Tag: 21e eeuw

Waarom ik graag Kader Abdolah in de klas lees

Door Michelle van Dijk

De verhalenbundel Rode wijn en andere verhalen van Kader Abdolah opent met het verhaal ‘Een onbekende trekvogel’. Ik ken het verhaal al jaren, want het is een moderne klassieker in lessen verhaalanalyse. Het is kort en leerlingen ontdekken er snel thema en motieven in, misschien ook een moraal, een boodschap, zelfs als ik daar helemaal niet om vraag. Dat is mooi.

Er is een grandioos verschil tussen wiskunde uitleggen en een verhaal uitleggen. In beide gevallen is een leraar blij of op z’n minst tevreden als de leerling het antwoord heeft gevonden. Bij wiskunde of bijvoorbeeld zinsontleding is dat voor alle leerlingen hetzelfde antwoord. Bij literatuur niet en dat is zo mooi: dat een leerling iets ontdekt en ook kan beseffen dat het een uniek inzicht is. Je kunt anderen overtuigen van jouw ideeën of overtuigd raken van hoe de ander het ziet, maar je zult hoe dan ook verrast zijn door de vele mogelijkheden. (Poëzie-analyse: NOG VEEL LEUKER!)

Lees verder >>

Bert van Raemdonck: De vrije verzen

Door Marc van Oostendorp

De gedichten in de debuutbundel Hier raken we mij kwijt van Bert van Raemdonck zijn gemakkelijk uit het hoofd te leren. Ze hebben een eigen toon en een dwingend ritme.

‘De vrije verzen’ vind ik een goed voorbeeld. In dit gedicht zet Van Raemdonck impliciet de hoge verwachtingen die er honderd jaar geleden bestonden over het vrije vers als het begin van een nieuwe, vrijere mens, af tegen wat er nu van geworden is: mensen die zich bijzonder voelen omdat ze gin drinken ‘die geurt naar kamperfoelie’ of die in het weekeinde op een terras commentaar geven op de keuzes van andere mensen.

Je kunt het op allerlei manieren lezen, maar ik lees het vooral als een satirisch gedicht, een satire op de moderne tijd.

Een knap detail: nadat het gedicht – in lijn met wat men ooit vond van het vrije vers – de bedreiging van het rijm en het nazisme van het ritme bezingt, wordt het zelf metrisch en eindigt het met een, onnadrukkelijk, rijm.

(Bekijk deze video op YouTube)

Jan Willem Anker, De Nederlander zegt nee

Uit mijn hoofd

Door Marc van Oostendorp

‘De Nederlander zegt nee’ komt uit de nieuwe bundel van Jan-Willem Anker, Ware aard. Het is een atypisch gedicht, maar bijna alle gedichten in Ware aard zijn atypisch. Er staan gedichten in over het leven van een vader van twee jonge kinderen in Weesp – nooit eerder werd Weesp zo uitvoerig bezongen in de wereldgeschiedenis van de dichtkunst – maar soms ontpopt de dichter zich als een klimaatdichter, of als iemand die herinneringen ophaalt aan reizen naar Europese steden in verschillende jaren in de 21e eeuw.

‘De Nederlander zegt nee’ komt uit een cyclus die, in ieder geval in vergelijking met de rest van de bundel, enorm klankrijk is. De klank is de ee, met gespreide lippen; een paar keer onderbroken door de ronde o van mond. (De andere twee gedichten gaan over de a van Mark in wie we een premier herkennen want hij lacht, en de i van Wil.)

Lees verder >>

Willy Roggeman wordt 85: archief van 65 jaar schrijverschap.

Door Jürgen Pieters

Willy Roggeman in zijn werkkamer in Ninove, 2018.
Foto: Jürgen Pieters

Vandaag, 9 juni, wordt de Vlaamse auteur Willy Roggeman 85. Hij werd in 1934 geboren in het Oost-Vlaamse Ninove, waar hij nog steeds woont. Roggeman is intussen ook al 65 jaar schrijver. Twee redenen om te vieren dus. 

In 1954 – hij was toen derdejaarsstudent Germaanse Filologie aan de Universiteit Gent – maakte Willy Roggeman zijn officiële intrede in de Vlaamse literatuur met de publicatie van de gedichtencyclus ‘Nuages’ in Tijd en Mens. Dat blad was op dat moment het belangrijkste literaire tijdschrift in het Zuiden van het Nederlandse taalgebied, met in de redactie letterkundige giganten als Louis-Paul Boon, Hugo Claus en Jan Walravens. Boon nodigde Roggeman uit op de redactievergaderingen en liet hem ook stukken schrijven voor de boekenpagina van de Vooruit. 

Lees verder >>

Ruimte in het hoofd

Door Marc Kregting

Toen onlangs het literaire tijdschrift G. een nummer plande over Patricia de Martelaere die tien jaar geleden overleed, bleek van deze begenadigde en bewierookte essayiste-romanschrijfster, wier oeuvre decennia omspant, geen enkel boek voorradig. Jongere auteurs waren geïnteresseerd om aan het nummer mee te doen, en moesten zich behelpen met fotokopieën en niet-afgeschreven bibliotheekexemplaren. Prachtig dus dat Nina Polak en Joost de Vries eind 2018 met de bloemlezing De wereld in jezelf. De Nederlandse en Vlaamse literatuur van de 21e eeuw in 60 essays materiaal hebben verzameld dat, hoe recent ook, amper beschikbaar blijkt. Bovendien heeft deze gebonden editie een leeslint, hintend dat het genre trage consumptie eist – die de voorbarige datering in de ondertitel kan verklaren.

De twee samenstellers nemen in hun voorwoord uitdagend afstand van het essay als beschouwende tekst (hun cursivering), die een afstandelijk betoog zou afsteken. Polak en De Vries hebben voorkeur voor onderzoek dat meandert en een persoonlijke toets toelaat. Meteen is dan de vraag of het een het ander uitsluit. Hoe zouden ze bijvoorbeeld Montaigne percipiëren, verklaard grondlegger van het essay? De samenstellers omzeilen die kwestie pragmatisch, doordat de eisen van de tijd volgens hen zijn veranderd. Voor hen is het tekenend dat er recent een heruitgave verscheen van Marja Pruis’ De Nijhoffs en ik. Dit debuut was in 1999 ‘ongenadig hard afgefakkeld’ omdat de auteur zich voor haar onderwerp drong. Nu wordt zo’n prominent ik, constateren Polak en De Vries, ‘unaniem geprezen’. Lees verder >>

Een drol met een strik erom

Door Jos Joosten

Ooit was ik getuige van de reactie van H.H. ter Balkt op een gedicht dat een collega ter ere van hem had geschreven. Ter Balkts reactie was niet mals, en zijn immer relativerende echtgenote Willemien zei op een gegeven moment: ‘Maar Harry, het is toch een cadeautje?’
Ter Balkt baste: ‘Moet ik dan blij zijn als iemand gratis een drol met een strik erom door mijn brievenbus schuift?’

De dialoog schoot me te binnen, al lezende in het Boekenweekgeschenk 2019, Jas van belofte, van oudgediende Jan Siebelink. Gegeven boek niet in de bek zien, and all that, maakten desondanks niet dat ik er veel genoegen aan beleefde. Lees verder >>

B-kantje van Bruinja

Door Marc van Oostendorp

Twee gedichten schreef Tsead Bruinja naar aanleiding van de gebeurtenissen in Christchurch en Utrecht: een Dichter des Vaderlands-gedicht dat in NRC verscheen, en een gedicht dat hij zelf een ‘B-kantje’ noemde (weten mensen van jonger dan 20 wat dat is?) en alleen op zijn Facebook-pagina plaatste, Ik vind het B-kantje geloof ik beter dan het A-kantje:

En dat kan maar de wereld is veranderd

je zwaait je vrouw uit
je zwaait je man uit

je stuurt je kind naar school
en je verwacht het heelhuids terug

dan komt het bericht
lockdown zwart op straat
niemand meer naar buiten
niemand meer naar binnen
deuren dicht Lees verder >>

Verwijdertgate en het daarop volgende maakproces

Door Marc van Oostendorp

Wie over honderd jaar iets over taal en literatuur in Nederland anno 2019 wil begrijpen, zal de volgende serie tweets aandachtig moeten bestuderen:

Lees verder >>

Menno Wigman: Tot zichzelf

Door Wiel Kusters

Buste van Marcus Aurelius

‘Alleen mijn nagels en mijn haren, / dat is alles’, schrijft Menno Wigman in het gedicht ‘Tot zichzelf’, dat deel uitmaakt van zijn ‘officiële’ debuut, ’s Zomers stinken alle steden (1997). Hij loopt tegen de dertig, de ‘gevreesde’ verjaardag waarvan sprake is in ‘Media vita’, verderop in de bundel. Het dertigste jaar opgevat als het midden van de levensweg: dat is een omineus gegeven, zeker wanneer we weten dat de dichter, die op 1 februari 2018 overleed, niet ouder dan eenenvijftig jaar is geworden.

Alleen mijn nagels en mijn haren,
dat is alles. En wat dan nog?

Het zijn raadselachtige regels, die niettemin onmiddelijk duidelijk maken dat wie hier spreekt zichzelf, althans zijn lichamelijkheid, behoorlijk relativeert. Er lijkt sprake van een uiterste reductie, die blijkens de woorden ‘En wat dan nog?’ met een zekere onverschilligheid gepaard gaat.

Toch is er voor wie goed luistert nog iets meer aan de hand dan zeer sterke relativering of (gespeelde) nonchalance. ‘En wat dan nog?’ kan ook licht hoopvol klinken als: En wat dan nog meer? Lees verder >>

Revanche van de podiumpoëzie

Tom Lanoye als poëzieperformer

Door Marieke Winkler

‘Weet ik veel hoe poëzie eruit / moet zien’, aldus de opening van het gedicht ‘Programma’ uit Hanestaart (1990), Lanoye’s tweede poëziebundel die verschijnt bij een reguliere uitgever. ‘Niet dat statische, / dat uniforme. Daar hou ik niet / zo van. Dezelfde toon herhaald / tot in den treure, en dat dan / ‘vormvastheid’ noemen, of ‘een / eigen stem’, dat soort gelul. / Nee, daar hou ik niet zo van.’ Zeker wanneer op deze manier achter elkaar geplaatst, valt in deze strofe de spreektalige stijl op. Lanoye schreef zijn poëzie dan ook primair voor het podium en met de bedoeling effect teweeg te brengen bij zijn publiek. De communicatieve functie en de verstaanbaarheid waren voor de jonge dichter daarom van essentieel belang. In Van oor tot oor (1981), uitgegeven in eigen beheer, zegt hij hierover:

‘Mijn publiek moest niet alleen uit lezers bestaan, maar mijn teksten moesten ook ten gehore worden gebracht. Een nieuwe orale literatuur diende te ontstaan, die zich van mond tot mond, van oor tot oor zou verspreiden.’ Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als lezer van Judith Herzberg

Door Marc van Oostendorp

In zijn nieuwe roman Grand Hotel Europa probeert Ilja Leonard Pfeijffer misschien een domme fout van een paar jaar geleden goed te maken. In zijn bloemlezing De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten nam hij toen geen enkel gedicht op van Judith Herzberg. Nu waren er meer bekende dichters die hij niet noemde, maar bij Herzberg gaf hij er ook een verklaring bij:

Bij Herzberg heb ik niets kunnen vinden wat ik goed genoeg vond.

Dat is natuurlijk onzin. Het is duidelijk dat Herzberg een heel ander register hanteert dan Pfeijffer: meer parlando bijvoorbeeld, en subtieler. Maar dat is iets anders dan “niet goed genoeg”, vooral omdat er im de bloemlezing wel andere subtiele parlando-gedichten staan. Lees verder >>

Sheffield University students translate Johan Fretz’ novel ‘Onder de Paramariboom’

How does history, our presentation and perception of the past, influence our views today? And what if the representation of our past excludes members of our communities in the present? Sheffield students of Dutch have been examining these difficult and relevant questions as part of the Dutch Project Module 2018. They worked with Johan Fretz, a Dutch author, stand up comedian and musician, to translate the first two chapters of Fretz’ second novel Onder de paramariboom.

(Bekijk deze video op YouTube)

Gedicht: Tom Lanoye • De angst voor het witte blad

Uit De meeste gedichten, de recent verschenen bloemlezing uit het werk van Tom Lanoye.

De angst voor het witte blad

Had ik de wereld geschreven, ik had haar
direct weer geschrapt. Niet uit hypochondrie

maar uit vakmanschap. De wereld is samen
te vatten in de witheid van één blad en dan
moet je dat doen ook, geen gezeur. Maar omdat
je daar niet van kunt leven, schrijf ik meestal
om het even wat en maak mijn lezers wijs
dat daarin de wereld ligt vervat. Ik schrijf Lees verder >>

Gedicht: Menno Wigman • Moe in Amsterdam

De gedichten die Menno Wigman schreef voor het ‘Eenzame uitvaart’-project zijn onlangs gebundeld in Ik weet niet goed tot wie ik spreek

Moe in Amsterdam

Hij wist dat het zou komen, dat gevoel
dat achter alle ramen van de stad
het leven beter dan het zijne was.

Zo zat hij aan zijn Amsterdamse gracht.
Wat zeg ik? Zo denk ik dat hij daar zat.
Verbannen aan een Amsterdamse gracht. Lees verder >>

Gedicht: Sybren Polet • Vertrouwdheid van een wezensvreemde

Uit Zijnsvariaties • Verbovelden, een postume bundel ‘late gedichten’ van Sybren Polet. In het boek zijn ook de handschriften van de gedichten opgenomen.

Vertrouwdheid van een wezensvreemde

De onzichtbare hand
zichtbaar gemaakt.
En wierp snel een blik op zijn eigen hand
als op de handelende hand van een vreemde.

Naast hem een wandelend wezenloos wezen,
gehuld in een waas van persoonlijkheid,
waarin de zich langzaam vormende ogen
met de meerdere onbestemde pupillen. Lees verder >>

Gedicht: F. Starik • Klein leven

De in maart dit jaar overleden dichter F. Starik was ook trekker van het ‘Eenzame uitvaart’-project, dat in verschillende grote steden dichters een gedicht liet schrijven (en voorlezen) bij de begrafenis van mensen zonder nabestaanden. Ieder jaar krijgt een van die gedichten de Ger Fritz-prijs, een prijs voor het beste/mooiste ‘Eenzame uitvaart’-gedicht. Vorige week heeft F. Starik de prijs postuum toegekend gekregen voor een gedicht dat hij twee dagen voor zijn dood schreef – vanwege de kwaliteit van het gedicht, maar ook als waardering voor zijn jarenlange inspanningen. Lees er hier meer over. Het verslag van de teraardebestelling waar Starik het gedicht voor schreef staat hier.

Klein leven

Wat als je rijk bent
en het kan je niks schelen.
Wat als je rijk bent
en gewoon in het buurtje blijft wonen
waar niemand weet
wat er bij jou te halen zou wezen.
Klein leven. Lees verder >>

Gedicht: Robbert-Jan Henkes • twee gedichten

Uit Wit als een wat, Robbert-Jan Henkes’ bundel vol “knotsgekke gedichten, rijmende raadsels, zachte slaapliedjes, kakofonische klankdichten, filosofische verzen (…) voor alle leeftijden”.

Wit lied

Wit was de stad
Zo wit als een wat
En alles was stil om ons heen
Zacht viel de sneeuw
Een etmaal, een eeuw
Totdat heel de stad verdween

Daar lagen wij
Wit allebei
Alleen maar ook niet alleen
Wit viel de sneeuw
Op ons al een eeuw
Totdat ook de tijd verdween

Lees verder >>

Gedicht: Toon Tellegen • De wil

Uit Glas tussen ons, de nieuwste bundel van Toon Tellegen.

De wil

Het is stil, ijzingwekkend, mierzoet, schandalig stil,
en ik, die voor een raam sta en dit verzin,
ik denk aan alles wat onmogelijk is en onmogelijk hoort te zijn,
een verjaardagstaart met negenhonderd kaarsjes,
een moeder die zo nu en dan weer even leeft,
een zingende fiets,
een meisje in een jurk van blauw papier, ongefrankeerd
maar aan mij geadresseerd Lees verder >>

Gedicht: Paul Demets • Wachter

Uit De klaverknoop, de pas verschenen nieuwe bundel van Paul Demets.

Wachter

Door de zon horen we ons op ons gemak te voelen.
Zo overgoten kan het bos niet anders
dan bestaan. Is de middag de weg kwijt,
geef ik het te eten. Het slikt, wordt volmondig

de lippen gelest, neemt voetstoots het schoeisel aan
dat ik gesp. Het voelt mijn hand als slacht.
Gebladerte glimt en doet de schaduw
vergeten die over zijn schouder valt. Lees verder >>

Gedicht: Ruth Lasters & Laurens Hoevenaren

•• In 2014 kende de Turing-wedstrijd twee winnaars – Ruth Lasters en Laurens Hoevenaren –  omdat de jury het niet eens kon worden over wie van de twee de eerste prijs verdiende. Het zijn twee gedichten die wat lastig te vergelijken zijn, maar als u wél een voorkeur heeft, laat die dan weten via eon@planet.nl, en wie weet krijgt de Turing-wedstrijd van 2014 dan toch nog een echte winnaar. De uitslag volgt later deze week.

Witlof

De afzonderlijke oerknallen van
dingen, het (ontstaans)eureka van sorbet, papier, de slede, radio-

golven, de dasknoop, het elektron, poedersuiker. Was het
in stolpen maar ergens bewaard. Grote glazen reservoirs

waaronder men dan bij verwonderingverlies, bij bovenmatig balen
inhaleren kon het prilste, prettigste begrippen-

begin, ontdekkingsenthousiasme.
Dan in zo’n stolp met jou te staan, diep in te ademen de kick

van de vondst van wat wij daarna dan verzoend en -strengeld
weken aten: rauwe, bleke losgewoelde ledematen van

de aarde.

Ruth Lasters (1979) Lees verder >>

Januari-april 2019, Nijmegen: Postacademische cursus 2019

In januari 2019 gaat editie veertien van de postacademische cursus Recente Nederlandse en Vlaamse letterkunde van start. Ook dit keer staat in elk van de acht colleges weer een spraakmakend, verrassend en soms zelfs gedurfd boek centraal, waarover een deskundige zijn of haar licht laat schijnen.

De cursus vindt plaats op woensdagavonden in de maanden januari tot en met april en is bestemd voor Neerlandici, leraren Nederlands, alumni en iedereen die van literatuur houdt.

De cursus wordt georganiseerd door de Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen. Lees verder >>

Gedicht: Henk Ester • Groen & Geel

Groen’ en ‘Geel’ staan in Het vermoeden van Witten*, de nieuwe bundel van Henk Ester.

Groen

onvermijdelijk gistend groen
door telkenmale keren
meer vermetel
in Muschelkalk
verkommerd
ingewanden groen
herkauwen koeien
aan het water
tot zand
zijn zalen openstelt
vol sporen
overhangend fruit
en keverschild
in Muschelzee
zijn licht laat schijnen
over iets
voorbij de thee
de hunkering
te schreeuwen Lees verder >>

Gedicht: Wilbert Cornelissen • Proustzeep

Wilbert Cornelissen overleed op 19 oktober jl. Eind mei verscheen zijn vierde bundel Elke dag een / proefsleuven, in feite een bloemlezing uit de 3417 gedichten die hij (‘elke dag een’) schreef tussen 2007 en 2016. Op de Coster-site nog twee gedichten uit deze bundel.

Proustzeep

je bent anders zo verschrikkelijk zuinig met de kruimel,
de geurmolecuul,

of delicaat met een geluid, het tikken van bestek op
een porseleinen bord, of een beweging,

het (bijna) struikelen over een tegel;
Proust pakt één draad en trekt er heel voorzichtig aan;
Lees verder >>