Tag: columns Viorica Van der Roest

Ode aan de letter

Door Viorica Van der Roest

Iedereen die kan lezen, doet dat ook, de een natuurlijk meer dan de ander. Of het nou de ingrediëntenlijst op een jampotje is of een roman van Margaret Atwood of je favoriete taalblog, we zouden die informatie niet zo makkelijk tot ons kunnen nemen wanneer er geen schrift zou bestaan. Je moet er niet aan denken hoe de menselijke wereld zou zijn zonder geschreven taal (naar Canada om te luisteren naar mevrouw Atwood die haar nieuwste verhaal uit het hoofd vertelt; even bij Hero langs om te vragen wat er in die jam zit). Toch besteden we meestal maar weinig aandacht aan de lettertekens die onze wereld zo weids maken, tenzij je van beroep bijvoorbeeld paleograaf of typograaf bent. Dat is eigenlijk een beetje ondankbaar, en omdat juist Neder-L-lezers waarschijnlijk best veel letters tot zich nemen, wil ik hier vandaag de letter eens in het zonnetje zetten.
Is het u bijvoorbeeld opgevallen dat u dit stukje tot zich neemt door middel van schreefletters? Heel gedurfd, want over het algemeen wordt aangenomen dat het op een beeldscherm prettiger leest in schreefloze letters. De meeste websites en softwarefabrikanten kiezen dan ook voor zo’n schreefloze letter, waardoor deze de laatste decennia aan een ware opmars is begonnen. Ook makers van papieren boeken en tijdschriften kiezen er nu vaak voor. We lezen dus steeds vaker letters die zijn teruggebracht tot hun absolute essentie (en er daardoor ook een stuk killer uitzien). Maar er is een tegenbeweging gaande!

Lees verder >>

Het is nu eenmaal een echt meisje-meisje

Door Viorica Van der Roest
Afgelopen weekend in Trouw, in de rubriek Moderne manieren, beklaagde een zekere ‘Afknapper’ zich tegen Beatrijs Ritsema over een man met wie ze een blind date zou hebben, maar die al het initiatief aan haar liet. Hij wilde dat zij datum, locatie en tijd van het afspraakje zou bepalen. Geen goede zet van de heer in kwestie, want, aldus Afknapper: “ik ben een echte ‘vrouw’-vrouw, als u begrijpt wat ik bedoel. Ik vind dat hij de moeite moet nemen om iets voor te stellen”. Beatrijs begreep blijkbaar precies wat Afknapper bedoelde, en was het nog met haar eens ook. Dumpen die man, was het advies.
Dat ‘vrouw’-vrouwwas ik nog niet eerder tegengekomen, wel al heel vaak meisje-meisje, of gewoon zonder streepje: meisjemeisje. In mijn omgeving meestal gebezigd door vrouwen die zich tegenover hun feministische vriendinnen schuldbewust verantwoorden voor de barbies en roze jurken van hun dochter: ‘het is nu eenmaal een echt meisje-meisje’. Dat echt wordt er trouwens heel vaak voor gezegd of geschreven, alsof er nog iets extra benadrukt moet worden. Of is dat een overblijfsel van toen mensen nog gewoon zeiden ‘het is een echt meisje’, net zoals je kunt zeggen ‘het is een echte jongen’? Maar nu is dus al een tijdje die verdubbeling gangbaar. Het lijkt wel bijna alsof er een algemene categorie is, meisje, en een bepaalde afdeling van deze categorie wordt bevolkt door meisjes die graag met barbies spelen en roze jurken dragen.

Lees verder >>

Het gezeur van de groene golfjes

Door Viorica Van der Roest
Mijn spellingcontrole houdt er een heel andere mening over taal op na dan ik. Ik heb het niet over de rode golfjes, die meestal wel zinnige suggesties voor verbetering doen (behalve wanneer je een Middelnederlandse tekst overtypt). En als ze een woord niet kennen, voeg je het toe aan de woordenlijst, en dan blijven de rode golfjes weg. Maar dan die groene! Die hebben volgens mij helemaal geen verstand van taal. Ze zijn er vooral goed in om je af te leiden van je werk. Misschien zijn er mensen die ze kunnen negeren, maar ik hoor daar niet bij. Ik wil weten wat ik zogenaamd ‘fout’ heb gedaan. Meestal staat er dan zoiets als ‘formeel taalgebruik’, of ‘ambtelijk taalgebruik’. Aangezien ik nogal eens werk met ambtelijke teksten lijkt dat me niet meer dan normaal, maar de spellingcontrole heeft er blijkbaar iets tegen.

Vondel en psycholinguïstiek: conclusie en nawoord

Door Viorica Van der Roest
Voorwoord           Deel 1    Deel 3    Deel 5    Deel 7    Deel 9
Inleiding                Deel 2    Deel 4    Deel 6    Deel 8    Deel 10
Het was mijn bedoeling om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de lengte van de perceptieve continua en het aantal enjambementen enerzijds en de inhoud van Vondels Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam anderzijds. Mijn conclusie is dat er inderdaad een dergelijk verband bestaat. Lange perceptieve continua lijken te corresponderen met rationele geestesgesteldheden; korte perceptieve continua met emotionele geestesgesteldheden. Een groot aantal enjambementen correspondeert met enthousiasme, levendigheid, trots, verontwaardiging, de intentie om te overtuigen, of een dynamische beschrijving. Wanneer er in een passage juist weinig enjambementen voorkomen, correspondeert dit met feitelijkheid, zakelijkheid, droge beschrijvingen en opsommingen, of stelligheid.
Mijn bevindingen komen in grote lijnen overeen met die van Van Leuvensteijn en Noldus* en Van Leuvensteijn en Wattel (2002). Nieuw is mijn constatering dat lange perceptieve continua lijken te corresponderen met een soort vogelvluchtperspectief, terwijl korte perceptieve continua de indruk wekken dat verteller en publiek midden in de beschreven gebeurtenissen staan. Misschien is dit juist uit mijn onderzoek naar voren gekomen omdat een epische tekst, meer dan een toneeltekst, zich bij uitstek leent om taferelen en gebeurtenissen uitgebreid te beschrijven.
Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 10: combinaties (2)

Door Viorica Van der Roest
Voorwoord           Deel 1    Deel 3    Deel 5    Deel 7    Deel 9
Inleiding                Deel 2    Deel 4    Deel 6    Deel 8
Vorige week besprak ik de combinatie van lange perceptieve continua met veel of juist weinig enjambementen; deze week zijn de korte perceptieve continua aan de beurt. Wanneer er in Vondels Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam een combinatie optreedt van korte perceptieve continua en weinig enjambementen, is er sprake van meeslepende, spannende of gehaaste passages, waarin een snelle opeenvolging van gebeurtenissen wordt beschreven. Een voorbeeld is de passage over de brand in het oude stadhuis, die ook het in aanbouw zijnde nieuwe stadhuis bedreigde:
            Vulkaen,/ toen ’t nachtglas net ten halve was verloopen,/
            De wachters,/ van den slaep beschooten, stom en stil,/
280      Vergaten hunne wacht,/ voltreckt Saturnus wil,/
            Ontsteeckt het zolderveen van boven, met zijn voncken./
            Het veen geraeckt in brant,/ dat eertijts lagh verdroncken:/
            Dus brant het vier den balck, den zolder, en het dack.
De gansche stadt waect op,/ de vlam ging op,/ en stack =>
285      Het torenbuskruit aen./ Nu rusten geene bedden./
            De trousten schieten toe,/ en reppen zich,/ en redden =>
            De brieven, boucken, gelt, trezoor, en banck en schat;/*
 / = de grens tussen twee perceptieve continua
=> = enjambement

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 9: combinaties (1)

Door Viorica Van der Roest
Voorwoord           Deel 1    Deel 3    Deel 5    Deel 7
Inleiding                Deel 2    Deel 4    Deel 6    Deel 8
In aflevering 5 vertelde ik dat in Vondels Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdamlange perceptieve continua lijken te corresponderen met kalmte, omstandigheid, zakelijkheid, droogheid en een serieuze instelling. Daarnaast lijkt er bij lange perceptieve continua, wanneer er een bepaald tafereel beschreven wordt, sprake te zijn van een soort vogelvluchtperspectief, waarbij dichter en publiek van enige afstand naar het tafereel kijken.
Het voorkomen van uitzonderlijk veel enjambementen lijkt in deze tekst te corresponderen met enthousiasme, levendigheid, spanning, trots, verontwaardiging, een dynamische beschrijving en de intentie om het publiek ergens van te overtuigen. Je krijgt de indruk dat de dichter meer betrokken is bij wat hij vertelt dan in de passages met weinig enjambementen, waarin feitelijkheid, zakelijkheid, droge opsommingen en beschrijvingen, en stelligheid overheersen.
In sommige passages treedt er een combinatie op van lange perceptieve continua en een uitzonderlijk aantal enjambementen. Een combinatie van lange perceptieve continua en extreem veel enjambementen zien we bijvoorbeeld in het begin van het gedicht (vers 1 tot en met 50). Hier is sprake van een kalme, tevreden introductie van het onderwerp.
Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 8: passages met weinig enjambementen

Door Viorica Van der Roest
Voorwoord           Deel 1    Deel 3    Deel 5    Deel 7
Inleiding                Deel 2    Deel 4    Deel 6
Wanneer er in de Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam in een passage uitzonderlijk weinig enjambementen voorkomen, lijkt dit te corresponderen met feitelijkheid, zakelijkheid, droge opsommingen en beschrijvingen, en stelligheid. Een voorbeeld van zo’n droge, zakelijke beschrijving is de passage waar de verteller de gebeurtenissen op de onderste verdieping van het nieuwe stadhuis beschrijft. Hier waren onder andere verschillende afdelingen van de Wisselbank gevestigd. De bedrijvigheid op deze verdieping wordt wel duidelijk, maar de verteller lijkt er niet erg door aangedaan.
            Hier slaept een zilvermijn, in Kresus zilverkelder./
            Men toetst hier zilver, gout,/ gemunt en ongemunt./
960      De Wisselheer vooraen den koopman toegang gunt;/
            d’ Ontfanger,/ achter hem,/ ontfangt de ronde schyven,/
            Of keertze weder uit,/ om ieder te geryven./
            De wisselschryver houdt de boecken,/ dicht hier by,/
            Bekleet den Wisselheer,/ en hangt aen ’s meesters zy./*
/ = de grens tussen twee perceptieve continua
=> = enjambement

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 7: passages met veel enjambementen

Door Viorica Van der Roest
Voorwoord           Deel 1    Deel 3    Deel 5
Inleiding                Deel 2    Deel 4    Deel 6
Wanneer er in een passage in de Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam uitzonderlijk veel enjambementen voorkomen, lijkt dit te corresponderen met enthousiasme, levendigheid, spanning, trots, verontwaardiging, een dynamische beschrijving en de intentie om het publiek ergens van te overtuigen. De verteller lijkt meer betrokken bij wat hij vertelt dan in de passages met weinig enjambementen. Een voorbeeld is het deel van de tekst waarin de verteller beschrijft onder welke vreselijke omstandigheden de ambtenaren moesten werken in het oude stadhuis. Ze moesten hun kamers zelfs delen met ratten!
            De schryver en de klerck verschrikten voor de dieren,/
            Wanneerze menighmael de boecken en papieren =>
1255    By avont knaeghden,/ of,/ niet zonder meer gevaers =>
            Van brant,/ al brandende het einde van de kaers,/
            En lecker op dat aes,/ in hun deurboorde kloven =>
            Versleepten,/ zonder schroom,/ naer onder, en naer boven./*
/ = de grens tussen twee perceptieve continua
=> = enjambement

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 6: korte perceptieve continua

Door Viorica Van der Roest
Voorwoord           Deel 1    Deel 3    Deel 5
Inleiding                Deel 2    Deel 4
Korte perceptieve continua lijken in de Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam te corresponderen met levendigheid, spanning, meeslependheid, haast, bewondering, ontroering, verontwaardiging, de intentie om het publiek ergens van te overtuigen en het beschrijven van heftige gebeurtenissen die elkaar snel opvolgen. Waar er bij de lange perceptieve continua juist sprake lijkt van een vogelvluchtperspectief, roepen passages met extreem korte perceptieve continua het gevoel op alsof dichter en publiek zich midden in de beschreven gebeurtenissen bevinden. Een voorbeeld hiervan is de passage waarin de verteller de brand beschrijft die in 1652 in het oude stadhuis woedde ( en die ook het al gedeeltelijk gebouwde nieuwe stadhuis bedreigde):
            De gansche stadt waect op,/ de vlam ging op,/ en stack =>
285      Het torenbuskruit aen./ Nu rusten geene bedden./
            De trousten schieten toe,/ en reppen zich,/ en redden =>
            De brieven, boucken, gelt, trezoor, en banck en schat;/*
/ = de grens tussen twee perceptieve continua
=> = enjambement

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 5: lange perceptieve continua

Door Viorica Van der Roest
Voorwoord           Deel 1    Deel 3
Inleiding               Deel 2    Deel 4
Deze week bespreek ik de betekenis van de passages met extreem lange perceptieve continua in de Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam. In deze tekst lijken lange perceptieve continua te corresponderen met kalmte, omstandigheid, zakelijkheid, droogheid en een serieuze instelling. Daarnaast valt op dat er bij lange perceptieve continua, wanneer er een bepaald tafereel beschreven wordt, sprake lijkt te zijn van een soort vogelvluchtperspectief, waarbij dichter en publiek van enige afstand naar het tafereel kijken. Bijvoorbeeld in de opening van het gedicht:
1          Gelijck nu d’ackerman de zeissen slaet in d’airen,/
En heenstreeft, door een zee van gout en goude baren,/
Zoo weckt ons Amsterdam, door overvloet van stof,/
Om in den vruchtbren oeghst van zijnen rycken lof =>
5          Te weiden met de penne,/ en vrolijck in te wyen =>
De hoogtijdt van ’t Stadthuis en burgerheerschappyen,=>
Met een de jaermerckt,/ die, met haeren open schoot, =>
Alle omgelege steên en bontgenooten noodt =>
Op ’t heerelijck banket van allerhande gading,/
10        Die ’t nimmer zat gezicht genoegen en verzading =>
Belooft, door zoo veel schat, gerief, verscheidenheên =>
Als kunst en hantwerck hier nu stapelen op een./*
/ = de grens tussen twee perceptieve continua
=> = enjambement

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 4: onderzoeksmethode

Door Viorica Van der Roest
Voorwoord           Deel 1         Deel 3
Inleiding                Deel 2
Op de middelbare school zag ik het nut van wiskunde niet in (gelukkig kon ik met mijn talenpakket de laatste twee jaar op school wiskundevrij doorbrengen). Maar later heb ik mijn mening toch een beetje moeten bijstellen. Bij het schrijven van mijn scriptie over Vondels Inwydinge kwam ik erachter dat statistiek een goede aanvulling kan zijn op taalkundig onderzoek. Dus oké, wiskunde heeft toch goede kanten, zo lang het in dienst staat van écht nuttige zaken zoals taalkunde.
Om te onderzoeken wat de relatie is tussen de lengte van de perceptieve continua en het gebruik van enjambement in Vondels Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam enerzijds en de inhoud van de tekst anderzijds, heb ik de statistisch-stilistische onderzoeksmethode gebruikt die Van Leuvensteijn en Wattel in hun eerder besproken studie van 2002 hebben gepresenteerd. Zoals zij daarin aangeven, kan statistiek ons laten zien wat ‘normale’ verschijnselen zijn en wat als uitzonderlijk kan worden beschouwd (p. 4). Hierbij is het wel belangrijk het voorbehoud dat zij bij de methode maken goed in het achterhoofd te houden: de dichter was niet verplicht tot het (consequent) gebruik van stijlmiddelen. Dit soort onderzoek kan daarom niet meer dan tendensen laten zien.

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 3: kennismaking met de Inwydinge

Door Viorica Van der Roest
 
Voorwoord           Deel 1
Inleiding               Deel 2
Het middelpunt van de kosmos is eigenlijk heel dichtbij: het is het Paleis op de Dam (tot 1808 het stadhuis van Amsterdam). Volgens Vondel tenminste:
Terwijl elck element van blyschap juichen zal,
De hemel huppelen, en alle starretranssen
In ’t ronde, als hant aen hant, rontom ons Raethuis dansen
Het Paleis op de Dam werd vanaf 1648 gebouwd als nieuw stadhuis, ter vervanging van het oude, nog middeleeuwse gebouw. Hoewel het nieuwe gebouw in 1655 nog niet helemaal af was, werd het in dat jaar wel feestelijk in gebruik genomen. Vondel schreef er een lofdicht bij: de Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam. Hierin snoert hij de critici van het nieuwe stadhuis de mond. Want kritiek was er. Voor de bouw moest niet alleen het oude stadhuis, maar ook een heel huizenblok worden afgebroken. Verder vonden de critici dat zo’n groot en duur stadhuis niet paste bij de zuinige aard van de Amsterdammers en bij de eenvoudige oorsprong van de stad.

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 2: het geheugen en de Clause Boundary

Door Viorica Van der Roest
In deze serie geef ik een uitgebreide samenvatting van mijn scriptie over de spannende combinatie tussen Vondel en psycholinguïstiek.
Voorwoord           Deel 1
Het geheugen speelt een belangrijke rol bij taalperceptie. Taaluitingen worden geanalyseerd in het werkgeheugen, waarbij het kan putten uit de algemene kennis en herinneringen in ons langetermijngeheugen. Het werkgeheugen beschikt over een beperkte hoeveelheid aandacht die kan worden verdeeld over enkele taken: een deel van het werkgeheugen houdt de informatie vast, terwijl een ander deel  zich bezig houdt met de interpretatie van de taaluiting. De informatie in het werkgeheugen vergaat snel. Daarom is het zaak dat gegevens die nuttig genoeg zijn om langer te onthouden, in het langetermijngeheugen wordt opgeslagen.
Wanneer we deze zin horen:
Vondel sloeg een spijker in de muur.
onthouden we, in het werkgeheugen, heel even woordelijk wat er gezegd wordt. Dat is de surface form, die snel vergaat. Tegelijk worden de textbase en het situational model gemaakt. De textbase wordt langer onthouden dan de surface form en geeft de betekenis van de taaluiting nog steeds vrij nauwkeurig weer. Volgens Carroll* bestaat deze representatie van de taaluiting uit een aantal proposities die afkomstig zijn van wat er werkelijk gezegd is en van de inferenties die de hoorder heeft gemaakt bij het luisteren. Bij de bovenstaande zin gaan we ervan uit dat Vondel een hamer gebruikt om een spijker in de muur te slaan. De hamer is een inferentie die we zelf maken; hij wordt niet expliciet genoemd. Wanneer het wat langer geleden is dat we deze zin gehoord hebben, weten we waarschijnlijk niet meer of er wel of niet gesproken werd van een hamer.

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 1: zinsperceptie

Door Viorica Van der Roest
In deze serie geef ik een uitgebreide samenvatting van mijn scriptie over de spannende combinatie tussen Vondel en psycholinguïstiek.
Vorige week eindigde ik met de vraag: wat doet enjambement precies met het perceptieproces van een luisteraar die een hoofd- of bijzin aan het verwerken is? Om daar een antwoord op te kunnen geven, heb ik me tot inzichten uit de psycholinguïstiek gewend. De laatste decennia is er veel onderzoek gedaan naar zinsperceptie: wat er in de hersenen gebeurt wanneer iemand een zin hoort of leest en probeert die zin te begrijpen. Een leuke manier om te kijken hoe dat werkt, is met een zogenaamde garden path sentence. Deze bijvoorbeeld:
The defendant examined by the lawyer turned out to be unreliable.
De hoorder/lezer interpreteert aanvankelijk de eerste drie woorden van de zin als onderwerp en persoonsvorm, en moet vervolgens deze interpretatie gedeeltelijk bijstellen zodra hij de woordgroep ‘by the lawyer’ hoort. Een mogelijke verklaring voor dit verschijnsel is semantic priming: de waarneming van een bepaalde stimulus (in dit geval het begin van een zin) roept een verbinding op met een ‘schema’ in het langetermijngeheugen. Het schema dat wordt geactiveerd is dat van de grammaticale structuur die het meest voorkomt in het Engels (en trouwens ook in het Nederlands): onderwerp en persoonsvorm staan vooraan in de zin. De verwarring ontstaat omdat dat in bovenstaande zin niet zo is. Maar de volgende zin is géén garden path sentence:

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek: inleiding

door Viorica Van der Roest
In deze serie geef ik een uitgebreide samenvatting van mijn scriptie Twee betekenisvolle stijlkenmerken in Vondels Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam. Over de relatie tussen vorm en inhoud in een epische tekst van Vondel. Het is één van de twee scripties waarmee ik in 2003 afstudeerde bij de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Bij dit onderzoek heb ik voortgeborduurd op onderzoek van mijn scriptiebegeleider J.A. van Leuvensteijn samen met R. Noldus (‘Epische ontboezemingen, zakelijke gesprekken en spannende scènes in de Ghysbrecht van Aemstel. Het gebruik van zinsgrenzen en versgrenzen in relatie tot de inhoud’ in Voortgang. Jaarboek voor de Neerlandistiek XII, Amsterdam, 1991, p. 199-215) en met E. Wattel (‘Een statistische methode voor stijlonderzoek. Vorm-inhoud-correspondenties in Vondels Jeptha? Neerlandistiek.nl, 2002).
Beide artikelen gaan over een toneeltekst in verzen. Zeventiende-eeuwse toehoorders van een toneelstuk waren gewend om te luisteren naar verzen in strakke, berijmde, metrische vormen. In dit verband staat één begrip vooral centraal in het onderzoek: enjambement, in de betekenis van ‘overschrijding van het verseinde door de zin’. Dat kan een hoofd- of een bijzin zijn; de overkoepelende term die Van Leuvensteijn en Wattel gebruiken is perceptief continuum. Een dichter kon ervoor kiezen om de strakke vorm van het metrum te ondersteunen door het einde van een zin te laten samenvallen met het verseinde, of hij kon het verseinde binnen een zin laten vallen: enjambement.

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek: voorwoord

door Viorica Van der Roest
Omdat ik, toen het tijd werd om mijn studie Nederlandse Taal en Cultuur af te ronden, de keuze tussen letterkunde en taalkunde een onmogelijke vond, vroeg en kreeg ik toestemming om in beide richtingen af te studeren. Binnen de letterkunde koos ik voor de Middelnederlandse literatuur; het onderwerp van mijn taalkundige scriptie werd een ontmoeting tussen een berijmde tekst van Vondel en inzichten uit de psycholinguïstiek. In 2003 leverde ik beide scripties af. Met het onderwerp van mijn letterkundige scriptie, de Middelnederlandse roman Parthonopeus van Bloys, houd ik me nog steeds dagelijks bezig omdat ik er een proefschrift over schrijf. Mijn taalkundige scriptie heeft een treuriger lot getroffen: vergetelheid en stof.
Maar daar komt nu verandering in! De komende tijd ga ik een verkorte versie van mijn taalkundige scriptie in wekelijkse afleveringen op Neder-L publiceren. Ik hoop dat de Neder-L-lezers net zo geïntrigeerd zullen zijn door de onverwachte combinatie van Vondel en psycholinguïstiek als ik was tijdens het doen van het onderzoek.

Lees verder >>

Statenbijbels te zien in de Grote Kerk in Gorinchem

In 2010 werden in Gorinchem in een kluis in de Grote Kerk vier Statenbijbels ‘ontdekt’ die in de afgelopen anderhalve eeuw door schenkingen in het bezit van de hervormde gemeente Gorinchem waren gekomen. Hoewel het verblijf in de vochtige kluis de Statenbijbels geen goed had gedaan, bleek vrijwel meteen dat ze alle vier van grote historische betekenis waren. De Stichting Vrienden van de Grote Kerk nam het op zich om fondsen te werven voor de restauratie van de bijbels en in 2012 en 2013 werden de bijbels gerestaureerd door de restaurateur van het Statenbijbelmuseum te Leerdam, de heer Wim van ’t Zelfde.
Het gaat om een Statenbijbel van Keur uit 1686 met zes kaarten van Bastiaan Stoopendaal en bijzonder zilverbeslag op de (oorspronkelijke) band; een bijbel van Keur uit 1702 met zes kaarten gegraveerd door Daniël Stoopendaal en 51 bladen met prenten van Lambrecht Causé en Nicolaas Gommerse; een Statenbijbel uit 1748 die in Gorinchem gedrukt werd bij Nicolaas Goetzee, met twaalf kaarten van de hand van Willem Albert Bachiene; en ten slotte een Statenbijbel van Isaac van der Putte uit 1718 met zeldzame kaarten die gebaseerd zijn op kaarten van Jacob Savry en Cornelis Danckerts en op de oudste wereldkaart van Keur.
Volgende week, op vrijdag 6 september tussen 14.00 en 16.00 uur, komen de Statenbijbels even uit de vitrines en bestaat voor maximaal 10 personen de mogelijkheid om ze zelf uitgebreid te bekijken.De auteurs van het eerder dit jaar verschenen boek Statenbijbels in de Grote Kerk van Gorinchem, Simon van der Pol en Fineke van Driel, zullen aanwezig zijn om over de bijbels te vertellen en vragen erover te beantwoorden. Er zijn geen kosten verbonden aan deze bijeenkomst. Deelnemen kan alleen via telefonische aanmelding op telefoonnummer 0183-625046. Meer informatie is te vinden op de website van de Stichting Vrienden van de Grote Kerk.

Lees verder >>

Abracadabra

(poef!)
Door Viorica Van der Roest
Abracadabra is een woord dat in veel talen gebruikt wordt en in al die talen gedurende bijna twintig eeuwen niet van vorm is veranderd. Dat is eigenlijk heel bijzonder, als je het vergelijkt met andere woorden. Waarschijnlijk is de vorm niet veranderd omdat het om een toverformule gaat; wanneer je er iets aan zou veranderen, klopt hij niet meer. We hebben misschien als kind allemaal weleens ‘abracadabra’ tegen iemand geroepen in de hoop dat hij echt in een konijn zou veranderen (ik in ieder geval wel). Ik herinner me nog de teleurstelling toen volwassenen me uitlegden dat het ‘geen echte toverspreuk’ was. Hoewel ze dit vast te goeder trouw beweerden, hadden ze het verkeerd: abracadabrais wel degelijk een echte toverspreuk. Het is zelfs een kabbalistisch machtswoord.
Net zoals onze voorouders runen op amuletten, zwaarden, stenen en hout schreven om onheil te weren*, hingen de aanhangers van de gnostische sekte van Basilides een steen of stukje perkament met daarop het woord abracadabraom hun nek om koorts of andere ongemakken af te laten nemen.

Lees verder >>

Allergoloog

Door Viorica Van der Roest
Hooikoorts: het lijkt wel of tegenwoordig bijna iedereen er last van heeft. Het journaal op Nederland 1 had er op donderdag 20 juni zelfs een uitgebreid item over. Zou het dan een progressief verschijnsel zijn, of is het toch van alle tijden? Hooikoortsblijkt in ieder geval als woord nog niet zo oud. In het ONW, MNW en VMNW is het niet vertegenwoordigd; wel in het WNT. Dat meldt dat de Engelse variant van het woord, hayfever,  voor het eerst opdook rond 1829. Over de eerste vindplaats in het Nederlands is blijkbaar geen duidelijkheid.
Dit is de definitie van het WNT: ‘zekere aandoening, tijdens den hooitijd, van de slijmvliezen van oogen, neus en ademhalingswerktuigen, gemeenlijk veroorzaakt door het stuifmeel van grassen enz.’

Lees verder >>

De Melkheul

Door Viorica Van der Roest
Geïnspireerd door het nieuwe boek van Tanneke Schoonheim, Langs Leidse Stegen, dat afgelopen zaterdag door Marc van Oostendorp besproken werd, ben ik weer eens met frisse blik naar de straat- en steegnamen in mijn eigen woonplaats gaan kijken. De meeste mensen kennen Gorinchem vooral als decor van de file op de A27, maar wanneer u daar nou weer eens staat stil te staan, kunt u net zo goed even van de weg afkomen om de historische binnenstad te bekijken. Die heeft het middeleeuwse stratenpatroon nog grotendeels behouden, inclusief de oude straatnamen. Een wandeling met taalkundige meerwaarde is dus ook in Gorinchem te maken.
Sommige namen spreken voor zich, zoals Gasthuisstraat, Vissersdijk of Molenstraat. Opvallend is het vrij grote aantal dierenstraatnamen. Gorinchem heeft net als Leiden een Kabeljauwsteeg (ik heb helaas niet kunnen ontdekken hoe die aan deze naam gekomen is). De Katerstraat roept vragen op; is er in Gorinchem een zo gedenkwaardige kat geweest dat men een straat naar hem vernoemde? Of heeft de naam iets te maken met de hoge concentratie van café’s in dat deel van de stad? Verder zijn er een Blauwe Haansteeg en een Eendvogelsteeg.

Lees verder >>

Vestdijk en Sherlock Holmes

Door Viorica Van der Roest
Sinds Arthur Conan Doyle in 1887 over Sherlock Holmes begon te schrijven, is deze antiheld niet meer weg te denken uit de wereld van de spannende verhalen. Mensen die niet van lezen houden (die schijnen te bestaan) kennen hem meestal uit één van de bijna ontelbare Sherlockfilms of -televisieseries.
Het Engels waarin Conan Doyle schreef, is nog steeds verrassend toegankelijk en prettig leesbaar. Dus waarom zou je het, als je tenminste graag Engels leest, in vertaling gaan lezen? Ik zou eerlijk gezegd niet op dat idee zijn gekomen als ik niet pas een exemplaar van een vertaling door Simon Vestdijk voor een keurig bedragje op de kop had kunnen tikken. De aankoop gebeurde geheel vanuit bibliofiele motieven, maar als je het boek dan toch op de plank hebt staan, kun je het net zo goed ook lezen.
Vestdijk werkte aan een aantal vertalingen van Sherlockverhalen tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het publiceren van romans er even niet in zat vanwege zijn weigering toe te treden tot de Kultuurkamer. Een vertaling van Engels werk was trouwens ook niet makkelijk te publiceren, waardoor het boek waar het hier om gaat, Avonturen van Sherlock Holmes, uiteindelijk pas in 1946 verscheen*.
Wat de uitgave van 1946 voorheeft op latere drukken, is een uitgebreide inleiding van de hand van Vestdijk.

Lees verder >>

De identiteitscrisis van de paprika

Door Viorica Van der Roest
Een tijdje geleden werd er een aflevering van de Keuringsdienst van Waarde uitgezonden over paprikapoeder. De presentatoren gingen op zoek naar de paprika’s waar dat poeder van gemaakt wordt. Bij hun bezoekjes aan allerlei buitenlandse paprikaleveranciers ontstond, zoals ze zelf op hun website schrijven, een Babylonische spraakverwarring. Want volgens die leveranciers heette het ding dat wij een paprika noemen pepper. De Keuringsdienstmedewerkers reageerden alsof ze een grootschalig bedrog van de Nederlandse voedselindustrie op het spoor waren: in paprikapoeder zit helemaal geen paprika, maar peper! Ondanks de (goedbedoelde maar ontoereikende) uitleg van enkele leveranciers waren ze niet meer van het tegendeel te overtuigen.
Wat ze natuurlijk hadden moeten doen, was een historisch taalkundige erbij halen. Die had voor ze kunnen uitzoeken hoe dat nou zit, met die verschillende namen voor dezelfde vrucht. Want pepper en paprika zijn gewoon aan elkaar verwante woorden, waarvan de betekenissen wat uit elkaar geschoven zijn.

Lees verder >>

Nieuwe knutseltrend: boeken

door Viorica Van der Roest

Sinds de komst van allerlei digitale vormen van lezen duikt af en toe in de media de vraag op of het papieren, gedrukte boek zal verdwijnen. Hoe zulke dingen gaan, is moeilijk te voorspellen: de komst van televisie heeft de radio niet doen verdwijnen, maar het cassettebandje (hoewel tegenwoordig weer een beetje hip) is toch wel min of meer verdrongen door de cd (die nu ook al weer ouderwets is). Het lijkt me dat het met die boeken voorlopig wel mee zal vallen; digitaal lezen heeft in sommige gevallen nog beperkingen waar je bij het gebruik van een gedrukt boek geen last van hebt.
Toch is er nu iets aan het gebeuren met twintigste-eeuwse boeken, dat overeenkomst vertoont met wat er ooit gebeurde met middeleeuwse perkamenten handschriften. Vele daarvan eindigden in de zestiende en zeventiende eeuw, in stroken of losse bladen gesneden, als verstevigingsmateriaal in de ruggen en banden van andere boeken*. Dat is natuurlijk vanuit het standpunt van een moderne geïnteresseerde in middeleeuwse teksten heel erg zonde, maar de boekbinders die de handschriften versneden, zagen ze als verouderde gebruiksvoorwerpen die niemand meer las (bijvoorbeeld omdat het schrift of de taal verouderd was).

Lees verder >>

Rijksmuseum-leestip: Avontuur met Titia

Door Viorica Van der Roest
Nog een paar nachtjes slapen en dan gaat het Rijksmuseum weer open. Ter vermeerdering van de voorpret heeft Literatuurplein.nl een lijst van 20 publicaties over het Rijksmuseum samengesteld, waarbij de literatuur er met alleen een kinderboek en een novelle van Joost Zwagerman wel een beetje bekaaid vanaf komt.
Misschien een goede nummer 21: Avontuur met Titia, een roman door Simon Vestdijk en Henriëtte van Eyk (nog ruim verkrijgbaar via tweedehandsboekwinkels). Vestdijk en Van Eyk hadden tussen 1946 en 1955 een liefdesrelatie (uitgebreid beschreven in de Vestdijkbiografie van Hazeu) en schreven in 1949 samen deze brievenroman over twee schrijvers die afzonderlijk van elkaar een aantal nachten in het Rijksmuseum doorbrengen en daar in hun brieven aan elkaar verslag van uitbrengen. Om zich voor te bereiden op het schrijven van de roman mochten Vestdijk en Van Eyk met de toenmalige museumdirecteur  Van Schendel een nachtwandeling door het museum maken. Volgens Hazeu geeft het boek een betrouwbaar beeld van hoe het museum er voor de verbouwingen van de jaren vijftig uitzag. Nu het gebouw grotendeels in oude luister hersteld is, is Avontuur met Titia dus opeens meer in overeenstemming met de werkelijkheid dan het decennialang geweest is.

Lees verder >>

Oppoppen?

Ik erger me zelden tot nooit aan Engelse woorden in de Nederlandse taal; sterker nog, ze vallen me meestal niet eens echt op. Maar de laatste tijd kom ik in tijdschriften en kranten steeds vaker een eigenaardig woord tegen: oppoppen. Afgelopen zaterdag in Trouw weer, in de rubriek Wat doen we? (blz. 29 in de bijlage Tijd). Dit staat er:

Ze poppen overal op: huiskamerrestaurants.

Nou denk ik te begrijpen waar dit vandaan komt. Een zoekactie via Google levert een aantal treffers op waar het woord oppoppen steeds wordt gebruikt in de betekenis van ‘het verschijnen van pop up-vensters’. In die context vind ik het in ieder geval minder vreemd om het woord tegen te komen, alhoewel ook niet heel mooi. Maar in het genoemde geval in Trouw gaat het over huiskamerrestaurants; iets uit de tastbare realiteit dus. Dat is in mijn ogen net zoiets als wanneer je de ramen in je huis windows zou gaan noemen, omdat je dat woord zo vaak tegenkomt op je computer. Lees verder >>