Tag: bijwoorden

Twee soorten baie in het Afrikaans

Door Marc van Oostendorp

In het Nederlands heb je twee verschillende woorden om een verhoogde graad uit te drukken. Bij bijvoeglijk naamwoorden gebruik je erg of heel (‘hij is erg leuk’, ‘hij is heel leuk’), bij werkwoorden die activiteiten uitdrukken die meer of minder intensief zijn, alleen erg (‘het regent erg’, maar niet ‘het regent heel’), bij werkwoorden die een activiteit uitdrukken die zich kan herhalen gebruik je ‘veel’ (‘het regent veel’), en zo ook bij vergrotende trappen (‘hij is veel groter dan ik’ en niet ‘hij is erg groter dan ik’ of ‘hij is heel groter dan ik’) en zelfstandig naamwoorden (‘hij heeft veel boeken’ en niet ‘hij heeft erg boeken’).

Het Frans deelt de wereld net een beetje anders op. Je gebruikt très bij bijvoeglijk naamwoorden (‘il est très sympa’) maar in alle andere gevallen beaucoup (il pleut beaucoup, il est beaucoup plus grand que moi’, ‘beaucoup de livres’).

Vergeleken met dit alles lijkt het Afrikaans een toonbeeld van eenvoud. Je zegt in alle genoemde gevallen baie:

Lees verder >>

Terug

Door Marc van Oostendorp

De talloze betekenissen die het woord terug in het Nederlands kan hebben, laten zien dat wij in pijlen denken. In een nieuw artikel in het Journal of Semantics maakt de Utrechtse taalkundige Joost Zwarts een lijst met zes betekenissen die terug als bijwoord kan hebben in het Nederlands, en hij laat zien hoe die heel subtiel zijn, maar dat ze ook allemaal aan elkaar verwant zijn.

Zwarts noemt die pijlen paden: lijnen die een ‘canonieke’ richting hebben, normaliter ga je van A naar B, en als je van B naar A gaat, ga je ‘terug’. De tijd is zo’n pad: normaliter bewegen we van het verleden naar de toekomst. Dat noemen we dan de ‘canonieke richting’ van de tijd.

Mochten er ooit tijdreizigers uit de toekomst komen, dan gaan die vanzelfsprekend terug in de tijd, daar is geloof ik geen discussie over mogelijk.

Lees verder >>

Hoe(zo) ben je zo dik? Miratieve modaliteit in het Nederlands en Fries

Door Henk Wolf

Het vraagwoord hoe komt in zowel het Nederlands als het Fries voor, maar er is een subtiel verschil, dat ik nog nooit beschreven heb gezien.

Eerst de overeenkomsten. In beide talen kom je zinnen tegen als de volgende:

  • Hoe ben je zo dik geworden?
  • Hoe bist sa grou wurden?

Daarin is hoe dubbelzinnig. Het kan vragen naar de oorzaak en is dan ongeveer synoniem aan waardoor. In dat geval is het antwoord op de vraag zoiets als ‘Ik heb te veel bier gedronken’. Hoe kan ook wat betekenen als ‘op welke manier’ en dan is het antwoord op de vraag iets in de trant van ‘Ik kreeg er elk jaar een kilootje bij’. In beide gevallen is hoe een bijwoord bij het hele gezegde ‘dik worden’.

Enigszins moeizaam is het als je hoe gebruikt voor het bevragen van alleen dik. Je vraagt dan:

  • Hoe ben je dik? <beetje raar>

Op zo’n vraag zou een antwoord kunnen komen als ‘Peervormig’, maar dat blijft een beetje raar.

Lees verder >>

Is ‘hele goede’ een taalfout?

Door Marten van der Meulen

De huidige campagne van het CDA zal nog enige tijd herinnerd worden. Niet vanwege de inhoud, wel vanwege de leus ‘Een Hele Goede Morgen’. Eerst was er al een tweet van filosoof en schrijver Ger Groot, die zich héél flauw (en onterecht) afvroeg of je “iemand ook een halve morgen [kan] wensen”. Nu werd ik gewezen op een ingezonden brief in NRC, waarin briefschrijver Ad Bouwen (Oosterhout) van deze leus zei dat ze een “massaal gemaakte taalfout” bevat. Voor iedereen die zich niet óf dood ergert aan deze vermeende fout óf aan het gezeur daarover biedt deze casus best een interessant onderzoeksobject: is ‘hele goede’ een taalfout?

Wat is een taalfout?

Op die ogenschijnlijk eenvoudige vraag bestaan meerdere antwoorden. De meest taalwetenschappelijke benadering (zie bijvoorbeeld Hubers & De Hoop 2016, of iedere lezing van Jan Stroop) zou zeggen dat een taalfout iets is wat echt niet voor kán komen. Het voordeel aan dit soort fouten is dat ze dan ook niet voorkomen. Niemand bedenkt ze, en niemand gebruikt ze. Een zin als de volgende bijvoorbeeld is volgens deze definitie fout:

  • Koe de mens slaan vinden op op

Lees verder >>

Veels te interessant om erover op te houden

Door Henk Wolf

Ruim een jaar geleden schreef Marc van Oostendorp een stukje over het -s‘je achter veel in woordgroepen als ‘veels te interessant’. Hij ging in op twee vragen waar taalkundigen al een hele tijd over nadenken: waar komt het -s‘je vandaan en hoe zit een constructie als ‘veels te interessant’ in het hoofd van moderne sprekers? Misschien kan ik met wat Noord-Nederlandse streektaalgegevens een klein beetje aan de beantwoording van die twee vragen bijdragen.

De bijwoordelijke -s

Om met de afkomst te beginnen: hoogstwaarschijnlijk is de -s begonnen als een naamvalsuitgang. Marc verwijst naar een stuk van H. Kern uit 1860 waarin die verklaring wordt gegeven. Kern schrijft dat woorden zoals veel, die een afstand uitdrukken, in de middeleeuwen in de tweede naamval stonden. Lees verder >>

‘Eigenlijk’ is eigenlijk best nuttig

 (Persbericht Max Planck Instituut)

Woorden als ‘inderdaad’ en ‘eigenlijk’ hebben geen inhoudelijke betekenis en roepen daardoor bij veel mensen irritatie op. Toch hebben ze nut, zo laten onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek zien. Deze zogenaamde ‘discoursemarkeerders’ vergemakkelijken de taalverwerking en maken zo communicatie efficiënter.

Bij de jaarlijkse verkiezing ‘Weg met dat woord!’, georganiseerd door het Nederlandse instituut voor de Nederlandse Taal, eindigde eigenlijk in de top 10 van meest irritante woorden van 2017. Zonde, volgens Geertje van Bergen en Hans Rutger Bosker, onderzoekers aan het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen. Zij onderzochten het effect van inderdaad en eigenlijk op luisteraars en zagen dat die na het horen van een van deze woorden hun verwachtingen over het verdere verloop van het gesprek direct bijstellen. Hun bevindingen worden begin september gepubliceerd in het Journal of Memory and Language. Lees verder >>

Hard aaien

Door Marc van Oostendorp

Soms moet een mens kracht uitoefenen en soms moet een mens het daarover hebben. Je kunt bijvoorbeeld iets of iemand slaan, of duwen of aaien. Over dat soort werkwoorden gaat het proefschrift waarop Anja Goldschmidt vorige maand in Utrecht promoveerde.

Je kunt die werkwoorden op verschillende manieren onderverdelen, zegt Goldschmidt. Er zijn bijvoorbeeld acties waarvoor langdurig contact nodig is (zoals duwen en trekken) en acties die in een oogwenk kunnen gebeuren (zoals slaan). Maar het interessantst is de onderverdeling in werkwoorden die meer of minder kracht vereisen. Persen veronderstelt bijvoorbeeld meer kracht dan duwen: je lippen samenpersen geeft meer kramp dan je lippen samenduwen.  Lees verder >>

Voor meer informatie: klik daar

Door Marc van Oostendorp

Over vijftig jaar, zo beloof ik jullie, komt er een in leer gebonden uitgave van mijn blogposts op Neerlandistiek over de constructie Klik hier. Die serie is nog niet erg vergevorderd – dit is de tweede aflevering en de eerste verscheen in 2013 -, maar geef het nog wat tijd en het boekje loopt vanzelf vol. Zeker nu ook andere bloggers zich ermee gaan bemoeien, zoals mijn Nijmeegse collega Marten van der Meulen, die onlangs op Twitter deze observatie deed:

Er is inderdaad op het eerste gezicht iets raars: je hoort niet te zeggen klik daar, maar je hoort te zeggen klik hier. Althans, je kunt natuurlijk wel klik daar zeggen, maar dan alleen als je verwijst naar iets wat al eerder is genoemd: “Ga naar de hoofdpagina van de site en klik daar op de het menu-item ‘Veelgestelde vragen’.” In zo’n zin is daar juist eigenlijk raar?

Lees verder >>

Wat is er tegen een onwelle spreker?

Door Marc van Oostendorp

Een vraag die kwam opborrelen uit het Nederlandse volk: waarom kom je niet zeggen de niet goed snikke man? Het bijpassende antwoord vond ik op Facebook.

Bijvoeglijk naamwoorden kun je normaliter op twee manieren gebruiken: voor een zelfstandig naamwoord (‘attributief’), of in het naamwoordelijk deel van een gezegde (‘predicatief’):

  • Attributief: De slimme vrouw, het vrolijke kind, de gele autobus
  • Predicatief: De vrouw is slim, het kind is vrolijk, de autobus is geel.

Maar niet alle bijvoeglijk naamwoorden passen in dit schema. Er zijn er die alleen attributief gebruikt kunnen worden: Lees verder >>

Het bijwoord ‘ganselijk’

Door Siemon Reker

Gans als onderstrepend woord komt zelden in het hedendaagse Nederlands voor – ook al zijn er bijvoorbeeld talige sferen zoals idiomatische uitdrukkingen die een zekere bescherming bieden waarin het bijwoord langer kan overleven. Neem bijvoorbeeld de vlieg die de ganse zalf bederft. Het wordt in de Tweede Kamer waarschijnlijk vooral aangehaald in bijdragen van de kring van kleinere protestantse partijen als ChristenUnie en SGP. De geciteerde uitdrukking met de vlieg stamt uit een bijdrage van Roelof Bisschop (SGP) waarmee hij een onderdrukte christelijke minderheid op het oog had (2 november 2016).

Ganselijk is aan de uiterlijke vorm extra zichtbaar als bijwoord (denk aan de vergelijkbare Engelse woorden op –ly) en zoals gans vooral direct gevolgd door anders zo handhaaft ganselijk zich bij uitstek in een bepaalde vastere, ontkennende sfeer. Bisschops fractiegenoot Elbert Dijkgraaf deelt op 21 april 2011 een tikje uit aan Sharon Dijksma, zijn collega van de PvdA: “Ik had toch een wat warmer, socialer hart van mevrouw Dijksma voor de kleine ondernemer verwacht. Dat mis ik ganselijk.” Dijkgraaf is dan nog geen jaar Kamerlid maar voelt zich voldoende in het Parlement thuis om dit zeldzame woord te gebruiken. Lees verder >>

omslachtig / omstandig

Verwarwoordenboek Vervolg (39)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

omslachtig / omstandig

De woorden verschillen niet in betekenis, wel in gebruik. Lees verder >>

Jan was nauwelijks thuis toen Marie belde

Wat we nog niet weten over de werkwoordelijke groep (11)

Door Marc van Oostendorp


En daar zijn we weer! De succesvolle reeks blogposts wat we nog niet weten over het werkwoord werd vorig jaar in juni voorlopig afgesloten. Maar inmiddels zijn we alweer een ruim half jaar verder, en de hoeveelheid dingen die we nog niet weten is almaar toegenomen.

In april verschijnt een nieuw deel van de Syntax of Dutch, het laatste over het werkwoord, en Hans Broekhuis (die dit deel samen met Norbert Corver schreef) stuurde me een pdf zodat ik alvast voor jullie op zoek kan naar de leukste nieuwe puzzels waar de taalkunde nog niet uit is. Eigenlijk gaat dit deel meer over de werkwoordelijke groep en zelfs de zin dan over het werkwoord, dus ik heb de titel van de serie een beetje aangepast.

Broekhuis en Corver leggen bijvoorbeeld een gigantische catalogus – dit derde deel over het werkwoord heeft 734 pagina’s – aan van soorten bijwoorden. Bijna en haast in de volgende zinnen noemen ze bijvoorbeeld  in navolging van de Amerikaanse syntacticus Thomas Ernst clausedegree adverbs, bijwoorden van zinsgraad:

  • Jan ging bijna kwaad weg.
  • Jan werd haast overreden. 

Lees verder >>