Tag: canon

Gerda van Wageningen in de canon

Door Marc van Oostendorp

De canon van de Nederlandse literatuur als netwerk. Illustratie uit het besproken artikel.

De interessantste opmerking staat aan het eind, in het nieuwe artikel The Canon of Dutch Literature According to Google dat de letterkundigen Lucas van der Deijl en Roel Smeets samen met de computertaalkundige Antal van den Bosch schreven.

Het artikel gaat uit van een interessante gedachte: wat als we de canon nu eens door Wikipedia en Google lieten bepalen? Zouden we dan niet een veel democratischer beeld krijgen van de literatuur? En hoe zou dat beeld er dan uit zien? De auteurs namen alle 2287 schrijversnamen van de Wikipedia-pagina Nederlandse schrijvers en ze voerden deze aan het algoritme van Google. Dat geeft voor schrijvers een lijstje met ‘gerelateerde zoekresultaten’.

Lees verder >>

19 oktober 2019, Gent: Nacht van de canon

De Nacht van de canon wordt een spectaculair hoogtepunt van onze werking rond klassiekers uit de Nederlandstalige literatuur. Een nachtelijk concert van Roosbeef (solo) is alvast iets om reikhalzend naar uit te kijken.

In 2020 wordt de lijst met 50(+1) essentiële werken uit de literaire canon voor het eerst hernieuwd. Sommige titels zullen verdwijnen, andere werken worden eraan toegevoegd. In blijde verwachting van de ‘nieuwe’ canon nemen we op 19 oktober spetterend afscheid van onze eerste canonlijst.

Lees verder >>

April/mei 2019, Gent: Lezingenreeks over de literaire canon.

In 2015 stelden de KANTL en het Vlaams Fonds voor de Letteren een dynamische canon van de Nederlandstalige literatuur op. Die lijst bevat 50 (+ 1) essentiële werken uit onze literatuur: van Hendrik van Veldeke tot Hendrik Conscience, van Hadewijch tot Hella Haasse.

Hoe en waarom kwam die lijst tot stand? Welke hartverscheurende keuzes zijn er gemaakt om tot die selectie te komen? Wat maakt Vondel en Hugo Claus zo bijzonder dat ze twee keer in de canon voorkomen? Waarom blijft het verhaal van Reinaert de vos na al die eeuwen zo ontzettend grappig en relevant? En welke regels uit de poëzie van Lucebert blijven ook vandaag nog intrigeren en ontroeren? Lees verder >>

‘Relevantie en opbrengsten’

Door Marc Kregting

Gestaag maakt De praktijk van de leeslijst me duidelijk dat ik in een parallel universum leef. Jeroen Dera concretiseert in dat rapport welke boeken Nederlandse middelbarescholieren in 2018 tot zich hebben genomen. En hoewel hij een slag om de arm houdt over de representativiteit van zijn 1886 deelnemers uit havo en vwo, is de proef volgens hem statistisch safe. Ik vertrouw op zijn kunde en ben dan van mijn melk.

Deze scholieren consumeren van alles, bewonderenswaardig divers. Op hun lijst, ondergebracht in een bijlage, staan 725 verschillende auteurs. Dera geeft daar het nodige commentaar bij: scheve verhoudingen tussen vrouwen en mannen, tussen westers en niet-westers, de onbekendheid met Vlaanderen. Maar hij zwijgt erover dat de keuze van de scholieren ongewild de spot drijft met wat jury’s, neerlandici en dies meer voor belangrijke boeken houden. Da’s uiteraard ook lollig. Lees verder >>

Verplichte leeslijst wijst leerling de weg

Door Nico Keuning

Ontlezing bij de jeugd is een zorg van deze tijd. Hoe kan het lezen gestimuleerd worden? Niet door de verplichte leeslijst op de middelbare school, vinden sommigen. ‘Verplicht’ zou ontmoedigen. Maar hoe moeten leerlingen die niet lezen zelf een literatuurlijst samenstellen? De verplichte leeslijst is een ontdekkingsreis. Niet alleen ontdekt de leerling de lezer in zichzelf, hij wordt bovendien op het spoor gezet van zijn favoriete literatuur. Er is wel een voorwaarde aan die verplichte lijst verbonden: een inspirerende leraar.

Als we uitgaan van de Nederlandse literatuur, dan begint de Moderne Letterkunde met Max Havelaar (1860) van Multatuli (ps. van Eduard Douwes Dekker). Een prachtig boek van een meesterverteller over kolonialisme, een onderwerp dat nog steeds actueel is. Om niet te zeggen hot. De jonge lezer kan op aangeven van de leraar heel eenvoudig een sprong maken naar De tolk van Java (2016), van Alfred Birney, die met dit boek, waarin hij qua compositie zinspeelt op Max Havelaar, de Libris Literatuurprijs won. Lees verder >>

Verschenen: Uit de marge. Kanttekeningen bij de cultuurhistorische canon

Afgelopen zaterdag, 13 oktober, nam Erica van Boven officieel afscheid als hoogleraar letterkunde aan de Open Universiteit. Zij deed dat met het uitspreken van een afscheidscollege over Arthur van Schendel en het lezerspubliek. Met haar onderzoek naar ‘vrouwenromans’ in de literaire kritiek, haar kanttekeningen bij de literaire canon en het recente project rond publieksliteratuur (of middlebrow) heeft Van Boven tal van studenten en collega’s geïnspireerd. In de bundel Uit de marge, verschenen onder redactie van Lizet Duyvendak en Jan Oosterholt, betonen 29 letterkundigen, historici, filosofen en een jurist eer aan het onderzoek dat Van Boven in gang heeft gezet.

Uit de marge. Kanttekeningen bij de cultuurhistorische canon, bevat studies over veelal veronachtzaamde, marginale en niet-gecanoniseerde cultuurverschijnselen: van Olympische kunstspelen tot een zombie-serial, van negentiende-eeuwse dagbladfeuilletons tot naoorlogse paperbackreeksen, van lesbische romanpersonages tot toneelschuwende gemeentebestuurders en van krantencolumns tot Sinterklaasgedichten. Leidmotieven zijn de spanning tussen highmiddle en lowbrow, de argwaan jegens bestsellers, het grillige verloop van reputaties en de tijdloosheid van de culturele omnivoor. Alle bijdragen zijn geïnspireerd door Erica van Bovens pleidooi voor onderzoek naar populaire cultuuruitingen en vormen samen een kleine geschiedenis van de smaak van het brede publiek.

De bundel is verschenen bij uitgeverij Verloren en aldaar te bestellen.

Schimmel hoeft niet in de canon

Door Marita Mathijsen

Hoe belangrijk is het dat er een literaire canon is en dat er via het onderwijs en de overheid aan literaire monumentenzorg gedaan wordt? Dat er een aantal werken uit de Nederlandse literatuur uit het verleden gekend wordt door iedereen die meer dan de basisschool doorlopen heeft? Enige maanden geleden heb ik een pleidooi gehouden voor hertalingen van klassieken. Nu wil ik dat verder specificeren: het gaat er mij om dát er een canon is en dat er klassieken gelezen worden, desnoods met aanpassingen.

Verstandige ouders discussiëren niet met hun kinderen over tandenpoetsen, schone onderbroeken of de bruine boterham. Ze moeten het gewoon doen, aandoen of opeten. Je discussieert hooguit erover of je een gele of een rode onderbroek aandoet, of je met een electrische of met de gewone tandenborstel poetst, of je na de bruine boterham een beschuit met hagelslag mag, maar niet óf je het doet. Lees verder >>

De verhalen in onze taal zijn de troef van ons vak

Door Floor van Renssen.
Met medewerking van Anneke Smits en Erna van Koeven.

Enkele weken geleden verschenen er vlak achter elkaar een aantal emotionele artikelen over literatuuronderwijs aan tweedegraads lerarenopleidingen. Collega’s vielen elkaar aan op een snibbige toon. Het begon met de column van Coen Peppelenbos op weblog Tzum over het feit dat literatuur van voor 1880 niet meer verplicht is in de herijkte kennisbasis voor lerarenopleidingen Nederlands. Marc van Oostendorp wond zich hier over op: ‘Nu heb ik er genoeg van!’. Hij schreef over ‘het hbo’ (hij bedoelt de lerarenopleiders die de kennisbasis vaststelden): ‘Hiermee heeft het hbo laten zien dat het niet in staat is een eigen ‘kennisbasis´ vast te stellen, dat men zich te veel laat leiden door allerlei andere overwegingen en niet door de wens leraren te kweken die een voorbeeld voor hun leerlingen kunnen zijn – voorbeelden van nieuwsgierigheid, van eruditie, van iets verder kijken dan je neus lang is.’

En toen had ík er genoeg van. Lees verder >>

Hoeveel boeken uit de canon moet een leraar Nederlands kennen?

Door Coen Peppelenbos

Er zijn tientallen redenen om dit artikel niet te schrijven. Een discussie over de canon gaat binnen de kortste keren over zijwegen. Voordat je weet het heeft een schrijver weer ammunitie voor een column waarin hij ‘Fuck de canon’ kan schrijven zodat hij weer op drie congressen een betaald optreden heeft als ludieke tegenstem in een forumpanel over de toekomst van het lezen. Voordat je het weet gaan leraren elkaar tips geven over hoe je het best Karel ende Elegast aan de man kunt brengen (met Tekst in context, met middeleeuws eten, met een musical, met hardop voorlezen, met vertalen et cetera). Voordat je het weet breekt er onder Neerlandici weer een discussie los over de keuze van de canonboeken (waarom altijd Karel ende Elegast). Ik wil me in dit artikel beperken tot de vraag die ook als titel fungeert: hoeveel boeken uit de canon moet een leraar Nederlands kennen?

Die vraag komt natuurlijk niet uit het niets, want ik ben lerarenopleider en ben samen met een paar collega’s verantwoordelijk voor de literatuurlessen in de tweedegraads- en eerstegraadsopleiding Nederlands. Dat is doorgaans een van de mooiste beroepen die je kunt uitoefenen al is je speelveld vrij breed omdat je zo’n beetje alles moet bijhouden wat er binnen je vakgebied verschijnt. Van de middeleeuwen tot nu is dat een vrij breed gebied en ik kan met gerust hart zeggen dat ik niet in staat ben om alles bij te houden. het lukt me niet om zo’n tweehonderd nieuwe boeken te lezen die elk jaar uitkomen waardoor ik mijn kennis van de moderne letterkunde kan bijhouden, laat staan dat ik ook nog alle publicaties over alle eeuwen daarvoor tot me kan nemen. Ik maak keuzes, ik schipper, ik grasduin af en toe, maar ik ben een echte generalist: iemand die van alles een beetje af weet. Om met harde getallen te komen: ik lees dit jaar zo’n vijftig tot zestig boeken al moet ik erbij zeggen dat dit niet echt een topjaar voor me was. Lees verder >>

Oproep: De praktijk van de leeslijst

Door Jeroen Dera

Elk jaar behalen zo’n 55.000 havisten en zo’n 35.000 vwo-leerlingen hun diploma aan de middelbare school. Dat betekent dat jaarlijks rond de 90.000 scholieren het onderdeel ‘literatuur’ binnen het schoolvak Nederlands afronden. Gesteld dat die leerlingen daadwerkelijk het voorgeschreven aantal literaire teksten op hun schooltype zouden lezen – minimaal 8 werken op het havo en 12 op het vwo – dan vertegenwoordigen deze leerlingen een leesgemeenschap waarin zo’n 860.000 keer een literair werk gerecipieerd werd.

Of de praktijk zo rooskleurig is als dat aanzienlijke cijfer, valt zeer te betwijfelen. Tal van leerlingen sluiten het onderwijs in literatuur succesvol af zonder ook maar één boek te lezen, of ze lezen enkele pagina’s en behelpen zich vervolgens met een uittreksel op de website Scholieren.com. Het literatuuronderwijs kampt daarnaast met een imagoprobleem: criticasters als Christiaan Weijts (‘Fuck de canon!’, NRC Handelsblad, 14 januari 2016) en Alex Boogers (De lezer is niet dood, 2015) schetsen een stoffig beeld van de literatuurlessen, waarin aansluiting bij de literaire actualiteit ver te zoeken zou zijn. Weijts poneerde zelfs dat de gemiddelde leeslijst ‘misdadig’ is en dat docenten die nog canonieke werken voorschrijven op strafkamp dienen te gaan. Lees verder >>

Meneertje vwo

Door Marc Kregting

Net nu ik door de bestandsnaam ‘def’ afstand heb gedaan van het voorrecht een boek te herschrijven, gebeurt er iets wat in die tekst aan bod had kunnen komen. Of het met identiteitspolitiek te maken heeft of met instituties of met geen van beide, weet ik eerlijk gezegd nog steeds niet. Maar feit bleef dat afgelopen week voor De Groene Amsterdammer Christiaan Weijts een standenmaatschappij heeft bevestigd in laaglandse literatuur. Naar aanleiding van de jongste roman van Alex Boogers waren dit de frappantste passages:

‘dit soort literaire buitenbeentjes. Ik denk aan Henk van Straten, Jan van Mersbergen, Auke Hulst, Walter van den Berg… dat soort mannen. Of jongens eigenlijk. Hoe verschillend ze ook zijn, in grote lijnen delen ze dit verhaal: ze zijn opgegroeid in achterstandswijken of plattelandsdorpjes, hadden een jeugd van gebroken gezinnen, ontsporingen, vulden hun cv’s met baantjes voor ongeschoolden (…)

Ook de uiterlijke overeenkomsten zijn meer dan bijkomstig. Ze beoefenen ruige sporten, hebben tatoeages of spelen in gitaarbandjes. (…)

Ook stilistisch is hier een verwantschap: geen mooischrijverij, geen stilistische virtuositeit, maar een directheid, een rauwheid, die je volks zou kunnen noemen. Mannen van weinig woorden. De blueszangers van onze literatuur. Ironie zul je hier evenmin aantreffen als geraffineerd gegoochel met fictie en werkelijkheid. Geen diepere lagen, intertekstuele verwijzingen of experimentele vormen. We hebben hier te maken met een andere literaire familie dan de tak Flaubert-Nabokov-Couperus-Nooteboom’

Heuse chavs in Holland! Ik vind Weijts exercitie nogal wat. Academisch populisme, populistisch would-be academisme of journalistiek die de eigen tijd weerspiegelt? Lees verder >>

Een literatuurgeschiedenis in plaatjes

Door Marc van Oostendorp

“Want (of gy ’t weet) ik heb” meldde Elisabeth Wolff in 1772 aan haar lezers, “wel ja ik! plaats genomen / In ‘t panpoëticon van Nêerlands dichtren schaar. / (Mogt dit de doodstuip van myn’ kwynende eerzucht weezen!)” Ook Wolff had namelijk plaats genomen om zich te laten portretteren voor het Panpoëticum Batavûm, een kabinet met toen al ruim 300 portretjes van Nederlandse schrijvers en dichters uit alle tijden.

Dat Panpoëticum heeft een centrale plaats in het proefschrift Literaire erflaters dat Lieke van Deinsen morgen aan de Radboud Universiteit Nijmegen verdedigt en dat gaat over de manier waarop mensen in de vroege achttiende eeuw nadachten over de Nederlandse literatuur: hoe verhield die zich tegenover andere letterkundes, zoals de klassieke en de Franse? Wie waren de boegbeelden? Hoe belangrijk waren vrouwen?  Lees verder >>

Waar zijn de hoeders van het literatuuronderwijs?

Door Sander Bax (Tilburg University), Marjolein van Herten (Open Universiteit), Erwin Mantingh (Universiteit Utrecht) en Theo Witte (Rijksuniversiteit Groningen).(Meesterschapsteam Nederlands – Letterkunde)

Het literatuuronderwijs is afgebrokkeld van een gezichtsbepalend en zwaarwegend onderdeel van het schoolvak Nederlands tot een ‘subdomein’ dat langzaam maar zeker naar de afgrond schuift. Ook bij de vreemde talen is er bijna niets meer van over. Op de opiniepagina van de NRC van 14 januari 2017 legt Christiaan Weijts dan ook de vinger op de zere plek: het literatuuronderwijs dreigt verdrongen te worden naar de marges van het voorgezet onderwijs. Een kwijnend bestaan ligt op de loer.

Die marginalisering is veroorzaakt door zwalkend beleid. Bij de invoering van het studiehuis in 1998 werd het cijfer voor literatuur van alle talen in de zak-/slaagregeling samengevoegd tot een apart vak letterkunde. Leerlingen konden toen dus op literatuur zakken. Enkele jaren later werd literatuur met andere ‘kleine’ vakken weggemoffeld in het combinatiecijfer. Weer later werd het ‘teruggegeven’ aan de afzonderlijke talenvakken, maar zonder de weging aan te passen. In de rapportenvergaderingen telt literatuur nauwelijks meer mee. Lees verder >>

Vrijdag 7 oktober 2016 Lerarendag VU: ‘De canon in de klas? Literatuurgeschiedenis op school’

Folder-Lerarendag-Nederlands-VU-2016Locatie: Vrije Universiteit
De Boelelaan 1105
1081 HV Amsterdam
Zaal: WN – M129

Met de woorden ‘Fuck de canon’ wist schrijver en columnist Christiaan Weijts begin 2016 de Nederlandse literaire gemoederen op te schrikken door in NRC Handelsblad van leer te trekken tegen de literatuurlijst op school. Hij schreef: ‘Altijd weer Max Havelaar, die afgrijselijke monumentale baksteen die een effectief moordwapen is voor élk sluimerend vonkje literaire interesse.’

Het effect van zijn column was duidelijk: velen klommen direct in de hoogste boom. Anti- en pro-canongeluiden vulden de kranten en de social media. Verontruste leraren schreven ingezonden brieven, schrijver Philip Huf was tegen een lijst, NRC Handelsblad meldde in het hoofdcommentaar juist dat het de taak van de leraar was de Max Havelaar te doen schitteren. Lees verder >>

Symposium De literaire canon in de vroegmoderne tijd

Symposium ‘De literaire canon in de vroegmoderne tijd’, 13 oktober 2016, Auditorium Rijksmuseum, 15.00-18.00.

Ter gelegenheid van de nieuwe boekenreeks Rijksmuseum Studies in History en de lancering van de website schrijverskabinet.nl organiseert het Rijksmuseum een symposium rond het thema literaire canonvorming in de vroegmoderne tijd.

lieke

 

De canon van de literatuur, de lijst met de belangrijkste schrijvers en werken uit de Nederlandse letteren, houdt geregeld de gemoederen bezig. Lijstjeswoede en canonverkiezingen zijn van alle tijden. In de achttiende eeuw ontstaat misschien wel het meest opmerkelijke initiatief tot canonvorming uit de Nederlandse cultuurgeschiedenis: het Panpoëticon Batavûm, een houten kabinet waarin de portretjes van ruim driehonderd Nederlandse dichters en dichteressen worden opgeborgen. Lees verder >>

Literaire bagage: een bijeenkomst over canonvorming

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en het Nederlands Letterenfonds nodigen u uit voor de bijeenkomst Literaire Bagage, die plaatsvindt op dinsdagmiddag 5 juli van 15.00 tot 17.00 uur in het Trippenhuis, Kloveniersburgwal 29 te Amsterdam.

Tijdens de bijeenkomst zullen vertegenwoordigers van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en het Vlaams Fonds voor de Letteren een uiteenzetting geven over de wijze waarop De dynamische canon van de Nederlandstalige literatuur vanuit Vlaams perspectief tot stand is gekomen. Aansluitend op de presentatie over de realisatie en effecten van de canon, geven sprekers uit het onderwijs en de wetenschap een korte reactie op het Vlaamse initiatief en op het belang van canonvorming. Daarna zal er een paneldiscussie zijn met alle sprekers.

De bijeenkomst is met name gericht op docenten Nederlands in het middelbaar onderwijs. Lees verder >>

Een literaire canon voor de achttiende eeuw?

Door Roland de Bonth 
In Neder-L van 11 juli 2015 constateerde Rietje van Vliet dat de achttiende eeuw in de kort daarvoor gepubliceerde Vlaamse literaire canon volledig ontbrak. Ook in de Nederlandse tegenhanger uit 2002 blijkt de achttiende eeuw sterk ondervertegenwoordigd te zijn. Naar aanleiding van dat artikel heb ik een inventarisatie gemaakt van achttiende-eeuwse auteurs en geschriften die onder de aandacht gebracht worden van (Nederlandse) scholieren in het voortgezet onderwijs. Deze verzameling zou dienst kunnen doen als eerste aanzet tot een canon voor de achttiende-eeuwse letterkunde. Hoewel niet iedereen overtuigd zal zijn van het nut en de waarde van een canon, blijft een dergelijk overzicht een eenvoudige manier om grote groepen mensen kennis te laten maken met in dit geval literatuur uit een bepaalde periode.  
Het bijgevoegde bestand is gebaseerd op een aantal literatuurmethodes en websites die op middelbare scholen worden gebruikt. Dat niet iedereen gecharmeerd zal zijn van de keuzes die door de geraadpleegde bronnen zijn gemaakt, werd me duidelijk uit de reactie van iemand aan wie ik de lijst had voorgelegd: “Wat een verschrikkelijke lijst heb je me toegestuurd. Geen wonder dat niemand daar iets van wil lezen.” 

Lees verder >>

Auteurs Weijts en Huff hebben geen oog voor de docent Nederlands.

De Nederlandse literatuur is een feest voor jongeren. Niet in 2032, maar nu al.  

Tom Borsten
Docent Nederlands

De Week van de Literatuur op het Koning Willem II College, een scholengemeenschap in Tilburg, zit erop. Het thema van de week was – in het kader van het 150-jarig bestaan – ‘Feest!’. Leerlingen lazen in groepjes fragmenten uit Dorsvloer vol confetti, Tirza, Het leven is verrukkulluk, Cruijffie, Harry Potter, Spijt en andere boeken. Ze spraken met elkaar en mij, de docent Nederlands, over de inhoud, de sfeer, de personages van het boek en werkten hun ervaringen uit in een fotoverhaal, een digitale strip, een lied, of een leeskringgesprek. Ze presenteerden hun werkstuk voor de klas en de producten staan nu in de tentoonstelling in de mediatheek. Ik loop daar regelmatig doorheen en hoor medeleerlingen regelmatig elkaars werk beoordelen: ‘Wauw, dat is mooi gedaan’, of ‘Dat boek ga ik ook eens lezen, denk.’ 
Auteur Christiaan Weijts heeft vorige week in een column in NRC Handelsblad het hart van menig docent Nederlands behoorlijk pijn gedaan. Hij sprak zijn afschuw uit over de literaire canon. ‘Fuck de canon’, riep hij uit. Docenten Nederlands laten leerlingen museumstukken lezen, waardoor het leesplezier verdwijnt. Hij ontlokte hiermee een flinke discussie op de sociale media en in de traditionele kranten. Ik vind dat het accent in deze belangrijke discussie verkeerd wordt gelegd. Betrokkenen spreken te veel over het boek, maar veel te weinig over de rol van de docent Nederlands. Ik denk dat ‘vergeelde murmelaars’ als Reinaert de Vos, De avonden en Max Havelaar in deze woelige tijden buitengewoon belangrijk zijn. De literatuur is misschien niet meer vanzelfsprekend, maar de docent kan die wel sprekend maken. Ook voor de huidige puber. 

Lees verder >>

Weg met de literaire argumenten!

Door Marc van Oostendorp


Toen een paar maanden geleden de aardige neerlandici uit Nijmegen mij vroegen om een lezing te komen geven over de canon, dacht ik dat het een gemakkelijke opdracht zou zijn: een half uurtje praten over de vraag of Willem Godschalck van Focquenbroch nu wel of niet in de top-100 aller tijden hoort. Maar ik was de lezing, die ik gisteren gehouden heb, nog niet aan het voorbereiden, of er brak een gigantische keet uit rondom die canon.

Het krachtigste geluid klonk van de schrijver Christiaan Weijts die had bedacht dat hij ook best eens iets populistisch kon roepen, van fuck dit en dat is net zo erg als besnijdenis en wat niet al, zonder zich erg te verdiepen in het onderwijs, en met als conclusie dat scholieren natuurlijk het liefst literatuur van blanke mannen van middelbare leeftijd als Grunberg en Giphart willen lezen. Gelukkig kwam er ook zinnig antwoord, onder andere van de blogster Lezeres des Vaderlands.

Maar het was eigenlijk al iets eerder begonnen, in een andere uithoek van de wondere wereld van het literaire discours: het tijdschrift Elsevier.
Lees verder >>

Filmfestival van de literaire canon – Nieuws – Literaire Canon

De KANTL en het VFL organiseren in het voorjaar van 2016 een festival met verfilmde klassiekers uit de literaire canon. Vijf eigenzinnige regisseurs lieten zich inspireren door niet altijd even evidente Nederlandstalige meesterwerken.

In samenwerking met Film-Plateau tonen ze in KASKcinema vijf verfilmde titels uit de literaire canon. De films zijn telkens voorzien van een inleiding door de regisseur of een enthousiaste filmkenner.

Op het programma staan de volgende films:

Meer info? Klik op de titels van de films hierboven.

De 13e eeuw was beter dan de 18e

Door Marc van Oostendorp


Een van de wonderlijkste kwesties in de wetenschapsagenda – die verzameling vragen waarop de Nederlandse wetenschappers zich op aandringen van het Nederlandse volk moeten bezinnen – is: ‘Hoe objectief zijn canons?’
Ik heb geen idee wat het Nederlandse volk daarmee bedoelt. Het klinkt een beetje als de vraag ‘Hoe plat is de aarde?’: zou het Nederlandse volk menen dat canons objectief zijn en vervolgens dat we die objectiviteit kunnen meten?
Het Nederlandse volk doet er in dat geval goed aan De canon aan te schaffen, een vorig jaar verschenen boek van de Vlaamse Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, met als ondertitel ‘De 50+1 mooiste literaire werken uit de Nederlanden’. Uit de inleiding blijkt dat men in Vlaanderen niet worstelt met deze prangende vraag. “Deze canonlijst,” schrijft de anonieme inleider, “heeft betrekking op de hele Nederlandse literatuur maar is samengesteld vanuit een Vlaams perspectief en voor een publiek in Vlaanderen.” Vanuit een perspectief, voor een publiek: objectiviteit ho maar.

Lees verder >>

Werk mee aan een nieuwe canon – stem voor Het beste boek

Welk Nederlandstalig boek van de voorbije 25 jaar moet je gelezen hebben? Welk boek verdient het eeuwige lezen?

We gaan op zoek naar de beste boeken uit de Nederlandstalige literatuur sinds 1990. Omdat we graag lezen, natuurlijk. En omdat we van jou willen horen welk boek we nog moeten lezen.

We vroegen aan een literair panel om een suggestielijst van 100 boeken samen te stellen. Een lijst met bekende en minder bekende titels (spelregels).

Het beste boek is een samenwerking van Radio 1, Knack, deBuren en de KANTL.
Stemmen kan hier.

Het Beste Boek – Welke hedendaagse werken verdienen het eeuwige lezen? (19/10)

Praktisch:
– Wanneer: maandag 19/10/2015, 19.30-21.30
– Waar: deBuren, Leopoldstraat 6, 1000 Brussel
– Gratis, reserveren aanbevolen via deze link

Welke boeken worden over honderd jaar nog gelezen? Voor de winter ons naar binnen jaagt, gaan we op zoek naar tien gouden leestips. Saskia de Coster, Annelies Verbeke, Katrijn Van Bouwel, Rodaan Al Galidi en Willem Frederik Daem vertellen over hun lievelingslectuur. De crème de la crème onder het leesvoer! En meteen ook de start van een grootscheepse campagne met Radio 1, Knack, de KANTL en deBuren.

Lees verder >>