Tag: columns Jan Renkema

Taalwetenschap van het Niets

Onbegonnen werk van een emeritus

Door Jan Renkema

Na veertig jaar taal- en tekstwetenschap komt er in het emeritaat ruimte voor onbegonnen onderzoek. De projecten lagen al lange tijd klaar, maar door alle andere werkzaamheden heb ik er nooit eerder aan kunnen beginnen. De projecten hebben alle het woordje ‘niets’ of ‘geen’ gemeen. Met dit onderzoek hoop ik het vak verder te kunnen dienen. Resultaten zullen te zijner tijd, of iets later, gepubliceerd worden via www.neerlandistiek.nl  en/of de sites www.janrenkema.nl en www.schrijfwijzer.nl. Het gaat om vier onderzoeksactiviteiten.

1 Projecten die tot niets leiden

Hier ligt het accent op het verzamelen van variatiemogelijkheden of verschijnselen in actueel taalgebruik. Hier is het puur de vreugde van het verzamelen. Het gaat niet om een systeem of het testen van een theorie. Deze projecten leiden tot niets, behalve dan de voldaanheid weer een exemplaar gevonden te hebben. Zoiets als vlinders vangen. Twee voorbeelden. Lees verder >>

Antimetabolitis

Voorstel voor een ‘AM’-groep

Door Jan Renkema
Ik ga nu eindelijk bekennen dat ik al jaren last heb van een (prettige) infectie, ontstaan door een overgevoeligheid voor de krachtigste stijlfiguur die er bestaat: de antimetabool. Ik lijd aan antimetabolitis. Laat ik het uitleggen.
Wanneer twee deelzinnen of woordgroepen parallel lopen, voel ik al iets opkomen. Ook in heel eenvoudige zinnen. Zie de parallellie in:
Wat staat geschreven, staat geschreven.
Als je de volgorde in het eerste deel, de bijzin, omwisselt, komt er extra spanning in de zin:
Wat geschreven staat, staat geschreven.
De werking van de zo ontstane inkadering of omarming is nog nauwelijks doorgrond. Bij tangconstructies werkt die weer heel anders. Ook in rijmschema’s speelt zo’n volgordewisseling een rol (ABBA, enz) en in klankwerking (‘why a butterfly flutters by’), of in verhaalanalyse van de volgorde waarin subthema’s of personen genoemd worden. Lees bijvoorbeeld het verhaal van Kaïn en Abel, en zie daar aan het begin tweemaal KAAK. Gaat het verhaal daarom meer over Kaïn?

Lees verder >>

Taal is taal (4)

Deze voorlopig laatste bijdrage in de serie Taal is taal is bedoeld om u te stimuleren voorbeelden te verzamelen. Het gaat om uitdrukkingen die te herleiden zijn tot de formule X = X. Deze zijn als volgt onderverdeeld:
‘X = X’ in vijf categorieën
1 X = X                                   Afspraak is afspraak.
2 (X)-(X)                                Ik doe wat ik doe.
3 X, X  + voorwaarde             Als het af is, is het af.
4 X, X + reden, vergelijking, duur      
4a reden                                   Het gaat zo omdat het zo gaat.
4b vergelijking             Het gaat zoals het gaat.
4c duur                                    Het gaat zolang het gaat.
5 X, X  in nevenschikking, met ‘en’ of met ‘of (niet)’
5a X = X en Y = Y                  Werk is werk en vakantie is vakantie.
5b X of X?                              Is het mooi of is het mooi?
5c X of niet X                         Je bent vader of je bent het niet.
Mijn speculatie is dat alle mogelijke pragmatische betekenissen te herleiden zijn tot één gespreksfunctie, of interactieve functie in een tekst, namelijk: een einde maken aan de communicatie over het desbetreffende onderwerp. Die ‘basisfunctie’ noem ik de ‘basta’-betekenis.

Lees verder >>

Taal is taal (3)


Deze serie gaat over een verzameling uitdrukkingen als: Op is op. Het is zo omdat het zo is. Wat geweest is, is geweest. Deze zijn te herleiden tot de formule X = X. Schijnbaar nietszeggend, maar toch wordt er iets gecommuniceerd. In de vorige afleveringen is een categorisering voorgesteld, en zijn suggesties gegeven voor mede-verzamelaars.

Nu verder over de vraag naar de betekenis en functie van dit soort uitdrukkingen. We beginnen met de naamgeving. Natuurlijk is ‘een naam maar een naam’ (ook zo’n uitdrukking), maar een discussie hierover kan wel licht werpen op waar het nu precies om gaat.
In de literatuur wordt vaak gesproken over een ‘tautologie’, en ook over ‘diepe’ of ‘nominale’ of ‘identieke’ tautologie. Maar de term tautologieis al gereserveerd voor een heel ander verschijnsel. Een tautologie is een stijlfiguur waarin de betekenis van een woord wordt herhaald in een synoniem: altijd en eeuwig, haat en nijd. Door de verdubbeling versterkt een tautologie de betekenis; bij een onbedoelde verdubbeling gaat de zeggingskracht verloren.  Maar hier lijkt echter iets anders aan de hand. In uitdrukkingen als Wat geweest is, is geweest lijkt de herhaling een bijkomend verschijnsel; het gaat hier om een is-gelijk-stelling. En bovendien gaat het niet om synoniemen maar om dezelfde woorden of deelzinnen. De toevoegingen ‘diepe’ of ‘nominale’ of ‘identieke’ proberen dit karakter wel weer te geven, maar die blijven strijdig met de ingeburgerde betekenis van tautologie. In feite is de ook voorgestelde aanduiding ‘schijnbare tautologie’ beter. Maar als iets ‘schijnbaar Q’ is, dan blijft het een uitdaging om te achterhalen wat Q nu eigenlijk is.

Lees verder >>

Taal is taal (2)

Elke(?) taal kent uitingen van het type X=X: Genoeg is genoeg. Op is op. In aflevering 1 is een indeling voorgesteld met vijf hoofdcategorieën en enkele onderverdelingen:
1 X = X                                   Afspraak is afspraak.
2 (X)-(X) in bijzin                  Ik doe wat ik doe.
3 X, X  + voorwaarde             Als het af is, is het af.
4 X, X + reden, vergelijking, duur      
4a reden                                   Het gaat zo omdat het zo gaat.
4b vergelijking             Het gaat zoals het gaat.
4c duur                                    Het gaat zolang het gaat.
5 X, X  in nevenschikking, met ‘en’ of met ‘of (niet)’
5a X = X en Y = Y                  Werk is werk en vakantie is vakantie.
5b X of X?                              Is het mooi of is het mooi?
5c X of niet X                         Je bent vader of je bent het niet.
Helpt u mee verzamelen? Hieronder enkele suggesties.

Lees verder >>

Taal is taal (1)


In het jaar dat ik aan mijn studie begon, 1967, verscheen er een boek dat al vrij snel populair werd onder studenten. Enkele jaren later kwam het ook in het Nederlands uit, De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie van Paul Watzlawick, e.a. (Deventer: Van Loghum Slaterus, 1973). Eén zin uit dit boek is mij altijd bijgebleven: “Je kunt niet niet communiceren.” Dus, in alles wat je doet én niet doet, communiceer je. Is stilte in een gesprek nooit zomaar een stilte? En wat dan met het verschijnsel ‘nietszeggendheid’? Door de jaren heen heb ik verzamelingen aangelegd van formuleringen waarmee – zo lijkt het – niets nieuws wordt gezegd. Een van mijn verzamelingen valt te herleiden tot de formule X = X, bijvoorbeeld: Genoeg is genoeg. Op is op. Vandaag is vandaag.

Met deze bijdrage (in vier afleveringen, voorlopig) wil ik u opwekken om mee te verzamelen, onduidelijkheden te verhelderen en deze vorm van  ‘nietszeggendheid’ beter te doorgronden. Met uw hulp kan zo een nieuw genre tot ontwikkeling komen: crowd texting. Direct hierover al een vraag. Wie kent hier een handig Nederlands woord voor? Of laten we het net als crowd funding onvertaald omdat het Engels nu eenmaal veelzeggender is in deze woordcombinatie? Uw commentaar is welkom onder deze tekst. En direct ook een tweede vraag. In mijn studie van deze bijzondere tautologie ben ik niet verder gekomen dan de verwijzingen in het artikel van Martina Temmerman uit 2012 onder de titel ‘Trop is te veel, en te veel is trop’ (zie hier). Wie kent er andere en vooral recentere literatuur?

Lees verder >>