Tag: Carmien Michels

‘en zo blijf je een stille vriend’

Pronomina in de lyriek (9)

Door Marc van Oostendorp

Pennenvriend

Dag liftkooibewoner in het station
die ik nooit aanspreek omdat ik bang ben
voor je gedachten als ik je geld geef
je lijkt op mijn pennenvriend van toen ik veertien was
die ik een foto van mijn tepel stuurde in ruil
voor een Kiplingaapje en een zak ribbelchips die ik niet kreeg
mijn tepel kon ik niet terugnemen
en zo blijf je een stille vriend
aan wie ik brieven schrijf
in de landschappen die ik voorbijrijd

De bierdrinkers met lege blikjes
in de stiltecoupé vloekend op vertraging
weten beter dan ik
wat ze wensen
als ze in de wolken een olielamp zien
een slok bier binnen handbereik

Als iemand nog bewijs nodig heeft dat jij geen aangesproken persoon is in lyrische gedichten, dan zou hij Pennenvriend kunnen nemen uit Carmien Michels’ veelgeprezen bundel We komen van ver (2017). De zin ‘die ik nooit aanspreek’ is onmogelijk uit te spreken in alledaagse conversatie, tenzij de spreker met nooit zoiets bedoeld: nooit behalve nu. (‘Ik doe dat anders nooit, maar vandaag maakte ik een dansje in de regen.’)

Lees verder >>