Tag: bloemlezingen

Nullehakkebaitseboksebaitseboksenullehakke! The creation of a language

Door Marc van Oostendorp

Whould there have been anything like Frisian without its literary authors? Would the language be taught in Frisian schools today? Would there be tv shows in Frisian? Would it be possible to use the language in court?

It probably is overly romantic to relate the fate of a language to the existence of a literary tradition. Isn’t speaking a language always more important than writing it? Isn’t a base of ordinary speakers worth more than a handful of poets? There might still be speakers if Frisian had never been written; there are a few hundred thousand of them now, mostly living in the province of Fryslân of the Netherlands.

Yet one can doubt that anybody would have felt the urgency to fight for the rights of this language if it would not have had the prestige that, arguably, initially came from the written tradition. Genetically, Frisian is said to be the Germanic language closest to English, but in the course of many centuries of intensive language contact, it has grown close enough to Dutch that a speaker of the latter language can follow Frisian with some effort. Still, it is probably very difficult to find any Dutch person who would deny that Frisian is a separate language. And the fight for its rights were definitely always stimulated by the existence of a literary tradition.

Swallows and Floating Horses is a sparkling and inspiring anthology of this tradition for an English-speaking audience. Lees verder >>

Gedicht: Peter Holvoet-Hanssen – Liedje voor een kleine reus

‘Liedje voor een kleine reus’ is opgenomen in De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2017.

Liedje voor een kleine reus

schrijnt het bloed in elke cel
zing dan in het raamkozijn
maanwit paardje in de zon
rozenblaadjes, Piet Fluwijn
strooi ze in de regenton

maakt je hart een zevensprong
heeft je hoofd geen pannendak
wortels zijn van watersap
tater je stil en draai maar
aan het wiel, mijn Polleke
Lees verder >>

Bier- en andere drankgedichten

Door Bart FM Droog

Schuim van mijn dagen, schenk me gedachten. De lekkerste biergedichten uit de wereldliteratuur(samenstelling René Smeets, is het recentst uitgekomen boek in de traditie van drankgedichtenbloemlezingen, die – zover mij bekend – binnen het Nederlandse taalgebied begon met de anthologie “Hoog het glas!” Zangen uit Noord en Zuid (1927).


Het kloeke Schuim van mijn dagen is net als Hoog het glas! rijkelijk en smaakvol geïllustreerd, met kleurenreproducties van klassieke drankschilderijen, zwartwit-tekeningen en kleurenfoto’s van Philippe Debeerst en zal zeker niet misstaan op salon- en stamtafels in gelag- en andere kamers.

Opgenomen zijn, zoals de ondertitel al deels aangeeft, biergedichten en – liederen uit de wereldliteratuur en een technische uitleg over bierbrouwproces, alsmede een korte beschrijving van de verschillende biersoorten.

De oudste tekst is een vertaling van een fragment uit het Gilgamesj-epos (circa 2000 voor Chr):

(…) Enkidoe at zoveel brood als hij kon.
Hij dronk zeven kruiken bier
Hij kwam een beetje los en begon vrolijk te zingen;
hij was blij, z’n gezicht lichtte op. (…)

Vertaling: Theo de Feyter, uit Het Gilgamesj -epos(Ambo, Amsterdam, 2001).
Lees verder >>

Van varen, vechten, plunderen en plagiaat

Door Bart FM Droog

In 1942 stelde Jan H. Eekhout de bloemlezing  Hart van Holland. Een keur uit onze historische zee-lyriek samen. Dit boekje bevatte veel anti-Britse gedichten en liederen uit de diverse Engels-Nederlandse oorlogen – op zich niet zo vreemd, want Van Eekhout had zich openlijk tot de Nieuwe Orde bekeerd.

Kort na de verschijning publiceerde dagblad Het Vaderland een vlammend protest van Wouter Nijhoff, van uitgeverij Martinus Nijhoff, tegen dit werk. Het boek van Eekhout bleek een geplunderde versie van de eerder in de 20ste eeuw bij Nijhoff verschenen alomvattende overzichtsbloemlezing van Nederlandstalige zeelyriek: Van varen en van vechten (1914)      

Nijhoff: “Ik moet opnieuw een ernstig protest doen hooren ten opzichte van geoorloofde handelingen gepleegd tegen mijn uitgave Van Varen en van Vechten, verzameld door D.F. Scheurleer.

Lees verder >>

Sportgedichtenbloemlezing uit 1941

Door Bart FM Droog

Enkele dagen geleden dook NPE-medewerker Jaap van den Born de poëziebloemlezing Gerijmde en geteekende sport-spot. Honderd oud- en jong-Hollandsche gedichten op. Een werk dat in 1941 verscheen en waarvoor de samensteller – Chris Kras Kzn (pseudoniem van Jan Feith) – allerhande gedichten die ook maar iets met sport van doen hebben bijeenveegde. Van verzen van bekende klassieke dichters als Hendrik van Veldeke, Joost van den Vondel en Jacob Cats tot poëmen van modernen als Han G. Hoekstra en Hendrik de Vries. En van kwaliteits light verse van Charivarius tot tenenkrullende limericks uit sportverenigingsblaadjes.

Maar de gedichten in dit werk zijn eigenlijk het minst interessant. Veel boeiender zijn de namen van de dichters en de verhalen die erachter verborgen liggen. Zo bevat het werk van Elizabeth du Quesne-van Gogh (1859-1936), de dichtende zus van kunstschilder Vincent van Gogh.

En verzen van Eddy Holdert (1885-1958). Hij was niet alleen jarenlang directeur van De Telegraaf maar was en is absolute topscorer in het Nederlandse voetbal, met 13 doelpunten in één match. Die maakte hij in  het seizoen 1903/1904, in een wedstrijd die – en dat is eveneens een tot op de dag van vandaag ongebroken record – in 25-0 eindigde.    
Lees verder >>

Apartheid en de Nederlandse poëzie

Door Bart FM Droog

Het overlijden van Nelson Mandela deed me afvragen in hoeverre Apartheid de Nederlandse poëzie beïnvloed heeft. Je zou denken van: toch wel aanzienlijk, zoiets van 6.8 op de schaal van Stapel – dit gezien de taalverwantschap van het Afrikaans en het Nederlands en de historische banden tussen het voormalig wingewest van de V.O.C. en de staat die later bekend werd als Koninkrijk der Nederlanden.

Het gekke is dat er nauwelijks sporen zijn aan te treffen, op één bloemlezing na: Schrijvers tegen apartheid, (1980). De Zuid-Afrikaanse auteurs die in Nederland in ballingschap werkten, bleven in hun eigen taal werken, op één na: Vernie February (1938-2002), die sporadisch in het Nederlands schreef.

En je had natuurlijk ook de Nederlandse dichters die ten tijde van de apartheid in Zuid-Afrika woonden, zoals J. Greshoff (1888-1971) en  Jac. Braamse (1922-1987). De laatste joeg zich in 1981 in een ietwat depressieve bui een kogel door het lijf – maar of deze depressie veroorzaakt werd door het Apartheidsregime? Wie het weet mag het zeggen.

Dichters van morgen

Eergisteren vergeten

Door Bart FM Droog

‘Potdikkie, dit lijkt wel een Dichters van morgen-bloemlezing’, verzuchtte ik bij het verwerken van de gegevens uit Op het oog. 21 Dichters voor de 21ste eeuw (samenstelling Maarten De Pourcq & X. Roelens, Uitgeverij P, Leuven, 2005). Want acht jaar na verschijning van dit werk lijken van de gebloemleesden uiteindelijk zes voor iets anders dan de poëzie gekozen te hebben. Daniël Dee behaalde een hoger rendement met Vanuit de lucht. De eerste generatie dichters van de eenentwintigste eeuw (Passage, Groningen, 2001). Daarin achtentwintig dichters, waarvan er nu, twaalf jaar later, nog zeker vierentwintig actief zijn.

Maar dat is nog steeds een lagere oogst dan die van vrijwel alle andere eerdere serieuze bloemlezingen uit het werk van ‘jonge’ dichters. Van de aanstormende talenten in van Nieuwste Nederlandsche Lyriek (Tjeenk Willink, 1910) tot aan Sprong naar de sterren (Kwadraat, 1999) hebben de meesten enige naam in het poëziedorp der Lage Landen gemaakt.

Een logische verklaring is dat eerdere bloemlezers vaak alleen werk opnamen van jongelingen-mét-bundels. Dat hebben de samenstellers van Vanuit de lucht en Op het oog grotendeels niét gedaan. Waarmee ze een zeker risico namen. Wat te prijzen valt. Des te meer als je hun resultaat vergelijkt met:

Dichters van morgen. Een bloemlezing uit de poëzie van jonge dichters. Samengesteld en ingeleid door Ad den Besten, Uitg.mij. Holland, Amsterdam, 1958. In dit lijvige werk staan verzen van maar liefst zestig  eens zo veelbelovende jonge dichters. Waarvan het merendeel eergisteren alweer vergeten was.
Lees verder >>

De Muze-reeks

Ongekend hoge oplages voor poëziebloemlezingen

Door Bart FM Droog

Tijdens de Boekenweken 1949-1964 verscheen naast het Boekenweekgeschenk ook een speciale poëziebloemlezing ‘voor de jeugd’, die ‘voor ‘weinig geld’ te koop was. De zestien in deze serie verschenen titels staan bekend als de Muze-reeks.

Nu klopt het niet helemaal dat ze speciaal voor de jeugd gemaakt waren. De samenstellers (onder meer M. Vasalis, Clara Eggink en Victor E. van Vriesland) kozen gedichten zonder rekening te houden met de leeftijd van de lezers. Louis Th. Lehmann berichtte daar in 1953 in Het Vrije Volk over: “Wanneer deze uitgave in de eerste plaats voor de jeugd is bedoeld, dan vrezen wij, dat toch veel onbegrepen zal blijven. Maar goed, het papier is geduldig en de boekenkast ook.”

Wat wel klopt is dat ze ‘voor weinig geld’ te koop waren. Van fl. 0,35 in 1949 tot fl 0,90 in 1964. Omgerekend naar nu (met inflatiecorrectie) gaat het om bedragen van € 1,49 tot € 2,33.
Lees verder >>