Tag: constructies

Taalconstructies in tijden van corona

Door Marten van der Meulen

Alles wordt beïnvloed door het coronavirus: ook taal. We hebben een aantal nieuwe woorden, de communicatie over het virus is interessant, en eerder deze week zag ik bijvoorbeeld het blog dat ik wist dat ging komen, over het gebruik van metaforen rondom corona-berichtgeving. Wat mij op mijn beurt dan weer opviel was de titel van dat blog: Metaphors in the time of coronavirus. De constructie die in die titel wordt gebruikt hebben we in het Nederlands ook, in een variant: X in tijden van Y. Voor mij is deze constructie vooral bekend door de titel van Gabriel Garcia Marquez’ boek Liefde in tijden van cholera (1985)Misschien vanwege de ziekte in die titel viert deze constructie de laatste weken hoogtij, in deze tijden van corona.

Lees verder >>

Meer neerlandistiek is meer beter

Door Marc van Oostendorp

Ik zie toch echt regelmatig allerlei jonge mensen. Al tientallen jaren sta ik regelmatig voor groepen twintigers en sinds ik vader ben verkeer ik ineens ook weer in de wondere wereld der moderne dertigers. Maar ze zeggen nooit iets tegen mij, althans nooit iets waar ik iets aan heb.

Ik moet het allemaal van collega’s hebben. Zoals mijn Nijmeegse collega Edwin die vrijdag ineens tweette:

Of dit wel of niet ‘fout’ is, lijkt me niet het belangrijkste aspect van deze constructie. Belangrijk is dat het inderdaad kennelijk al minstens 12 jaar gezegd wordt en dat ik er nog nooit van gehoord had.

Lees verder >>

Uit kracht dan van de bevoegdheid

Door Ton van der Wouden

Promotieplechtigheid aan de UvA. Bron: Wikimedia

“Het is de doem van de taalkundige om voortdurend met zijn objekt van studie gekonfronteerd te worden”, aldus de laatste stelling, behorende bij het proefschrift van Jack Hoeksema (Groningen 1984). Dat werd maar weer eens bewezen toen ik nietsvermoedend een Leidse promotie bijwoonde. De kandidaat had zich met succes door het rituele spel van vraag en antwoord geworsteld, de commissie had zich teruggetrokken voor beraad en had haar (commissie is toch vrouwelijk?) plaats weer ingenomen achter de tafel, en de promotor kreeg het woord voor de rite de passage van de doctor-wording. De uitgesproken formule culmineerde in de volgende slotzinnen:

Volgaarne aanvaard ik de taak, mij door de rector magnificus der universiteit opgedragen. [staande] Uit kracht dan van de bevoegdheid, ons bij wet toegekend, volgens het besluit van de commissie, hier tegenwoordig, verklaar ik bij dezen u, [naam voluit] te bevorderen tot doctor. Ten bewijze hiervan zal u het diploma, door rector, secretaris en promotor ondertekend en met het grootzegel der universiteit bevestigd, ter hand worden gesteld.

Al tientallen malen had ik die formule gehoord, maar voor de eerste keer realiseerde ik me dat er iets bijzonders aan de hand is met die tweede zin. Wat doet dat dan midden in de complexe voorzetselgroep uit kracht van de bevoegdheid, ons bij wet toegekend? Dit voorbeeld staat niet alleen, andere voorbeelden van dit soort voegwoordelijke bijwoorden of partikels in complexe voorzetselgroepen met een voorzetseluitdrukking als hoofd zijn gemakkelijk te vinden: 

Lees verder >>

‘De dichters plicht’

Door Fabian Stolk

Het was immers de dichters plicht om trouw te blijven aan het oorspronkelijke verhaal uit de oudheid ‘en niet de fabelen, of historien van dien tijd, te verkrachten, en naar zijn welgevallen op te schikken.’ (mijn curs., FS)

Dat lees ik in een artikel van Alie Lassche en Arnoud Visser (p. 45) over zeventiende-eeuwse lezerssporen in Vondels Palamedes

In het Engels kan zoiets, dacht ik, nog steeds: It is the poet’s duty (or something like that), maar in het Nederlands moest dat tot voor een tijdje terug toch zijn: Het is des dichters plicht? Of ben ik abuis? Niet bedoeld is, mijns inziens: Het is de dichtersplicht. En lelijker, maar correct, is: Het is de dichter z’n plicht.

Lees verder >>

Keurig netjes (2): Een corpusstudie

Ton van der Wouden

Het Nederlands is een van de best beschreven talen van de wereld. Het is ook moeilijk om niet onder de indruk te raken van alle kennis en informatie die er over onze taal te vinden is in het Taalportaal, de (digitale) Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) en de grote woordenboeken van het INT. Toch zijn er ook allerlei aspecten van het Nederlands waar we nog veel te weinig van afweten, maar die kennelijk deel uitmaken van de taalkennis van de moedertaalspreker. In de vorige aflevering demonstreerde ik dat aan de hand van de vaste verbinding keurig netjes: dat is een vaste verbinding die in Nederland veel vaker gebruikt wordt dan in België. Het zoeken naar dat soort combinaties in Van Dale en in de grote wetenschappelijke woordenboeken bleek evenwel niet altijd resultaat op te leveren, en in de grammatica’s of taalcursussen vind je die informatie ook al niet. Arme tweede-taalleerders van het Nederlands. Lees verder >>

Pas verschenen: Aries Netwerk. Een constructicon

Aries_netwerk_coverTer gelegenheid van het afscheid van Arie Verhagen als hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan de Universiteit Leiden werd op vrijdag 30 september het symposium ‘Neerlandistiek met stijl’ georganiseerd. Tijdens dit symposium is het eerste exemplaar van het boek ‘Aries Netwerk: een constructicon’ uitgereikt. In het boek wordt door meer dan 70 neerlandici, taalkundigen en taalwetenschappers uit binnen- en buitenland een even groot aantal constructies op uiteenlopende wijzen – van functioneel-beschouwend tot formeel-theoretisch – beschreven.

Constructies –  geconventionaliseerde verbindingen van vorm en betekenis – zijn voor taalgebruikers herkenbare patronen met een of meer vaste vormelementen en een specifieke functie: van versteende combinaties waarin alle elementen vastliggen (‘hoe je het ook wendt of keert’, ‘dat is echt een dingetje’, ‘kweenie’) en constructies met variabele slots (‘een schat van een kind’, ‘op het taalkundige af’, ‘Hij gromt en grauwt zich een weg door de tekst heen’) tot (bijna) volledig abstracte templaten, zoals de lijdende vorm en complementatie. Veel van dergelijke herkenbare constructies zijn noch in een woordenboek, noch in een grammatica te vinden, maar wel in dit constructicon.

Het voorwoord en de inhoudsopgave zijn hier te vinden Het boek (227 pagina’s) is in beperkte oplage te verkrijgen. Als je interesse hebt in een exemplaar, dan kun je contact opnemen met Alex Reuneker (a.reuneker@hum.leidenuniv.nl).

Ik had zoiets van: “Lang leve de van-citaties!”

Door Gillan Wijngaards
(student Nederlandse Taal en Cultuur, Leiden)

Ze zijn vaak een onderdeel van de top 10 grootste taalergernissen onder Nederlanders. Zinnen als Ik had zoiets van: “Nee dankjewel!” of Toen zei ik van: “Eindelijk” zijn volgens velen geen prachtige voorbeelden van de Nederlandse taal. Toch worden ze, ondanks de ergernissen, door iedereen overweldigend veel gebruikt: man en vrouw, rijk en arm, hoogopgeleid en laagopgeleid. Maar waarom? Wat is de functie van deze eigenaardige, gehate constructie? Iedereen die de zogeheten van-citaties onnodig vindt zou toch eens goed moeten opletten waarom en hoe ze eigenlijk gebruikt worden, want er zijn genoeg redenen voor het gebruik. Open daarom uw taalpuristische hart en omarm dit lelijke eendje van de Nederlandse taal.

Nog een jaar

De oorsprong van de van-citaties ligt waarschijnlijk bij de Engelse ‘I was like’– constructie. Lees verder >>

Taal is taal (4)

Deze voorlopig laatste bijdrage in de serie Taal is taal is bedoeld om u te stimuleren voorbeelden te verzamelen. Het gaat om uitdrukkingen die te herleiden zijn tot de formule X = X. Deze zijn als volgt onderverdeeld:
‘X = X’ in vijf categorieën
1 X = X                                   Afspraak is afspraak.
2 (X)-(X)                                Ik doe wat ik doe.
3 X, X  + voorwaarde             Als het af is, is het af.
4 X, X + reden, vergelijking, duur      
4a reden                                   Het gaat zo omdat het zo gaat.
4b vergelijking             Het gaat zoals het gaat.
4c duur                                    Het gaat zolang het gaat.
5 X, X  in nevenschikking, met ‘en’ of met ‘of (niet)’
5a X = X en Y = Y                  Werk is werk en vakantie is vakantie.
5b X of X?                              Is het mooi of is het mooi?
5c X of niet X                         Je bent vader of je bent het niet.
Mijn speculatie is dat alle mogelijke pragmatische betekenissen te herleiden zijn tot één gespreksfunctie, of interactieve functie in een tekst, namelijk: een einde maken aan de communicatie over het desbetreffende onderwerp. Die ‘basisfunctie’ noem ik de ‘basta’-betekenis.

Lees verder >>

Taal is taal (3)


Deze serie gaat over een verzameling uitdrukkingen als: Op is op. Het is zo omdat het zo is. Wat geweest is, is geweest. Deze zijn te herleiden tot de formule X = X. Schijnbaar nietszeggend, maar toch wordt er iets gecommuniceerd. In de vorige afleveringen is een categorisering voorgesteld, en zijn suggesties gegeven voor mede-verzamelaars.

Nu verder over de vraag naar de betekenis en functie van dit soort uitdrukkingen. We beginnen met de naamgeving. Natuurlijk is ‘een naam maar een naam’ (ook zo’n uitdrukking), maar een discussie hierover kan wel licht werpen op waar het nu precies om gaat.
In de literatuur wordt vaak gesproken over een ‘tautologie’, en ook over ‘diepe’ of ‘nominale’ of ‘identieke’ tautologie. Maar de term tautologieis al gereserveerd voor een heel ander verschijnsel. Een tautologie is een stijlfiguur waarin de betekenis van een woord wordt herhaald in een synoniem: altijd en eeuwig, haat en nijd. Door de verdubbeling versterkt een tautologie de betekenis; bij een onbedoelde verdubbeling gaat de zeggingskracht verloren.  Maar hier lijkt echter iets anders aan de hand. In uitdrukkingen als Wat geweest is, is geweest lijkt de herhaling een bijkomend verschijnsel; het gaat hier om een is-gelijk-stelling. En bovendien gaat het niet om synoniemen maar om dezelfde woorden of deelzinnen. De toevoegingen ‘diepe’ of ‘nominale’ of ‘identieke’ proberen dit karakter wel weer te geven, maar die blijven strijdig met de ingeburgerde betekenis van tautologie. In feite is de ook voorgestelde aanduiding ‘schijnbare tautologie’ beter. Maar als iets ‘schijnbaar Q’ is, dan blijft het een uitdaging om te achterhalen wat Q nu eigenlijk is.

Lees verder >>

Taal is taal (2)

Elke(?) taal kent uitingen van het type X=X: Genoeg is genoeg. Op is op. In aflevering 1 is een indeling voorgesteld met vijf hoofdcategorieën en enkele onderverdelingen:
1 X = X                                   Afspraak is afspraak.
2 (X)-(X) in bijzin                  Ik doe wat ik doe.
3 X, X  + voorwaarde             Als het af is, is het af.
4 X, X + reden, vergelijking, duur      
4a reden                                   Het gaat zo omdat het zo gaat.
4b vergelijking             Het gaat zoals het gaat.
4c duur                                    Het gaat zolang het gaat.
5 X, X  in nevenschikking, met ‘en’ of met ‘of (niet)’
5a X = X en Y = Y                  Werk is werk en vakantie is vakantie.
5b X of X?                              Is het mooi of is het mooi?
5c X of niet X                         Je bent vader of je bent het niet.
Helpt u mee verzamelen? Hieronder enkele suggesties.

Lees verder >>

Taal is taal (1)


In het jaar dat ik aan mijn studie begon, 1967, verscheen er een boek dat al vrij snel populair werd onder studenten. Enkele jaren later kwam het ook in het Nederlands uit, De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie van Paul Watzlawick, e.a. (Deventer: Van Loghum Slaterus, 1973). Eén zin uit dit boek is mij altijd bijgebleven: “Je kunt niet niet communiceren.” Dus, in alles wat je doet én niet doet, communiceer je. Is stilte in een gesprek nooit zomaar een stilte? En wat dan met het verschijnsel ‘nietszeggendheid’? Door de jaren heen heb ik verzamelingen aangelegd van formuleringen waarmee – zo lijkt het – niets nieuws wordt gezegd. Een van mijn verzamelingen valt te herleiden tot de formule X = X, bijvoorbeeld: Genoeg is genoeg. Op is op. Vandaag is vandaag.

Met deze bijdrage (in vier afleveringen, voorlopig) wil ik u opwekken om mee te verzamelen, onduidelijkheden te verhelderen en deze vorm van  ‘nietszeggendheid’ beter te doorgronden. Met uw hulp kan zo een nieuw genre tot ontwikkeling komen: crowd texting. Direct hierover al een vraag. Wie kent hier een handig Nederlands woord voor? Of laten we het net als crowd funding onvertaald omdat het Engels nu eenmaal veelzeggender is in deze woordcombinatie? Uw commentaar is welkom onder deze tekst. En direct ook een tweede vraag. In mijn studie van deze bijzondere tautologie ben ik niet verder gekomen dan de verwijzingen in het artikel van Martina Temmerman uit 2012 onder de titel ‘Trop is te veel, en te veel is trop’ (zie hier). Wie kent er andere en vooral recentere literatuur?

Lees verder >>