Tag: columns Jan Stroop

TEEN

Over regel 5 uit ’t Egidiuslied

Door Jan Stroop

Door de recente verschijning van ’t kapitale boek van Frits van Oostrom, Wereld in Woorden, over de 14eeeuwse literatuur, kwam de herinnering aan een oude kwestie weer bij me op: de interpretatie van regel 5 van ’t Egidiuslied uit ’t Gruuthusehandschrift. Ik heb jaren geleden over die regel een voorstel gedaan in de afscheidsbundel voor Wim Klooster, maar niet bij iedereen geloof gevonden. Omdat ik intussen nog weer meer argumenten verzameld heb en omdat ik ervan houd ’t laatste woord te hebben, kom ik er nog eens op terug.

Lees verder >>

Dubben

Bij het doorzoeken van de Statenbijbel naar het gebruik van als en/of dan kwam ik opeens deze zin tegen:

 “Als radeloose, die met gedurich dencken, ende dubben, den tijt vast slijten, ende niet sekers besluyten, nochte tot de sake en doen (Statenbijbel, Genesis XLII 1637).
Een mooie vondst want dit citaat ontbreekt in het Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT).
Maar ik was vooral verbaasd. Dat gebruik van dubben leek wel een omgekeerd anachronisme. Voor mijn gevoel was dubben namelijk een modern woord dat je al helemaal niet in die statige Statenbijbel zou verwachten. Dat gevoel bleken nog een paar mensen te hebben, reden om eens na te gaan waar dat gevoel vandaan komt of op berust. 

Lik op stuk


“Net als voorgaande jaren zal er ook tijdens de komende jaarwisseling hard worden opgetreden tegen veroorzakers van ongeregeldheden. Zoveel mogelijk wordt lik-op-stuk-beleid toegepast.” Aldus een persbericht van het Openbaar Ministerie van 21 december. De personen die ’t betreft weten natuurlijk dondersgoed wat dat lik-op-stuk-beleid inhoudt:  (super)snelrechtzittingen en  meteen uitzitten van opgelegde gevangenisstraffen, maar waar de uitdrukking vandaan komt en wat ie oorspronkelijk betekende, daarover zullen zich wel nooit ’t hoofd gebroken hebben, vermoed ik. Dat heb ik wel gedaan.

Lees verder >>

Zaaddodend

In NRC Handelsbladvan zaterdag 15 december kwam ik twee keer ’t adjectief zaaddodend tegen in figuurlijke betekenis. Dat verbaasde me, want je komt dat woord in die betekenis zelden tegen, zei mijn gevoel. Dat gevoel heeft me niet bedrogen, want de Krantenbank wijst uit dat dit zaaddodend gemiddeld één keer per jaar voorkomt.
De eerste attestatie is in een artikel in De Volkskrant van 20 februari 1995. Marcel van Lieshout schrijft daar over het ‘zaaddodend proza’ dat ie in ’t blad Opzij aantreft. Ik noem hem omdat hij hoogstwaarschijnlijk de eerste is die zaaddodendzo gebruikt, want ook in de database ‘Historische Kranten’ van de Koninklijke Bibliotheek heb ik geen ouder voorbeeld  aangetroffen.
Lees verder >>

Oorrijm

’t Stukje van Bas Jongenelen  over oogrijm (Neder-L van 26 november) herinnerde me aan een versje van Constantijn Huygens dat je vanwege de rijmwoorden als een geval van oorrijm zou kunnen zien. Nu is rijm altijd een kwestie van klankovereenkomst, maar in dit geval speelt ’t oor toch een bijzondere rol. ’t Versje dateert van 21 April 1685: 
Masteluijn.
Tom is geneight
To studie at night,
Most of his cares
Zijn by de kaers.


Lees verder >>

Een ondeugdelijk rapport

Als je ’t pas verschenen rapport  Jongeren, de Nederlandse taal & participatie  mag geloven, spreken jongeren in Nederland, Vlaanderen (België), Aruba en Suriname ’t meest Algemeen Nederlands. Opmerkelijk nieuws voor wie wel eens jongeren heeft horen praten en ook helemaal in strijd met wat je er over leest. Het onderzoek waar dat rapport een verslag van is, is uitgevoerd in opdracht van de Taalunie.

Uit de Inleiding: “De Nederlandse Taalunie besloot eind 2010 om een Taalunie Jongerenraad op te richten. De bedoeling is jongeren uit Aruba, Curaçao, Nederland, Sint-Maarten, Suriname en Vlaanderen te laten meepraten over kwesties die de Nederlandse taal betreffen. 
Het onderhavige kwalitatieve onderzoek naar de mening van de jongeren over de Nederlandse taal is een opmaat voor de vorming van zo’n raad. De toetsing van een participatieconcept dat als model kan dienen, maakt deel uit van dit onderzoek.” (blz. 13).
Dit onderzoek deugt niet omdat de gevolgde methode onder de maat is, ’t verslag zichzelf voortdurend tegenspreekt en omdat de conclusies door andere onderzoeken weersproken worden. Om over ’t modieuze doel ‘jongeren te laten meepraten over kwesties die de Nederlandse taal betreffen’ nog maar te zwijgen.

Lees verder >>

Eraan zijn verknocht

(door Jan Stroop)

Journalisten hebben de gewoonte om in een bijzin ’t voltooid deelwoord achteraan te zetten: en dat een tweede is gearresteerd (Volkskrant, 7 aug. jl.). Ze doen dat ook bij meerledige werkwoordsgroepen in hoofd- en bijzin: maar dit kon maandag niet worden bevestigd OF dat beter in kaart moet worden gebracht OF dat 22 kappers moeten worden opgeleid. (alle: Volkskrant, idem). Ze doen dat omdat ze denken dat dat beter is of ze denken helemaal niet, maar volgen gedachteloos wat ze door collega’s aangepraat is.

Dat levert gekunstelde bouwsels op als deze krantenkop: Assange zou als held moeten worden geëerd (Volkskrant, 4 dec. 2010), met de strekking waarvan ik ’t overigens wel eens ben. Ook grammaticaal niets op aan te merken, maar voor iemand met gevoel voor cadans en ritme, is ’t storend of, zoals Vondel ’t formuleerde: “ons oor wraeckt dat geluit; eenen valschen klanck, die de muzijck der tale bederft” (1650).
Lees verder >>

Raar

De r en de l vormen samen de groep van de liquidae, de vloeiklanken, die zo heten omdat  de lucht vrijelijk langs de tong kan uitstromen. Hun articulatieplaats is dezelfde, maar bij de ene, de l, ligt de tong stil, bij de andere ratelt die r. Dat ratelen is trouwens maar betrekkelijk: er zijn heftige ratelaars, de tongpunt r bijvoorbeeld, en er zijn r’s waarbij de tong nauwelijks of niet beweegt. Door hun identieke articulatieplaats zijn ze sterk verwant. Dat blijkt bijvoorbeeld doordat ze in sommige talen in elkaars plaats kunnen komen.  Dat is mooi te zien bij de leenwoorden in ’t Surinaams,  ’t Sranan.

Jan Stroop: Waarom niet Nederlandistiek?

’t Weblog dat heden jubileert, kennen we als Neder-L. De ondertitel luidt: “Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek”. Vreemd die verschillende vormen, Neder- en Neer-. Een beetje halfslachtig ook. Ze herinneren aan de discussie die jaren geleden gevoerd werd over de naam van ’t vak dat wij beoefenen. ’t Was de Groningse hoogleraar Heeroma die ermee begon en die voorstelde de traditionele benamingen neerlandistieken neerlandicus te vervangen door nederlandistiek en nederlandist, Hij gebruikte die benamingen zelf al sinds 1958.

In zijn boek  Sprekend als Nederlandist(1968) legt Heeroma uit dat ie tijdens zijn verblijf in ’t buitenland gemerkt had dat de term neerlandicus daar onbruikbaar is en bevreemding wekt, o.a. doordat ie afwijkt van benamingen als germanist en romanist. Neerlandicus is trouwens potjeslatijn, aldus Heeroma. ’t Is een 19e-eeuwse creatie, net als ’t vak Nederlands zelf; zie ’t stuk van Joop van der Horst.

Lees verder >>

HET bestaat niet!

Er zijn mensen die jeuk krijgen van een woord met een apostrof erin (’t en ’n bijvoorbeeld); zie de commentaren bij mijn blog EYE: ’n doorn in ’t oog  Anderen voelen zo’n weerzin dat ze niet verder kunnen lezen. Arme apostrof. En hij heeft nog wel zo’n lange traditie en ’t is juist zo’n zinvol letterteken.

De oudste vermelding van ’t TEKEN apostrof dateert uit 1550, maar de apostrof werd al veel eerder gebruikt, bijvoorbeeld door Jan van Boendale (ca. 1300) : in ’t lant van Ludicke.  De apostrof diende om aan te geven dat er letters weggelaten waren. Die letters werden ook niet uitgesproken. ’t Citaat van Van Boendale, in ’t lant klonk waarschijnlijk als intlant. Die t is een reductie van ’t toenmalige lidwoord dat, als dat z’n klinker verloor doordat ’t ‘aanleunde’ tegen een volgend of voorafgaand woord:  tvolc (’t volk); int lant.

Lees verder >>

EYE: ’n doorn in ‘t OOG

Woensdag 4 april vond in Amsterdam de opening plaats van ‘t nieuwe filminstituut, door de koningin nog wel. Dat instituut heet EYE. Ik dacht eerst dat dat was omdat ’t gelegen is aan ’t Amsterdamse IJ; u kent toch de hedendaagse uitspraak van die ij, maar nee het is ’t Engelse woord voor OOG.

Het zal wel geen toeval zijn dat die opening gepland is in de week voor Pasen. Dat is immers de beste tijd om ons vertrouwd te maken met de juiste uitspraak van dat EYE:

Lees verder >>

Een oor aangenaaid

Er wordt tegenwoordig veel geklaagd over studenten die niet kunnen spellen en de onderwijsinspectie zit er terecht bovenop. Maar hebt u wel eens geluisterd naar Nederlanders die voorlezen? Dat is een ramp. In een op de drie zinnen word je op ’t verkeerde been gezet doordat de voorlezer de zinsklemtoon legt op ’n woord dat geen nadruk mag hebben. Ook presentatoren van radio en TV en zelfs nieuwslezers zijn er niet vrij van, maar ’t stoort blijkbaar niemand. We zijn zo gewend om de boodschap te ‘decoderen’ dat we ’t niet eens merken. Misschien omdat we maar met een half oor luisteren of aan een half woord genoeg hebben.  
Als in de verkeersberichten van de ANWB geadviseerd wordt om een andere ROUTE te kiezen, dan ‘weten’ we dat hier bedoeld wordt een ANDERE route te kiezen. Luister nu eens naar deze zin:
Job Cohen heeft op een persconferentie toegelicht waarom hij heeft besloten de POLITIEK te verlaten (Radio-journaal, 20-2-2012)
Die moet natuurlijk begrepen worden als: Job Cohen heeft op een persconferentie toegelicht waarom hij heeft besloten de politiek te VERLATEN

Lees verder >>

Ga toch fietsen

Door Jan Stroop

Of het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde een “peer-reviewed journal” is, weet ik niet. Er wordt in elk geval wel beoordeeld. Ik doe daar zelf namelijk ook af en toe aan mee. Maar soms lijken de beoordelaars van het TNTL de deskundigheid te missen om het tijdschrift voor uitglijders te behoeden. Die gedachte kwam bij me op toen ik in ’t laatste nummer ’t artikel Fiets ‘ersatzpaard’ las. Daarin presenteren Gunnar de Boel en Luc de Grauwe (voortaan B en G) een etymologie die op geen enkele manier aannemelijk gemaakt wordt. Hun conclusie is dat het Nederlandse woord fiets een Duits leenwoord is, dat teruggaat op het Latijnse leenwoord vice in de betekenis ‘plaatsvervanger’.

Dat zit zo.
Lees verder >>