Tag: common ground

Zinnen als contracten

Door Marc van Oostendorp

Het beste taalkundige artikel dat ik dit jaar gelezen heb is Communication as commitment sharing: speech acts, implicatures, common ground van de Nijmeegse taalfilosoof Bart Geurts. Het verscheen onlangs in het tijdschrift Theoretical Linguistics, met commentaar van allerlei vakgenoten.

Geurts’ ambities zijn groots. In zijn artikel wil hij een nieuw antwoord formuleren op de vraag wat de basis is van menselijke communicatie in taal. Uit het onderzoek van de zogeheten pragmatici in de twintigste eeuw weten we dat iedere zin die we uitspreken een taaldaad is. Je verandert de wereld een klein beetje door iets te zeggen: wanneer ik sorry zeg, ben jij bijvoorbeeld niet meer kwaad op mij.

Maar wat zijn precies die taaldaden? Wat verander je nu precies aan de wereld met het uitspreken van een zin? Er zijn, zegt Geurts, twee manieren om die vraag te beantwoorden. De meeste onderzoekers gaan uit van een psychologische interpretatie. Als Koos tegen Kees zegt ‘ik zal vanavond afwassen’, dan spreekt Koos zijn intentie uit; en Kees weet daarna dus iets over wat er zich in Koos’ hoofd afspeelt.

Lees verder >>

De verdachte moet wel thuis zijn geweest

Door Marc van Oostendorp

Moeten kan van alles betekenen, bijvoorbeeld dat iemand een bepaalde verplichting heeft (‘u moet betalen’) of dat iets noodzakelijk is (‘het balletje moet eerst door dat hekje voor de deur geopend kan worden’). Daarnaast heeft het werkwoord een betekenis die vooral lijkt te gaan over kennis. In dat geval wordt moeten soms vergezeld van wel.

  • De lampen branden. Karel moet wel thuis zijn.

Deze zin wrijft Karel geen verplichting aan en zegt ook niet dat het noodzakelijkerwijs het geval is dat Karel thuis is, maar dat het (zeer) waarschijnlijk is dat Karel zich in het huis bevindt, gegeven een bepaalde stand van kennis, die onder andere wordt verrijkt door de informatie dat de lampen branden. Maar over wiens kennis hebben we het dan?  Lees verder >>

Ironie en samen naar een concert gaan

Door Marc van Oostendorp

Common ground.

Een van de fascinerendste verschijnselen in de communicatie is ongetwijfeld de ironie. Het is typisch menselijk: ik geloof niet dat er diersoorten zijn die elkaar ironisch bejegenen, en  kunstmatige intelligentie is er bij mijn weten ook nog niet aan toe.

Het is alleen de vraag hoe je het gebruik van ironie precies moet begrijpen. De klassieke definitie is dat je bij ironie het ‘omgekeerde zegt van wat je bedoelt’. Je kijkt uit het raam, het regent pijpenstelen, en je zegt ‘lekker weer, hè’.

Dat voorbeeld is alleen minder kenmerkend dan je zou denken. Er zijn allerlei problemen met die definitie, en in een recent (ongepubliceerd) artikel vatten de Amerikaanse taalkundigen Cohn-Gordon en Bergen die aardig samen. Lees verder >>

Achtergrondinformatie als dimensie van taal

Door Marc van Oostendorp

Processed with Snapseed.
Tivi rent graag achter haar staart aan.

Het belangrijkste dat de taalkunde de afgelopen decennia heeft geleerd is, denk ik, hoeveel dimensies er zitten aan zelfs het simpelste zinnetje. Er is natuurlijk in ieder geval een dimensie van klank (of van beeld, in gebarentaal), een dimensie van grammaticale structuur en een dimensie van betekenis, maar steeds duidelijker wordt dat ieder van die drie dimensies zélf ook weer ingewikkelder in elkaar zit.

Neem de betekenis. Honderd jaar geleden hielden semantici zich vrijwel uitsluitend bezig met de vraag wat de relatie was tussen woorden en zinnen, en ‘de werkelijkheid’ buiten onze bolletjes. Willem Alexander verwijst naar een reële persoon, koning verwijst naar een bepaalde maatschappelijke rol, en hoe kunnen we nu uit deze betekenissen berekenen dat de zin ‘Willem Alexander is koning’ waar is – dat wil zeggen, dat hij verwijst naar een reële stand van zaken in de werkelijkheid?

De betekenis heeft minstens één andere dimensie: we maken er een eigen werkelijkheid mee.  Lees verder >>