Tag: blog

30 januari 2019, Amsterdam: Symposium voor Wetenschapsbloggers

Op 30 januari vindt op het Meertens Instituut het Symposium voor Wetenschapsbloggers plaats. Dit symposium wordt georganiseerd door Marc van Oostendorp, Jona Lendering, Hermen Visser en Marten van der Meulen.

Bloggen wordt breed gezien als een van de beste manieren om te berichten over wetenschap. Voor onderzoekers zijn de laagdrempeligheid, snelheid van publiceren en vrijheid grote voordelen. Bovendien kan een gevarieerd publiek van wetenschappers en niet-wetenschappers worden bereikt. Belangrijk zijn ook de mogelijkheden voor discussie: bloggen is een uitstekend voorbeeld van het transactie-model van wetenschapscommunicatie.

Toch kent ook bloggen uitdagingen. Hoe geef je bijvoorbeeld bloggen een plaats in het overvolle onderzoeksbestaan? Hoe ga je om met trollen? Hoe schrijf je op een aantrekkelijke manier over methodologie? Hoe ga je van blog naar publieksboek? Op deze middag voor en door wetenschapsbloggers zullen deze en andere vragen door verschillende ervaringsdeskundigen worden behandeld. Lees verder >>

Subsidieer geen blogs, maar aggregeer ze

Door Marc van Oostendorp

Het fijne van een filterbubbel is natuurlijk dat je af en toe verschrikkelijk met zijn allen opgewonden kunt zijn over dingen die vreselijk belangrijk zijn en die niemand interesseren.

De aanleiding was vorige week een stuk waarin de wetenschapsjournalist Maarten Keulemans van de Volkskrant de wetenschap opriep om bloggers serieus te nemen. Hij richtte zich aan het eind van dat stuk specifiek tot de voorzitter van NWO:

Kom, Stan Gielen, stop je geld waar je mond is, om er ook eens een anglicisme tegenaan te gooien. Het is 2018, wordt het onderhand niet eens tijd de academische blogs fatsoenlijk te ‘waarderen en te belonen’ voor hun ‘maatschappelijke impact’? Met op zijn minst een vergoeding voor zaken als vormgeving en hosting, of beter: een beurs die wetenschappers kunnen aanvragen, net zoals ze dat doen voor hun onderzoek?

Oudheidswetenschapsblogger Jona Lendering kwam met enkele interessante kritische kanttekeningen (hoe behoud je de vrijheid als je je gaat onderwerpen aan een subsidieregime, met aanvragen, toetsingscommissies en criteria?)  Taalkundeblogger Marten van der Meulen was meer onverdeeld enthousiast, al pleitte hij ook voor subsidie voor andere vormen van wetenschapscommunicatie. Lees verder >>

Schrijven, schrijven, schrijven

Niet alleen vier ik vandaag dat ik Abraham zie, maar ook dat ik precies zes jaar vrijwel dagelijks een stukje schrijf op Neerlandistiek (voorheen Neder-L).(Wil je een verjaardagscadeautje geven? Help om volgend jaar 14 gloednieuwe sonnetten te publiceren.) 

Door Marc van Oostendorp

Een van de eigenaardigste en tegelijkertijd hardnekkigste misverstanden onder de mensen is dat alle andere mensen uit ieder één stuk hout gehakt zijn. Het is eenvoudig na te gaan waarom dit niet zo is: de mensen die je kent hebben ook allerlei verschillende kanten; de sportfan houdt ook van urenlang muziek luisteren, de verstokte lezeres gaat in de zomer uren wandelen zonder enig boek mee te nemen, de keurige middelbare man trekt zijn pak op vrijdag uit om wild te gaan dansen. Dus waarom zou die veelzijdigheid die iedereen die je kent kenmerkt, niet ook van toepassing zijn op de mensen die je toevallig niet kent?

Toch accepteert de mens dat van vreemden veel minder. Hoe is het mogelijk dat iemand die je kent van het ene zich ook overgeeft aan het andere? Wat is dan het verband tussen die twee dingen? Alsof het leven der anderen per se een duidelijk verband moet hebben.

Dat is de enige manier waarop ik de verbazing kan begrijpen waarmee mensen reageren op de dagelijkse blogger. Lees verder >>

Bloggen is niet mijn werk

Door Marc van Oostendorp

2016-12-07-21-42-00Bloggen is terugkijken. Ik schrijf al twintig jaar voor Neder-L  en Neerlandistiek en vandaag is het precies vijf jaar geleden dat ik begon bijna iedere dag te schrijven. Inmiddels heb ik hier ongeveer 1800 stukjes geschreven. Dat zijn meer dan een half miljoen woorden.

Mensen gaan dan denken dat je een soort expert bent en je uitnodigen om aan anderen uit te leggen hoe je dat doet, stukjes schrijven.  Zo werd ik onlangs uitgenodigd om voor een groep jonge bloggende onderzoekers (ze bestaan!) anderhalf uur te komen praten over de vraag ‘hoe vind je een onderwerp?’

Anderhalf uur! En ik heb geen idee. Ik geloof dat het dagelijks schrijven mij inmiddels heeft gemaakt tot een kip van blogstukjes: er zijn er permanent een aantal eieren aan het rijpen, en iedere dag komt er één los. Lees verder >>

Opgravingen: een blog over interdisciplinaire netwerken rond 1900

In de decennia rond 1900 volgden wetenschappelijke innovaties, artistieke stromingen, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen elkaar razendsnel op, ook in Nederland. Interdisciplinaire netwerken speelden bij de verspreiding van de nieuwe ideeën en idealen een cruciale rol. Enkele van die netwerken worden ontsloten in de online editie Brieven en Correspondenten rond 1900 van Annemarie Kets. Deze uitgave met ruim 5.500 brieven van 450 correspondenten is een onuitputtelijke bron van informatie voor onderzoekers uit verschillende geesteswetenschappelijke disciplines. In het blog Opgravingen brengt Annemarie Kets, samen met gastbloggers, in de komende maanden alvast enkele schatten uit deze Fundgrube aan het licht. Eind 2016 publiceert het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis de online editie Brieven en Correspondenten rond 1900.

In de eerste aflevering van Opgravingen staat de beeldend kunstenaar Willem Witsen centraal. Hij vertegenwoordigde de Nederlandse kunst tijdens de Panama-Pacific International Exposition (San Francisco, 1915). Was hij daar wel de juiste man voor? Zelf dacht hij van niet, maar zijn brieven laten zien dat hij een strategisch en effectief opererend netwerker kon zijn.

Het weblog als wetenschappelijk tijdschrift

Door Marc van Oostendorp


Wat voor rol speelt de persoonlijkheid in de wetenschap? Het klassieke antwoord kennen jullie: geen enkele. De wetenschapper is volkomen neutraal en laat wanneer hij zijn laboratorium, bibliotheek of veldwerkveld betreedt al haar hobby’s, politieke en religieuze overtuigingen, culturele preoccupaties en sociale achtergrond achter in een speciaal daartoe bestemd met een pincode beveiligd kastje.

Er wordt op verschillende manieren aan dat ideaal geknabbeld. Sommige mensen vinden dat het naïef is om te veronderstellen dat je zo’n ideaal zelfs maar kunt benaderen, zeker in de mens- en geesteswetenschappen – er bestaat geen ‘objectieve’, buitenmenselijke kijk op de mens en zijn cultuur. Een ‘neutrale’ blik betekent maar al te vaak: de blik van de machthebber.

Voorbestemd

Tegelijk vinden andere mensen (of dezelfde, dat kan ik van hier af niet goed zien) dat de wetenschapper zijn eigen persoonlijkheid nu eenmaal moet inzetten om aan het brede publiek en/of de geldschieters te laten zien hoe leuk en boeiend en interessant onderzoek nu eenmaal is. Er is bijvoorbeeld een boek over wiskunde waarin wordt beweerd dat het wiskunde-onderwijs ruimte moet bieden aan voorlichting over de hoogoplopende ruzie tussen Leibniz en Newton omdat dit het vak zoveel aantrekkelijker maakt.

Ik ben er niet helemaal uit.
Lees verder >>

Berichten uit Jakarta

Germanist en neerlandicus Jaap Grave verblijft drie maanden in de Indonesiche hoofdstad Jakarta, waar hij lesgeeft aan de Universitas Indonesia. Op de blog van Ons Erfdeel brengt hij verslag uit van zijn wedervaren, met bijzondere aandacht voor het Erasmus Taalcentrum (ETC) in de stad. Het ETC was een van de onderwerpen in het conflict eerder dit jaar tussen de Nederlandse Taalunie en de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (zie ook dit Ons Erfdeel-artikel). Op Ons Erfdeel staat nu het eerste van drie blogberichten.

DBNL ngram viewer nu beschikbaar

Afgelopen maanden heeft de historisch letterkundige prof. dr. Els Stronks (Universiteit Utrecht) op uitnodiging van de KB en het NIAS onderzoek gedaan naar denkbeelden over jongeren in Nederlandstalige teksten. Op woensdagavond 14 januari presenteerde ze in een lezing in de Koninklijke Bibliotheek de resultaten van haar onderzoek. Voor dit onderzoek heeft Els Stronks gebruik gemaakt van tekstbestanden uit DelpherLiederenbank en DBNL. Voor de DBNL werd in dit kader een nieuw instrument ontwikkeld voor het visueel weergeven van zoekresultaten. Deze zogenaamde DBNL ngram viewer is vanaf heden te vinden via de startpagina van de DBNL.

Gedurende haar onderzoek heeft Els Stronks een weblog bijgehouden. Hoe de ngram viewerte gebruiken is, legt ze uit in een korte clip.

Mijn 1001e ochtend

Door Marc van Oostendorp

Het was mijn plan om duizend-en-een stukjes op Neder-L te schrijven: de Sheherazade van de neerlandistiek worden!

Dat doel is met dit stukje bereikt. Wat nu?

Een weblogger is een straatmuzikant. Je zit ergens op de hoek van een straat te spelen, de hele tijd komen mensen voorbij die niet om jou gevraagd hebben, die al dan niet kennisnemen van wat je doet, en die weer doorlopen. Soms begint er een puistige puber op zijn manier mee te fluiten, soms klapt een oude, wat verwarde, heer beleefd in zijn handen; meestal sta je te toeteren voor een hoed waar je zelf maar wat munten in hebt gegooid.

Maar de overeenkomst is vooral: je staat permanent op straat te kijk.
Lees verder >>

In plaats van een kattenfilmpje

Door Marc van Oostendorp


Weten jullie wat het is, het internet geeft soms tegenstrijdige adviezen. Zo kwam deze week eerst de gerespecteerde Nederlandse uitgever en reclamestem Wouter van Oorschot beweren dat weblogs het einde van de beschaving inluiden. Een paar dagen later verscheen er op de Amerikaanse Al Jazeera een artikel van Corey Robin waarin werd beweerd dat weblogs nu juist het redmiddel zijn van de academische wereld.

Ik kan moeilijk ontkennen dat ik een weblogger ben, dus mij interesseert de vraag wel wie er nu eigenlijk gelijk heeft. Zijn wij hier op Neder-L bezig ‘geëngageerde cerebraliteit, helder denken, adequaat formuleren, belezenheid’ de nek om te draaien? Of zijn wij hier ware intellectuelen die jullie ‘dwingen verder te denken dan vandaag’?

Lees verder >>

Weblog Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen online

Deze week lanceerde de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen een nieuwe afdelingsweblog.
De weblog biedt ruimte aan inhoudelijke maar ook persoonlijke stukken over onderwijs en onderzoek, beeldimpressies of verslagen van congressen, lezingen en presentaties en aankondigingen van evenementen op het gebied van de neerlandistiek. De stukken worden geschreven door zowel studenten als docenten van de afdeling Nederlands in Nijmegen.
U kunt de weblog vinden op nederlands.ruhosting.nl of via de homepage van de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur. Via de facebookpagina ‘AfdelingNederlands Radboud Universiteit’ en het twitteraccount http://www.twitter.com/runederlandsworden updates bekend gemaakt.
De afdeling Nederlands van de Radboud volgt met de lancering van de weblog het voorbeeld van andere afdelingen Nederlands die al langer een weblog aanbieden, zoals de Universiteit Utrecht, de UvA en de VU (speciaal voor moderne letterkunde).

Carnaval der burgerrecensenten

‘Voor virtuoos proza moeten we niet op het net zijn’. Zo, die zit en daar kunt u het mee doen. Ga toch weg van dit vermaledijde beeldscherm waar u naar zit te staren. Neem liever een goed boek, of een krant, of desnoods een reclamefolder, als u tenminste op zoek bent naar virtuoos proza.

Het citaat waar ik mee begon, komt ook al niet uit een boek, maar uit een stukje dat de romanschrijver Herman Stevens een paar maanden geleden op zijn weblog heeft gezet. Stevens had een artikel in NRC Handelsblad geschreven tegen wat hij ‘burgerrecensenten’ noemde — ongediplomeerden die op internet boekbesprekingen publiceren. Een paar dagen later had een zekere Daan Stoffelsen daarop gereageerd. Stoffelsen werkt bij Recensieweb, een website waarop dat soort recensies over moderne Nederlandse letterkunde worden geplaatst. De NRC wilde kennelijk Stevens’ antwoord waaruit dit citaat kwam niet meer hebben. Dus had hij het uitgerekend op het verfoeide internet gezet.

Wat beweegt iemand om een dergelijk stuk te schrijven? Het heeft op het oog weinig zin om ten strijde te trekken tegen de burgerrecensenten. Wie zal zich ervan laten weerhouden om op een website te verkondigen wat hij van Tirza en Mim vindt doordat hij Stevens’ stukje gelezen heeft? We zullen moeten afwachten wat een en ander gaat betekenen voor de toekomst van de letterkunde, maar de opkomst van de lezer die op internet vertelt wat hij of zij ervan vindt is een feit.

  Erg groot is de wereld van de burgerrecensenten overigens nog niet, althans niet in het Nederlandstalige deel van het internet. In de Engelstalige wereld bloeit het fenomeen inmiddels volop en vind je zelfs duidelijke subgenres. Populair zijn bijvoorbeeld de internet-dagboeken van lezers die fanatiek het ene boek na het andere verslinden en daar op internet verslag van uitbrengen. De weblog ‘So Many Books’ (‘the agony and ecstacy of a reading life’) is daar een mooi en erudiet voorbeeld van, geschreven door een zekere Stefanie die ooit een doctoraal in de Engelse letteren haalde en nu ergens in Minneapolis bij een helpdesk werkt, als ik het allemaal goed begrijp. In haar vrije tijd leest ze Emerson en Proust en Homerus, en ongeveer elke dag schrijft ze daarover.

Een consequentie van dat dagelijkse ritme is dat ze vrijwel nooit recensies schrijft. Ze leest de ene dag bijvoorbeeld een stukje in de Odyssee en vertelt dan wat haar indrukken van dat stukje zijn; een paar dagen later gaat ze er pas mee door. Als het boek uit is, geeft ze nog wel een soort eindoordeel, maar eigenlijk worden de hele tijd allerlei boeken door elkaar besproken — zoals in het leven van de lezer zelf.

Een ander interessant subgenre is dat van de aan een speciale schrijver gewijde weblog. Op het AustenBlog wordt bijvoorbeeld iedere dag melding gemaakt van de laatste nieuwtjes rondom de razend populaire negentiende-eeuwse schrijfster Jane Austen: wat er in allerlei kranten over haar staat op internet, waar nieuwe elektronische edities van haar werk te vinden zijn, wat we moeten denken van de nieuwste verfilming. Een ander voorbeeld is ShakespeareGeek, waarop een zekere Duane niet alleen soortgelijke nieuwtjes over de Engelse toneelschrijver geeft, maar ook regelmatig vertelt over welke versregels zijn driejarige dochtertje nu weer uit haar hoofd blijkt te kennen.

Het echte leesdagboek en de gespecialiseerde schrijversweblog bestaan bij mijn weten in het Nederlands niet. Er zijn er een paar die in de buurt van het eerste komen. Die dagboeken komen opvallend genoeg eerder van boekverzamelaars dan van lezers; onder Nederlandse webloggers bestaat nog steeds een grote openlijk beleden liefde voor de bibliofiele legende Boudewijn Büch. Een voorbeeld is ‘Boekengek’ die op 5 september 2007 omstandig verslag uitbrengt van zijn problemen met AlItalia, als hij probeert veel te zware koffers met boeken in te checken. Een ander voorbeeld is ‘Bibliofilos’ (er zijn veel pseudoniemen in deze wereld) die de afgelopen jaren eerst als hostess op het Griekse eiland Kreta heeft gewerkt en daarna als telefoniste bij uitgeverij Prometheus. Vooral haar avonturen in de eerste functie waren van een soort waar je weinig over leest in de krant: hoe ze de hotels afging om van de portiers de Nederlandstalige boeken te krijgen die gasten hadden laten liggen. Inmiddels werkt Bibliofilos overigens voor een uitzendbureau, we blijven haar volgen.

  Degenen die meer over hun lezen schrijven, pakken het (jammer genoeg) wat traditioneler aan. Ze schrijven recensies van boeken die ze uitgelezen hebben, zij het dat deze recensies in doorsnee een stuk korter zijn dan wat je in de boekenbijlage vindt. Sommigen van deze webloggers lezen zich overigens door gigantische stapels heen. De Nederlander IJsbrand van den Berg zet bijvoorbeeld bijna iedere dag een stukje op zijn Boeklog over weer een nieuw boek; naar eigen zeggen is wat hij bespreekt dan nog maar een fractie van wat hij werkelijk leest. In Vlaanderen is er een man die zelfs twee weblogs weet te vullen met zijn gelees. Onder de naam Achille van den Branden (ontleend aan een personage in een boek van Tom Lanoye) schrijft ook hij een paar keer per week een uitvoerige bespreking van een boek — van Plato tot Jeff Geeraerts; onder de naam Prins van Denemarken plaatst hij iedere dag een fragment van een boek; waarbij aangetekend moet worden dat die boeken vaak een paar dagen later door Van den Branden besproken worden.

Daarnaast zijn er de websites van de collectieven. Recensieweb heb ik hierboven al genoemd. Boekgrrls is er ook zo een, al is dit meer een discussieplatform of een elektronische leesclub dan een echte recensiewebsite (‘Een mooie bespreking. Ik heb dit boek ook gelezen. Het verhaal fascineerde me maar in het einde vond ik de tragiek te sterk aangezet.’) Van dat soort discussieplatforms zijn er overigens ook meerdere op het internet te vinden; zelfs de NRC, de krant waarin Herman Stevens’ oorspronkelijke klacht verscheen, heeft er een.

  Traditionelere recensies verschijnen dan weer op onder andere Poëzierapport, een website van Philip Hoorne, Patricia Lasoen, Chrétien Breukers, Cees van der Pluijm, Alain Delmotte, Catharina Blaauwendraad, Paul Rigolle, Ronald Ohlsen en Yves Joris. Sommigen onder hen zijn redelijk bekende dichters; gezamenlijk zorgen ze voor een bont overzicht van wat er zoal aan dichtkunst verschijnt in Nederland.

Daarmee komen we op zo’n genre dat dicht tegen het leeslog aanzit, en dat in Nederland een relatief grote populariteit heeft: dat van het dichtersweblog. Het is moeilijk van dit genre een overzicht bij te houden, omdat er de hele tijd nieuwe worden opgericht, coalities worden aangegaan, transfers worden gesloten, enzovoort. Toch zijn er wel enkele constanten aan te wijzen. Zo is er de website Rottend Staal, een krant die door de dichter Bart FM Droog wordt uitgegeven vanaf het zelfgemaakte waddeneiland Epibreren. De krant heeft een tijdje stilgelegen, maar biedt de laatste maanden ineens weer iedere dag nieuws uit de fascinerende wereld van de vaderlandse dichtkunst. Droog heeft trouwens ook nog een privé-weblog op de website van de Volkskant.

Ik heb overigens geen idee wat het verschil verklaart tussen de poëzie en het proza: bij de eerste zijn het vooral de makers die weblogs voeren, poëzielezers vind je nauwelijks. Bij het laatste genre zijn het dan weer vooral de lezers die je overal op het internet tegenkomt. En ook daar weer: geen idee wat het verschil verklaart.

In de loop van de tijd zijn die boekbloggers of leesloggers, een standaardwoord is er nog niet voor, me lief geworden. Wat een plezier spat er eigenlijk af van weblogs als Moet je lezen!, Lezen is leuk!, Boekenwurm en pleeg (van een verpleegster) en Bibliothecaris in Blog. De stijl waarin die lezers hun liefde voor het lezen uitdrukken is misschien wat onbeholpen, en zelfs hun boekenkeuze is heus niet altijd de mijne, maar dat je zoveel onbekommerd plezier kunt hebben aan telkens weer een nieuw boek — ook dat is een geluid dat je niet vaak verneemt in de boekenbijlage.

  Ook sommige recensenten die wel in de kranten schrijven, plaatsen hun stukken overigens op internet. Herman Stevens doet dat bijvoorbeeld zelf, Arie Storm (Het Parool), Ed Schilders (de Volkskrant) en Max Pam (HP/De Tijd). Je ziet meteen dat het heel andere stukken zijn dan elders op het web verschijnen: beter geschreven, beter geïnformeerd, beter doordacht. Toch kun je je afvragen wat de toekomst van dit soort stukken nog is. Recensies in de krant hebben allerlei functies die uiteindelijk best door de websites kunnen worden overgenomen: het signaleren van nieuwe boeken bijvoorbeeld, en zelfs het geven van een indruk wat die boeken precies te melden hebben.

Er zal altijd wel een markt zijn voor verdieping, voor artikelen die meer achtergrond geven dan zo’n stukje op het internet, maar de vraag is of de krantenrecensie die verdieping wel biedt. Dan denk je toch eerder aan een wat grootser essay. En voor het echte virtuoze proza kun je uiteindelijk toch nog steeds op een plaats het best terecht. Niet op het net, niet in de krant, maar in de boeken.

Marc van Oostendorp

Is er nog wat gebeurd in de wereld tijdens mijn afwezigheid? Nieuwjaarsrede over het Nederlandse weblog

Door Marc van Oostendorp

In het enigszins beduimelde geschiedenisboek van het Nederlandstalige Internet schrijven we 2003 bij als het jaar waarop het weblog doorbrak. Het bestond al een jaar of vijf, maar dit jaar werd het ineens door de websites van de grote media ontdekt als hét publicatiemedium van het internet: NRC Handelsblad begon aarzelend aan een weblog (door internetredacteur Marie-José Klaver, die er eerder op persoonlijke titel al een schreef) en de Volkskrant breidde de zijne uit. Wim de Bie maakte bekend dat zijn weblog op de website van de VPRO zo’n tachtigduizend bezoekers per dag trekt.

Hoe is het allemaal zover gekomen? Het weblog dat zich erop beriep ‘het eerste (soort van)’ te zijn, heette Alt0169 – naar de toetscombinatie die je op een Windows-computer moet indrukken om een copyright-teken te krijgen. Het werd vooral geschreven door een beeldend kunstenaar die zich soms de kolonel noemde, maar in het werkelijk leven Jeroen Bosch heet. Bosch begon zijn weblog in de zomer van 1999 en beëindigde hem, tot verdriet van een paar duizend lezers, drie jaar later, in de zomer van 2001.

Achteraf is Alt0169 makkelijk te classificeren als behorend tot de eerste generatie. Een belangrijk deel van de aantrekkingskracht bestond uit de vele, vele links naar alle uithoeken van het internet, waar de bizarste dingen te vinden bleken te zijn. Die kolonel moest dag en nacht aan het surfen zijn. Bovendien waren zijn stukjes goed en met ironie en taalgevoel geschreven. In de loop van een paar jaar creëerde hij een eigen jargon, met woorden als kneiter(goed voorbeeld), omkatten (vormgeving van een website veranderen) en het Utrechtse stadje U. Het was vaak ook behoorlijk flauw, of nee, hoe noem je dat, melig:

Tip van de dag: schrijf nooit naar huis, je bent er al.

Bonustip van de dag: als je dan toch naar huis wilt schrijven, mail dan. Scheelt een postzegel.

De kolonel bepaalde veel van de wetten van het nieuwe genre: de stukjes waren kort, de toon was opgeruimd, en er waren veel links. Maar zo bezien waren er al wat voorgangers geweest op het Nederlandstalige Internet, al publiceerden die niet per se op het web. Van 1995 tot 1998 stuurde de Internet-journalist Francisco van Jole elke werkdag een nieuwsbrief via e-mail de wereld in, de Daily Planet, die binnen enkele jaren enkele tienduizenden abonnees kreeg. Die nieuwsbrief was feitelijk een weblog via de e-mail. Van Jole is daarmee te zien als de feitelijke vader van het weblog wat dan meteen mooi de haatliefdeverhouding verklaart die alle Nederlandse webloggers met hem lijken te hebben.

Of Alt0169.com de allereerste was, valt niet meer na te gaan. Het was in ieder geval de eerste met een relatief groot succes (in de loop van zijn bestaan besteedden bijna alle landelijke kranten wel aandacht aan het verschijnsel weblog, en altijd werd Alt0169 erin genoemd). Het was ook al snel niet meer de enige. Bijvoorbeeld kwam het wat onbehouwener en puberale Retecool erbij, dat trouwens nog steeds welgemoed doorgaat met virtueel puberen en daarmee een interessante bron van hedendaags taalgebruik vormt:

Old Skool gamen blijft de bom. Thrustar (een slicke uitvoering van de C64 game thrust) heerst de pan uit.

Een andere vroege Nederlandse weblogger was Tonie van Ringelenstijn. Hij was, achteraf gezien, degene die vooropliep bij de feitelijke doorbraak van het weblog: degene die het weblog als journalistiek instrument ontdekte. Hij was student op een school voor de journalistiek en schreef in zijn vrije tijd zijn weblog vol met observaties over het nieuws. Als er iets gebeurde (11 september), en je wilde op internet achtergrondinformatie vinden, ging je eerst bij Tonie kijken omdat hij de beste bronnen al bij elkaar verzameld had. Hij was er dan ook dag en nacht mee bezig:

“Thuis gekomen na een bezoek aan een Utrechtse kroeg en een lange terugreis zou een normaal mens zijn nest opzoeken. (Dank aan Ton B. en Roland P. voor het bier en snel voedsel) Mijn eerste gedachte was is er nog wat gebeurd in de wereld tijdens mijn afwezigheid?”

Bij de tweede generatie webloggers – hoeveel generaties kun je proppen in vier jaar? Geduld! – werd het persoonlijke belangrijker, en de link minder belangrijk. Zij maakten weblogs die autonoom waren, weinig of geen direct verband hielden met de rest van het wereldwijde web. Je zou hun producten op een cd-rom kunnen zetten, of zelfs in een boek kunnen afdrukken, zonder dat daarmee veel verloren zou gaan behalve dan de actualiteit van het voortdurend bijgewerkte weblog. Soms waren dat soort weblogs volkomen onbegrijpelijk voor buitenstaanders, en soms gingen ze gebukt onder literaire pretenties. Webloggers van deze generatie schrijven hun dagboek op het internet, of produceren korte verhaaltjes. Een voorbeeld van de eerste categorie is Merel Roze; een voorbeeld van de tweede is – wederom – Francisco van Jole, die enkele jaren geleden de eerste fragmenten publiceerden van wat later zijn roman Blink zou worden, en nu bezig is (zij het niet erg frequent) met een serie over het ‘tv-loze’ bestaan, die misschien ook nog weleens uitmondt in een boek.

Overigens vallen in mijn ogen ook een aantal andersoortige weblogs onder deze generatie: weblogs die niet alleen weinig of geen links bevatten, maar ook weinig of geen tekst. Interessante (en tamelijk extreme) voorbeelden hiervan zijn Tekenlog, waarop de kunstenaar Marcel van Eeden elke dag een tekening plaatst, en de website van Thomas Schlijper, een persfotograaf die elke dag een fraaie foto publiceert die hij op die dag gemaakt heeft. Ook deze weblogs zijn autonoom, maar wel voortdurend bijgewerkt. De charme van een goed tweedegeneratieweblog zit er vooral in dat je het idee hebt dat je een ander mens van dag tot dag volgt.

Dat dit jaar er alweer een nieuwe generatie – de derde, maar hierna houd ik er dan ook echt mee op – zou opstaan, bleek toen Van Ringelenstijn begin dit jaar stopte met zijn privé-weblog omdat hij het te druk had en binnen enkele maanden opdook als — waarschijnlijk betaalde – weblogger van het tijdschrift Quote. (Ik geloof niet dat hij er nog langer actief is, trouwens.)

De derde generatie webloggers schrijft zijn weblogs namelijk voor geld, en op websites van traditionele media. Bij de VPRO heeft bijvoorbeeld niet alleen Wim de Bie een eigen weblog, maar ook Wim Brands, dichter en presentator van het radioprogramma De Avonden. De weblogs van de kranten heb ik hierboven al genoemd; een ander voorbeeld is dat sinds de verkiezingscampagne van begin dit jaar sommige politici verslag van hun werkzaamheden doen in de vorm van een weblog. Een voorbeeld is minister Zalm die, al sinds de vorige verkiezingen bijna elke werkdag verslag doet van zijn werk. Dat is niet altijd even meeslepende lectuur – maar dat een bewindsman z’n gedetailleerd inkijkje geeft in zijn doen en laten, heeft iets sympathieks, vind ik.

Ook ons aller staatssecretaris Annette Nijs van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen schrijft een weblog. Zij werd enkele maanden geleden scherp aangevallen op enkele inderdaad wat knullige typefouten; sindsdien heeft zij haar frequentie wat verlaagd en schijnen haar teksten gecorrigeerd te worden. Die correcties gaan dan in ieder geval niet over de wat onbeholpen schrijfstijl:

19 december

Deze week een hectische week achter de rug. Het plan voor Toelatingsbeleid was uitgelekt en dan staat er plotseling een cameraploeg van RTL Nieuws voor je neus. Een aantal commentaren van andere partijen, zoals de LSVb, waren al bekend, dus heb ik in lijn met het regeerakkoord een korte reactie gegeven.

Vandaag de Ministerraad achter de rug en kun kan ik er vrijuit over praten. De strekking van het plan is om een aantal experimenten uit te voeren […]

Met het uitlekken van dit plan zie je de reflex: kan niet, mag niet, toegankelijkheid komt in gevar. Logisch, aangezien dit onderwerp al jarenlang een taboe is in Nederland. Jammer, want in Nederland moeten we ook topkwaliteit kunnen leveren en het is mijn stellige overtuiging dat zoiets kan mét behoud van de toegankelijkheid.

De vraag is nu natuurlijk: waar is de wetenschap? Ook voor onderzoekers lijkt het weblog immers een prachtige medium te zijn: een manier om een dagelijks inkijkje te geven in je werk, om elke dag vanuit je eigen invalshoek commentaar te geven op het nieuws, om mogelijk een groep te bereiken die je er bijvoorbeeld van wilt overtuigen om bij je te komen studeren, of om je subsidie te geven.

In de zomer van 2004 vieren we de vijfde verjaardag van het Nederlandse weblog – zullen er rond die tijd ook neerlandistische weblogs bestaan? In de taalwetenschap bestaan er al een paar, in ieder geval in het buitenland. De fraaiste is ongetwijfeld Language Log, waarop een team van vooraanstaande Angelsaksische taalkundigen met heel verschillende specialisaties (mensen als Mark Liberman, Geoffrey Pullum en Sally Thomason) dagelijks speels en wervend laat zien hoe mooi en veelzijdig het vak is. Elke dag is er wel een aardige observatie, een kleine analyse, een poging om aan te tonen dat de New York Timesof Nature recentelijk taalkundige onzin hebben gedebiteerd.

Soms worden de berichtjes ook gebruikt om onderzoek te doen:

Hey fellow bloggers and assorted fans: a question, taking advantage of this wonderful tool called the internet. A question: can you identify for me languages that have neither 1) inflections nor 2) tones used to distinguish lexical items or encode grammar?

Wat zou het prachtig zijn als je zoiets ook had voor de neerlandistiek – een weblog waar je dagelijks berichten, oproepen en observaties vindt uit alle hoeken en gaten van het vak. Een soort Neder-L, maar dan van dag tot dag bijgehouden, met afbeeldingen van handschriften en syntactische analyses (en wat mij betreft komt er nog steeds twee keer in de maand dan een samenvatting voor de abonnees die een en ander via e-mail willen ontvangen). Die website wordt het dagboek van een kleine gemeenschap van vakgenoten, dat voorgoed laat zien hoe onterecht het is dat ons onderzoek zo weinig de krant haalt, en dat de lezer meesleurt in een interessante en aantrekkelijke manier om de wereld te bekijken: de onze. De vakgroep Nederlands die het aandurft om zo’n weblog te beginnen, voorspel ik een gouden toekomst.