Tag: anglicisme

Duitse Anglicismendag

Door Marc van Oostendorp

Toen motorfietsen nog motorfietsen waren en taalfouten nog met een krachtig FOEI werden begroet, kwam ik gemiddeld een dag per week naar de burelen van Onze Taal. Wat ik daar precies kwam doen, weet ik niet meer. Veel goeds zal het dus wel niet geweest zijn, maar ik keek altijd gefascineerd naar het werk dat alle mensen daar deden. Zelden zag men een groep harder én met meer plezier werken dan aldaar.

Het gefascineerdst was ik door de helden van de Taaladviesdienst. Eigenlijk had ik daar wel willen werken, aan de telefoon mensen te woord staan (veel vragen kwamen toen nog binnen via de telefoon, ik zei toch al dat het gouden tijden waren). En dan bijvoorbeeld een dag tot germanismedag verklaren en tegen iedereen over elke kwestie zeggen: dat is een germanisme! Groter als? Germanisme! Een aantal mensen die? Germanisme! Hoogbouw? Germanisme! Enzovoort.

Maar daar moet je nu niet meer mee aankomen. De jeugd van tegenwoordig weet niet meer wat een germanisme is! En schrijft tweets als de volgende:

Twee bewijzen in één tweet! Lees verder >>

Mission accomplished (of: hoe een spatie een vreemde taal binnenlaat)?

Door Marc Kregting

Sinds mijn verhuizing naar België snap ik beter dat taal identiteiten kan maken en breken. Die werkelijkheid strekt verder dan periodiek gebakkelei over Nederlands versus Frans, of over Standaardnederlands versus Verkavelingsvlaams. Misschien word ik uitsluitend omgeven door prinsessen-op-de-erwt, maar ik heb bedaarde mensen geëmotioneerd zien raken over één luttel woordje, binnen hechte families ontvlamden ruzies wanneer zich tussen aperitief en voorgerecht naar aanleiding van een anekdote een taaldetail aandiende.

In mijn geboorteland Nederland heerst ter zake een pragmatische instelling, dacht ik altijd. Bijvoorbeeld voor het Frans volstonden wat handgebaren en koppige herhaling, en wist voor de finetuning Gruppo Sportivo in de jaren zeventig al raad: ‘I’ll buy a dictionary / and look up what you said to me’. Maar inmiddels is een woord als finetuning niet onomstreden tegenover ‘fijnregeling’ en begint het, alsof Engels de enige invloed is, onderhevig te raken aan sociale verschillen en modes.

Of die twisten Hoekse en Kabeljauwse waarden zullen bereiken is me onduidelijk, maar ik beschouw het als een begin van rechtvaardigheid dat ook in Nederland de gemoederen hoog oplopen over taal. Moet Engels al aangeleerd worden op de lagere school? Is Cambridge-Engels echt nodig op de middelbare school? Dienen universiteiten het algemeen belang wanneer zelfs bij Nederlandse letterkunde teksten in de huidige lingua franca omgezet worden?

Ik zwijg nog over stemmen die opgaan om, decennia na de even schrijnende als gestage ineenstorting van het Esperanto, het Engels als voertaal in de hele wereld aan te nemen. Wel vraag ik me af wat laaglandse kinderen ervan weten, voor mijn part geïnternaliseerd hebben, nadat ze de banken van de kleuterschool hebben verlaten ten gunste van het echte stampwerk.

Lees verder >>

Het menselijke element van missen

Door Marc van Oostendorp


Onlangs, begon een van mijn anglistische vrienden – ja, ik heb anglistische vrienden – over missen. Hij had ergens gelezen “het mist nog wat richting, dit voorstel”, en hij vroeg zich af of dit geen anglicisme was. (Niemand is zo bevreesd voor het anglicisme als de anglist.) Het deed hem ook nog denken aan de constructie “er mist iets” – ook al zo fout, en mogelijk eveneens een anglicisme.

Ik sloeg er het WNT op na, en ontdekte dat er mogelijk iets anders aan de hand is: missen begint langzaam maar zeker de menselijke factor te ontberen.

In de voorbeelden die het woordenboek geeft, is eigenlijk altijd een mens betrokken. In sommige voorbeelden is hij het onderwerp van de zin. “Als het (kind) … stierf, als zij het … moest missen — zij maakte zich van kant”, schreef Couperus bijvoorbeeld (in Boeken der kleine zielen), terwijl Van Alphen mededeelde: ‘Aan een boom, zoo vol geladen, mist men vijf zes pruimen niet.’

Lees verder >>