Tag: antropologie

Hij mag ook geen döner, dan lijkt hij teveel op een Turk

Door Marc van Oostendorp

Wat doe je als je in Venlo woont, je doet vmbo-basis en ze je een kut-Marokkaan noemen? Dan neem je dat label en je speelt ermee.

In een nieuw artikel in het Journal of Sociolinguistics legt de Maastrichtse onderzoeker Pomme van de Weerd uit hoe dat gaat. Honderden uren heeft ze op die vmbo in Venlo doorgebracht en ze voerde vele gesprekken met leerlingen van het basistrack (dat als het ‘laagste’ wordt beschouwd, :”Vergeet niet wij zijn basis!” roepen de leerlingen soms als ze vinden dat een docent te veel van ze vraagt.)

Lees verder >>

Waar is mijn bedankje?

Door Lucas Seuren

Menig krant besteedde er vorige week aandacht aan: Een groep taalkundigen en antropologen van, onder andere, het Max Planck Instituut in Nijmegen had in verschillende culturen onderzocht hoe vaak mensen in alledaagse situaties met vrienden en familie een teken van dankbaarheid geven als een verzoek werd ingewilligd. Hun antwoord: zelden! In het Engels en het Italiaans gaat het nog wel, daar zeggen mensen in respectievelijk 14,5% en 13,5% van de gevallen iets als dank je of super. Maar in talen als het Siwu, gesproken in Ghana, en het Murrinhphata, gesproken in het noorden van Australië, liggen die percentages maar rond de 2-4,5%. In het Cha’palaa in Ecuador zegt men het zelfs helemaal niet. Lees verder >>

Homo’s als mensen en als medische gevallen

Door Marc van Oostendorp

Het verschil tussen homo- en heteroseksualiteit is in de eerste plaats een literaire zaak, zo laat Mary Kemperink zien in haar aardige, onlangs verschenen Bert van Selm-lezing Literatuur als medisch zoeklicht. De homoseksuele identiteit (1850-1920). De eerste aandacht voor de verschillende seksuele voorkeur – en dan in de eerste plaats natuurlijk de ‘andere’ voorkeur, de homoseksuele – kwam van schrijvers als Verlaine met zijn cyclus Les amies over lesbische liefde.

De medische belangstelling kwam pas later, laat Kemperink zien, en in het begin gebruikten de medici vooral literair werk als empirische basis. In eerste instantie was dat omdat er verder nauwelijks beschrijvingen waren, maar zelfs toen homoseksuelen ten behoeve van de wetenschap hun bevindingen op papier zetten, bleven sommige geleerden toch liever de schrijvers volgen: want wat die homoseksuelen opschreven, daar kon weleens een heleboel van verzonnen zijn! Wat de schrijvers verzonnen hadden, was natuurlijk veel waarder. Lees verder >>