Tag: beeldende kunst

Oek de Jong, beeldende kunst en Zeeuwse meisjes

Door Nico Keuning

Matthias Grünewald (1470-1528), altaarstuk voor het Antonietenklooster te Isenheim.

In het literaire oeuvre van Oek de Jong komt zijn belangstelling voor beeldende kunst duidelijk naar voren. De kennis van zijn studie kunstgeschiedenis heeft hij onder andere verwerkt in essays over Caravaggio, Johannes Vermeer en Caspar David Friedrich, die zijn opgenomen in Een man die in de toekomst springt (1997). ‘Ik leef en ik schrijf, ik verzamel beelden en ideeën, en tezamen vormen die mijn zinrijk, dat aan gestage verandering onderhevig is,’ zegt hij in het essay ‘Monnik aan zee’, dat verwijst naar het gelijknamige schilderij van Caspar David Friedrich.

In Zwarte schuur, zijn jongste roman is de hoofdpersoon Maris Coppoolse een succesvol kunstschilder. Maar de roman is vooral geïnspireerd op het altaarstuk dat Matthias Grünewald (1470-1528) schilderde in opdracht van het Antonietenklooster in Isenheim en dat te zien is in Musée d’Unterlinden in Colmar.

In deel III van de roman bevindt Maris Coppoolse zich na een daverende debuutperiode in een impasse (vergelijkbaar met de terugslag van Oek de Jong na zijn succesvolle entree in de Nederlandse literatuur) in de donkere jaren tachtig. Hij reist naar Colmar om het altaarstuk, dat als gesloten drieluik met voetstuk de Kruisiging van Jezus laat zien. Bij het openen van de panelen worden de geboorte en de kruisiging zichtbaar, evenals een houtsculptuur van Niclaus Hagenauer.

Lees verder >>

Potlood, penseel en poëzie

Door Nico Keuning

Peter Thijs. ‘Havengezicht’. Geplaatst met toestemming van de schilder.

Beeldende kunst en poëzie gaan goed samen. Niet alleen zijn er dubbeltalenten als Lucebert en Armando, vaak komen beeldende kunstenaars en dichters samen in een kunststroming of -beweging. Denk maar aan de Tachtigers en Vijftigers. Soms worden dichters geïnspireerd door beeldende kunst, of, andersom, worden schilders of tekenaars geraakt door gedichten.

 Zo las en zag ik in het jongste nummer van De Parelduiker een prachtige bijdrage van Eddy de Jongh, oud-hoogleraar iconologie en kunsthistorie, over tekeningen van Peter Vos die hij IN de dichtbundel Kunst- en vliegwerk (1957) van Jan Emmens maakte bij gedichten die hem raakten en de bladspiegel genoeg ruimte bood voor een illustratie. Op p. 8 bijvoorbeeld, onder het gedicht ‘Bedroefd’, waarin een jonge man onder doorzichtig blauw wazig water staat, ‘de handen boven water’. Er zwemmen vissen om hem heen en op zijn geslachtsdeel is een zwarte pad (zwaarmoedigheid?) getekend, waarvan de houding van de opwaartse voor- en neerwaartse achterpoten overeenkomen (rijmen) met die van de naakte man.

Lees verder >>

Verborgen boodschap van Lucebert

Door Jos Joosten

Hoe je blik met je aan de haal gaat.

Als student werkte ik bij Albert Heijn. In die tijd – om precies te zijn in 1987 – vierde het bedrijf zijn 100-jarig bestaan. De directie had ter viering (werkelijk) een prachtplan opgevat. Het bedrijf zocht 25 Nederlandse beeldend kunstenaars aan die elk vier werken maakten voor AH. 100 in totaal, voor elk jubileumjaar één. Het voltallige personeel kreeg een fraaie catalogus met al deze kunstwerken en mocht er vervolgens één uitkiezen. Lees verder >>

Lucebert valt niet ver van de boom

Door Jos Joosten

Karel Appel tentoonstelling in Haags Gemeentemuseum
*22 januari 1982

Gisteren schreef Marc van Oostendorp op  Neerlandistiek een verstandig stuk over Wim Hazeu’s biografie van Lucebert, strekking: had de biograaf niet bezonkener te werk moeten gaan en zijn materiaal verdergaand moeten analyseren? Ik denk dat Van Oostendorp een goed punt heeft. Hazeu’s eigen verhaal is dat hij, nadat hij de beruchte brieven van de jonge Lucebert in handen kreeg, zijn hele boek heeft herschreven. In werkelijkheid vallen de lezer vooral evident ingevoegde passages (vaak tussen haakjes) op in het genre: zou hij hier niet hebben teruggedacht aan zijn eigen misstap?

Veel curieuzer dan die, vaak nogal hineininterpretierende, overwegingen is de schets van de historische context. In het oog springt bijvoorbeeld Hazeu’s omgang met Karel Appel.

‘Karel Appel dacht niet aan gevaar.’, schrijft Hazeu. Om meteen daarop een karakterisering van de held in kwestie te geven: ‘Om pragmatische redenen was hij lid geworden van de Kultuurkamer, een variant van de Duitse Reichskulturkammer. (…) Het Departement van Voorlichting en Kunsten gaf hem financiële ondersteuning voor kostgeld en studie: 65 gulden (430 Euro in 2018) per maand. Het departement kocht van hem bovendien zes impressionistische schilderijen (…).’ Ten slotte meldt Hazeu dat Appel ‘een protégé was van de matige portretschilder en NSB-er Ed Gerdes, prominent heerschap van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten’.[p.78] Lees verder >>

6 oktober 2017: Letterkundig Symposium in het kader van de Week van de Afrikaanse Roman

De Week van de Afrikaanse Roman organiseert samen met Universiteit Gent (Gents Centrum voor het Afrikaans en de Studie van Zuid-Afrika) en de Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns op vrijdag 6 oktober een letterkundig symposium. Het symposium vindt plats in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL), waar iedereen van harte welkom is in de grote vergaderzaal om 13 uur. Vanaf 17u30 kunnen de aanwezigen napraten op de receptie. De lezingen in het symposium zullen spelen met het thema ‘dubbeltalenten’. Dit omdat de aanwezige auteurs van alle markten thuis zijn veelschrijver, academicus of beeldend kunstenaar. De diversiteit van deze ‘dubbeltalenten’ staat garant voor boeiende gesprekken. Lees verder >>