Tag: cultuurgeschiedenis

De durf van het grote gebaar

Door Marc van Oostendorp

Eind vorig jaar werd Rens Bod volkomen terecht door de Universiteit van Amsterdam uitgeroepen door UvA’er van het jaar. Hij is een academicus die zijn verantwoordelijkheid als intellectueel neemt. Hij is enorm breed belezen, heeft twee jaar geleden een zware administratieve taak op zich genomen, is een van de belangrijkste drijvende krachten achter WO in actie, en ontpopte zich de laatste jaren behalve als informaticus en taalkundige ook nog eens als historicus van de wetenschappen.

Enkele jaren geleden verscheen van hem De vergeten wetenschappen, waarin hij liet zien hoe belangrijk geesteswetenschappen waren geweest in de ontwikkeling van ‘de’ wetenschap. In een nieuw boek, Een wereld vol patronen, zet hij die lijn door – nu nóg grootser opgezet: dit boek gaat, aan de hand van 10 casuswetenschappen, waaronder wiskunde, sterrenkunde, taalkunde, geschiedswetenschap en rechtswetenschap over de ontwikkeling van álle wetenschap, over de hele wereld en sinds we iets weten over de cognitie van homo sapiens.

Lees verder >>

7 juni, Nijmegen: Mini-symposium over water

Op donderdag 7 juni vindt aan de Radboud Universiteit een mini-symposium over water plaats. Water heeft allerlei functies in de samenleving: het is een bron van leven, maar het kan ook een bedreiging vormen als gebieden door overstromingen getroffen worden. Water heeft ook talloze kunstenaars door de eeuwen heen geïnspireerd. Sprekers van verschillende achtergronden buigen zich over het fenomeen water en de rol ervan in onze cultuur en daarbuiten.  Voor het programma en meer informatie, zie het evenement op de website van het project Dealing with Disasters.

De toegang is gratis. Aanmelden bij Lotte Jensen (l.jensen@let.ru.nl) voor 1 juni 2018.

Datum: 7 juni, tijd: 14.00-17.00 uur. Plaats: Radboud Universiteit, Spinozagebouw, lokaal SP A 01.14, Montessorilaan 3, Nijmegen.

De democratische erfenis van 68: waar staat de universiteit vandaag?

De studentenprotesten van 1968 stelden modernisering, democratisering en sociale gelijkheid centraal. Aan de universiteiten eisten de studenten meer inspraak en maatschappelijk engagement. Hoe schatten we anno 2018 de democratische erfenis van 68 in? Hoe is het gesteld met de maatschappelijke kerntaak van de universiteit om een brug te slaan met de samenleving? De Utrechtse hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde Geert Buelens (auteur De jaren zestig: een cultuurgeschiedenis) gaat op maandag 23 april aanstaande in deBuren in Brussel in gesprek met wetenschappers uit Vlaanderen en Nederland aan de hand van drie deelonderwerpen.

Meer informatie bij deBuren

 

In de achteruitkijkspiegel van de Daf: Thomas Vaessens’ ‘tegengeschiedenis’ van naoorlogs Nederland

Door Wilbert Smulders

In De Daf van mijn vader heeft Thomas Vaessens een vergeten stukje Nederlandse cultuurgeschiedenis grondig beschreven.

Hoewel hij het verband zelf niet legt, zie ik een duidelijke overeenkomst met de aanpak in Mythologies van Roland Barthes uit 1957. Mythologies is de inmiddels beroemde verzameling korte essays waarin Barthes een aantal collectieve beelden uit de populaire Franse cultuur van 1954-1955 onder de loep nam. Hij koos beelden die door veelvuldig gebruik gaandeweg de indruk waren gaan wekken natuurlijke verschijnselen te zijn en ontdeed ze van hun vanzelfsprekendheid. Dusdoende onthulde hij dat onder die dagelijkse betekenislaag een portee schuil ging die minder bewust was maar zeker niet minder sturend werkte, en die volgens Barthes verwees naar mythen waarop de toenmalige, Franse, burgerlijke cultuur berustte. Het bekendste beeld uit Barthes’ catalogus is ongetijfeld La D.S. 19, dat hij in het hoofdstukje ‘La nouvelle Citroën’ behandelt. Lees verder >>

Turn. Cultural? Historical?

Door Johan Oosterman

Er is iets opvallends gaande in de wereld van de letterkundige neerlandistiek. In razend tempo verschijnen er boeken waarvan je niet zou vermoeden dat ze zijn geschreven door hoogleraren letterkunde als dat niet op de achterkant stond.

De Daf van mijn vader is een ‘een bijzonder verhaal over het naoorlogse Nederland aan de hand van de Daf. De introductie ervan, in 1958, was een duizelingwekkende prestatie. Vanuit het niets, in een land zonder noemenswaardige industriële traditie, was er opeens dat Nederlandse autootje met het “pientere pookje’.’ Thomas Vaessens beoefent hier cultuurgeschiedenis van de goede soort, die aansluit bij de prachtige boeken van Neil MacGregor (met Germany, Memories of Nation als hoogtepunt) waarin objecten het uitgangspunt vormen.

Kort nadien verscheen van Geert Buelens De jaren zestig: een cultuurgeschiedenis. Buelens, die met zijn eerdere Europa Europa ! al ver buiten de grenzen van de Nederlandse letterkunde was getreden, gaat nu een paar stappen verder en schrijft een even omvangrijk als wijdreikend boek over een bewogen decennium vol ontwikkelingen die zorgden ‘voor een omwenteling van waarden’.

En vandaag zag ik de aankondiging van weer een boek van een hoogleraar Nederlandse letterkunde. Van Jan Konst verschijnt in april De wintertuin een Duitse familie in de lange twintigste eeuw. Het boek volgt het leven van Hilde Grunewald, geboren in 1902 in Meißen, die keizertijd, Weimarrepubliek, twee wereldoorlogen en de opkomst en ondergang van de DDR meemaakt. Konst verhaalt over ‘het leven van Hilde, haar ouders, haar kinderen en kleinkinderen, gewone mensen met een ongewone geschiedenis.’ Grote en kleine geschiedenis dooreen. Lees verder >>

12 maart 2018, Utrecht: De onverwachte jaren zestig: boekpresentatie Geert Buelens

Op 12 maart organiseren Tivoli, het Literatuurhuis, deBuren, het Center for the Humanities (UU) en Ambo/Anthos een avond over de jaren zestig, naar aanleiding van de verschijning van De jaren zestig. Een cultuurgeschiedenis; het langverwachte nieuwe boek van de Utrechtse hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde Geert Buelens waarin het gehate en geliefde decennium voor het eerst in een mondiaal perspectief wordt gepresenteerd. Lees verder >>

Literatuur voor luistervinken

Door Marc van Oostendorp

“Iedereen weet”, schreef E. du Perron in 1939, “dat over literatuur spreken voor de radio een lager peil, lagere maatstaven vereist, dan zelfs over literatuur schrijven in een provinciale krant.” Want over literatuur praat je natuurlijk niet – je schrijft!

Het was een vaker gehoord geluid in de beginjaren van de Nederlandse radio, laat Jeroen Dera zien in zijn boek Sprekend kritiek. Literatuurprogramma’s in de vroege jaren van de Nederlandse radio en televisie. De radio was sowieso niet een medium voor intellectuelen – te oppervlakkig, te lawaaierig, te nadrukkelijk lonkend naar het platte amusement. Een echte criticus schreef een elegant essay en liet zich niet ringeloren door de snelle jongens van de radio – behalve misschien om een centje bij te verdienen, want ze betáálden kennelijk wel. Lees verder >>

CFP: Literature without Frontiers?

Next year (9-10 February, 2018) a conference will be organised at Ghent University  about perspectives for a transnational literary history of the Low Countries. This conference – Literature without Frontiers? – aims to bring together a number of telling examples that advocate a transnational perspective for the construction and writing of the literary history (histories?) of the Low Countries in the period 1200-1800. We invite scholars of the periods involved to address case studies (authors, texts, translations, mechanisms of textual production, motifs, tropes, genres) that on account of their ‘transnational’ character have fallen outside the scope of the current attempts of literary historiography.

Lees verder >>

Call for papers Jaarcongres De Zeventiende Eeuw 2017

Geheime Praktijken. Secreten, spionage en stiekem gedoe in de zeventiende eeuw

Zaterdag 26 augustus 2017, Universiteit van Amsterdam

De zeventiende eeuw wordt regelmatig aangeduid als “The age of secrecy”. Maar terwijl er internationaal veel aandacht is voor geheimhouding, spionage en clandestiene kennis, zijn deze thema’s in de geschiedenis van de Nederlanden nog maar mondjesmaat onderzocht. De Republiek in het bijzonder wordt eerder gezien als een relatief open en tolerante samenleving dan als een land van geheimhouding. Toch weten we dat stiekem gedoe ook in de Nederlanden geen uitzondering was: bestuurders konkelden in achterkamers, Den Haag en Brussel waren centra voor spionage, er werd in geheimschrift geschreven en gildes, handelaren, wetenschappers en kunstenaars hielden vakkennis vaak angstvallig voor zich. Bovendien werden nut en noodzaak van geheimen op verschillende terreinen bediscussieerd en werd (het ontdekken van) geheimhouding verbeeld op schilderijen en in allerlei teksten. Meer onderzoek is nodig om deze vormen van geheimhouding te onthullen. Dit congres wil daarom een zo breed mogelijk scala aan geheime praktijken belichten om antwoord te geven op de vraag: was de zeventiende eeuw voor de Lage Landen inderdaad de eeuw van de geheimhouding? Lees verder >>

Jaarcongres Werkgroep Achttiende Eeuw

Op 13 januari 2017 organiseert de Werkgroep Achttiende Eeuw haar jaarcongres. Dit jaar is gekozen voor het thema Conservatisme in de 18e eeuw. Het congres vindt plaats in de Faculty Club van de Radboud Universiteit Nijmegen. Als sprekers zijn onder anderen uitgenodigd Alicia Montoya (Radboud Universiteit), Annelien de Dijn (Universiteit van Amsterdam), Wessel Krul (Rijksuniversiteit Groningen) en Andreas Kinneging (Universiteit Leiden). Lees verder >>

Variatie en verandering van het Latijn

Door Marc van Oostendorp

coverWe spreken in de Lage Landen misschien sinds 2500 jaar een taal die je Nederlands kunt noemen, of een voorloper van het Nederlands. Maar het Latijn wordt in onze streken ook al zo’n 2000 jaar gesproken. En natuurlijk, het is altijd een minderheidstaal geweest, maar lange tijd was het wel de taal van een minderheid die cultureel, economisch en politiek de dienst uitmaakte. Bovendien had je overal in Europa dergelijke elites.

Het boek Latijn. Cultuurgeschiedenis van een wereldtaal van Jan Bloemendal, onderzoeker aan het Huygens Instituut, geeft een redelijk handzaam en toegankelijk overzicht over de geschiedenis van de taal – van het allereerste begin, als de streektaal van Latium, het gebied rond Rome (het tegenwoordige Lazio) tot aan de huidige tijd, waarbij de nadruk overigens wel ligt op de periode vanaf 200 jaar voor het begin van onze jaartelling tot en met het Neolatijn van de Renaissance. Hij beschrijft hoe de taal een wereldtaal kon worden: niet eens zozeer doordat de Romeinen aan de veroverde gebieden die taal oplegden alswel doordat het voor de inwoners van die gebieden simpelweg handig was om met de overheersers over handel en recht te kunnen praten; hoe de taal bij het instorten van het (West-)Romeinse rijk als het ware onderdook in de kloosters en de kerken, maar daarmee ook de taal van de intellectuele elite werd. En hoe het tijdens de Renaissance het geluk had nu weer als de taal van de moderne tijd te worden beschouwd.

Lees verder >>

Koningsdag 1874

Door Leonie Cornips

Vandaag is alweer de derde keer dat er een Koningsdag te vieren valt in plaats van Koninginnedag.

De twintigste eeuw kende alleen koninginnen, de negentiende eeuw koningen. Hoe keek Limburg in de negentiende eeuw tegen de Nederlandse koningen aan? Al in 1845 bezocht Koning Willem II Rolduc in Kerkrade hoewel het koningshuis in die tijd, zo schrijft historica Karen Arijs, niet erg populair was. Volgens Arijs – die net gepromoveerd is op het proefschrift Regionaal bewustzijn en nationale identiteit. Vieringen, herdenkingen en optochten in Belgisch- en Nederlands Limburg, 1866-1938 – was Rolduc wel erg koningsgezind. Vanaf 1850, dus net na de inhuldiging van koning Willem III in 1849, vierde men op Rolduc de geboorten en huwelijken in de koninklijke familie met Oranjefeesten. Men zong het Wilhelmus en van ‘Wien Neêrlandsch bloed’ tijdens diners en bijzondere gelegenheden. Rolduc liet de Nederlandse vlag wapperen en bezorgde telegrammen aan het koningshuis.
Lees verder >>

Uit de archieven van ’t Meertens Instituut: de proefkaarten ‘hooivork’ en ‘houten vork’

door Jan Stroop
Een van de aardigste bezigheden die ik op ’t Meertens instituut te doen had, was ’t tekenen van proefkaarten voor de Taalatlas. Je voelde je een beetje ambachtsman en bij dat tekenen kon je ook regelmatig verrast worden. Geen twee taalkaarten zijn namelijk ’tzelfde en terwijl je doende bent de symbooltjes een voor een op de invulkaart in te tekenen, nemen de verschillende woordgebieden hun unieke vorm aan. Lijkt een beetje op ’t ontwikkelen van een foto, waarbij de afbeelding ook langzaam tevoorschijn komt.

Lees verder >>

‘Amerika!’ – Congres van de Werkgroep De Negentiende Eeuw


Op 11 december 2015 houdt de Werkgroep De Negentiende Eeuw haar jaarlijkse congres, deze keer getiteld ‘Amerika!’. Het congres vindt plaats in de Doelenzaal van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam, Singel 425, Amsterdam.
Thema ‘Amerika!’
Vanaf het einde van de achttiende eeuw bestond er een drukke uitwisseling van contacten tussen Nederland (Noord-Nederland en Vlaanderen) en de Verenigde Staten van Amerika. Geleerden, kunstenaars, handelaren, toeristen en emigranten maakten de Atlantische oversteek. Al snel ontstond er een levendig verkeer van personen, goederen en ideeën tussen beide continenten. Politieke revoluties inspireerden elkaar over en weer en economieën raakten met elkaar verbonden. Grote hoeveelheden katoen, stoommachines, maar ook kunstcollecties werden verscheept naar de andere kant van de oceaan. Tegelijkertijd sprak Amerika tot de verbeelding van schrijvers, kunstenaars, avonturiers en het grote publiek. Op zijn beurt vormde Nederland aan het einde van de eeuw een inspiratiebron voor de Amerikanen op zoek naar een democratisch verleden: de tijd van ‘Holland Mania’. 

Lees verder >>

Studiemiddag SVVT


Op vrijdag 6 november 2015 organiseert de Stichting Vrouwengeschiedenis van de Vroegmoderne Tijd (SVVT) een studiemiddag rond het thema Emoties in de vroegmoderne tijd.
De geschiedenis van emoties is al enkele decennia een rijzende ster binnen het internationale onderzoek naar de vroegmoderne cultuurgeschiedenis. Ook Nederland blijft niet achter en in 2011 is het onderzoekscentrum ACCESS (Amsterdam Centre for Cross-Disciplinary Emotion and Sensory Studies) opgericht: een interdisciplinair platform dat een keur aan wetenschappers bijeenbrengt die de culturele productie en expressie van emoties bestuderen. Als locatie voor de studiemiddag is gekozen voor de thuisbasis van ACCESS, de Vrije Universiteit van Amsterdam waar, op dit moment de tentoonstelling ‘Compassie in de vroegmoderne tijd’ te bezichtigen is.
Het programma bestaat uit een inleiding op de tentoonstelling van samensteller Kristine Steenbergh. Vervolgens zullen twee van de oprichters van ACCESS, Inger Leemans en Erika Kuijpers, spreken over hun recente onderzoek.
Alle (praktische en inhoudelijke) informatie over de studiemiddag is te vinden op de website van de SVVT: http://vroegmodernevrouwen.com/2015/09/25/save-the-date/

Uit de archieven van ’t Meertens Instituut: de proefkaart ‘etter’

door Jan Stroop



’t Vakgebied dat mijn werkterrein werd toen ik in 1966 aangesteld werd bij ’t Dialectbureau, ’t latere Meertens Instituut, was de taalgeografie, meer in ‘t bijzonder de woordgeografie. Dat is   een vakgebied dat zich bezighoudt met de
verspreiding van heteroniemen en de verklaring van hun verspreidingspatronen op de landkaart. De woordgeograaf verzamelt de verschillende benamingen (heteroniemen) voor een bepaald begrip of een voorwerp, meestal door middel van vragenlijsten. 
De vragenlijsten die ’t Dialectbureau jaarlijks naar zijn correspondenten rondstuurde waren ook met dat doel opgesteld. De binnengekomen vragenlijsten werden dan doorgenomen om te zien of de antwoorden op een bepaalde vraag voldoende variatie vertoonden. Was dat ’t geval dan werden de antwoorden een voor een op fiches genoteerd die vervolgens naar naamtype geordend werden.

Congres: Crisis! Repertoires van crisisbeleving in cultuurwetenschappelijk perspectief‏


Op 13 en 14 november 2014 organiseert de faculteit Cultuur- en rechtswetenschappen van de Open Universiteit het congres Crisis! Repertoires van crisisbeleving in cultuurwetenschappelijk perspectief in het Allard Pierson Museum in Amsterdam. Doel van het congres is om te analyseren op welke verschillende manieren in het verleden is omgegaan met perioden van neergang. Hoe hebben groepen en individuen (vermeende) crises beleefd? Ongeacht of daadwerkelijk sprake is geweest van een periode van neergang, beoogt dit congres de individuele of collectieve ervaring ervan centraal te stellen. Is wellicht sprake geweest van patronen, of “discursieve repertoires” van crisisbeleving? Door verschillende casestudies naast elkaar te plaatsen kunnen mogelijke verschuivingen in de tijd worden waargenomen in de perceptie van crises, alsmede uiteenlopende uitwegen uit de crises.
Op het programma staan onder meer vier sessies, over ‘Crisis in het Europese zelfbeeld’, ‘Grootschalige rampen’, ‘Stedelijke crisis’ en ‘Crisis en het boek’. Voor het volledige programma, zie http://www.ou.nl/web/cultuurwetenschappen/congres-programma.
Het congres is gratis toegankelijk, maar aanmelden is gewenst. Dit kan via de website: http://www.ou.nl/congres-crisis. Daar is ook uitgebreide informatie over het congres te vinden.

De menschheid zal er spijt van hebben, ’n boek is álles!

Over boekenjoden

Door Marc van Oostendorp


‘Boekenwurm werd boekenjood’, kopte de Nieuwe Leidsche Courant in 1950 boven een artikel waarin een journalist een dag was meegelopen met een marktkoopman. Meteen schreef een lezer een boze brief, maar volgens de krant was er sprake van een ‘bekende uitdrukking’ die zeker niet beledigend was: “Bovendien bleek uit het artikel zonneklaar, dat de schrijver deze nijvere kooplieden als zijn beste vrienden beschouwt en dat ’t hem een groot genoegen was ook eens een dag hun aantrekkelijk beroep te mogen uitoefenen.”

Toch raakte het woord sinds die tijd snel in onbruik en inmiddels is het vrijwel vergeten. In zijn boekje De handel en wandel van de boekenjood, dat vandaag gepresenteerd wordt op de Boekenmarkt op de Dam, trekt de journalist en historicus Ewoud Sanders de geschiedenis na van de (Nederlandse) boekenjood: zowel van het woord, als van de mensensoort.

Het precieze woord boekenjood werd vooral gebruikt sinds het begin van de negentiende eeuw – Sanders’ eerste vindplaats is van 1841. Daarvoor was boekensmous gebruikelijker – smous was een scheldwoord voor Joden, en trouwens bij uitbreiding ook voor niet-Joodse rondreizende handelaren.
Lees verder >>

Aankondiging: Early Modern Europeanism 1648-1815

Date: Friday 6 June 2014
Location: University of Amsterdam, Bungehuis 1.01

The idea of Europe is generally considered to be the typical product of a war-ridden twentieth century. If a European ideal is thought to have existed before the establishment of the European Coal and Steel Community (ECSC) in 1952, its roots are generally sought in the Interbellum. However, thoughts on Europe were also prevalent in Europe prior to 1914.

During this conference we will study the early modern tradition of European thinking between 1648 and 1815. Various questions will be addressed, such as: what forms does early modern Europeanism take? Is the theme of Europe important primarily in times of peace (as during the Peace of Westphalia, Ryswick, Utrecht, and Vienna), or does it continue to be prevalent in public opinion? How do concepts of Europe in literature, political writings, and international law interrelate? How do European visions relate to the emergence of an early modern ‘national’ consciousness? Does the past play a role in early modern Europeanism, and if so, which past? What is the relationship between protestant, catholic, and European thought and does the concept of Europe differ from the earlier concept of the ‘respublica christiana’? And finally: is there a development in the way Europe was perceived in the period between 1648 and 1815?

Lees verder >>