Tag: beleefdheid

Zo kan ik ook in het Journal of Politeness Research komen

Door Marc van Oostendorp

Waarom antwoorden mensen soms afwijkend op een vraag? Meestal doen ze dat uit beleefdheid, zegt de onderzoeker Jessica Marsh in een artikel in het Journal of Politeness Research (ja, als je wel eens treurig voelt en geen vertrouwen meer hebt in de mensheid, moet je maar even bedenken dat er ook nog een Journal of Politeness Research bestaat).

Op het eerste gezicht is dat gek. Iemand stelt een vraag en dan zal zij het antwoord wel willen weten. Hoe kan het dan beleefd zijn om haar dat antwoord te onthouden? Is de ultieme beleefdheid niet om aan iemands wensen tegemoet te komen? Het aardige van het artikel van Marsh is dat ze een classificatie geeft van redenen om van die algemene regel af te wijken na een gestelde vraag. Ze geeft er vijf: Lees verder >>

Oproep: onderzoek beleefheidsvormen

Dr. Katarzyna Wiercińska van de vakgroep Nederlands en Afrikaans van de Adam Mickiewicz Universiteit in Poznań, Polen, doet onderzoek naar beleefdheidsvormen: of deze anders worden geïnterpreteerd in Nederland en in Polen. Wat haar op dit moment vooral bezighoudt, is wat er allemaal mis kan gaan in de informele communicatie. Soms is het zo dat mensen uit Slavische landen problemen ondervinden met sociale contacten in Nederland omdat ze te bot overkomen. En dit gebeurt ook als ze goed Nederlands spreken want het ‘communicatieschema’ blijft Pools (heel veel imperatieve vormen, geen partikels zoals ‘maar’, ‘eens’ of ‘even’).

Dr. Wiercińska heeft twee enquêtes opgesteld. Een neemt ze af in Polen. Voor de andere zoekt ze informanten in Nederland en Vlaanderen. Vandaar haar verzoek aan zoveel mogelijk collega’s in Nederland en Vlaanderen om haar korte vragenlijst (max. tien minuten) in te vullen.

Dat kan hier.

Ooit wordt u een scheldwoord

Door Marc van Oostendorp

Het gebeurde in de afgelopen week een paar keer en ineens: mensen raakten aangebrand als ze door onbekenden met u werden aangesproken. Ik raakte in een discussie met iemand die beweerde dat de taalwetenschap allemaal onzin was, omdat ze ooit verplicht een cursus had moeten doen die haar niet beviel. Ik bevroeg haar over die cursus, en daarbij gebruikte ik het gevreesde persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon. U.

Mijn gesprekspartner reageerde als door een wesp gestoken: “Je hoeft niet zo pedant te doen!” Dat verbaasde me enorm, en toen bleek een andere Twitteraar haar te willen sussen door te wijzen op mijn doorgaans goede karakter: “Dat doet hij anders nooit?”

Het lijkt een van de vele botsinkjes die in het dagelijks leven veroorzaakt wordt door de grote verwarring waarin wij allen verkeren over je en u. Lees verder >>

Goede bedoelingen

Door Guusje Jol

Over het algemeen stel ik het op prijs als mensen me erop attenderen dat ik m’n sjaal bijna in de trein laat liggen of m’n sleutelbos verlies. Dus probeer ik ook een beetje op andere mensen te letten. Zo fietste ik een keer achter een mevrouw die een pakje sigaretten in een zak van haar hoody had zitten. Die zakken waren kennelijk niet echt diep en het pakje sigaretten viel er dan ook bijna uit. Dus toen ik de mevrouw inhaalde, waarschuwde ik haar.

Achteraf vroeg ik me af of ik de mevrouw niet meer geholpen zou hebben door m’n mond te houden. Misschien was ze met enorm veel moeite gestopt met roken en had ze nu in een moment van zwakte toch een pakje sigaretten gehaald… Lees verder >>

Jij of u: wanneer gebruik je wat?

Uit de tijdschriften

Door Marten van der Meulen

In de vorige aflevering van deze nieuwsbrief ging het over synoniemen, over woorden die hetzelfde lijken te betekenen. Lijken, omdat ze in de praktijk net anders zijn. De woorden ‘content’ en ‘tevreden’ bijvoorbeeld worden gebruikt in een andere context: ‘content’ is wat deftiger. Van de woorden ‘u’ en ‘jij’ denkt waarschijnlijk niemand dat ze synoniem zijn, maar grammaticaal zijn ze dat wel. Beide woorden zijn een aanspreekvorm in de tweede persoon enkelvoud. Het verschil zit in de mate van beleefdheid. Traditioneel wordt gezegd dat ‘u’ beleefder is dan ‘je’. Maar wie kijkt naar daadwerkelijk taalgebruik, die ziet dat beleefdheid niet iedere keuze voor ‘je’ of ‘u’ kan verklaren. Andere factoren spelen ook een rol. Bovendien kunnen mensen zelfs in één gesprek wisselen tussen de vormen. Hoe zit dat? Lees verder >>

Netflix & chillen: een kwestie van beleefdheid

Door Stella Vivian Dippell
Eerstejaars student Taalwetenschap aan de universiteit Leiden

17 januari 2017 postte Lucas Seuren de column ‘Seinfeld als wetenschap’, waarin hij liet zien dat eufemismen een geloofwaardige connectie met de realiteit moeten hebben, willen ze goed werken als eufemisme. Zijn genoemde eufemisme was “een kopje koffie komen drinken”, altijd gezellig natuurlijk, het hangt er maar net vanaf wat je er precies mee bedoelt. In reactie hierop noemde Alex Reuneker de moderne versie van iemand uitnodigen voor een kopje koffie, namelijk: Netflix & chill.

Inderdaad, onder jongeren dé nieuwe vorm van “kom je een kopje koffie bij me drinken?” of “would you like to come up and see my etchings?”. Eén voor één eufemismen voor seks, maar waarom vragen we indirect naar seks? Waarom is flirten meestal indirect? Waarom zeggen we niet gewoon “ik vind jou interessant en ik stel voor om te vrijen”? De simpele reden is: omdat dat het heel confronterend is voor de bevraagde, en het voor de vrager wel een keiharde afwijzing is als het antwoord nee is. Beide personen in deze situatie lijden dan ‘gezichtsverlies’. Lees verder >>

Is ‘jij’ netter dan ‘je’?

man-407083_1920Door Maartje Lindhout

Wat is dat toch dat sommige mensen hardnekkig jij, jou en jouw schrijven in plaats van gewoon je? Vandaag weer. Een onbekende beantwoordde mijn e-mail en koos ervoor me te tutoyeren. Geen probleem wat mij betreft. We wisten beide van elkaar dat we twintigers waren. Ik had hem overigens – terecht of onterecht – gevousvoyeerd, want ja, we kenden elkaar dan weer niet persoonlijk.

Maar hij schreef dus jij. En jou en jouw. Gestaag vermeed hij de je die hij hoogstwaarschijnlijk wel zou zeggen. De jij’s en jou(w)’s zorgden voor een nadruk waar dat helemaal niet de bedoeling was. “Hartelijk dank voor JOUW mail.”

Lees verder >>

Het omgekeerde van sarcasme bestaat niet

Door Marc van Oostendorp

omgekeerd sarcasmeWe hebben hier de afgelopen weken aan ons weblog getimmerd, en we zijn nog niet helemaal klaar, maar het moment is weldra aangebroken dat we jullie gaan vragen wat je ervan vindt. Dan zou je bijvoorbeeld kunnen zeggen:

  • Ik vind het leuk. (1)

Maar dat zouden we al snel negatief kunnen interpreteren: misschien bedoel je met zin 1 wel dat je het helemaal niet zo leuk vindt. In plaats daarvan kun je daarom zeggen:

  • Ik vind het geweldig. (2)

Dat zou dan op zijn beurt juist weer kunnen betekenen dat je het alleen maar leuk vindt. De Duits-Canadese taalkundige Michael Wagner noemt dat in een recent artikel overstatement-conclusies:

Lees verder >>

Onze taal maakt ons per abuis onbeleefd

Door Lucas Seuren

Nederlanders hebben in het buitenland nog wel eens de reputatie dat ze bruusk en onbeleefd zijn. Zonder in clichés te willen vervallen lijkt daar natuurlijk wel wat voor te zeggen. Zo kan ik me sinds ik enkele maanden in Engeland heb gewoond enorm ergeren aan de manier waarop Nederlanders zich gedragen in het openbaar vervoer. Hoe moeilijk is het nou werkelijk om een rij te vormen en op je beurt te wachten – en waarom kan het wel bij de slager op zaterdagmiddag? Maar het ligt niet alleen aan ons gedrag: het ligt ook aan onze taal. Daarmee bedoel ik niet dat het Nederlands een onbeleefde taal is, maar als we onze taalconventies gaan vertalen blijkt dat dingen die wij normaal vinden, dat in het buitenland dat niet zijn.
Of course
Laat ik dit illustreren met een voorbeeld. Enkele jaren terug schreef Tanya Stivers van UCLA een artikel over “of course” wat ze kort vergeleek met het veronderstelde Nederlandse equivalent: natuurlijk. Volgens Stivers geven mensen door te antwoorden met “of course” te kennen dat de vraag niet gesteld had hoeven worden. Een polaire vraag veronderstelt normaal dat zowel ja als nee mogelijke antwoorden zijn; door met “of course” te reageren laat de hoorder zien dat dat in dat geval niet zo is.

Lees verder >>

Beleefd zijn in de zeventiende en de achttiende eeuw

Door Marc van Oostendorp


In 1664 schreef Maartje Jaspers een brief aan haar zeevarende echtgenoot Gerrit Ariaanse van den Broek waarin ze hem vertelde hoe ze hem miste.  “Ick seer verlangh,” schreef ze, “om van ul eens schrijvens te hebbe, want ick suent den drieden mei geen schrivens van ul gesien en hebt (…) o doet toch sooveel en schrift eens metten eerste soo dree als ghi kent hoe het daer al met ul is en hoe het daer al gaen of of ie den toback al verkoopt.”

Wat gaan we nu krijgen! Waarom schreef Maartje eerst een paar keer ul aan haar man – een vorm die waarschijnlijk een afkorting was van uw liefde – en dan aan het eind ineens ie (je)? Liet ze aan het eind van die brief ineens alle beleefdheid varen en gaf zich over aan de hartstocht? Maar is dat niet een beetje vreemd, om dat uitgerekend te doen op het moment dat het over de handel gaat.
Lees verder >>