Tag: autobiografie

Promotie: Anne-Fleur van der Meer over depressie en intertekstualiteit in hedendaagse autobiografische literatuur

Datum: 27 September 2018, 11.45 stipt
Locatie: Aula, Vrije Universiteit te Amsterdam (Hoofdgebouw)

Op donderdag 27 september 2018 om 11.45 precies zal Anne-Fleur van der Meer haar proefschrift Ladders naar het licht. Depressie en intertekstualiteit in hedendaagse autobiografische literatuur in het openbaar verdedigen in de aula van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Autobiografieën over depressie kunnen een belangrijke rol spelen in het verspreiden van kennis over depressie – vaak volksziekte nummer één in de samenleving genoemd. Daarmee leveren ze een belangrijke bijdrage aan het publiek debat, én bieden ze belangrijke inzichten voor patiëntenorganisaties en het brede publiek. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Anne-Fleur van der Meer. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer as a young man

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (3)

Door Marc van Oostendorp

Klik op afbeelding om haar groter te maken

Ja, mensen, ik heb een van de oudste tekstjes van de vooraanstaande Nederlandse dichter Ilja Leonard Pfeijffer in handschrift in mijn bezit. 19 was hij toen hij het bovenstaande schreef: hij had nog 20 jaar in Leiden voor de boeg, en daarna 20 jaar Genua, en daarna nog vele jaren op een andere plaats die we nu nog niet kennen. (‘Casablanca, Tunis, Zanzibar of Gotham City’, voorspelt hij in La Superba.)

Ik had indertijd nog meer teksten van hem, want Pfeijffer, die twee huizen verder woonde op de Hogewoerd in die verdoemde provinciestad waar mensen alleen langer dan een middag verblijven als ze doodongelukkig willen zijn, en die ik kende van het studentenkamerorkest LESKO, had mij bekend dat hij dichter wilde worden en me wat van zijn eerste gedichten laten lezen. Zo ging dat in die jaren, ik kreeg meer gedichten van leeftijdgenoten voor commentaar.

Ik hoop dat studenten dat onderling nog steeds doen, dan is er nog wel hoop voor de wereld. Lees verder >>

Rondje voor mijn vijanden

Door Marc van Oostendorp

Ik heb kennelijk vijanden en die gaan smullen van mijn stukje van vandaag. Veel plezier ermee, vijanden!

Ik heb de afgelopen 15 jaar een beetje op en af voor de Universiteit Leiden gewerkt. Ik deed dat gratis omdat het Meertens Instituut mijn salaris doorbetaalde en voor veel mensen in Leiden was dit een reden om mij geregeld in te wrijven wat een eer het voor mij was om in Leiden te mogen werken. (Echt waar, dat is me herhaaldelijk verteld.)

In de afgelopen 6 jaar heb ik mensen af en toe toevertrouwd dat ik best wat meer in Leiden zou willen werken, omdat ik geïnteresseerd ben in onderwijs, omdat het dichter bij huis is, en omdat ik me een zekere zin een ouderwetse neerlandicus voel, met belangstelling voor meer dan alleen de taalkunde.

Lees verder >>

Twintig jaar doctor

Door Marc van Oostendorp


Ik kan me de 16 oktober 1995 nog tot in groot detail voor de geest halen. Het is de dag dat ik mij voor het eerst dr. mocht noemen nadat ik in Tilburg dit proefschrift had verdedigd. Voor de gelegenheid heb ik dat proefschrift weer eens doorgenomen. Hoe verouderd was het inmiddels?

Aan de ene kant vind ik het nog steeds niet zo verouderd. Het idee van mijn proefschrift is dat de Nederlandse lettergreep een tent is, met de klinker als tentstok en de medeklinkers eromheen gedrappeerd als doek. De kracht van de stok bepaalt hoeveel en hoe zwaar het doek is dat je eromheen kunt hangen.

De toonloze e is bijvoorbeeld een behoorlijk krachteloze klinker en duldt daarom maar weinig medeklinkers.
Lees verder >>

Met flauwekul de kost verdienen

Door Marc van Oostendorp

“Wie zelf ook aan het verzamelen van taal wil beginnen,” schrijft Wim Daniëls in zijn nieuwe boek De taal achterna, “moet één ding heel goed beseffen: je moet het vooral voor jezelf doen. Andere mensen vinden het niet zo’n probleem dat er taalgekken zijn, maar ze meekrijgen in die taalgekte is een heel ander verhaal, of, zoals mijn vader het ooit zei: ‘Denk je met die flauwekul de kost te kunnen verdienen?’”

Dit boek, dat verscheen in de week dat de auteur zijn zestigste verjaardag vierde (gisteren), is een verslag van Daniëls pogingen om zijn vader ongelijk te geven. Het is het honderdste boek dat de schrijver publiceerde en het laat Daniëls op zijn best zien: enthousiast, jongensachtig, Brabants, humoristisch. Het boek is een mengeling van een autobiografie over – vooral – de jeugd van de schrijver, een omstandige liefdesverklaring aan het dorp Aarle-Rixtel en een mateloze fascinatie voor woorden. Alles bij elkaar is het daarmee een zelfportret van een van de bekendste taalbeschouwers die we hebben.

Lees verder >>

Geen moedertaal zonder vreemde taal

De taalkundige als jonge man (4)

Door Marc van Oostendorp


Wetenschap begint met vergelijken. Taalwetenschap begint wanneer je opmerkt dat wat je zelf gedachteloos doet, voor een ander helemaal niet vanzelf spreekt. Omdat die ander een andere taal spreekt bijvoorbeeld, of een ander dialect.

Dat andere dialect, dat heb ik helaas gemist. Als typisch kind van de jaren zeventig, ben ik toen ik vier of vijf was van Rotterdam naar Brabant verhuisd, van de Rotterdamse r naar de zachte g. Als ik op school flink gepest was geweest met mijn rare accent, was ik misschien al eerder begonnen met opletten. Maar ik heb ófwel alle geplaag geheel verdrongen, óf ik heb me geruisloos aangepast,

Nu moest ik een paar jaar wachten, tot de vreemde talen kwamen.
Lees verder >>

Je weet niet wat je weet

De taalkundige als jongeman (3)

Door Marc van Oostendorp


De leraar Nederlands! De mythische leraar Nederlands! Wie is er niet door hem geïnspireerd, voor wie zijn de poorten van de taal en de letteren niet opengegaan nadat een inspirerende docent het simsalabim uitsprak?

Ik heb in zes jaar tijd vijf verschillende leraren Nederlands gehad en nu ik met gemiddeld zo’n dertig jaar afstand terugkijk, moet ik zeggen: ze waren geen van allen bijzonder goed. Aardig, soms, jazeker, heel vriendelijk, en in sommige gevallen zelfs betrokken – ik heb nog eens meegespeeld in een door een leraar geregisseerde eenakter van Heijermans.

Maar de mogelijkheid dat een mens zijn leven ook in dienst kon stellen van de taal werd geloof ik zelfs niet aangestipt.
Lees verder >>

Liggend op een dekentje werd ik taalkundige

De taalkundige als jonge man (1)
Door Marc van Oostendorp

Waarom wordt iemand taalkundige? Hoe kom je op zo’n raar, of toch in ieder geval vrij zeldzaam idee? Hoe ben ikzelf daarop gekomen?

Mij interesseert die vraag al heel lang. Ik vraag er regelmatig ook collega’s naar. Je krijgt dan, vind ik, interessante verhalen. Maar je leest er slechts zelden iets over. Taalkundigen schrijven bijna nooit memoires of autobiografieën, en over hen wordt slechts zelden in voldoende detail biografisch geschreven.

Omdat er weinig voorbeelden zijn, kan ik het eigenlijk alleen uitzoeken aan de hand van mijn eigen autobiografie. Niet omdat ik denk dat ik nu de allerinteressantste levensloop heb of de meest prototypische taalkundige ben. Maar omdat ik geen andere voorbeelden zo gedetailleerd ken.

Vandaar een nieuwe serie blogposts, hier.

Lees verder >>