Tag: Amsterdam

Waar Gerard Reve woonde: van Van Hall tot Sint Vincentius

Door Marc van Biezen

Dorpsweg 34-36, Greonterp

Vanaf zijn Amsterdamse geboorteadres Van Hallstraat 25 II verhuisde Gerard Reve met zijn oudere broer Karel en zijn ouders naar Betondorp, alwaar het gezin drie adressen in de Ploegstraat bewoonde alvorens te verhuizen naar het huis waar Reve’s debuutroman De Avonden zich afspeelt: de Jozef Israëlskade nr. 116 I.

Als Reve het ouderlijk huis verlaat, neemt hij zijn intrek in het Nieuwe Suikerhofje aan de Prinsengracht, kort erna trekt hij in bij zijn vriendin Hanny Michaelis in de Deurloostraat met wie hij niet veel later trouwt en verhuist naar de Achtergracht. Tussen 1948 en 1956 woont het echtpaar op de zolderverdieping van de inmiddels gesloopte Galerij, een overblijfsel van het in 1929 door brand verwoeste Paleis voor Volksvlijt. Reve woont in die jaren diverse malen maandenlang in Londen, op kamers van Britse vrienden en collegaschrijvers.

Zijn homoseksualiteit maakt een einde aan zijn huwelijk met Michaelis, zijn eerste man heet Wim Schuhmacher – met zijn drieën bewonen zij een etage aan de Oudezijds Achterburgwal. Gerard en Wim wonen samen achter, Hanny woont alleen aan de voorkant. Met Teigetje, zijn nieuwe geliefde, gaat hij in 1963 samenwonen in de Eerste Rozendwarsstraat. Een jaar later koopt hij een tweede huis in het Friese dorpje Greonterp: huize Het Gras. In Amsterdam verhuist hij nog naar de Dubbelmondehof in Osdorp en daarna naar Plantage Kerklaan tegenover Artis. In 1970 verlaat hij definitief zijn geboortestad. Het huis in Greonterp is nu de enige woning van Reve, Teigetje en nieuwe vriend Woelrat. Een jaar daarvoor heeft Reve in Zuid-Frankrijk een stuk land met een woning erop gekocht: hij doopt het landgoed Het geheime landgoed en de woning L’ Albatros, ook wel Het Zomerpaleis. Lees verder >>

Brederodagen 1985: een vrolijk anachronisme

Door Bert Nap

Fotografie: Wim Ruigrok 1985

Je trouwdag of de geboorte van je kind vergeet je niet. Ze zetten een mensenleven even stil. In 1985 merkte ik hoe zoiets ook kan gebeuren met een oude binnenstad. Bredero’s vierhonderdste geboortedag groeide op 16 en 17 maart 1985 uit tot een groots volksfestijn, een vrolijke chaos. Heel Nederland liep uit om zich te vergapen aan Amsterdams vroeg zeventiende-eeuws stadshart dat werd bevolkt door leerlooiers, spinsters, hoeren, stoeten van melaatsen, bedelaars en mankepoten.

Voor de bewoners van de Nes, de Oudezijds Voorburg- en Achterburgwal, Rusland, het Walenpleintje en de Spinhuisstegen begint het als een grote verstilling. De grachten worden autovrij, de straten zijn bedekt met stro. Bij de buren wordt een leerlooierij nagebouwd. Op de Grimburgwal timmert men een galg en een rad. Lees verder >>

Gerbrand Adriaenszn Bredero, een vroege Carmiggelt?

Door Margriet de Roever

In … 2018 zullen er weer herdenkingen zijn’, las ik een halve eeuw geleden in het Maandblad Amstelodamum. Dat wijdde toen bij Bredero’s 350ste sterfdag een nummer aan de dichter, met een vervolg in de aflevering daarop. Door modernere indices zou dan meer over hem aan het licht kunnen komen. Dat mag zo zijn, maar één akte daaruit is mij altijd bijgebleven en die is de moeite waard om nog eens onder de aandacht te brengen. Daarin staat dat Bredero in 1610 collecteur was van de impost op bier. Hij haalde deze belasting op voor een zekere Van Vyerhuysen, die de inning daarvan had gepacht.

Adriaen Brouwer, Herbergscène, vermoedelijk in Amsterdam, c. 1630 (wikimedia).

Lees verder >>

Het oude huis

Door Marc van Biezen

Herengracht 507. Bron: Wikipedia

Onlangs las ik de roman Het oude huis (vierde druk, als Salamander) van Arthur van Schendel (1874-1946). Al snel las ik dat ‘het oude huis’ een groot pand is aan de Herengracht in Amsterdam, dat het een bordes heeft, dat het op de zuidkant van de gracht uitkijkt en dat het niet ver van de Vijzelstraat af ligt. In het heden is er maar één pand dat al deze eigenschappen heeft.

Herengracht 507 werd gebouwd in 1676. Het bouwjaar van ‘het oude huis’ wordt niet vermeld in de roman. Het laatste jaartal dat in de roman wordt vermeld kort voordat het oude huis wordt gebouwd, is 1659. De bouwjaren van Herengracht 507 en het oude huis in de roman liggen duidelijk niet ver uiteen. (In deze kleine roman gaan maar liefst drie eeuwen voorbij. Karakters sterven regelmatig in het hoofdstuk waarin ze ook geboren worden.) Lees verder >>

Bredero’s Amsterdam op de kaart

Door Reinder Storm

Voor een denkbeeldige tijdreis is een oude stadsplattegrond een uitstekende inspiratiebron. Proberen we dus Bredero in zijn eigen omgeving te ontmoeten, dan kunnen we het best eens op een contemporaine kaart kijken.

Zoals te lezen is in het naslagwerk van dr. Marc Hameleers over kaarten van Amsterdam, zijn er tot halverwege de 19de eeuw ruim 250 kaarten gemaakt van de hoofdstad. Die kaarten lijken vaak erg op elkaar: dikwijls werden ze gekopieerd. Maar een fractie van de bewaard gebleven kaarten bevat nieuw, oorspronkelijk beeldmateriaal. Tijdens het leven van Bredero verscheen er van dit genre vernieuwende kaarten maar één, namelijk die van Pieter Bast, in 1597.

Bron: Amstelodamum urbs Hollandiae primaria emporium totius Europae celeberrimum. Part 1 of a 4-part map of Amsterdam. Provinciale atlas, Noord-Holland. Wikimedia commons

Lees verder >>

Cursus: Het Amsterdam van Jacob van Lennep

Door Marita Mathijsen

kaart Am sterdam geillustreerd

Jacob van Lennep was een Amsterdammer in hart en nieren. Hij zou het goed hebben kunnen vinden met Eberhard van der Laan en hij zou hem nog een paar suggesties hebben gedaan om de stad nog liever te maken: een zwembad in een van de grachten, het Paleis op de Dam terug aan de Amsterdammers, een veiliger verkeer bij de kruising van de Elandsgracht en de Marnixstraat, lijn 16 terug, scholen met een curriculum op de 21ste eeuw toegesneden. Hoe dan ook: de cursus ‘Het Amsterdam van Jacob van Lennep’ gaat over de spoorwegen, het drinkwater, het behoud van monumenten, het Rijksmuseum, Multatuli, de prostitutie, allemaal in samenhang met Amsterdam, de negentiende eeuw en Jacob van Lennep. Vanaf 26 september aan de VU (HOVO-onderwijs) in zes colleges. Zie de website van HOVO.

Dit bericht verscheen ook op de website van Marita Mathijsen.

Pas verschenen: P.C. Hooft en de ongeziene, eerste ‘fontein’ van Amsterdam door Gerrold van der Stroom

Volgens versjes van de Amsterdammer P.C. Hooft kon kort na 1600 zijn stad roem ontlenen aan het huis en aan de fontein van signor Luz. Hij was evenwel de enige die dat zag. Sion Luz is een veelbesproken figuur maar aan zijn huis, met een galerij en met maar liefst een fontein, werd de afgelopen vier eeuwen voorbijgegaan.

Toch moet het een heel indrukwekkend huis zijn geweest en fonteinen waren er rond de eeuwwisseling in Holland nog niet te vinden. Hoe zag dat huis eruit en had Hooft soms de allereerste fontein van Amsterdam op het oog? Die vragen heeft niemand zich ooit gesteld, maar worden nu beantwoord door zogeheten kwijtscheldingsregisters te combineren met zes- en zeventiende-eeuwse kaarten, met tekeningen en prenten, en met een opmeting uit 1646/1647 van een huizencomplex dat eerder voor het chique Oudezijds Herenlogement werd gehouden. Lees verder >>

Plat-Amsterdams in de ring van de geschiedenis

Door Marcel Plaatsman

Gisteren trof ik in de kringloopwinkel een boekje over hedscn1161t Amsterdams. Erg goed zag dat boekje er niet meer uit, de vorige eigenaar moet er weinig van gehouden hebben, maar ík was er blij mee. Het valt namelijk nog niet mee om bruikbare bronnen voor het Amsterdamse dialect te vinden, maar dit boekje, uit de reeks Taal in Stad en Land, geeft een goed overzicht en het vat ook bondig samen wat die bronnen zoal over het Amsterdams te melden hebben.

Vanmiddag sloeg ik Het Parool open en daar was het toeval dan: een artikel over het zieltogende plat-Amsterdams. Zo had mijn vondst van gisteren nog nieuwswaarde ook. Ik kon er wel over gaan bloggen, vond ik. En zo geschiedde. Lees verder >>

“Vader heeft Joseph Roth nog gekend, en zij twee waren vrienden”

Door Marc van Oostendorp

Het fijne van Amsterdam is dat je er altijd lekker kunt klagen over de buitenlanders. De Duitsers waren de rolkoffertoeristen van de jaren dertig. “Ik ‘kook’ van woede als ik zie hoe Amsterdam veranderd in een Duitse stad”, schreef ‘een ontwikkelde dame’ in 1938 aan Het Liberale Weekblad. De Duitsers vormden naar schatting van de Duitse cultuurwetenschapper en journaliste Bettina Baltschev zo’n vijf procent van de bevolking van de stad, waaronder een substantiële groep van mensen die gevlucht waren voor Hitler.

Ze waren soms irritant: “Ze droegen kostbare bontjassen en sieraden en plaatsten hun bestellingen in cafés, ijssalons en winkels in het Duits, dikwijls op zeer luide toon. Van de conducteur in tramlijn 24, die door de Amsterdammers nu steevast ‘Berlijn-Express’ werd genoemd, eisten ze hun kaartje op niet mis te verstane wijze in het Duits.”

Maar de Exil bracht de stad ook een ongekend literair leven gebracht. Lees verder >>