Tag: columns Lucas Seuren

Onderzoeksaanvragen: de (bevoorrechte) aanhouder wint

Door Lucas Seuren

Enkele weken terug ontving ik een teleurstellend, maar niet geheel onverwacht, mailtje. Mijn subsidieaanvraag bij de National Institute of Health Research was afgewezen. Meer dan honderd uur werk van mij en mijn begeleiders en een nul-resultaat. Het was even slikken en ik heb die nacht bijzonder slecht geslapen. Niet alleen omdat al dat werk ogenschijnlijk voor niets was, maar ook vanwege de onzekerheid over mijn toekomst: zou ik over een jaar nog werk hebben? Het is een bijzonder ontmoedigende situatie en het mag dan ook geen verrassing heten dat menig jong wetenschapper na die eerste mislukte poging opgeeft.

Lees verder >>

Te veel concurrentie in de wetenschap

Door Lucas Seuren

Met de Ware Opening van het Academisch Jaar is er momenteel weer een hoop aandacht voor de druk die er ligt op de academie, met name op de humaniora en sociale wetenschappen. Op dinsdag merkte Marc op dat dit ten dele te wijten is aan het doorgeslagen neoliberale beleid sinds de jaren 90, als ik dat zo mag parafraseren: onderzoekers moeten in navolging van het bedrijfsleven met elkaar concurreren, vanuit het idee dat dit leidt tot hogere kwaliteit. Die concurrentie heeft ertoe geleid dat wetenschappers in steeds meer detail hun onderzoeksplannen moeten uitwerken, veelal volslagen onrealistische beloftes moeten doen, en continu in hun vrije tijd bezig zijn om ook nog datgene te doen wat ze eigenlijk willen doen: onderzoek en onderwijs.

Lees verder >>

Kunnen we mens van computer onderscheiden?

Door Lucas Seuren

Al decennia wordt ons voorgehouden dat computers beter worden in praten met mensen. En hoewel ik niet zal ontkennen dat er vooruitgang is geboekt in de vorm van assistenten zoals Siri, Alexa, en Google Now, hebben ze nog een lange weg te gaan. Halverwege de vorige eeuw werd dit probleem geformaliseerd door Alan Turing, de voorvader van de computerwetenschap. Hij vroeg zich af of computers kunnen denken en stelde dat als een computer net zo handelt als een mens het antwoord ja is. Om dat te testen ontwikkelde hij de naar hem vernoemde Turing Test. Het idee is simpel: kan een mens op basis van een gesprek raden of hij gesproken heeft met een computer of met een ander mens? Of in een iets andere vorm: kan een robot een mens foppen?

Op het oog lijkt deze test simpel. In de praktijk lopen we alleen tegen een belangrijk probleem aan: mensen rationaliseren op basis van wat ze weten van de wereld. Hoe gek een robot dus ook praat, we zullen in eerste instantie heel veel moeite doen om die rariteiten te verklaren als normaal menselijk gedrag. Met andere woorden, als we iets zien wat niet strookt met ons beeld van de wereld, dan passen we ons beeld van de wereld niet aan, maar zoeken we naar een manier waarop onze waarneming toch strookt met ons wereldbeeld.

Lees verder >>

Zit taal in ons hoofd of in de wereld om ons heen?

Door Lucas Seuren

Vorige week schreef ik een stukje over wat taalkundigen bestuderen; gaat het om het cognitief systeem dat ten grondslag ligt aan taal, of wat ik ‘taal in de wereld om ons heen’ noemde. Marc van Oostendorp merkte daarbij terecht op dat taal helemaal niet in de wereld zit, maar dat er menselijke cognitie nodig is; elektrische impulsen in onze hersenen. Zowel de taalkunde die door Noam Chomsky en andere generatieve grammatici befoefend wordt, als de taalkunde zoals die bijvoorbeeld door mijn collega’s beoefend wordt, gaan dus uiteindelijk over menselijke cognitie.

In eerste instantie wilde ik die discussie niet voeren; taalkundigen hebben wat je noemt een reputatie voor felle debatten die vooral de tegenstellingen helder maken en weinig doen om het onderzoeksveld vooruit te helpen. Er heerst soms een onderzoeksklimaat dat niet eens zo ver af staat van het politieke klimaat in het Verenigd Koninkrijk rond Brexit. Maar ik realiseerde me dat dat te gemakkelijk zou zijn – bovendien maak ik me ook soms schuldig aan dergelijke posities – en dus hierbij een poging om wat verder uit te diepen wat de verschillende stromingen binnen de taalkunde bestuderen, op een hopelijk genuanceerde manier.

Lees verder >>

De correcte data van taalkunde: wat moeten we bestuderen?

Door Lucas Seuren

In april gaf Noam Chomsky, de godfather van de moderne taalkunde, twee lezingen aan MIT. Het zullen voor de meeste mensen niet de meest eenvoudige lezingen zijn geweest: hij praat immers tegen taalkundigen over taalkunde en Chomsky kan bijzonder complex uitleggen. Maar zoals wel vaker met Chomsky weet hij complexe zaken soms ook heel eenvoudig voor het voetlicht te brengen. De lezingen zitten vol fascinerende observaties en discussies, maar een van de meest interessante—in mijn ogen—is zijn opvatting over data: wat moet je bestuderen om taal te begrijpen?

Lees verder >>

Dood aan de ouderen!

Door Lucas Seuren

Taalblunders van politici zijn een onuitputtelijke bron van vermaak. Voormalig president George W. Bush was legendarisch met zijn vele kromme uitspraken, maar veelal waren dat vooral versprekingen. Nog leuker is als er ogenschijnlijk over is nagedacht en politici desondanks finaal de mist in gaan. Een van de kandidaten voor het leiderschap van de Britse conservatieve partij, Jeremy Hunt, maakte deze week ongetwijfeld een van de mooiste blunders uit de geschiedenis toen hij, onbedoeld, campagne begon te voeren voor gedwongen euthanasie.

Lees verder >>

AI is leuk, maar Google is een trage leerling

Vorig jaar kondigde Google een nieuwe service aan voor zijn persoonlijke assistent: Duplex. Deze nieuwe service zou in staat moeten zijn om reserveringen te maken in bijvoorbeeld restaurants. De opnames die Google gebruikte waren indrukwekkend: het klonk natuurlijk en de reserveringen werden probleemloos gemaakt, ondanks dat de restaurantmedewerker een zwaar Chinees accent had. Maar na een test door de New York Times blijkt dat de toekomst van digitale persoonlijke assistenten wat minder rooskleurig is dan Google ons voorhield: Duplex doet nog lang niet alles en veelal vertrouwt Google nog op mensen om reserveringen te maken.

Lees verder >>

Van bitterballenelftal tot bierboot

Ruim een jaar terug schreef ik hier een stukje over het mij volslagen onbekende concept bitterballenelftal. De term werd gebruikt om duidelijk te maken dat een elftal in kwestie vooral voor de lol voetbalt, dat wil zeggen, voor de derde helpt in de kantine waar de bitterballen klaar staan. Onlangs kwam ik er achter dat dit een breed gedragen concept is: een samenstelling van de term voor een groep sporters met een versnapering die na de wedstrijd voor de gezelligheid wordt genuttigd betekent dat die groep sporters er niet is om serieus mee te doen aan de competitie. In het Nederlandse voetbal heet dat een bitterballenelftal, in het roeien—in ieder geval in Oxford—heet dat een beer boat, een ‘bierboot’.

Lees verder >>

De toekomst van de taalbeheersing 6/n

Door Lucas Seuren

Tot op heden heb ik in deze serie aandacht besteed aan de verscheidene reacties op Carel Jansens artikel over de toekomst van de taalbeheersing (€€€). Daarbij heb ik natuurlijk al uitgebreid mijn visie laten doorschemeren, maar voor ik de serie afsluit door Jansens reactie op de reacties onder de loep te nemen, wil ik nog wat langer stilstaan bij het belang van fundamenteel onderzoek. Een van de stellingen van Jansen was immers dat we als vakgebied primair onze aandacht op praktische vraagstukken moeten richten, en ik heb grote vraagtekens bij die ambitie. Dat is met name omdat mijn eigen subdiscipline, de Conversatieanalyse, daardoor juist als wetenschap zwakker lijkt te worden.

Vooruitgang

Als ik de wetenschappelijke tijdschriften zoals het Journal of Pragmatics en Research on Language and Social Interaction doorblader, dan valt me keer op keer weer op hoe versplinterd het onderzoek is. We houden ons allemaal bezig met overkoepelende thema’s, en natuurlijk lezen we en verwijzen we naar elkaars onderzoek, maar daar houdt het wel bij op. De vooruitgang op fundamenteel-wetenschappelijk niveau is vrij minimaal. Lees verder >>

Doe maar aan of in?

Door Lucas Seuren

Alsof we op Neerlandistiek nog niet genoeg gezegd hebben over doen als hulpwerkwoord in het Nederlands (Marc van Oostendorp en Henk Wolf schreven er onlangs al over), wil ik er toch nog iets meer over kwijt. Maar anders dan mijn collegae Neerlandici gaat het me niet om doeslief. Tijdens mijn dagelijkse analyseoefening kwam ik namelijk de volgende uiting tegen: doe maar aan. Daar lijkt niks bijzonders mee, en ongetwijfeld ben ik enigszins raar dat ik me er wel voor interesseer, maar grammaticaal is het toch wel een gek dingetje.

Doe maar

Wat is er dan mee aan de hand? In het dagelijks leven zeggen mensen van tijd tot tijd doe maar, zonder dat ze daarbij natuurlijk naar de band verwijzen. Het is een manier om in te stemmen: Lees verder >>