Tag: canon

Gerda van Wageningen in de canon

Door Marc van Oostendorp

De canon van de Nederlandse literatuur als netwerk. Illustratie uit het besproken artikel.

De interessantste opmerking staat aan het eind, in het nieuwe artikel The Canon of Dutch Literature According to Google dat de letterkundigen Lucas van der Deijl en Roel Smeets samen met de computertaalkundige Antal van den Bosch schreven.

Het artikel gaat uit van een interessante gedachte: wat als we de canon nu eens door Wikipedia en Google lieten bepalen? Zouden we dan niet een veel democratischer beeld krijgen van de literatuur? En hoe zou dat beeld er dan uit zien? De auteurs namen alle 2287 schrijversnamen van de Wikipedia-pagina Nederlandse schrijvers en ze voerden deze aan het algoritme van Google. Dat geeft voor schrijvers een lijstje met ‘gerelateerde zoekresultaten’.

Lees verder >>

19 oktober 2019, Gent: Nacht van de canon

De Nacht van de canon wordt een spectaculair hoogtepunt van onze werking rond klassiekers uit de Nederlandstalige literatuur. Een nachtelijk concert van Roosbeef (solo) is alvast iets om reikhalzend naar uit te kijken.

In 2020 wordt de lijst met 50(+1) essentiële werken uit de literaire canon voor het eerst hernieuwd. Sommige titels zullen verdwijnen, andere werken worden eraan toegevoegd. In blijde verwachting van de ‘nieuwe’ canon nemen we op 19 oktober spetterend afscheid van onze eerste canonlijst.

Lees verder >>

April/mei 2019, Gent: Lezingenreeks over de literaire canon.

In 2015 stelden de KANTL en het Vlaams Fonds voor de Letteren een dynamische canon van de Nederlandstalige literatuur op. Die lijst bevat 50 (+ 1) essentiële werken uit onze literatuur: van Hendrik van Veldeke tot Hendrik Conscience, van Hadewijch tot Hella Haasse.

Hoe en waarom kwam die lijst tot stand? Welke hartverscheurende keuzes zijn er gemaakt om tot die selectie te komen? Wat maakt Vondel en Hugo Claus zo bijzonder dat ze twee keer in de canon voorkomen? Waarom blijft het verhaal van Reinaert de vos na al die eeuwen zo ontzettend grappig en relevant? En welke regels uit de poëzie van Lucebert blijven ook vandaag nog intrigeren en ontroeren? Lees verder >>

‘Relevantie en opbrengsten’

Door Marc Kregting

Gestaag maakt De praktijk van de leeslijst me duidelijk dat ik in een parallel universum leef. Jeroen Dera concretiseert in dat rapport welke boeken Nederlandse middelbarescholieren in 2018 tot zich hebben genomen. En hoewel hij een slag om de arm houdt over de representativiteit van zijn 1886 deelnemers uit havo en vwo, is de proef volgens hem statistisch safe. Ik vertrouw op zijn kunde en ben dan van mijn melk.

Deze scholieren consumeren van alles, bewonderenswaardig divers. Op hun lijst, ondergebracht in een bijlage, staan 725 verschillende auteurs. Dera geeft daar het nodige commentaar bij: scheve verhoudingen tussen vrouwen en mannen, tussen westers en niet-westers, de onbekendheid met Vlaanderen. Maar hij zwijgt erover dat de keuze van de scholieren ongewild de spot drijft met wat jury’s, neerlandici en dies meer voor belangrijke boeken houden. Da’s uiteraard ook lollig. Lees verder >>

Verplichte leeslijst wijst leerling de weg

Door Nico Keuning

Ontlezing bij de jeugd is een zorg van deze tijd. Hoe kan het lezen gestimuleerd worden? Niet door de verplichte leeslijst op de middelbare school, vinden sommigen. ‘Verplicht’ zou ontmoedigen. Maar hoe moeten leerlingen die niet lezen zelf een literatuurlijst samenstellen? De verplichte leeslijst is een ontdekkingsreis. Niet alleen ontdekt de leerling de lezer in zichzelf, hij wordt bovendien op het spoor gezet van zijn favoriete literatuur. Er is wel een voorwaarde aan die verplichte lijst verbonden: een inspirerende leraar.

Als we uitgaan van de Nederlandse literatuur, dan begint de Moderne Letterkunde met Max Havelaar (1860) van Multatuli (ps. van Eduard Douwes Dekker). Een prachtig boek van een meesterverteller over kolonialisme, een onderwerp dat nog steeds actueel is. Om niet te zeggen hot. De jonge lezer kan op aangeven van de leraar heel eenvoudig een sprong maken naar De tolk van Java (2016), van Alfred Birney, die met dit boek, waarin hij qua compositie zinspeelt op Max Havelaar, de Libris Literatuurprijs won. Lees verder >>

Verschenen: Uit de marge. Kanttekeningen bij de cultuurhistorische canon

Afgelopen zaterdag, 13 oktober, nam Erica van Boven officieel afscheid als hoogleraar letterkunde aan de Open Universiteit. Zij deed dat met het uitspreken van een afscheidscollege over Arthur van Schendel en het lezerspubliek. Met haar onderzoek naar ‘vrouwenromans’ in de literaire kritiek, haar kanttekeningen bij de literaire canon en het recente project rond publieksliteratuur (of middlebrow) heeft Van Boven tal van studenten en collega’s geïnspireerd. In de bundel Uit de marge, verschenen onder redactie van Lizet Duyvendak en Jan Oosterholt, betonen 29 letterkundigen, historici, filosofen en een jurist eer aan het onderzoek dat Van Boven in gang heeft gezet.

Uit de marge. Kanttekeningen bij de cultuurhistorische canon, bevat studies over veelal veronachtzaamde, marginale en niet-gecanoniseerde cultuurverschijnselen: van Olympische kunstspelen tot een zombie-serial, van negentiende-eeuwse dagbladfeuilletons tot naoorlogse paperbackreeksen, van lesbische romanpersonages tot toneelschuwende gemeentebestuurders en van krantencolumns tot Sinterklaasgedichten. Leidmotieven zijn de spanning tussen highmiddle en lowbrow, de argwaan jegens bestsellers, het grillige verloop van reputaties en de tijdloosheid van de culturele omnivoor. Alle bijdragen zijn geïnspireerd door Erica van Bovens pleidooi voor onderzoek naar populaire cultuuruitingen en vormen samen een kleine geschiedenis van de smaak van het brede publiek.

De bundel is verschenen bij uitgeverij Verloren en aldaar te bestellen.

Schimmel hoeft niet in de canon

Door Marita Mathijsen

Hoe belangrijk is het dat er een literaire canon is en dat er via het onderwijs en de overheid aan literaire monumentenzorg gedaan wordt? Dat er een aantal werken uit de Nederlandse literatuur uit het verleden gekend wordt door iedereen die meer dan de basisschool doorlopen heeft? Enige maanden geleden heb ik een pleidooi gehouden voor hertalingen van klassieken. Nu wil ik dat verder specificeren: het gaat er mij om dát er een canon is en dat er klassieken gelezen worden, desnoods met aanpassingen.

Verstandige ouders discussiëren niet met hun kinderen over tandenpoetsen, schone onderbroeken of de bruine boterham. Ze moeten het gewoon doen, aandoen of opeten. Je discussieert hooguit erover of je een gele of een rode onderbroek aandoet, of je met een electrische of met de gewone tandenborstel poetst, of je na de bruine boterham een beschuit met hagelslag mag, maar niet óf je het doet. Lees verder >>

De verhalen in onze taal zijn de troef van ons vak

Door Floor van Renssen.
Met medewerking van Anneke Smits en Erna van Koeven.

Enkele weken geleden verschenen er vlak achter elkaar een aantal emotionele artikelen over literatuuronderwijs aan tweedegraads lerarenopleidingen. Collega’s vielen elkaar aan op een snibbige toon. Het begon met de column van Coen Peppelenbos op weblog Tzum over het feit dat literatuur van voor 1880 niet meer verplicht is in de herijkte kennisbasis voor lerarenopleidingen Nederlands. Marc van Oostendorp wond zich hier over op: ‘Nu heb ik er genoeg van!’. Hij schreef over ‘het hbo’ (hij bedoelt de lerarenopleiders die de kennisbasis vaststelden): ‘Hiermee heeft het hbo laten zien dat het niet in staat is een eigen ‘kennisbasis´ vast te stellen, dat men zich te veel laat leiden door allerlei andere overwegingen en niet door de wens leraren te kweken die een voorbeeld voor hun leerlingen kunnen zijn – voorbeelden van nieuwsgierigheid, van eruditie, van iets verder kijken dan je neus lang is.’

En toen had ík er genoeg van. Lees verder >>

Hoeveel boeken uit de canon moet een leraar Nederlands kennen?

Door Coen Peppelenbos

Er zijn tientallen redenen om dit artikel niet te schrijven. Een discussie over de canon gaat binnen de kortste keren over zijwegen. Voordat je weet het heeft een schrijver weer ammunitie voor een column waarin hij ‘Fuck de canon’ kan schrijven zodat hij weer op drie congressen een betaald optreden heeft als ludieke tegenstem in een forumpanel over de toekomst van het lezen. Voordat je het weet gaan leraren elkaar tips geven over hoe je het best Karel ende Elegast aan de man kunt brengen (met Tekst in context, met middeleeuws eten, met een musical, met hardop voorlezen, met vertalen et cetera). Voordat je het weet breekt er onder Neerlandici weer een discussie los over de keuze van de canonboeken (waarom altijd Karel ende Elegast). Ik wil me in dit artikel beperken tot de vraag die ook als titel fungeert: hoeveel boeken uit de canon moet een leraar Nederlands kennen?

Die vraag komt natuurlijk niet uit het niets, want ik ben lerarenopleider en ben samen met een paar collega’s verantwoordelijk voor de literatuurlessen in de tweedegraads- en eerstegraadsopleiding Nederlands. Dat is doorgaans een van de mooiste beroepen die je kunt uitoefenen al is je speelveld vrij breed omdat je zo’n beetje alles moet bijhouden wat er binnen je vakgebied verschijnt. Van de middeleeuwen tot nu is dat een vrij breed gebied en ik kan met gerust hart zeggen dat ik niet in staat ben om alles bij te houden. het lukt me niet om zo’n tweehonderd nieuwe boeken te lezen die elk jaar uitkomen waardoor ik mijn kennis van de moderne letterkunde kan bijhouden, laat staan dat ik ook nog alle publicaties over alle eeuwen daarvoor tot me kan nemen. Ik maak keuzes, ik schipper, ik grasduin af en toe, maar ik ben een echte generalist: iemand die van alles een beetje af weet. Om met harde getallen te komen: ik lees dit jaar zo’n vijftig tot zestig boeken al moet ik erbij zeggen dat dit niet echt een topjaar voor me was. Lees verder >>

Oproep: De praktijk van de leeslijst

Door Jeroen Dera

Elk jaar behalen zo’n 55.000 havisten en zo’n 35.000 vwo-leerlingen hun diploma aan de middelbare school. Dat betekent dat jaarlijks rond de 90.000 scholieren het onderdeel ‘literatuur’ binnen het schoolvak Nederlands afronden. Gesteld dat die leerlingen daadwerkelijk het voorgeschreven aantal literaire teksten op hun schooltype zouden lezen – minimaal 8 werken op het havo en 12 op het vwo – dan vertegenwoordigen deze leerlingen een leesgemeenschap waarin zo’n 860.000 keer een literair werk gerecipieerd werd.

Of de praktijk zo rooskleurig is als dat aanzienlijke cijfer, valt zeer te betwijfelen. Tal van leerlingen sluiten het onderwijs in literatuur succesvol af zonder ook maar één boek te lezen, of ze lezen enkele pagina’s en behelpen zich vervolgens met een uittreksel op de website Scholieren.com. Het literatuuronderwijs kampt daarnaast met een imagoprobleem: criticasters als Christiaan Weijts (‘Fuck de canon!’, NRC Handelsblad, 14 januari 2016) en Alex Boogers (De lezer is niet dood, 2015) schetsen een stoffig beeld van de literatuurlessen, waarin aansluiting bij de literaire actualiteit ver te zoeken zou zijn. Weijts poneerde zelfs dat de gemiddelde leeslijst ‘misdadig’ is en dat docenten die nog canonieke werken voorschrijven op strafkamp dienen te gaan. Lees verder >>