Tag: columns Fabian Stolk

In Dubio Senseo

Door Fabian Stolk


Toen mijn eermalige collega-docent, leidinggevende en promotor Wiljan van den Akker (1954) begon te tellen, niet op een Montessoritelraam, maar beroepsmatig, toen hij, in andere woorden, begon te kwantificeren – zichtbaar sedert het eerste nummer van Nederlandse letterkunde (Van den Akker 1996) – kon je, strictly speaking for my self (Erick Parker 2013), op je provinciale klompen voelen aankomen dat hij zich, dwaas of niet, los ging zingen van wat toen nog heette de afdeling Moderne Nederlandse Letterkunde. Hij zou, vóór alle anderen, de mede door zijn – en, als ik zo vrij mag zijn: deels ook mijn – leermeester A.L. Sötemann gebaande paden der poëtica, editietechniek en poëzie-interpretatie gaan verlaten.

Hard core neerlandici telden – althans in de, niet geheel van een Utrechtse, Emmalaanse cylinder bevrijde optiek – als ze al konden tellen, hooguit lettergrepen: bij grotere eenheden verloren ze, en verliezen ze nog steeds, de greep op de letteren. Maar we weten inmiddels: niemand kan van nature zijn hartstocht onderbreken (Nijhoff 1925). En wie landelijk en internationaal wil meetellen, doet mee met tellen. Laat mij nu in zijn spoor proberen te treden.

Lees verder >>

Thomas Vaessens, Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur-III (slot)

Door Fabian Stolk

Vandaag gaat alles (behalve het verduimnagelen van plaatjes in Blogger) goed. Varen op de Utrechtse Nieuwegracht en Drift, elektrisch voortgedreven; toch maar een benzinemotor gekocht overigens; en het is zomer. En ik heb Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur van Vaessens uit. Die hoeft dus niet mee naar het strand straks (metonymisch, dat, want ik ga niet naar het strand op vakantie).

Open vs. gesloten

Het hoofdstuk over het laatste denkraam, het postmodernistische, heb ik met plezier gelezen (het margepotlood dommelde in zijn etui).
Lees verder >>

Thomas Vaessens, Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur-II

Door Fabian Stolk

De kneep

De kneep van dit boek (ik ben nog maar tot pagina 330 gevorderd), zit erin dat Vaessens de chronologisch en historisch verhalende benaderingswijze van de moderniteit combineert met een conceptuele en transhistorische werkwijze waarmee hij literaire teksten bespreekt. Hij legt dit als volgt uit (p. 11):

Wij zeggen niet: ‘Multatuli is een romanticus’, maar bijvoorbeeld wel: ‘Max Havelaar kan gelezen worden vanuit het romantische frame’. Een tekst (of een auteur) hoeft in onze optiek namelijk niet romantisch te zijn om romantisch gelezen te kunnen worden. En wanneer Max Havelaar inderdaad romantisch gelezen kan worden, dan sluit dat niet uit dat ook andere frames productieve leesstrategieën bieden. Multatuli’s roman komt bijvoorbeeld in bijna alle hoofdstukken van deel II aan de orde. Kennelijk kan de tekst op verschillende manieren met de moderne wereld in verband gebracht worden, reden dat hij al zo lang springlevend is.

In werkelijkheid komt die roman, afgaand op het register, alleen voor in de hoofdstukken over het romantische, het realistische en het postmodernistische frame.
Lees verder >>

Thomas Vaessens, Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur

Uitgeverij Vantilt, Nijmegen 2013. Paperback met flappen. 472 bladzijden.

Door Fabian Stolk

Gevorderd

Nu ik dit noteer [01-07-2013], ben ik pas gevorderd tot bladzijde 309. Ik ben dus geen beginneling meer, maar gevorderde. Maar ik ben nog niet aan de meet. En zou er dus nog mijn toetsenbord over moeten houden. Totdat ik het uit heb. Want ik wil niet meedoen aan het dom krakeel der kranten. Maar ik wil wel wat terugroepen tegen dat hol gevat van de recensies, die niet van enige vakkennis getuigen, hooguit van eenvoudige lekenergernis. Ergernis die ik me wel kan voorstellen, want het boek is – denk ik, nu ik tot pagina 309 gevorderd ben – in ieder geval niet wat de titel doet denken dat het is. Het is geen overzicht van alle, om een of andere reden belangrijke, invloedrijke, goede en/of bijzondere literaire boeken van de afgelopen ruim tweehonderd jaar.
Lees verder >>

Handgemaakte inzichten

Door Fabian Stolk

Wat – vroeg ik me in de trein terug af – maakt dat ik het ene symposium niet en het andere van begin tot eind wel interessant vind? Geen idee, was het antwoord toen ik thuis was. Toch loop ik die samenscholingen echt niet lukraak af. Ik selecteer ze op onderwerp en/of sprekers dan wel contactmogelijkheden, of, in geval van nood, prettige nazit en hoop er het beste van. Maar meestal overweegt hoe dan ook na korte tijd het gapen. Vrijdag, te laat aangekomen door een seinstoring ter hoogte van Duivendrecht, vervolgens benard door een krap stoeltje achterin de zaal, daarenboven na luttel tijds klam door gebrek aan frisse lucht, bleef ik maar vol aandacht luisteren en denken. De sprekers waren niet extreem goed (ho ho, versta me wel: alle waren eenvoudigweg ronduit goed, maar niet extreem, verbluffend, imponerend, gremdatiaal), de powerpoints al helemaal niet (geen enkele Prezi, zouden m’n studenten opmerken). In het onderwerp ben ik niet diep ingevoerd. En toch heb ik alleen maar aandachtig meegedacht tijdens Handgemaakte inzichten, georganiseerd ter gelegenheid van de oratie van Karina van Dalen-Oskam als hoogleraar computationele literatuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam (zie hier).
Lees verder >>

Letteren en cijfers (2)

De krant van vrijdag heb ik nog niet uit. Ik druppel nog even door. In het boekenkatern van de NRC gaat de onheilstijding over het boekenvak voort. Maar ‘onheil’ heeft daar meer betrekking op de tijding, de berichtgeving, dan op wat er wordt bericht. Het betreft een stuk onder de titel ‘Alles zal anders gaan‘. In de ondertitel staat ondermeer:
‘verkoopaantallen zijn niet meer zo vanzelfsprekend’.

Lees en herlees dat eens op je gemak, en vraag je af wat het betekent, want zo vanzelfsprekend is het niet, nee.

In het artikel schrijft Maria Vlaar:
Lees verder >>

De activiteiten van uitgeverijen op sociale media worden steedsHet valt me op dat uitgeverijen op de sociale media steeds meer berichten plaatsen dieHet lijkt niet onmogelijk dat sociale media de Nederlandse uitgeverijen in toenemende mate verlokken tot
Ik weet niet hoe ik het netjes moet zeggen. Het effect, laat ik het daar dan op houden, zou te omschrijven kunnen zijn als: stupéficatie. Of, iets alledaagser: ik zit werkelijk met mijn bek vol tanden en plaatsvervangende schaamte te kijken naar wat Nederlandse uitgeverijen op het internet en dan speciaal via sociale media weten te vertonen. Ik doel hier niet op de inerte, petrosauriërachtige appdie Van Oorschot heeft laten ontwikkelen voor de Ipad van mijn gade, maar meer in het bijzonder op een tweet en een Facebook-bericht van twee andere huizen.

Praedigitale poëzie

Gisteravond bezocht ik weer eens i-Poetry Live van het Poëziecircus, vooral, geef ik toe, omdat ik wist dat Ramsey Nasr zou komen en omdat ik weet dat ik diens poëzie waardeer en nog meer als hij zelf voordraagt. Twee vliegen, één klap.

Daar komt bij dat ik de huisband Phinx erg leuk vind. Drie vliegen. Een biertje er niet duur is. Vier (en ik al één keer de quizz gewonnen heb).

Maar gisteren werd ik onverwacht overdonderd door de voordracht door Marjolijn van Heemstra. Vijf. Lees verder >>