wouter Pieterse inderdaad. Deze bundel bevat het grootste brok van die roman, en anders dan in eerdere delen zijn er niet van die hele lange onderbrekingen waarin Multatuli ineens zijn mening over van alles en nog wat wil geven.

– Klopt nu dat al deze belevenissen nauwelijks een rol hebben gespeeld in de Nederlandse letterkundige beschouwing? Meestal gaat het als het over Wouter gaat toch over de gedichtjes die meester Pennewip moet even of juffrouw Laps die een zoogdier is, kortom, over veel vroegere fragmenten

– Ik weet niet, heb je dat onderzocht?

Lees verder >>

Ik ben in myn kring de hoofdpersoon, en niet myn vrouw en kinderen noch Mimi!

De Multatulileescursus (52)

Door Marc van Oostendorp

Mina Krüseman als Louise (bron: Wikipedia)

– De brieven uit 1874 vormen een roman. Een roman met een duidelijk thema: Multatuli tussen vijf vrouwen.

– Vijf?

– Er is natuurlijk zijn vriendin Mimi, waarvan hier een paar heel mooie brieven en dagboekaantekeningen zijn opgenomen. Er is een meisje dat een tijdje bij Mimi en Multatuli is komen wonen samen met haar op sterven liggende broer en met wie Multatuli een troebele affaire begint. Er is de actrice Mina Krüseman die een stormachtige vriendschap begint met de schrijver en met Mimi. En dan helemaal aan het eind overlijdt, volkomen onverwacht, Tine.

– Ja, Multatuli lijkt daar geen moment echt om te treuren. Hij wil zijn zeventienjarige dochter Nonni – die hij al vier jaar niet heeft gezien – uit Italië ophalen en merkt tot zijn schrik dat zij daar helemaal niet van gediend is.

– Nonni is de vijfde vrouw.

– Een heerlijk deel vond ik dit, een soort scheikundig experiment. Hoe reageert de persoon Multatuli op zo verschillende persoonlijkheden.

Lees verder >>

ἐκ πάντων ἓν καὶ ἐξ ἑνὸς πάντα

De Multatulileescursus (51)

Door Marc van Oostendorp

– … en Hugo heeft op het laatste moment afgezegd!

– Zodat we deze week dus maar met zijn tweeën zijn. Misschien is het dan niet zo aardig om door te gaan met het bespreken van de Volledige Werken. Te veel mensen missen dat dan.

– Misschien kunnen we het dan een keer hebben over iets waar de meeste van onze vrienden niet echt voor lijken te komen: Multatuli’s stijl.

– Zijn stijl?

Lees verder >>

‘Mooi’ vinden beteekent niets

De Multatulileescursus (50)

Door Marc van Oostendorp

– Als ik een overkoepelend thema zou moeten geven voor de de brieven en documenten van 1873 in deel 16 van de Volledige Werken, zou ik zeggen: Multatuli en de kritiek.

– Hè, wat heerlijk, we krijgen college!

– Om te beginnen is er de wonderlijke correspondentie met eerst J.W.T. Cohen Stuart, en even later ook diens vader, A.B. Die J.W.T. is een student en bewonderaar van Multatuli en uit die bewondering door vrij onomwonden allerlei kritische vragen te stellen. Bijvoorbeeld stelt hij de netelige kwestie aan de orde dat Multatuli aan het eind van Max Havelaar wel allerlei grote woorden gebruikte, maar daar in de 13 jaar die er sinds publicatie waren voorbij geschreden, maar weinig van had waargemaakt:

Ik houd, tot nader order, de laatste strofe van uw verschrikkelijk boek voor onwaar.
Heeft U uw boek vertaald in de weinige talen die U kendet? Heeft U nieuwe talen aangeleerd, om daarin dat boek over te brengen? Heeft U uw boek vertaald in d’Oostersche Talen? Kendet Ge die wel?
Heeft U ‘Klewang-wettende krijgsliederen geslingerd in de gemoederen van hen, wien Ge hulpe hebt toegezegd, gij Multatuli’?
Heeft U den wettigen weg van geweld betreden?
Neen, neen, duizendmaal neen! Dat alles deed U nooit!

Lees verder >>

Weg met de ouders! Roep mee, papa!

De Multatulileescursus (49)

Door Marc van Oostendorp

– Vorige week zijn we niet erg ver gekomen met onze discussie van bundel V van de Ideën. Eigenlijk hebben we alleen Multatuli’s kritiek op Floris V van Bilderdijk echt behandeld.

– Dat is dan ook een onderschat deel van het Volledig Werk.

– Juist, daar hebben we het vorige week dus over gehad. Ik geloof echter dat er nog wel meer te bespreken is in deze bundel.

– Ik zou zeggen, brand los.

– De Wouter-geschiedenis! Die passage waarin Wouter bij de zogenaamd zo keurige juffrouw Laps moet komen die hem over de catechesatie zou overhoren, maar hem koekjes geeft en wil zoenen!

Lees verder >>

Wie niet meer weet dan uit ’n kroniekschryver te leren valt, deed beter te zwygen.

De Multatulileescursus (48)

Door Marc van Oostendorp

Willem Bilderdijk op zijn ziekbed

– Wat heerlijk dat Multatuli hier weer aan zijn Woutertje Pieterse begint! Dat is werkelijk mijn favoriete boek van hem.

– Je blijkt niet de enige te zijn. Aan het eind van deze vijfde bundel Ideën zegt hij dat heel veel lezers hem verzochten om met Wouter door te gaan.

– Ja, en om de soms tientallen pagina’s lange uitwijdingen af en toe wat in te korten.

– Of weg te laten. Ik vind dat ook vreselijk lastig lezen, dat zo’n verhaal voortdurend onderbroken wordt door bijvoorbeeld een omvangrijke kritiek op Floris V van Bilderdijk.

– Gelukkig voor jullie zijn er ook uitgaven van alléén het Wouter-verhaal.

– Maar menen jullie dat nu? Ik vind juist dat in dit deel heel duidelijk wordt hoe het verhaal een uitwerking is van de ideeën, maar omgekeerd de ideeën ook een uitwerking zijn van het verhaal.

Lees verder >>

Maar gij verwacht toch niet, dat de domste kerel alle vraagstukken onderzoeken zal?

De Multatulileescursus (47)

Door Marc van Oostendorp

Mimi Hamminck-Schepel

– We zouden het, nu we bij deel 15 zijn aanbeland, toch ook eens over die Volledige Werken kunnen hebben. Wat een clubblad was dat toch!

– Een clubblad?

– Ja, dat wonderlijke in memoriam van Henri A. Ett (1908-1982) waarmee het besluit, heb je dat gelezen?

– Ik wist niet dat het ook tot de stof behoorde.

– Garmt Stuiveling (‘voorzitter Multatuli-Genootschap’) en toevallig ook hoofdredacteur van de Werken, neemt de vrijheid om een overleden medewerker te herdenken, en dat in een stijve stijl vol ‘frasen’ waar Multatuli wel raad mee had geweten:

Ofschoon hij zich de laatste tijd, teruggekeerd naar de geliefde stad van zijn jeugd, aan de meeste werkzaamheden onttrok, is zijn dood een gevoelig verlies. Zijn nagedachtenis zal in onze kring in ere worden gehouden.

– ‘Onze kring’! Die van de Multatulianen!

– Mensen, mag ik eraan herinneren dat we ook nog tientallen brieven hebben gelezen van en aan Multatuli? Uit het voorjaar van 1873?

Lees verder >>

Stonde, kutwater of zoiets


De Multatulileescursus (46)

Door Marc van Oostendorp

– Uit de Vierde Bundel Ideën spreekt vooral: grote vermoeidheid.

– Huh? Er zijn weinig geschriften in de Volledige Werken die zo polemisch zijn. Vol vuur gaat hij erop in! Heel Nederland krijgt ervan langs!

– Misschien, maar de tekenen van vermoeidheid zijn er voortdurend. Je ziet die combinatie van polemiek en uitputting in zinnen als:

Ook ik hoop niet lang te leven – schoon ik nog veel te doen heb – maar hoef waarachtig van ’t banquet de la vie niet op te staan uit schaamte dat ik te veel genoot, en te weinig bydroeg.

– Dat is natuurlijk een gevolg van Multatuli’s schrijfritme. Doordat hij almaar doorschrijft, is het resultaat afhankelijk van zijn humeur van het moment. Er zijn weinig Nederlandse schrijvers die zoveel humeuren in hun werk laten zien als hij.

– En ik beweer dus dat het overwegende humeur in dit deel dat is van vermoeidheid. Of, zoals hij zelf zegt: verdriet.

– Het is mooi gezegd, maar ik vind het vooral langdradig, dat eindeloze jeremiëren over hoeveel onrecht hem is aangedaan. Ik moet toegeven dat ik af en toe een paar bladzijden heb overgeslagen.

Lees verder >>

‘Ik wil met jou naar bed toe gaan’ is fyn.

De Multatulileescursus (45)

Door Marc van Oostendorp

– In de brieven die we twee weken geleden lazen kon je zien dat Multatuli zich veel had voorgesteld van Vorstenschool. Hij vond dat hij sinds Max Havelaar werd doodgezwegen en hij hoopte dat hij dit met dit toneelstuk kon doorbreken.

– Is dat eigenlijk gelukt?

– Het is in ieder geval duidelijk dat het stuk na een aantal jaar na eindeloos aandringen van zijn grote bewonderaar, de energieke en originele Mina Krüseman, werd uitgevoerd en dat het lange tijd op het repertoire heeft gestaan van allerlei gezelschappen. Het is mij niet duidelijk of er daarna ook meer over zijn andere werk werd gesproken. Ik geloof het eigenlijk niet.

– Ik vond er eerlijk gezegd weinig smaak aan zitten, dat hele Vorstenschool. Multatuli was toch vooral een prozaschrijver. Die vijfvoetige jamben doen zijn stijl geen goed.

– Ja, maar dat zeg je als eenentwintigste-eeuwer. Multatuli probeerde hier duidelijk zijn boodschap te gieten in een kunstzinnige vorm die vooral zijn eigen tijdgenoten zou aanspreken: een drama in blanke verzen. Wat wil zeggen dat ze metrisch zijn, maar niet rijmen:

(…) Leven moet de mens,
Dat is: gevoelen, denken, werken, streven,
En vruchten dragen, honderd… duizendvoud!
Wie niet meer geeft dan hy ontving, is… nul,
En deed met z’n geboorte onnodig werk.’

Lees verder >>

Maar ’n arm mensch doet wat hy kan, en niet wat hy gaarne zou willen.

De Multatulileescursus (44)

Door Marc van Oostendorp

 

Schaakpartij Multatuli tegen J.L. Switzar

– Wat een eigenaardig boekje was dit, over Multatuli als schaker!

– Ja, de auteur vond het kennelijk ook een beetje mal, om ter gelegenheid van de 150e verjaardag van Multatuli (in 1970) een boekje te maken over iets dat nu toch niet echt centraal stond in het leven van de schrijver.

– Ik ben daar dol op! Alles weten over één persoon, die helemaal in beeld brengen! Inclusief zijn hobby’s van de oude dag.

– Ik wist niet dat jij zo’n fan was van Multatuli.

– Je hoeft toch ook geen fan te zijn. In zekere zin is Multatuli óók een toevallige voorbijganger, die allerlei interessante kanten had, die zich goed kon uiten, en tegen wie je dus op verschillende manieren kunt aankijken. Het gaat er niet om dat we hem bewonderen, maar dat we hem kunnen bekijken. Lees verder >>

Een dikbeschaduwd vraagteeken met vraagteekens er achter

De Multatulileescursus (43)

Door Marc van Oostendorp

– Een van de aardige ontdekkingen in de brieven uit 1872 is het plezier dat Multatuli als vakman bleek te beleven.

– Ja, hij had zich nog maar net tot beroepsschrijver uitgeroepen of hij leek het schrijverschap al zowaar leuk te vinden.

– Belangrijker was misschien wel dat hij zo’n goede én aardige uitgever had gevonden, G.L. Funke. Voor het eerst was er iemand bezig met iets van Multatuli’s werk te maken, en meteen wordt de schrijver een en al professional: uitgebreide beschouwingen over wat er allemaal gecorrigeerd moet worden…

– … Ja, of het probleem hoe je al die noten bij de Ideën eigenlijk moet zetten: onderaan de pagina in een kleiner font? Aan het eind van ieder Idee?…

Ik vrees, ik vrees, dat de noten altyd leelyk staan zullen. Ik zag dit reeds in by ’t schryven, maar wist geen andere manier. Achter in den bundel is nog onsmakelyker.

– … een probleem dat uitgevers nog lang zou plagen, en pas zou worden opgelost door de komst van hypertekst.

– Een ander grappig voorbeeld is dat hij denkt dat de Ideën geïllustreerd moeten worden. Hij geeft daar aan zijn uitgever een aantal voorbeelden van.

– Maar dat zijn nu niet bepaald inspirerende voorbeelden:

Lees verder >>