Tag: Brabants

Un(nen) oma?

Door Marc van Oostendorp

Kristel Doreleijers studeerde Nederlands in Utrecht en werkt tegenwoordig op het Meertens Instituut. In september gaat ze in Tilburg werken aan een proefschrift onder begeleiding van professor Jos Swanenberg. Dat proefschrift zal gaan over de manier waarop jongere sprekers van het Brabants omgaan met het verschil tussen mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. Wat vertelt ons dat over taal?

(Bekijk deze video op YouTube)

Het Woordenboek van de Brabantse Dialecten: elektronisch

In 1967 verscheen de Voorlopige Inleiding op het Woordenboek van de Brabantse Dialecten, van de hand van Toon Weijnen en Jan van Bakel. Ongeveer tien jaar daarvoor had Weijnen het initiatief genomen tot dit ambitieuze woordenboekproject. Het werd uiteindelijk in 2005 afgerond. Weijnen en Van Bakel waren dat jaar present bij de feestelijke afronding van het project. Vorig jaar, maar liefst een halve eeuw na 1967, zijn alle dialectgegevens van het woordenboek digitaal beschikbaar gekomen op een nieuwe website.

Het Woordenboek van de Brabantse Dialecten (WBD) bestaat uit 31 afleveringen, de Voorlopige inleiding en nog een inleiding op deel III die vergezeld gaat van een klankleer. Met 33 boeken is het een hele boekenplank vol. Twintig verschillende redacteuren hebben tussen 1967 en 2005 de afleveringen samengesteld en vijf hoogleraren leidden het project, achtereenvolgens Weijnen, Toon Hagen en Roeland van Hout aan de universiteit in Nijmegen en vanaf 1995 Willy van Langendock en Luk Draye aan de KU Leuven. Het woordenboek bestrijkt een gebied van de Maas tot aan de taalgrens: de provincies Noord-Brabant, Antwerpen en Vlaams-Brabant en het hoofdstedelijk gewest Brussel. Lees verder >>

Wat vindt men op de lerarenopleiding van accenten?

Eerstejaars studenten van de lerarenopleiding vinden dat het spreken van Nederlands met een accent best mag, zelfs voor de klas. Maar het maakt wel uit over welk accent we het dan hebben.
Dat blijkt uit de eerste resultaten van een enquête die Petra Poelmans, Anne Kerkhof en ik hebben afgenomen bij studenten van de lerarenopleiding in Tilburg. Er waren 136 invullers, die studeren bij de vakgroepen Nederlands, Engels, Maatschappijleer, Aardrijkskunde of Biologie. Een aantal van hen spreekt met een sterk accent, soms zodanig dat de verstaanbaarheid in het gedrang komt. Wanneer studenten hier op aangesproken worden, zien ze vaak het probleem niet. Dat blijkt uit reacties als: “De meeste van mijn leerlingen hebben zelf een Marokkaans/Turks/Antilliaans accent. Waarom zou ik dat van mij dan moeten aanpassen?” of “Waarom zou ik mijn accent veranderen? Ik ga toch in Venlo/Tilburg/ Goes werken”.
Lees verder >>