Tag: communicatie

Taal en efficiëntie

Door Marc van Oostendorp

Dat taal gebruikt wordt voor communicatie, is voor jullie waarschijnlijk geen nieuws. De vraag is dan vervolgens of je dat ook aan die taal merkt, of er zaken zijn in taal die bepaald zijn door het feit dat het een communicatie-instrument is.

Het is het onderwerp van een nieuw overzichtsartikel van een groep onder aanvoering van de Amerikaanse taalkundige en cognitiewetenschapper Ted Gibson. Ze laten in een betrekkelijk kort bestek een groot aantal eigenschappen van taal – niet van een taal, maar van taal in het algemeen de revue passeren die je kunt begrijpen door taal als een efficiënt communicatiesysteem te zien:  het feit dat de frequentste woorden over het algemeen het kortst zijn, bijvoorbeeld (zodat je niet te veel tijd hoeft te besteden aan woorden als mens of ik, terwijl je voor dehydrateren best wat tijd kunt nemen, omdat dit toch minder vaak aan de orde komt), of het feit dat normaliter (in iedere taal) woorden die betrekking hebben op elkaar bij elkaar staan (‘de mooie man dronk warme koffie’ en niet ‘de dronk koffie man mooie warme’).

In deze video legt Gibson het zelf allemaal in kort bestek uit: Lees verder >>

Een goede dokter legt niet alles uit

Door Marc van Oostendorp

Een paar jaar geleden begeleidde ik een Italiaanse dame naar een Nederlands ziekenhuis. Het ging om een kleine, maar belangrijke ingreep, zo één waar je leven niet van afhangt maar waarbij je graag precies wil begrijpen wat er aan de hand is.

Helaas leek dit gesprek de jonge arts die ons hielp een uitgelezen kans om haar Italiaans te oefenen. Zelfs nadat we hadden gevraagd hadden om Nederlands of Engels, bleef ze steeds omschakelen naar het Italiaans. Zelfs haar rapport was in een Italiaans dat soms zo slecht was dat het niet te begrijpen viel.

Je zou zeggen dat er weinig beroepen zijn waarbij communicatie zo belangrijk is als dat van arts. Helaas is dat nog niet tot alle dokters doorgedrongen. Gelukkig komt daar langzamerhand verandering in. Zo is er nu het nuttige boek Medische menstentaal. Lees verder >>

Hoe ‘helden’ in reclames ons raken… en aan een merk binden

(Persbericht Radboud Universiteit)

Wellicht heb je hem ooit gezien: de Nike-reclame waarin tennisster Serena Williams zich neerzet als vrouw die oordelen van anderen terzijde schuift en haar eigen weg kiest. Deze en vergelijkbare reclames zorgen ervoor dat mensen zich aangetrokken voelen tot een merk door een verhaal dat ogenschijnlijk nauwelijks over dat merk gaat. Hoe dat werkt laten communicatie- en informatiewetenschappers José Sanders en Kobie van Krieken van de Radboud Universiteit zien in een publicatie in  Frontiers in Psychology die vandaag, 19 september verschijnt. Lees verder >>

Een overdosis placebo

Door Inge Stortenbeker

Met een dikke grijns legde mijn co-promotor een publicatie onder mijn neus: “Kijk nou toch wat hier staat!” Hij laat een studie zien die hij tegenkwam op Twitter. Het blijkt een enigszins bizar en intrigerend verhaal:

“Meneer A, een 26-jarige man, meldt zich bij de eerste hulp en zegt: ‘Help me, ik heb al mijn pillen ingenomen!’, waarna hij in elkaar zakt. Terwijl hij valt, laat hij een leeg medicijndoosje vallen. De dokters starten gelijk een onderzoek en behandeling. Het blijkt dat meneer A bij bewustzijn is, maar wel zwaar versuft. Hij zei dat hij al zijn nieuwe experimentele pillen tegen depressie had ingenomen. […] Meneer was bleek en zweterig, en had een lage bloeddruk (80/40) en verhoogde hartslag (110). Hij trilde en had een versnelde ademhaling. Hij kreeg een infuus en langzaamaan verbeterde zijn toestand enigszins. Nadat hij 6 liter vocht toegediend had gekregen, bleef hij loom met een wat verlaagde bloeddruk en verhoogde hartslag. Toen kwam de dokter binnen van het wetenschappelijk onderzoek waarvan de meneer deel uitmaakte. Hij concludeert: ‘deze man heeft geen antidepressiva ingenomen, maar placebo-pillen!’ Vijftien minuten nadat meneer A ervan op de hoogte werd gesteld, was hij volledig alert, had hij weer een normale bloeddruk en een rustige hartslag.” [vrij vertaald van Reeves et al., 2007]

Het verhaal lijkt wel een Black Story met goede afloop: Een man neemt een overdosis. Hij gaat naar het ziekenhuis waar de dokters voor hem zorgen. Toch verbetert hij niet echt. Dan komt een andere dokter binnen. Hij doet niets, zegt één ding en ineens is de man beter. Ra ra, hoe kan dat? Lees verder >>

Is alles nog naar wens?

Door Guusje Jol

Sommige vragen voelen zich het beste thuis in een bepaalde omgeving, zowel fysiek als qua gesprekssoort. Ter illustratie het volgende experimentje… Probeer voor vraag a-e eens te bedenken in welke situatie u ze zou plaatsen. Bedenk ook wie die vraag zou stellen.

Bij voorkeur eerst zonder te kijken naar mijn antwoorden onderaan deze column, natuurlijk.

  1. Mag het een onsje meer zijn?
  2. Spaart u koopzegels?
  3. Zullen we even gaan douchen, meneer De Vries?
  4. Wat zijn wij van plan, jongeman?
  5. En wat zeg je dan tegen oma?

En? Heeft u dezelfde associaties? Mijn vermoeden is van wel. Lees verder >>

Communiceren is denken en omgekeerd

Door Marc van Oostendorp

Ik heb op mijn computer een programmaatje dat het systeem ’s nachts overneemt. Als ik de rekenkracht niet gebruik om te tikken of naar een YouTube-filmpje te kijken, gaat dat programma aan het werk. Samen met duizenden andere computers op de wereld is het op jacht naar nieuwe priemgetallen. Mijn computer haalt een nieuw kandidaatgetal op en rekent vervolgens – meestal duurt dat een paar dagen – aan zo’n getal om te zien of het inderdaad een priemgetal is. Als het daarmee klaar is, deelt het ’t resultaat mee aan het netwerk en vraagt het een volgende getal op.

Ik vind dat een sympathiek programmaatje. Ik herken mezelf erin.

Want ik geloof dat denken altijd zo toegaat: je neemt een aantal bestaande ideeën, die de mensen je hebben verteld, die je ergens hebt gelezen of die je anderszins ergens hebt opgepikt, en die ideeën bewerk je in je hoofd. Die bewerking heeft echter alleen zin als je het resultaat daarna deelt met anderen, die er weer verder mee kunnen. Lees verder >>

Sneeuw en ijs: snijs

Door Marc van Oostendorp

Het artikel stamt al uit 2016, maar op Facebook hadden we er onlangs ineens een discussie over: een studie naar woorden voor sneeuw en ijs in allerlei talen. Sommige talen, zoals het Nederlands, hebben daar twee verschillende woorden, voor, maar andere hebben er maar één, laten we zeggen snijs, voor alle bevroren water dat uit de hemel komt. Het artikel laat nu zien dat talen in warmere gebieden op de wereld – niet in de allerwarmste, waar het nooit koud is, want daar hebben ze vaak helemaal geen woorden voor sneeuw of ijs, maar in gebieden waar er af en toe iets uit de hemel komt vallen dat het benoemen waard is – vaker het woord snijs hebben.

Nou ja, zou je kunnen zeggen. Het zou raarder zijn als het andersom was. Maar de vraag is hoe we die intuïtie preciezer kunnen maken, wetenschappelijker. Wat verklaart zo’n effect precies? Volgens de auteurs is dat het feit dat er in taal altijd gestreefd wordt naar ‘efficiënte communicatie’. Lees verder >>

21 en 22 april: Conferentie Interculturele Communicatie in Utrecht

Ter gelegenheid van het 12.5 jarig bestaan organiseert het Center for the Humanities in samenwerking met de master Interculturele Communicatie (Universiteit Utrecht) een tweedaagse conferentie. Vrijdag 21 april presenteren medewerkers hun onderzoek naar talige en culturele diversiteit. De toekomst ligt in interdisciplinair en maatschappelijk gericht onderzoek. Zaterdag 22 april is gericht op ICC alumni en geïnteresseerden in Interculturele Communicatie met workshops, lezingen en netwerksessies. Centraal zal staan: wat zijn de strategieën voor succesvolle interculturele communicatie?

Wat: Crossing borders: challenging linguistic and cultural diversity (zgn ‘ICC opfriscursus’)
Voor wie: onderzoekers, docenten, alumni en studenten
Wanneer: Vrijdag 21 april 2017, 09:30 – 16:30 uur (aansluitend borrel)
Waar: Drift 27 (ingang Universiteitsbibliotheek) Lees verder >>

Makkelijker én leuker

Door Wilbert Spooren

Leuker kunnen ze het niet maken. Of toch wel? De Belastingdienst heeft het altijd lastig gehad. Burgers vinden belastingen verschrikkelijk ingewikkeld. Daar roepen we als het even kan de hulp van een expert bij. Bovendien willen we helemaal geen belasting willen betalen. Al in 1979 publiceerde Flip de Kam een boekje, Betalen is voor de dommen, waarin hij uitlegde hoe het grootkapitaal de duizenden mazen in het net van de Belastingdienst wist te vinden.

Sinds jaar en dag is de Belastingdienst bezig om het de burger makkelijker te maken. Zelfs de grootste belastinghater moet toegeven dat de dienst daar inmiddels aardig in geslaagd is. Vandaag de dag is er al zoveel vooringevuld op het aangifteformulier dat zelfs de grootste finanbeet de klus kan klaren. En als je er dan tóch niet uitkomt zijn er de gratis telefoon, de online servicehulp en de verwijzing naar talloze maatschappelijke instellingen zoals vakbonden die je kunnen helpen. Niet leuk, wel makkelijk. Lees verder >>