Tag: Columns Paul Dijstelberge

Boekgeschiedenis 3.0

Door Paul Dijstelberge

Een congres in Puerto Rico
Een Hollandse wolkenlucht boven de Atlantische oceaan, het is 31 graden en vochtig. Ik vertrek zo van San Juan, Puerto Rico, naar Amsterdam, maar nu zit ik nog even in de loggia van mijn hotel in Old San Juan te schrijven.

Ik was in Puerto Rico voor het congres van de 16th Century Society, waarvoor honderden wetenschappers zich hadden verzameld in San Juan Hilton. Het Hilton is zo’n resort waar je vanuit de lobby in je zwembroek in de oceaan kunt springen. Een aardige mijnheer gaf je dan een grote handdoek. Niet dat er veel wetenschappers in het water spartelden.

De loggia nodigde uit tot schrijven in de schaduw, met uitzicht op de stad.  Een keer ben ik naar de oceaan gewandeld op een andere plek maar toen ik tot mijn enkels in het water stond, werd ik gered door een Puertoricaan die zei: no, no, no! Very strong current! Anders was ik waarschijnlijk in het niets verdwenen. ‘Sleeping with the fishes.’

Lees verder >>

Over een gedicht van Gerard Reve

Door Paul Dijstelberge

Ze willen dat ik schrijf
voor de vooruitgang.
Maar ik kan niet schrijven zoals zij,
al stam ik van hen af.
Ik moet de wijken van het volk in
en mijn oor te luisteren leggen:
zo hoor je nog eens wat.
Wat wil het volk?
Niet veel goeds, dat is zeker.
Dus ga ik de straat op,
met mijn eigen vaandel
Waarop geschreven staat:
Vrijheid! Ziekte! Ouderdom!
Lang leve de dood!

Sinds het inmiddels weer weggestorven rumoer over een aardige mevrouw met een boekwinkel in Bos en Lommer denk ik veel aan Gerard Reve. Ik kom uit die buurt en zodra iemand ‘Zeeheldenbuurt’ tegen mij zegt, val ik bij wijze van spreken op mijn knieën en dank ik de Heer.
Lees verder >>

In de regen, op het land, onder een boom.

Wij schuilden onder dropp’lend loover,
Gedoken aan den plas;
De zwaluw glipte ’t weivlak over,
En speelde om ’t zilvren gras;
Een koeltje blies, met geur belaan,
Het leven door de wilgenblaan.

’t Werd stiller; ’t groen liet af van droppen;
Geen vogel zwierf meer om;
De dauw trok langs de heuveltoppen,
Waar achter ’t westen glom;
Daar zong de Mei zijn avendlied!
Wij hoorden ‘t,en wij spraken niet.

Ik zag haar aan, en diep bewogen,
Smolt ziel met ziel in een.
O tooverblik dier minlijke oogen,
Wier flonkring op mij scheen!
O zoet gelispel van dien mond,
Wiens adem de eerste kus verslond!

Ons dekte vreedzaam wilgenloover;
De scheemring was voorbij;
Het duister toog de velden over;
En dralend rezen wij.
Leef lang in blij herdenken voort,
Gewijde stond!geheiligd oord!”

Wat maakt een subliem gedicht zo goed? Lees verder >>

Het Boek en zijn Vijanden (1)

Wanneer was dat ook al weer? 2005? Het elektronische papier was net uitgevonden. Ik behoorde tot een select groepje dat een digitaal leesapparaat mocht gebruiken en daar een mening over geven. Die mening kwam terecht in een rapportje dat – de onverbiddelijke werking van de tijd – inmiddels samen met het apparaatje in een onvindbare la is verdwenen. Of in de prullenbak.

‘Moeten we dit nog bewaren?’
‘Zit de netvoeding er nog bij?’
‘Nee, het is alleen een ding, geen draadjes.’
‘Weg ermee.’

Lees verder >>

Het Geheugen is een liefdevolle Bedrieger

Dat weet iedereen – en toch blijft mijn geheugen me verbazen. Jarenlang denk je af en toe aan een gedicht van Fritzi Harmsen ter Beek – ik heb door dat gedicht zelfs een boek over haar gelezen met foto’s van Fritzi en van het huis waarin ze woonde, en van de minnaars die weer precies pasten bij de oogopslag die ze tot op hoge leeftijd wist te bewaren. Een mooie vrouw. Mooie gedichten.

Het gedicht dat mijn geheugen bedroog ging over Verlaine.
Lees verder >>

Over Poëzie (1) – Amour Fou

Door Paul Dijstelberge

Eerst het gedicht:

Toen bliezen de poortwachters op gouden horens,
buiten daar spartelde het licht op ’t ijs,
toen fonkelden de hooge boometorens,
blinkende sloeg de Oostewind de zeis.

Uw voeten schopten omhoog het witte sneeuwsel,
uw oogen brandden de blauwe hemellucht,
uw haren waren een goudgespannen weefsel,
uw zwierende handen een roôvogelvlucht.

De oogen in u die fonkenden jong – goude,
het bloed in u vloog wentel – roowiekend om,
de oogen der lucht die antwoordden zoo goude,
boven dreven ijsschuimwolken om.

IJskoud was het – lagen de waters bezijen
klinkklaar van ijs niet, spiegelend onder zon,
schreeuwde het heete licht niet bij ’t overglijen,
omdat het snelvoetig de kou niet lijden kon.

De bolle blauwwangige lucht blies in zijn gouden
horenen omgespannen met zijn vuist –
de lucht kon ’t wijd weerklinken niet meer houden,
berstte en brak en blauwe sneeuw vloog vergruisd.

De wereld was een blauwe en witte zale,
daar stond een sneeuwbed tintelsneeuw midde’ in,
uw goudhoofd naar zwaanveeren ging te dalen –
lachende laagt ge, over het veld, handblanke, blanktande, trantele koningin.

Echte Literatuur

Door Paul Dijstelberge

Alles is meetbaar – als je maar weet hoe – en wat meetbaar is, wordt vanzelf tot wetenschap. Faust wist dat, al besteedde hij er verder niet veel aandacht aan: wetenschap is uiteindelijk saai, je kan beter vriendschap sluiten met Mephisto en je overgeven aan de liefde, wijn drinken, met studenten vechten in de kroeg of omringd door helse geesten woest door de nacht rijden op een vliegend paard.

Ik moest aan Faust denken toen ik voor de tweede maal een computerprogramma tegenkwam dat in staat zou moeten zijn het literaire gehalte van teksten na te meten.
Lees verder >>

‘It’s the economy, stupid.’

Door Paul Dijstelberge

De Duitser Philip von Zesen publiceerde in 1664 een even dik als uitbundig boek over Amsterdam. Hij was toen al jaren inwoner van die stad. Zijn enthousiasme was natuurlijk terecht. In de jaren zestig was de ‘gouden eeuw’ over zijn hoogtepunt heen, niettemin liep de stadstaat Amsterdam nog altijd minstens honderd jaar voor op andere grote steden zoals London of Parijs. Uitsluitend stenen huizen, verharde schone straten die veilig waren, een humane sociale zorg, gevangenissen die hun tijd ver vooruit waren en een perfecte infrastructuur die de stad verbond met de andere Hollandse steden en het platteland – het waren de ingrediënten van het ‘Hollandse wonder.’ Ik lees het boek van Von Zesen altijd weer met plezier: het bevestigt vooral het idee dat sociale betrokkenheid hand in hand dient te gaan met een zekere onverschilligheid. Helpen zonder te oordelen: het is misschien wel de belangrijkste les van het Nieuwe Testament. Helaas is het een boodschap die alleen begrepen wordt door kooplieden wier huizen doordesemd zijn van zeelucht.

In zijn boek roemt Von Zesen de Amsterdamse boekverkopers.
Lees verder >>

De STCN en wetenschappelijk onderzoek

Door Paul Dijstelberge
Enkele reacties op mijn vorige stuk maakten duidelijk dat ik enige uitleg verschuldigd ben over de Short Title Catalogue, Netherlands. Elf jaar zat ik bij de STCN achter een bureau waarover traag maar onstuitbaar een stroom boeken voorbijtrok. Met terugwerkende kracht zie ik mezelf daar zitten, als de visser uit een mooi gedicht van Lucebert maar dan met de muzikale begeleiding van een Walkman. Digitale camera’s bestonden nog niet begin jaren negentig anders had ik nu een documentatie-apparaat zonder weerga opgebouwd of was ik stapelgek geworden. De ziekte van Stendhal, maar dan voor bibliografen. In drie grote deelverzamelingen is de hele Nederlandse boekproductie van de zeventiende eeuw door mijn handen gegaan in onze grootste en oudste universiteitsbibliotheken: Amsterdam, Leiden en Utrecht. Vandaar dat ik meen te weten waar ik het over heb waar het de STCN betreft. Een dergelijke uitspraak is natuurlijk een drogreden – het beroep doen op vermeende autoriteit. De naam ervan ben ik gelukkig vergeten.
Laat ik allereerst zeggen dat ik denk dat onze nationale retrospectieve bibliografie – want dat is het – onvergelijkbaar is qua accuratesse en zoekmogelijkheden.
Lees verder >>

Willen we boekwetenschap of cargocult?

Door Paul Dijstelberge

Mijn oude vriend Jaap Harskamp was in Nederland. Het was een warm weekeinde en als vanouds dronken we dus een Geuze, ook al zat de vier (of is het vijf?) nog lang niet in de klok. Mijn dochters kwamen verlegen dag zeggen tegen wat toch wel een heel grote man is en gingen hem daarna van een paar meter afstand nieuwsgierig zitten bekijken.

Luisterden ze naar onze gesprekken? En zo ja, zouden ze er wat van begrijpen?
Lees verder >>