Tag: Bredero-jaar

Bredero en de schaduwzijde van de tolerantie

Door Abdelkader Benali

Bron: Vervlogen tijden

Toen wij eind jaren zeventig een woning van nog geen veertig vierkante meter betrokken in Rotterdam, wist ik nog niet dat het huis in de jaren twintig gebouwd was voor de Brabantse migranten die emplooi wilden vinden in de stad die op een dag bekend zou staan als de grootste haven in de wereld. Migranten nemen dus altijd de plek in van migranten. De migrant houdt op te bestaan op de dag dat hij de plek inneemt van een local. Er zijn veel verhalen te vertellen over zeer succesvolle kinderen van migranten die op een dag het huis kochten waarin telgen van patriciërs hadden gewoond.

Het omgekeerde, dat de plek die de migrant openlaat wordt ingenomen door een local, gebeurt veel minder. Lees verder >>

The Big Bredero Battle – inzenden tot 1 december

Door Stichting Bredero 2018

Is een van uw studenten de nieuwe Bredero? Inspireer ze om een tekst van deze fantastische dichter te bewerken. Alles mag!

Inspiratie? Roos Blufpand bewerkte 2 liedjes voor de Brederoavond op 23 augustus; Thom Gerrits speelt de ambitieuze dichter in korte filmpjes.

Roos Blufpand zingt Eenicheydt is Armoedt:

Lees verder >>

Het laatste raadsel

Door Nelleke Noordervliet

We lopen langs de Amstel, weg van de drukke stad. Ik vertel mijn vriend Bredero dat we vierhonderd jaar na zijn dood zijn werk zorgvuldig bestuderen, en dat we proberen aan te tonen in hoeverre zijn gedichten en toneelstukken gebeurtenissen uit zijn eigen leven verbeelden. Sommigen zien daar duidelijke sporen van, anderen menen dat hij buitenlandse voorbeelden navolgt of gebruikt en niet per se reflecteert op eigen vreugde of leed.

‘We weten zo weinig over je,’ zeg ik. ‘In je taal ben je zo nabij en toch ontsnap je ons.’

Hij glimlacht. Zie ik melancholie of ironie? ‘Waarom is het belangrijk iets te weten over mijn leven als de gevoelens worden herkend en gedeeld? Waarom moet iets echt gebeurd zijn?’ Lees verder >>

Zielsverwanten

Door Nelleke Noordervliet

Hij zit te wachten op het terras van De Brakke Grond, waar destijds de Vleeshal stond met erboven de zaal van de rederijkerskamer d’Eglantier. Nu officieel het Vlaams Cultureel Centrum. Grappig, als ik denk aan de Spaanse Brabander. Gevalletje van perfecte integratie. Het is er van een zelfde levendigheid als aan het begin van de zeventiende eeuw. Veel volk, alles op menselijke maat en intiem. Het toeristische gewoel van de Wallen en de Dam is hier gedempt. Ik ga naast hem zitten.

‘Hier begon het, is het niet?’

Hij kijkt om zich heen, op zoek naar punten van herkenning.  Dan is het of zijn blik zich naar binnen keert. ‘Ach mijn God, ik weet nog goed hoe ik beefde, toen ik me voor het eerst tot de roemrijke leden van de Eglantier richtte. Het was een soort examen. Bracht ik het er goed van af mocht ik blijven. Verprutste ik het, dan was het gedaan. Ging ik het ook nog hebben over het juiste gebruik van de moedertaal. Bewaar de rijkdom van het Nederlandsch! Verdedig de taal tegen de buitenlandse indringers. Ik, doodgewone Amsterdammer, die nauwelijks Frans kende. Latijn was mij geheel vreemd. Het was een pleidooi niet voor rijkdom maar voor eenvoud, ja, voor de rijkdom van de eenvoud, de volkstaal, het eigene, de woorden van het hart. Het was een riskante aanval op de pseudo-geleerdheid, de inhoudsloze eruditie, de gekunsteldheid van veel van de heren die daar zaten. Gelukkig was ik niet de eerste noch de enige die zich beklaagde, maar toch: ik was een parvenu.’ Lees verder >>

9 oktober 2018, Amsterdam: Gouden Eeuw-lezing 2018 door René van Stipriaan

Shakespeare, Bredero, Rembrandt. Het theater van de hartstochten in de zeventiende eeuw

Het Amsterdam Centre for the Study of the Golden Age nodigt u graag uit voor de Gouden Eeuw Lezing 2018. Het ACSGA organiseert dit evenement regelmatig voor een cultureel geïnteresseerd publiek, als visitekaartje van geesteswetenschappelijk onderzoek. Eerdere sprekers waren onder anderen Steven Nadler over Spinoza, en Gary Schwartz over de omgang met de erfenis van de Gouden Eeuw in de 21ste eeuw.

In 2018 is het onderwerp gekoppeld aan het herdenkingsjaar van de 400ste sterfdag van de ‘eerste echte Amsterdammer’, G.A. Bredero. UvA-alumnus dr. René van Stipriaan zal spreken over Shakespeare, Bredero en Rembrandt. Lees verder >>

Wat dat de wereld is…

Door Nelleke Noordervliet

Emblematisch stilleven met kan, glas, kruik en breidel, door Johannes Torrentius. Rijksmuseum.

‘Toch is het vreemd,’ zeg ik, ‘dat we tussen al die wagonladingen zeventiende-eeuwse schilderijen er niet één van jou hebben aangetroffen.’

”t Was kladwerk,’ zegt Gerbrand met schouderophalen, terwijl we in de Oude Hoogstraat bij café de Pool een biertje drinken. ‘Je weet niet half hoeveel echt talent hier rondwandelde. Amsterdam was een magneet voor jonge schilders. De opdrachtgevers woonden hier. Ik was er al gauw achter dat ik misschien verdienstelijk schetste, maar ik was te rusteloos voor het echte werk. Voor een goed schilderij had je geduld en precisie nodig. Veel van mijn vrienden en drinkmaten hadden dat. Waren ze ’s avonds onbekwaam van de wijn, ’s morgens trokken ze een kaarsrechte lijn met hun kwast of penseel. Johan van Beeck bijvoorbeeld, een jonge knul die ik vaak tegenkwam, dat was een fabuleus schilder. Ik zag een doek van hem, ‘portret van een jonge kunstenaar’, een zelfportret, en ik was diep onder de indruk: kleur, houding, stofuitdrukking, er zat diepte in en raadsel, en echtheid. Die gaat het ver schoppen.’ Lees verder >>

Dinsdag 18 september, Haarlem: Avond rondom Bredero, met biograaf René van Stipriaan

Op dinsdag 18 september organiseert Stichting Literair Haarlem i.s.m. de Kennemer Boekhandel een avond rondom de bruisende dichter en toneelschrijver Bredero, wiens vierhonderdste sterfdag dit jaar herdacht wordt.

Biograaf René van Stipriaan, van wie het bejubelde en in NRC Handelsblad met 5 sterren gewaardeerde De hartenjager – Leven, werk en roem van Gerbrandt Adriaensz. Bredero is verschenen, zal de mythen en mysteries rond deze getalenteerde en vrijmoedige Amsterdammer ontrafelen in zijn lezing. Het blijmoedige Ampzing Genootschap heeft een aantal van Bredero’s gedichten op muziek gezet en verzorgt het muzikale intermezzo. En Jerolimo en Robbeknol uit de klucht Spaanschen Brabander zullen een dialoog spelen.

Datum: dinsdag 18 september
Aanvang: 20:00 uur
Entree: €10,00
Locatie: Noord-Hollands Archief, Jansstraat 40, Haarlem
Reserveren en informatie: info@kennemerboekhandel.nl / 023-5251944

Niet de klucht van de koe

Bredero’s iconische drietal ontwaakt in een absurde prog-rockopera!

(Bekijk deze video op YouTube.)

Gerbrand Adriaenszoon Bredero, de dichter, toneelschrijver en ras Amsterdammer, overleed 400 jaar geleden op 23 augustus 1618. Als eerbetoon is rondom de drie hoofdpersonages uit zijn beroemdste werk, ‘De Klucht van de Koe’ een gloednieuwe opera gemaakt. Maar deze keer is alles anders. De landelijke rust wordt verstoord door prog-rock, barok instrumentaria, wrange ritmes en mierzoete melodieën. De koe is haar weiland ontgroeid en de boer laat geld groeien. De dief is haar obsessie voor het materiële verloren en verlangt nu naar een ideologische buit. Bredero’s iconische drietal heeft het onschuldige universum van de klucht definitief verlaten en ontwaakt in een absurd, duister en fysiek muziekdrama.

Een co-productie van het Kameroperahuis en het Grachtenfestival.

Gedicht: G.A. Bredero • Sonnet

Vandaag is het 400 jaar geleden dat Bredero overleed, en daarom is 2018 Bredero-jaar. Zie Bredero2018.nl.

Sonnet

Ick twijfel, lieve Lief, wat my eerst mocht vercrachten*
De schoonheyt van u Ziel of van u rijpe* Jeucht,
Of u verlicht verstant, of u volmaakte Deucht,
Of wat ick sal voor ’t Eelst van dese dingen achten.

O soete straffe strijt!* o stribblighe* gedachten!
Hoe stoot en stommel dy* Garbrande inde* vreucht,
Die van syn selven* nau een trisseltje* en heucht,
Want siet vergetel dranc* dronck by verscheyen nachten
Lees verder >>

De kam van de buurvrouw

Door René van Stipriaan

Bron: DBNL

Wie van literatuur hield, ging geen letteren studeren. Met die waarheid, opgepikt van Gerrit Komrij of Karel van het Reve, leefde ik toen ik eind jaren zeventig een studie koos. Het werd iets anders. Tijdens mijn eerste maanden als student in Amsterdam, leerde ik een ouderejaars Nederlands kennen. Hij deed waar hij zin in had, had een leuke etage vol boeken in de Nieuwe Kerksstraat en een beeldschone vriendin. Eens in de zoveel weken vroeg hij waarom ik niet overstapte naar Nederlands, als ik toch zo van literatuur hield.

Ik was een keer bij hem toen hij vertelde hoe hij die ochtend, zonder dat zij er erg in had zijn buurvrouw had geobserveerd bij het aankleden en haar opsteken. ‘Net dat sonnet van Bredero,’ zei mijn vriend Chris, en begon uit zijn hoofd te citeren: ‘Vroegh in den dageraet, de schoone gaet ontbinden, / Den Gouden blonden tros, Citroenich van coleur / Gezeten inde Lucht, recht buyten d’achter deur,’ en zo ging het door, met roezige woordreeksen ‘Dan beven Amoureus de lieffelijckste Winden’, ‘tgheele zijdich hayr’, ‘groeten met een geur’ en dan: ‘Gheluckich is de Kam, verguldt van Elpen been, / Die dese vlechten streelt’. Lees verder >>

Rusten tussen Kalverstraat en Rokin: de zoektocht naar graf 426

Door Maarten Biermans

In 1985 is er in de Nes een herdenkingssteen aangebracht vlakbij Bredero’s geboortehuis. Die steen én het standbeeld op de Nieuwmarkt van Jerolimo en een van de snollen uit de Spaanse Brabander zijn de meest tastbare herinneringen aan Bredero’s aanwezigheid in de stad.

Met het oog op zijn 400e sterfdag lag het voor de hand om na te gaan of ook zijn laatste rustplaats te identificeren was en wellicht zelfs gemarkeerd kon worden met een huldeblijk. Voor de locatie van het graf verwees Garmt Stuiveling in zijn Memoriaal van Bredero (1970) naar het Graeff boeck vande heijliger Stee, waarin Adriaen Cornelisz Bredero als de eigenaar van graf nr. 426 vermeld staat. De kapel Ter Heilige Stede (tussen Kalverstraat en Rokin) was eeuwen daarvoor opgericht ter markering van de plek van het Mirakel van Amsterdam en stond sinds de Alteratie van 1578 te boek als de Nieuwezijds Kapel.

Lees verder >>

De verrassing van de tijdloosheid

Door Roos Blufpand

Om eerlijk te zijn, had ik nog nooit van Bredero gehoord. Of misschien wel op de middelbare school, maar ik was hem vergeten. Toen ik het mailtje kreeg met de vraag of ik twee bewerkingen wilde maken van zijn liedjes, was het eerste wat ik deed mijn moeder bellen, docent Nederlands in het voortgezet onderwijs. Ze begon meteen vol enthousiasme te vertellen over zijn ietwat schunnige toneelstukken die ze in de bovenbouw geregeld samen met haar leerlingen leest en de hilarische momenten die ze dan met hen beleeft.

Na het lezen van enkele van zijn werken en een minicollege van Jeroen Jansen, die in twee uur een beeld schetste van de Amsterdamse man die zowel luchtige als zware gedichten, liederen en toneelstukken geschreven heeft, besloot ik de uitdaging aan te gaan. Lees verder >>

Bredero op de universiteit

Door Jeroen Jansen

Pieter Serwouters, Allegorische voorstelling met de Hoop, het Geloof en de Liefde. 1622. Rijksmuseum Amsterdam.

Zes jaar geleden begon het te borrelen. De eerste concrete ideeën over het Bredero-jaar 2018 volgden snel. Een schooleditie van de Spaanse Brabander was hard nodig, in de reeks Tekst in Context. Studenten dachten mee over het ontwerp en de invulling. Een van hen maakte een actualiserende opdracht: de beroemde discussie over immigranten in het derde bedrijf moest vertaald worden naar een actuele gemeenteraadsvergadering, waarin verschillende politieke partijen standpunten innamen. Die opdracht heeft het boekje niet gehaald. Te omslachtig.

In een tweedejaars cursus bereidden onze studenten publieksactiviteiten voor. Twee van hen klampten zich vast aan de uitwerking van een boottocht over de Amstel, van Ouderkerk naar de Magere Brug, langs de lijnen van Bredero’s Koe. Onderweg vermaak, eten en drinken, kluchtfragmenten en liedjes. Die boottocht is er niet gekomen. Te kostbaar.

In een mastercursus liet ik studenten het bekende portret van Bredero (door Hessel Gerrits) vergelijken met dat in een gravure van Bredero’s Groot Liedboek. Die gravure (door Pieter Serwouters) begeleidt de mentale overgang van het amoureuze deel naar het aandachtige deel van het liedboek. Ja, dat was beslist Bredero! Geen twijfel. Een tweede portret dus, waarop nu ook de hand staat die al die prachtige verzen heeft neergeschreven. Te gek. Lees verder >>

Bredero’s soele somer

Door  Marieke van Delft

Honderd jaar geleden werd de sterfdag van G.A. Bredero sober herdacht. Een paar kranten schreven op 23 augustus 1918 iets over hem, maar evenementen worden niet genoemd. Het Nieuwsblad van het Noorden vermeldde wel dat er een speciale Bredero-uitgave op stapel stond. Die vormde mijn eerste contact met Bredero en leidde tot mijn eerste publicatie. Ik deed toen geen onderzoek naar de schrijver, maar naar de Vereeniging Joan Blaeu, een genootschap dat zich inzette voor een betere kwaliteit van het Nederlandse boek.

Al in 1917 had de voorzitter van deze vereniging, de musicoloog en bankier dr. D.F. Scheurleer, voorgesteld in 1918 een boek te maken met Bredero’s ‘liedekens’, samen te stellen en in te leiden door J.B. Schepers. Omdat Bredero zijn teksten neuriede voor hij ze opschreef, wilde Schepers er ook muziek bij laten drukken. Scheurleer bezat uitgaven van Bredero’s liederen en legde de teksten voor aan de componist Julius Röntgen, die een aantal liederen arrangeerde. Lees verder >>

Een Hollandse botmuil ontdekt Bredero

Door Aleid Truijens

Wat een prachtboekje, die uitgave van De Spaansche Brabander door Jeroen Jansen. Nooit gedacht dat ik zo’n boek in één adem uit zou lezen. Natuurlijk kende ik het wel, van de middelbare school (drie titels uit de 17e eeuw op je lijst) en mijn studie Nederlands (dertig primair teksten per eeuw).

Ik geloof dat die aantallen zijn teruggebracht, maar reden om trots te zijn op die belezenheid heb ik niet. Ik heb er bitter weinig van opgestoken. Ik had geen flauw benul waar ze over gingen: Warenar, Granida, De Gysbrecht en alles van Bredero. Nou ja, die flauwe boertigheid van kluchten, die snapten we wel. Maar in welke tijd speelden die verhalen, was dat de tijd van de schrijver? Hadden die malle teksten in dat kindertaaltje wel een schrijver? Zoals ik me op school nooit afvroeg waar teksten van Vergilius, Xenophon en Homerus over gingen. Je moest ze vertalen, en een zes halen. Gemiste kansen. Lees verder >>

En zingkt eens op de wijs: Arend Pieter Gijsen

Door Martine de Bruin

Er stond toch echt met grote letters boven dat de tekst uit een liedboek kwam en ten overvloede volgde de opgave van de melodie. Maar toch drong niet tot me door wat dat betekende tijdens het bestuderen van ‘tekst 2.1’ in de syllabus Literatuur en Maatschappij in het eerstejaars werkcollege Renaissance aan de Universiteit Utrecht (1988): Bredero maakte ‘Arend Pieter Gijsen’ om te zingen. En dat zingen kan nu nog steeds.

Mijn aantekeningen bij ‘Arend Pieter Gijsen’ in een exemplaar van de syllabus Literatuur en Maatschappij uit het eerstejaars werkcollege Renaissance (RU Utrecht, Instituut De Vooys, niet gedateerd: gebruikt in collegejaar 1988-1989)

Lees verder >>

Brederodagen 1985: een vrolijk anachronisme

Door Bert Nap

Fotografie: Wim Ruigrok 1985

Je trouwdag of de geboorte van je kind vergeet je niet. Ze zetten een mensenleven even stil. In 1985 merkte ik hoe zoiets ook kan gebeuren met een oude binnenstad. Bredero’s vierhonderdste geboortedag groeide op 16 en 17 maart 1985 uit tot een groots volksfestijn, een vrolijke chaos. Heel Nederland liep uit om zich te vergapen aan Amsterdams vroeg zeventiende-eeuws stadshart dat werd bevolkt door leerlooiers, spinsters, hoeren, stoeten van melaatsen, bedelaars en mankepoten.

Voor de bewoners van de Nes, de Oudezijds Voorburg- en Achterburgwal, Rusland, het Walenpleintje en de Spinhuisstegen begint het als een grote verstilling. De grachten worden autovrij, de straten zijn bedekt met stro. Bij de buren wordt een leerlooierij nagebouwd. Op de Grimburgwal timmert men een galg en een rad. Lees verder >>

Gerbrand Adriaensz. Bredero’s Spaanschen Brabander: An English Appreciation

Door Nigel Smith

David H. Brumble tussen Jerolimo, Robbeknol en de twee snollen.
Door Dan Bartow 1982-1983.

English readers and playgoers should take Bredero most seriously, for he is more perceptive and more brilliantly entertaining than nearly all of his English contemporaries, and in his plays he often reveals himself to be the equal of Shakespeare and Ben Jonson. I’ll confine my comments to the Spaanschen Brabander (1617), the one Bredero play that has been translated into English, by David H. Brumble. It is based on the Spanish picaresque fiction Lazarillo de Tormes (1554), and concerns a bankrupt merchant from Antwerp, Jerolimo, who tries to flourish in burgeoning Amsterdam, only to find himself forced to flee with further ignominy.

Bredero’s highly accurate and diverse description of Amsterdam life in 1580, when the action is set, shows monetary gain winning over moral and distributive justice. This is not the world of early modern courtly virtue, which is mocked throughout his play, but an open embrace of the different dialects and accents that populated the city, revealing the drives of so many different people, the majority of whom were immigrants from somewhere else for the sake of safety and to flourish. The Spaanschen Brabander is the play about migration, and Bredero is early modern migration’s most perceptive analyst. Lees verder >>

Boekpresentatie ‘De hartenjager’ van René van Stipriaan

Vierhonderd jaar na zijn dood verschijnt er een nieuwe boek over Bredero. Op 26 augustus vertelt auteur René van Stipriaan over deze bruisende dichter en toneelschrijver in het Museumcafé van de Bijzondere Collecties.

Bredero, hartenjager

In De hartenjager. Leven, werk en roem van Gerbrandt Adriaensz. Bredero ontrafelt René van Stipriaan de mythen en mysteries rond deze getalenteerde en vrijmoedige Amsterdammer. Wie waren zijn vrienden, hoe verhield hij zich tot de turbulenties van zijn tijd, kunnen we eindelijk de oorzaak van zijn plotselinge dood achterhalen? En wat was het geheim van zijn talent? Lees verder >>